Tuesday, December 30, 2008

gesloten

Ik stop.

Ik stop met het publiceren van mijn weblogs op dit podium.

In het voorbije jaar ben ik vreemdgegaan.

Zoals dat gaat.

Bloggen bij XS4all is niet meer je van 't het.

Uit elkaar gegroeid.

Singalen dat dat zo was, zijn bot genegeerd.  

Heel jammer, maar het zij zo.

Ik ga wel door met mijn blogs. Ik hoop dat mijn verhalen op dit podium nog lang leesbaar zullen blijven.

Trouwe bezoekers verzoek ik mij in mijn ontrouw te volgen, op www.zittingszaal14.nl

rob zijlstra

(xs4all-blogger sinds januari 2005)

  

en dan nog wat: onder veel artikelen worden reacties gelaatst met alleen dubieuze links. Ik kan dat niet tegenhouden. Die dingen zijn ook alleen handmatig te verwijderen. Een filter die dit soort onzin zou moeten wegfilteren ontbreekt kennelijk. Mijn advies: klik niet op die url's. r.z. 

posted @ 12:55 AM | Feedback (522)

Kom, dacht ik, ik ga het jaar 2008 ook afsluiten met een mooiste verhaal.

 

Over de man bijvoorbeeld die ik, ik rokend, af en toe buiten tref bij de ingang van de rechtbank.

Of de uitgang, het is maar waar je naar toe gaat.

De man komt er meestal iets halen of brengen.

We praten dan altijd even.

Hij is erg begaan met de jeugd.

Kan boos verhalen over het falen van onze zorg aan de jeugd.

Daar zou ik eens een verhaal over moeten schrijven, roept hij dan, over de kinderen.

 

Zijn begane woorden blijven altijd een tijdje hangen.

Maar het mooiste verhaal ter afsluiting?

 

Heb net de kranten van de voorbije dagen uit,  alle beschouwingen over 2008 en over wat (wel niet) komen gaat tot mij genomen.

Ik las wel honderd meningen.

En ook dat de euro donderdagochtend tien jaar bestaat.

Al weer.

Ik las in de kranten over de kranten, over dat wij het moeilijk en zwaar gaan krijgen.

Omdat jullie denken dat internet gratis is.

Dus…

 

Ik las over burgerslachtoffers onder wie de kinderen.

Over wat in wordt, en volgende week uit zal zijn.

Ik las over wat straks waar zal blijken, met terugwerkende kracht omdat we dat nu nog niet weten.

Over dat de politie van Groningen camera’s op auto’s gaat monteren, van mensenhandel serieus werk gaat maken en dat er een nieuwe generatie veelplegers is opgestaan, net nu de oude garde voor een tijd is weggestopt.

Dat de crisis misschien meevalt, maar misschien ook weer niet.

Dat alles wel zin heeft en dat snelrecht op deze manier niks helpt.

 

Ik stelde vast dat er al heel veel is afgesloten met het beste, de slechtste, het opvallendste, het grootste, het lekkerste, het mooiste en het meest.

Ik besloot: ik zegschrijf gewoon even niks.

Al die meningen, wat een gedoe.

 

Voor zittingszaal 14 maakt het niet uit.

De misdaden en vermeende misdrijven die daar de komende maanden worden berecht, zijn toch al gepleegd.

En de rest komt vanzelf.

 

Ik las dat gele pvc-buizen gaan verdwijnen.

En dat Youp van ’t Hek voor de zesde achtereenvolgende keer het jaar voorbij praat.

 

Daardoor komt het, dat zijn woorden altijd een tijdje blijven hangen.

Omdat hij net zo praat als zijn broer.

En zijn boze verontwaardiging echt oprecht is.

 

Ik dacht,  weet je wat?

Ik sluit helemaal niets af, maar begin volgende week gewoon met jaargang vijf van mijn weblog.

En dan begin ik het nieuwe jaar mooi met een interview met een man die verdachte was in de meest bizarre strafzaak van 2008.

 

Rob Zijlstra

 

posted @ 12:37 AM | Feedback (302)

Thursday, December 18, 2008

Peter R. de Vries verijdelt duivels plan...

posted @ 1:09 AM | Feedback (300)

Wednesday, December 17, 2008

Hij beantwoordt de vragen van de rechters met de zelfverzekerdheid van een minister van financiën in kredietcrisistijd.

 

Rechters: Spijt?

Wouter: 'Als ik ergens spijt van kan krijgen, dan doe ik het niet. '

Rechters: Er zijn wel slachtoffers, gedupeerden.

Wouter: 'Ik ken wel spijt betuigen, maar dat meen ik toch niet.'

Rechters: Bij de politie heeft u gezegd dat het ook hun eigen schuld is, dat hun auto's zijn  gestolen.

Wouter: 'Ja. Als ergens iets staat, dan neem je het mee. Misschien niet goed. Maar zo gaat het wel. Wel in Den Haag.'

 

Wouter is 24 jaar en een wonderlijke verdachte.

Lange tijd woonde hij in Den Haag, maar daar werd de grond hem te heet onder de voeten. Hij had er niet alleen problemen met de politie (sinds 1997), maar ook met dealers en kruimeldieven.

Hij besloot dat het beter zou zijn een tijdje uit beeld te verdwijnen en verkaste naar Noord-Groningen, naar daar waar zijn vader woont.

 

Met de komst van Wouter steeg het misdaadcijfer in het dorp.

Ineens werd er niet alleen uit auto's gestolen, maar ook de auto's zelf.

Soms werden die later, in een bos in de buurt, uitgebrand teruggevonden.

 

Wouter: 'Ik wist wel dat het uit zou komen, dat ik zou worden gepakt. Logisch. Alles komt namelijk uit. De vraag is alleen: wanneer?'

 

In een maand tijd (augustus) registreerde de politie dertig misdaden in het dorp.

Normaliter komt de misdaad er alleen met de krant.

Er ontstond grote bezorgdheid onder de 650 inwoners.

Er kwam zelfs een burgerwacht, een nachtwacht.

 

De politie ging op onderzoek uit en kreeg een aantal jongeren in de gaten.

Op 27 augustus werd Peter aangehouden in een gestolen auto.

Tijdens het verhoor zei Peter: Wouter.

 

Wouter: 'Het was niet om het geld te doen. 't Was om de spanning. In Den Haag jat je een auto om een overval te plegen. Maar dit was alleen om het rijden. Voor de kick.'

 

Met de rode Golf werd heel de nacht spannend rondgereden. Omdat ze dat de volgende dag nog een keer wilden doen, verstopten ze de auto tussen de bomen. Maar het regende en de grond was nat. Zo kwam de auto vast te zitten.

 

Rechters: En toen heeft u de auto in brand gestoken.

Wouter: 'Ja, sowieso.'

Waarom?

Wouter: 'Vanwege de vingerafdrukken. Je ken wel gaan lopen schoonmaken, maar dat heeft geen zin. Dan ga je nadenken en dan weet je dat gewoon.'

Rechters: U stak het matje op de vloer aan.

Wouter: Ja. Matje rechtop onder het stuur gezet.'

Rechters: Rechtop onder het stuur?

Wouter: 'Dan klimt het vuur.'

Rechters: U bent nogal berekenend.

Wouter: 'Ja.'

 

De psychiater had lang met dit wonderlijke geval gesproken.

Rapporteerde dat er bij Wouter sprake is van een dwangmatig zoeken naar spanning. Dat hij vaak 's nachts wakker werd en dan de drang had iets te doen. Dat hij geen schaamte kent, geen spijt en geen verantwoordelijkheid voelt. Gestoorde persoonlijkheid met antisociale en psychopathische trekken. Kans op herhaling: supergroot.

 

Wouter kan zich daar deels wel in vinden.

Zegt: 'Er is echt iets mis met mij.'

Maar dat hij in herhaling zal vallen? Nou nee.

'Ik ben er nu helemaal klaar mee. Goed en slecht interesseerde mij vroeger niet. In de gevangenis heb ik lang kunnen nadenken. Ik wil nu wel hulp. Ik kan niet op mezelf. Als ik een eige huis heb gaat het twee maanden goed en dan fout.'

 

Niet helemaal zonder trots vertelt hij dat hij helemaal uit zichzelf is gestopt met verslaafd zijn aan cocaïne. Dat hij nu alcoholverslaafd is, maar dat dat een bewuste keuze is geweest. Omdat alcohol legaal is.

 

Nee, dat hij kort geleden vader is geworden van twee zoontjes heeft met zijn nieuw levensinzicht niets te maken.

Rechters: Wat voor een vader denkt u te worden?

Wouter: 'Ik denk geen.'

Rechters: Geen?

Wouter: 'Ik ga geen voorbeeld zijn. Ik heb er afstand van genomen.'

 

Zuur en heel zorgelijk, vat de officier van justitie haar bedenkingen samen.

'Een van de slachtoffers zou trouwen, maar heeft dat uit moeten stellen omdat hij een andere auto moest kopen. Met dertig delicten in een maand tijd heeft hij de mensen in het dorp de stuipen op het lijf gejaagd.'

 

De officier zegt dat ze volgens de richtlijnen van justitie een gevangenisstraf kan eisen van ver boven de twee jaar.

Zegt dat het niet waar is, dat als je je auto ergens neerzet en die auto wordt gestolen dat dat dan je eige schuld is. De officier zegt dat ze dat weet omdat ze jarenlang in Den Haag heeft gewerkt.

Maar ze zegt ook dat ze Wouter, licht verminderd toerekeningsvatbaar, niet helemaal wil afschrijven.

Dat hij een kwantumkorting krijgt en daarmee nog een kans.

De eis: 24 maanden waarvan zes voorwaardelijk.

 

De advocaat van Wouter vindt dat toch maar niks.

Zegt: 'Wouter is tenminste eerlijk. Hij zou, gezien zijn drang naar spanning, een prima F16-piloot zijn. En als dat zou zijn gebeurd, dat iedereen dan vol lof over hem zou zijn geweest. De advocaat pleit voor een lagere straf. 'Het is beter dat Wouter zo snel aan een behandeling kan beginnen.'

 

Vlak achter Wouter zit een man, heel de tijd wat nors te kijken.

Steeds als Wouter wat zegt, schudt hij het hoofd.

Meewarig?

Afkeurend?

Ik dacht, misschien is hij de man wel van de rode Golf.

Of de man die wilde trouwen.

 

Het is de vader.

Tegen zijn zoon heeft hij gezegd dat die niet meer welkom is in Kloosterburen.

 

Rob Zijlstra

 

 

www.zittingszaal14.nl

 

 

posted @ 3:36 PM | Feedback (330)

Tuesday, December 16, 2008

Zo te zien was het een gewone strafzaak, gewoon in de zin van alledaags.

Poging tot doodslag, misschien wel tot moord.

Een strafzaak zoals die wekelijks wel een of twee keer in zittingszaal 14 dient.

 

Ja, zegt Elvis, ik heb hem gestoken.

De rechters vragen of ze je en jij mogen zeggen, in plaats van u.

Dat praat wat gemakkelijker.

Elvis is net 19 jaar geworden.

Hij zegt dat het hem niets uitmaakt.

 

Het is geen gewone rechtszaak.

De toon is bijvoorbeeld anders dan anders.

De rechters zijn vriendelijker.

De officier van justitie niet minder.

De advocaat zegt dat ie al veel ellende heeft meegemaakt in de voorbije 25 jaar, maar dit…tjongejonge.

 

De rechters zeggen: Er is veel misgegaan in je leven. Je hebt een rotjeugd gehad. Een rotjeugd, een ander woord is er niet voor.

Elvis knikt droef.

Hij is argwanend, kijkt angstig.

De mevrouw van de reclassering had een rotrapport over hem geschreven.

En, misschien, denkt hij dat die rechters ook niet zijn te vertrouwen. Aardig of niet, het blijven volwassenen.

 

Elvis: 'Ik was bang, ik werd getreiterd.'

De rechters knikken.

Ze hebben het dossier gelezen.

Ze zeggen: Toen je moeder ging verhuizen, mocht je niet mee. Je hebt in tehuizen gezeten. Je bent ernstig mishandeld. Uiteindelijk ging je alleen in Winschoten wonen, eenzaam op kamers. Je had niemand.

 

Elvis: 'Mijn buurvrouw kreeg een vriendje. Toen wilden ze mijn kamer erbij. Ze wilden met wegtreiteren. Ik was bang, ik voelde me niet veilig.'

Rechters: Je was daar echt alleen, met veel vervelende mensen om je heen. Soms vluchtte je naar je neef.

Elvis: 'Ik liep de trap af. Toen kwam ik hem ineens tegen. Toen heb ik gestoken. In een woede-uitbarsting, in een flits. Daarna ben ik weggerend, naar mijn neef. Maar die was niet thuis. Toen ben ik naar mijn tante gegaan. Die zei dat ik naar de politie moest gaan. Dat heb ik toen gedaan.'

 

Rechters: We hebben gelezen dat je inziet dat je hulp nodig hebt. Dat is hartstikke positief.

Elvis: 'Ik ben nu van de drugs af. Ik heb nog een alcoholprobleem, maar ik voel me wel fitter.'

Rechters: Je hebt meer energie. Dat is goed. Die energie moet je gebruiken om hulp te accepteren. En je moet wat je hebt meegemaakt in je leven een plekje geven. Dat is heel belangrijk.

Elvis knikt nog maar eens, misschien bedoelen ze het echt wel aardig.

Hij zegt dat hij zijn leven graag wil oppakken

 

De officier van justitie gaat staan en zegt: 'Elvis moet de beste hulp hebben die er is. Hulp met een hoofdletter.'

De officier van justitie denkt dat Hulp geboden kan worden in de vorm van een tbs met voorwaarden. 'Maar dan moet er nog wel een voorwaardenrapport worden opgesteld en de reclassering heeft het druk. Kan wel even duren.'

 

Advocaat Erik de Mare zegt dat een tbs-setting veel te koud is, dat er lange wachttijden zijn bij de forensisch psychiatrische kliniek in Assen. Dat Elvis geen koud, maar juist een warm nest nodig heeft. Dat het jeugdstrafrecht wellicht meer mogelijkheden te bieden heeft.

Dat vindt de officier van justitie ook een goed idee.

'Dan gaan we dat onderzoeken.'

 

De rechters vragen aan Elvis of hij het allemaal een beetje heeft kunnen volgen, dat de strafzaak zal worden aangehouden om een en ander uit te zoeken en dat zij, de rechters, er persoonlijk op zullen toezien dat dat voortvarend gebeurt. Dat 'jij nu eerst weer terug moet naar de gevangenis' en dat 'we elkaar dan op 24 februari 2009 hier weer zien'.

 

Elvis zegt zachtjes dat hij het heeft begrepen.

Als hij wordt afgevoerd, kijken de rechters hem met hun vriendelijkste gezichten na.

De rechtervoorzitter: Bedankt.

Hij bedoelt vast: Zet 'm op, wij helpen je wel.

 

Niet alles wat de rechters wel weten, werd tijdens de zitting uitgesproken.

Bijvoorbeeld niet dat ze op die dag samen naar de zandbak op het pleintje gingen om te spelen.

En dat hij toen iets eerder was weggegaan.

Dat het toen was gebeurd.

Dat zijn zusje ineens weg was.

Was meegenomen.

En twee weken later gruwelijk dood.

Dat heel Assen en kort daarna heel Nederland geschokt was.

Dat zijn zusje Chanel Naomi toen 7 jaar was en hij nog maar 9.

Dat hij de schuld kreeg omdat hij eerder was weggegaan, zijn zusje alleen had gelaten.

 

Wel dat hij, toen ze gingen verhuizen, niet mee mocht, dat hij, rotkind,  toen aan zijn lot werd overgelaten.

 

Rob Zijlstra

 

 

 

dit en meer

www.zittingszaal14.nl

 

posted @ 3:41 PM | Feedback (312)

Thursday, December 11, 2008

Soms komen er mannen als Sven in zittingszaal 14.

Mannen als Sven zijn mannen die niks hebben.

Dat is best moeilijk voor te stellen.

Wat hij bezit, dat heeft hij aan.

Dat is alles.

 

Hij heeft geen e-mailadres of plannen om er eens eentje aan te vragen. Geen tandenborstel, bankrekening, tien-minutengesprekken op school, zelfs geen huurachterstand, geen collega's om grapjes mee te maken of gladde banden die nodig vervangen moeten worden.

Geen doodgewone dingen.

Als hij dood gaat, heeft hij geen nabestaanden die verdrietig kunnen zijn.

 

Behalve de kleding die hij draagt, heeft hij nog wel een wil.

Zo wil hij niet dood, niets liever dan werken en dan een normaal leven.

Maar hij kan wel meer willen.

 

Sven is op een herfstige dag in 1962 geboren in de buurt van Onesti, in het oosten van Roemenië.

Veel bracht het sobere leven hem daar niet.

Zijn vader was niet alleen veel dronken, maar tegelijkertijd ook gewelddadig.

 

Toen Sven 16 jaar was, probeerde hij aan de klauwen van zijn vader te ontsnappen door het land uit te vluchten.

Maar dat had hij, daar in 1978, gedacht.

Hij werd tijdens de vlucht gearresteerd en voor straf opgeborgen in een tochtige jeugdgevangenis.

Vijf jaar later zag hij alsnog zijn kans en zo begon zijn lange, eenzame  zwerftocht door Europa.

Waar hij kon werken, werkte hij.

Werkte het niet meer, dan trok hij verder.

 

Zo belandde Sven op een dag in Nederland.

In Groningen.

 

Op 21 augustus, om half zes in de ochtend, staat in de Groninger stadwijk Beijum ineens het leegstaande geitenverblijf van de kinderboerderij in brand.

De technische recherche stelt vast: de boel is in brand gestoken met oude kranten.

 

Sven kijkt naar de foto's van het afgebrande huisje die in het politiedossier zitten.

Hij zegt tegen de rechters dat hij die foto's nog niet had gezien, dat hij niet had verwacht dat het zo erg was.

Zegt: 'Nog meer schuldig.'

 

Rechters: 'U sliep daar regelmatig?

Sven knikt. Hij sliep bij de beesten.

Een mens van niks moet toch ergens slapen.

 

Kort na de brand meldt Sven zich op het politiebureau.

Vertelt daar: 'Ik heb het gedaan.'

Rechters: U heeft ook een pak koekjes gestolen bij de Albert Heijn.

'Ja, dat ook.'

 

Rechters: En u ook al eens dozen die langs de Hereweg stonden in brand gestoken.

Sven: 'Het was goed dat het regende.'

Rechters: Waarom steekt u uw eigen slaapplaats in brand?

 

Diepe zucht.

 

Zegt tegen de tolk: 'Ik was alleen en aan het einde van mijn krachten, teleurgesteld en wanhopig. Ik had geen werk gevonden. Ik wist het niet meer. En ik wou niet doodgaan. Ik heb hulp nodig, maar ik weet niet hoe ik die kan krijgen. Ik wil niemand kwaad doen. Ik ben op zoek naar rust, naar werk om normaal te kunnen leven.'

 

De psychiater had geschreven dat Sven zeer onthecht is, geen eigen plek heeft, dat zijn leven totaal mislukt en uitzichtloos is. Die actie, die brand, dat was een schreeuw om hulp. Want hij wil nog wat van zijn leven maken.

 

De rechters hebben ontdekt dat hij nog iets heeft: een oude moeder in Roemenie.

Ze zeggen: 'Is het niet beter dat u haar gaat verzorgen in plaats van hier winkeldiefstallen te plegen?'

Sven: 'Ik kan haar niets bieden, ik zou haar tot last zijn.'

Rechters: Het was ook maar een ideetje.

 

Sven wil sowieso nooit van zijn leven terug naar dat rotland Roemenië. 

Dan gaat hij nog liever naar de Noordpool, zegt hij tegen de rechters.

Of naar de gevangenis, altijd nog beter dan een geitenhok.

 

Rechters: Maar wat gaat u doen als u vrijkomt? Dan moet u wel eten.

Sven: 'Ik blijf in Nederland.'

Rechters: Dat klinkt een beetje dreigend. Zo van, als jullie mij geen hulp geven, ga ik misschien nog ergere dingen doen.

Sven zegt dat dat nooit zal gebeuren, nog ergere dingen.

 

Als de officier van justitie aan zijn requisitoir begint, kijkt hij Sven aan.

Zegt: 'Ik heb medelijden met u. Dit lijkt mij een zaak van schrijnende hopeloosheid. En uw positie hier is niet houdbaar. Probleem is: ik kan er ook niks aan doen, ik kan de reclassering niet op u afsturen, ik kan niks. Het enige dat het openbaar ministerie vermag is een strafeis formuleren.'

 

Sven zit in de gevangenis vast sinds hij zich vrijwillig op het politiebureau meldde, nu ruim drie maanden geleden.

Misschien, denk ik, vindt de officier van justitie met medelijden dat wel voldoende.

 

De officier van justitie formuleert: 'U heeft brand gesticht om hulp af te dwingen. Dat ligt tegen chantage aan en daar til ik zwaar aan. Het is niet anders. Ik eis 15 maanden gevangenisstraf.'

 

Pff.

 

Dat is op een maand na net zoveel als de straf die de rechtbank gepast vindt voor Johnny B. uit 't Zandt.

 

Aan de andere kant, misschien is Sven er wel blij mee. Hoeft hij 450 nachten (met aftrek voorarrest) niet op zoek hoeft naar een hok om te slapen.

En misschien maakt hij in de gevangenis wel foute vrienden.

 

Rob Zijlstra

 

 

 

dit en meer

www.zittingszaal14.nl

 

posted @ 12:41 PM | Feedback (303)

Monday, December 08, 2008

Ik kan nou wel altijd slechte dingen schrijven over criminelen, maar er zijn ook advocaten die er wat van kunnen.

In die zin dat ze er niks van bakken.

 

Een jaar geleden voelde ik mij genoodzaakt het pleidooi van mr. E., advocaat te Groningen, uit te roepen tot het meest belabberde van 2007.

In Groningen.

Mr. E. stond een man bij die werd verdacht van een poging tot moord. Er werd 4 jaar gevangenisstraf geëist. Mr. E. haalde in zijn pleidooi zulke merkwaardige capriolen uit, dat ik niet anders kon dan dit uit te roepen.

De rechtbank veroordeelde de man twee weken later tot 42 maanden celstraf, waarvan 6 voorwaardelijk. De verdachte ging in hoger beroep, met een andere advocaat, en werd vrijgesproken.

 

Het was destijds niet mijn bedoeling er een gewoonte van te maken, zo aan het einde van het jaar.

Maar ik ontkom er niet aan.

 

Het pleidooi dat advocaat mr. M. Vos  donderdagmiddag in zittingszaal 14 hield, is het meest belabberde pleidooi van 2008.

In Groningen.

Terwijl mr. Vos hakkelend stond te kakelen, vulde de zittingszaal zich met plaatsvervangende schaamte.

Zijn pleidooi was zo slecht, dat ik het hier niet eens goed kan beschrijven.

 

In de luttele minuten die mr. M. Vos meende nodig te hebben zijn cliënt te verdedigen, zei hij zes keer dat cliënt wel degelijk spijt had van wat hij had gedaan.

Maar dat had de verdachte cliënt zelf ook al 27 maal gezegd.

Drie maal hield hij de rechtbank voor dat de kans op herhaling (deskundigen: grote kans) te verwaarlozen is. Waarom dat zo is (of niet), zei hij er drie keer niet bij.    

 

En o ja, zo besloot hij zijn lelijke verhaal, mijn cliënt wil die schadevergoeding van 4200 en 3000 euro best wel betalen, alleen heeft hij met een maandinkomen van 1200 euro geen draagkracht. Dus…

En dat zijn cliënt het ook extra zwaar heeft, want hij zit nota bene in de gevangenis in zijn eigen woonplaats.

 

En o ja, besloot hij nog een keer, cliënt heeft ook al een hele lange tijd vastgezeten, hij zit al vast sinds 27 augustus. Ik stel een behandeling voor.

Daarna tuurde hij naar twee A-viertjes, om te zien of hij misschien nog wat was vergeten.

Rommelige stilte.

O ja, plus een uuh voorwaardelijke straf.

En toen zei de advocaat dat hij het daar maar bij wou laten.

 

De officier van justitie had een gevangenisstraf van 6 jaar geëist.

 

De verdachte cliënt van Vos heeft schuld bekend, dus daar valt zelfs voor een sluwe verdediger niet veel eer te behalen.

Maar een verdachte die 72 jaar oud is, ongeneselijk ziek, met hartkwalen, vocht achter de longen, met maagklachten en die een strafeis van 6 jaar om de oren krijgt geslingerd, die heeft een advocaat nodig die werk van de zaak maakt.

 

Op de site van het advocatenkantoor waar mr. M. Vos toe behoort, staat dat het kantoor is gespecialiseerd in personen- en familierecht en arbeidsrecht.

Misschien is mr. M. Vos binnen die rechtsgebieden wel een topadvocaat.

Dat kan best.

Nog beter lijkt mij dat mr. M. Vos verdachten in strafzaken voortaan met rust laat.

En andersom.

 

Rob Zijlstra

posted @ 10:01 AM | Feedback (380)

Thursday, December 04, 2008

De auto is stuk en bij de garage moet hij een tijdje wachten.

Hij denkt, geeft niks, dan ga ik hier in Ter Apel even bij mijn ouders op visite.

De ouders zijn niet thuis.

Geen nood, want hij heeft de sleutel.

 

Binnen ziet de zoon een dvd'tje liggen.

Hij weet dat pa zich tegenwoordig bezighoudt met het monteren van vakantiefilmpjes op de computer. Om de tijd te doden, stopt hij het schijfje in de laptop en gaat er misschien wel eens goed voor zitten.

 

Kort daarop hoort hij het in Keulen donderen.

Niks vakantiefilmpje van de camping in Sauerland waar de caravan staat, waar zijn ouders graag naar toe mochten gaan.

 

Op het beeldscherm ziet hij hoe zijn vader seks heeft met kleine kinderen.

Met zijn kind.

Met de andere kleinkinderen in de familie.

 

Op de werkkamer liggen meer filmpjes.

Recente, maar ook opnamen uit 1995.

Het beeld van zijn vader, geboren in 1936, ligt van het een op het andere moment in gruzelementen.

 

De auto is gerepareerd, maar hij rijdt stuk naar huis.

Wat te doen?

Niet veel later hoort hij dat opa en oma met een van de kleinkinderen naar Sauerland willen gaan. Dat lijkt hem geen goed idee.

Hij roept de familie bijeen voor beraad.

Nog diezelfde avond wordt vader Jacob met de beelden geconfronteerd. Het wordt een lange avond en een korte nacht.

 

Oma besluit de scheiding aan de te vragen, de familie om aangifte te doen.

Vader Jacob wordt gearresteerd.

Sindsdien, sinds eind augustus, zit hij in de gevangenis van Ter Apel, waar veel van zijn dorpsgenoten en kennissen werken.

 

Hij zegt tegen de rechters: 'Ik verafschuw mezelf. 'Ik heb nooit beseft wat ik de kinderen heb aangedaan. Ik kan niet met mezelf in het reine komen. Het is een geheim wat je meedraagt in je hoofd. Ik zit daar enorm mee. Ik hield van die kinderen, mijn kleinkinderen. Ik voelde genegenheid. Alleen ben ik te ver gegaan. Ik ben blij dat nu alles is uitgekomen.'

 

Zo als het hier staat, zo vlot kwam het er niet uit.

Opa Jacob worstelt zich door de woorden heen.

Soms stokt het.

Dan zegt hij: 'Verdikkeme, alsof ik een excuus zoek.'

Hij zegt dat hij straf heeft verdiend en de straf zal aanvaarden.

 

Tijdens de huiszoeking (en in de caravan in Duitsland) vindt de politie een brief, bestemd voor een van de kleinkinderen.

Die moet, zodra opa dood is, een tas vol film- en fotomateriaal vernietigen.

 

De rechters: Het is gemakkelijk te zeggen dat u spijt heeft. Dat u walging voelt. Maar het heeft vijftien jaar geduurd. U maakte filmpjes, die brief…

Jacob: 'Het gebeurde niet wekelijks, er gebeurde wel eens een jaar helemaal niets.'

 

Na de aangifte gaat bij de politie het groot alarm af.

Want Jacob is niet alleen opa en rond deze tijd van het jaar vaak Sinterklaas.

Hij is ook hopman bij de padvinderij, was er altijd bij als ze met z'n allen naar de Pinksterkampen gingen in de bossen van Drenthe.

Gevreesd wordt voor heel veel slachtoffers.

Politie en justitie halen daarom de draaiboeken uit de kast, ook voor het geval de media massaal richting Ter Apel opstomen voor het zoveelste nationale zedenschandaal.

Zover komt het niet.

 

De rechters zeggen: U bent geen domme man. U wist dat het strafbaar was. Op een van de filmpjes horen wij u zeggen tegen een kleinkind dat hij niks mag vertellen, omdat opa anders naar de gevangenis moet. Waarom dan toch?

 

Jacob: 'Toen de dokter vertelde dat ik ongeneselijk ziek ben, ging ik nadenken over mijn leven. Ik ontdekte dat ik heel mijn leven eenzaam ben geweest. Na 1953 ben ik in mezelf gekropen.'

Rechters: Wij hebben gelezen dat in 1953 uw moeder bij een auto-ongeluk om het leven is gekomen.

 

De psycholoog:  'Sindsdien zocht hij naar paradijselijke geborgenheid. Er is sprake van een pedofiele ontwikkeling.'

Rechters: '1953, dat is 55 jaar geleden.'

Jacob (slokje water): 'Ik zie de film van '53 nog elke dag.'

 

Rechter: Hoe denkt u hoe eenzaam een jongen van vijftien met de penis van zijn opa in zijn anus zich voelt?

Het wordt even heel stil in zittingszaal 14.

Rechter: Ja, laat ik het gewoon maar zeggen zoals het is.

 

De officier van justitie: 'Hij heeft het leven van vijf kinderen verziekt. Meneer is 72 jaar en ongeneselijk ziek. Jammer, maar ik ga daar geen rekening mee houden. Ik eis zes jaar gevangenisstraf.'

Jacob: 'Ik hoop dat ze me het ooit zullen vergeven.'

 

Daarna wordt hij door de parketpolitie afgevoerd, misschien langs zijn lege huis, terug naar de gevangenis.

 

Ik denk, wel een beetje wrang: als de rechters de eis over twee weken overnemen, zie ik hoe iemand bij leven naar zijn laatste rustplaats wordt gebracht.

 

Rob Zijlstra

posted @ 6:44 PM | Feedback (307)

Tuesday, December 02, 2008

30 mei 2008

Een arme man dreigt wegens achterstallige huur zijn woning te worden uitgezet. De broer van de man kent iemand op zijn werk die misschien kan helpen. Ene Erik. En ene Erik wil best wel helpen. Zegt: geef mij die 600 euro van je, dan leg ik er 500 bij, gaan we samen maar het incassobureau en dan regel ik het daar. Dont' worry. De man ziet hoe Erik het bureau binnenstapt en even later weer naar buiten komt.

Geregeld.

Drie weken later komt de man thuis, kan zijn woning niet in. Het huis is ontruimd, zegt de buurvrouw. Erik had niks geregeld, niks betaald bij de incasso. Hij was er alleen maar 600 euro rijker geworden.

 

Erik tegen de rechters: 'Ik weet van niets.'

 

 

juni – juli

Erik vraagt aan een collega of die hem even 200 euro kan lenen. De collega zegt dat dat niet kan, dat hij dat geld niet heeft. Erik zegt dat hij niet moet liegen. Dat als hij het geld niet krijgt dat hij op zijn lijstje komt te staan, dat hij dan een kuil zal moeten graven.

 

Samen pinnen ze 200 euro.

 

Niet lang daarna meldt Erik aan de collega dat hij die 200 euro graag terug wil betalen, want dat had hij toch beloofd? Een probleempje: hij heeft alleen maar een biljet van 500 euro. De collega zegt 'geeft niks, zegt dat hij dan wel even 300 euro gaat pinnen, het wisselgeld. Bij de aflossing zegt Erik dat hij van gedachten is veranderd, dat hij die 300 euro ook nodig heeft.

 

De collega is een man met een verstandelijke handicap. Hij is doodsbang en durft geen 'nee' te zeggen. Ook al omdat Erik dreigt zijn familie aan te pakken (overhoop te steken).

Niet lang daarna gaat de collega er nog eens aan voor 600 euro.

 

Erik tegen de rechters: 'Ik heb er niets mee te maken.'

 

 

11 augustus

Erik staat op een bruggetje in het Stadspark, jointje te roken.

Iets verderop loopt Alfred, op zoek naar herenliefde.

Er wordt gelonkt, verleid, er is contact.

Dan staan ze oog in oog.

Alfred zegt: 'Dag.'

Erik zegt: 'Ik wil geen seks. Ik steek een sleutel in je strot en dit is de laatste dag dat je adem haalt.'

 

Hij dwingt Alfred, die doodsbang is, in zijn eigen auto te stappen en richting Hoogkerk te rijden. Naar de pin van de Rabobank. Terwijl Erik de capuchon over het hoofd trekt, toetst Alfred zijn pincode in.

Zegt dat hij nog 500 euro kan pinnen.

Erik zegt: 'Alles.'

 

Dan gaat het mis. Er komt een medewerker van de bank aan. Alfred loopt  het bankgebouw binnen en roept dat hij wordt bedreigd.

Erik maakt zich uit de voeten.

Een klant herkent hem.

Het is – o toeval – de neef van Erik.

 

Gedoe, gebel.

De neef laat weten dat Erik spijt heeft, dat hij zijn excuses wil aanbieden. Dat Alfred dan misschien kan afzien van het doen van aangifte.

Dat doet Alfred niet.

Zo hij ook zijn plannen laat varen om van het platteland naar de stad te verhuizen.

 

Erik zegt tegen de rechters: 'Ik heb er niets mee te maken.'

 

 

14 augustus

Albert fiets door het Stadspark. Ziet in de verte twee mannen staan. Eenmaal dichtbij, moet hij stoppen. Hij krijgt de loop van een vuurapen tegen het hoofd. Albert vermoedt een 'nepper', maar toch. Hij wordt gefouilleerd, maar de fouillerende overvaller vindt geen buit. Uit angst geeft Albert toch zijn portemonnee af met 100 euro en pasjes. Later wordt een man aangehouden. Hij bekent. Zegt dat hij werd gedwongen de overval te plegen. Ik moest in zijn zakken voelen. Ik voelde wel iets, maar ik deed net alsof ik niets voelde. Toen gaf de man uit zichzelf zijn portemonnee. Wie die andere man was? Erik.

 

Erik tegen de rechters: 'Ik kan er niets over verklaren, want ik heb er niets mee te maken.'

 

 

14 augustus, 's middags

De collega van Erik, die in verband met de intimidaties, bedreigingen en nachtmerries, halve dagen werkt, gaat naar huis. Halverwege staat een man op het fietspad. Erik. Zegt dat hij mee moet naar de pin. Dan zal hij die 1100 euro terugbetalen. Eenmaal bij de pin, naast bioscoop Pathé in de binnenstad van Groningen, zegt Erik dat hij 300 euro wil. Zoniet, dan verkoop ik je Kymco-scooter. De collega raakt de kluts kwijt, gaat er vandoor en valt in handen van de crisis-interventie.

De scooter wordt later te koop aangeboden bij een scooterwinkel.

 

 

Erik tegen de rechters: 'Ik heb er niets mee te maken'

 

 

14 augustus, 's avonds

Twee mannen bestellen na een bezoek aan het casino op de Grote Markt een taxi. Ze moeten naar de Campinglaan, Stadspark. Daar aangekomen zegt de chauffeur: dat is dan 12,40 euro altublieft. De tweemannen dachten van niet. Onder bedreiging van een vuurwapen geeft de chauffeur zijn portemonnee af. Een van de twee mannen: ik deed het samen met Erik, diezelfde met wie ik ook die fietser heb beroofd, moest beroven.

 

Erik: 'Het is een samenzwering tegen mij.'

De rechters zeggen: Heel Groningen is tegen u?

Erik: 'Ik denk het.'

 

Zijn documentatie: overval op taxi, in november 2007 veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf waarvan 6 voorwaardelijk; diefstal, in mei 2007 veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur en een maand voorwaardelijk.

 

De reclassering zegt: Erik is een vriendelijke jongeman van 23 jaar met

een enorme muur om zich heen. Hij heeft een laag zelfinzicht, is niet gemotiveerd en glijdt langzaam maar zeker af. Hij staat niet open voor behandeling. Heeft een gokprobleem.

Eric zegt: 'Ik wil best wel meewerken, maar over sommige zaken wil ik niet praten. Dat is privé.'

 

De officier van justitie: 'Omdat hij niets wil en ik niet een hulpplan uit mijn togamouw kan schudden, ben ik somber gestemd. Het gaat hier over nare feiten en ik ben van mening dat de stad even een tijd van Erik verlost moet zijn, dat een stevige vergelding gepast en geboden is. Ik eis 30 maanden gevangenisstraf plus 6 maanden en 1 maand cel die hij eerder  voorwaardelijk kreeg opgelegd.'

 

15 december

Uitspraak.

 

Rob Zijlstra

 

 

 

dit en meer

www.zittingszaal14.nl

(nieuw weblogadres)

posted @ 3:39 PM | Feedback (325)

Monday, December 01, 2008

De rechtbank doet vanmiddag (13.00 uur) uitspraak in de zaak 't Zandt.

 

Op 14 augustus vorig jaar vloog de leegstaande aalmoezenierswoning aan de Hoofdstraat in het dorp (900 inwoners) in brand. Er zouden nog zo'n twintig branden en brandjes (pogingen) in de daarop volgende vier maanden volgen. In schuurtjes en in leegstaande panden. De onrust in 't Zandt en omgeving nam per brand toe.

 

Op een gegeven moment stelde de politie met de burgemeester van Loppersum vast dat de openbare orde en veiligheid in het geding was. Besloten werd om alles uit de kast te trekken: er werd een team grootschalige opsporing (tgo) opgetuigd, zo'n team dat normaliter alleen bij moord- en doodslag van stal wordt gehaald. Doel was om nieuwe branden te voorkomen, de brandstichter op te sporen en om met dit alles de rust weer te laten keren.

 

Er werden bijzondere opsporingsmiddelen ingezet tegen op dat moment vijf verdachten. Hun telefoons werden getapt, ze werden geobserveerd (geschaduwd), er werden her en der camera's in het dorp opgehangen, peilzenders onder auto's geplakt, er kwam een tijdelijke politiepost in het dorpshuis. Toen dat alles niet leidde tot resultaat, werd een beroep gedaan op het leger en vernuftig legerapparatuur.

 

Op 6 december concludeerde de politie dat Johnny B. – een van de vijf – de boef moest zijn. De tactiek was om hem 24 uur per dag te volgen en hem dan op heterdaad te betrappen en te arresteren.

 

Dat laatste is mislukt.

Op 18 december werd Johnny B. aangehouden in de draaideur van de hoofdingang van het UMCG (ziekenhuis) in Groningen door een arrestatieteam. 'We hebben hem', riep de politie zo hard ze maar kon.

Dit nadat een brandende kaars was aangetroffen in een schuurtje in Zeerijp. Johnny B. had zich kort daarvoor opgehouden in die omgeving. Maar niemand heeft hem, terwijl hij in de gaten werd gehouden, in of bij dat schuurtje gezien.

 

Met de aanhouding was wel het doel bereikt. Er volgden geen nieuwe branden, er zat een verdachte in het hok en daarmee keerde de rust in Noord-Groningen terug. Sommigen hadden altijd al gedacht dat het Johnny moest zijn geweest, anderen konden zich dat niet voorstellen.

 

Twee weken geleden werden aan Johnny B., een 20-jarige hovenier – drie brandstichtingen en vijf pogingen daartoe ten laste gelegd. Daarnaast wordt hij verdacht van het versturen van acht dreigbrieven en het in bezit hebben van 28 kilo illegaal vuurwerk.

De eis: 5 jaar gevangenisstraf.

 

Ik schreef eerder dat politie en justitie van Johnny B. een monster hebben gemaakt. Dat vind ik nog steeds. Daarmee wil ik de ernst van deze kwestie niet bagatelliseren. Een inwoner van het 't Zandt die mijn mening niet deelt – schreef mij dat er meer aan de hand is geweest dan die twintig brandstichtingen en pogingen alleen. Ook de mensen die niet het slachtoffer zijn geworden van brand, zijn toch slachtoffer: wij hebben wel vier maanden in angst gezeten, het gedrag van onze kinderen (angstig) zien veranderen. 'En daar hoor je niemand over', zo schreef deze bewoner.

Deze bewoner heeft gelijk.

 

Vanmiddag doet de rechtbank uitspraak.

 

Johnny B. heeft alles ontkend, op het in bezit hebben van illegaal vuurwerk na.

Dat is in zijn woning aangetroffen.

Alles, op het vuurwerk na, ontkennen in deze zaak is wel veel.

 

Wat pleit voor hem?

 

Niemand heeft hem ooit kunnen betrappen.

Gezien de grootse inzet van politiemensen (44.300 politieagenten-uren) en militairen (onbekend), met de meest vernuftige apparatuur, in een klein dorp is dat opmerkelijk. Ook toen de politie zo goed als zeker wist dat Johnny B. 'hun' man was en hij onder 24-uurs-toezicht kwam te staan, brak er wel brand uit, maar kon hij niet worden betrapt. Opmerkelijk en gek.

 

Er is geen direct bewijs.

Er zijn wel – soms vage – dna-sporen gevonden die aan B. gelinkt kunnen worden. Dat zegt iets, namelijk dat hij gelinkt kan worden aan de plek van een brandhaard. Maar het zegt niets over het brandstichten zelf.

 

Hij ontkent.

Johnny B. is bijna zestig keer verhoord. Politieverhoren zijn uiterst professioneel: de verhoren worden niet afgenomen, zoals in de film, door een boze en vriendelijke (koffie- en sigaretten aanbiedende) rechercheur. Er wordt een verhoorplan opgesteld, waar gedragswetenschappers aan te pas komen. Rechercheurs worden tijdens het verhoor door hen gestuurd. Er wordt psychologische druk opgebouwd. Er zijn voorbeelden te over dat verdachten die onschuldig zijn, onder deze druk toch een bekentenis afleggen.

Johnny B. bleef echter staan. Dat zegt iets. Een betrokken gedragswetenschapper: 'Wie na zestig verhoren nog steeds ontkent levert een bijna onmenselijke prestatie. Hij is dan of echt onschuldig of zwaar gestoord.'

Dit laatste is bij Johnny B. niet vastgesteld.

 

 

Wat pleit tegen hem?

 

Nogal wat. Hij is op plekken gesignaleerd waar hij niets te zoeken had en waar kort daarna wel brand uitbrak. Er zijn op brandlocaties schoensporen gevonden die passen in het profiel van schoenen die B. droeg (schoenen overigens die veel mensen dragen). Bij een aantal branden zijn met benzine gevulde flesjes afwasmiddel gevonden. Via een kassabonnenonderzoek is vastgesteld dat de familie B. soortgelijke flesjes afwasmiddel heeft gekocht (alles wat u koopt, is met terugwerkende kracht te achterhalen, ook opmerkelijk). Er is op kaarsen die bij pogingen tot brandstichting zijn gevonden dna-materiaal van B. aangetroffen. Bij een van de branden is een cola-flesje gevonden zonder etiket. Het ontbrekende etiket is een jaszak van B. gevonden. Bij een van de branden (poging) is een blauw papier gevonden dat ook is aangetroffen in de auto van B. De scheurranden komen overeen.

 

Op de dreigbrieven – zonder ernstige bedreigingen overigens – zijn dna-sporen gevonden (op vijf postzegels) die aan B. gelinkt kunnen worden. B. zegt dat hij geen brieven kan hebben verstuurd omdat hij op dat moment vastzat en werd gecontroleerd. De politie heeft – na eigen onderzoek – vastgesteld dat er hiaten zitten in het gecontroleerde postverkeer vanuit de gevangenis. Het kan dus wel.

 

Er pleit veel tegen Johnny B.

Ik denk te veel.

Maar ik denk dat met een schuldigverklaring van B. het mysterie van 't Zandt niet volledig is opgehelderd.

En ik kan mij niet voorstellen dat B. voor de feiten die hem uiteindelijk ten laste zijn gelegd, vijf jaar gevangenisstraf krijgt.

 

Rob Zijlstra

 

 

 

zie voor dit en meer:

www.zittingszaal14.nl

(nieuw weblogadres)

 

posted @ 1:41 AM | Feedback (381)

Thursday, November 27, 2008

Het lijkt alsof de verdachte gaat exploderen, zo ontzettend kwaad kijkt hij naar de officier van justitie.

Een half uur later schudt hij diezelfde officier de hand en verlaat hij met een tevreden glimlach de zittingszaal.

Vrijspraak.

Wat achterblijft is een politierechter met twijfels, de stevig balende officier van justitie en een vrouw op de publieke tribune die verslagen of vol ongeloof voor zich uit staart.

 

De man, Jamie, is vrijgesproken van schennis van de eerbaarheid.

 

In maart moest hij even naar de dokter. Als hij tegen half tien de wachtkamer binnenstapt, zit daar ook een klein meisje.

Zij speelt.

Jamie gaat zitten te wachten.

Na tien minuten komt de moeder van het meisje uit de behandelkamer en samen gaan ze weg, op de fiets naar huis.

Jamie is de volgende patiënt.

 

Niet lang daarna wordt hij gearresteerd.

Hij zou, luidt de verdenking, in die wachtkamer zijn piemel uit de broek hebben gehaald en zich hebben afgetrokken. In aanwezigheid van het meisje.

Jamie ontkent.

 

Het zal je gebeuren.

Even naar de huisarts en vervolgens als arrestant op het politiebureau omdat een meisje van vijf een raar verhaal heeft verteld.

Zeggen dat je dat niet hebt gedaan, dat je zoiets toch niet doet, heeft geen zin.

Omdat ze je niet geloven.

 

Op de fiets naar huis vertelt Karin aan haar moeder dat het een rare meneer was in de wachtkamer.

Eerst krabde hij aan zijn piemel.

Toen haalde hij zijn piemel uit de broek.

En toen ging die meneer met zijn vuist op en neer.

Nee, hij had niks gezegd.

Ontdaan doet de moeder aangifte.

 

Karin wordt verhoord in een speciale kinderverhoorstudio door een hiervoor opgeleide zedenrechercheur, getraind in het herkennen van verhalen die wel heel oprecht worden verteld, maar die toch niet echt zijn gebeurd.

Maar het verhaal van Karin kan wel eens waar zijn, is de conclusie.

 

Waarom zou een meisje van vijf zoiets vertellen, met details die meisjes van vijf helemaal nog niet kunnen weten?

Jamie zegt tegen de politierechter dat niet te weten.

 

Hij heeft wel een verhaal.

 

Het regende toen hij naar de dokter moest. Daarom deed hij in de wachtkamer zijn jas uit.

Zag toen tot zijn schrik dat de gulp kapot was, het rits-lipje zat vast aan de onderkant. Hij vond het gênant en dus zou en moest die rits dicht.

Daarom had hij de ene hand in zijn broek gestopt en probeerde de andere hand dat lipje omhoog te trekken.

 

De politierechter: U droeg geen onderbroek. Waarom niet?

Jamie: 'Dat was toen in de mode. Nu niet meer.'

Politierechter: U bent modebewust?

Jamie: 'Ik draag nu wel een onderbroek.'

 

De officier van justitie: 'Liegt u wel eens?'

Jamie: 'Uhh, jawel.'

Officier: 'Nu?'

Jamie: 'Nee.'

Officier: 'Dus het kind liegt?'

Jamie: 'Kunt u bewijzen dat ik lieg?'

 

Dit is ook het moment van de dreigende explosie.

Het zal je gebeuren dat ze je ook in de rechtszaal niet geloven.

 

Maar er is nog iets.

Jamie kwam in 1999 naar Nederland, nadat hij in zijn geboorteland Engeland was veroordeeld wegens ontucht met kinderen.

Hij vond hier een baan als kok in een populair restaurant in de Groninger binnenstad.

Tot ergens in 2004 ging het goed.

Toen werd hij veroordeeld wegens schennis.

En in oktober vorig jaar weer voor ontucht met kind.

Hij is in behandeling.

 

De officier van justitie is er klaar mee.

Zegt: 'Als er één plek is waar we ons veilig moeten kunnen voelen, is het wel de wachtkamer bij de dokter. Het verhaal van Karin is authentiek, haar gedrag later – angstig, weer plassen in bed – is herkenbaar in dit soort zedenzaken. En zijn verhaal, die rits, is merkwaardige kul.'

 

De officier zegt het liefst drie maanden gevangenisstraf, de maximale straf voor dit delict, te willen eisen.

'Maar dan gaat meneer in hoger beroep en dan zijn we twee, drie jaar verder voordat hij zijn straf moet uitzitten. Dat schiet niet op. Ik eis een straf die op de langere termijn beter is voor iedereen: drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en verplicht toezicht van de reclassering. De behandeling kan dan worden voortgezet.'

 

Explosiegevaar geweken.

 

Nu de politierechter nog.

Zij zegt: Er is een verhaal van een kind van vijf dat wordt bevestigd door haar moeder. Aan de andere kant uw verhaal. U ontkent. Er is het herkenbaar gedrag van het meisje later. Maar dat zegt alleen de moeder, er is geen andere bron die dat bevestigt. En dan is er nog de mogelijkheid dat er, terwijl de moeder bij de dokter zat, en de verdachte nog niet in de wachtkamer, iemand anders binnen is geweest. De politie heeft dat niet onderzocht. Te veel twijfels. Dus vrijspraak.

 

De tolk tegen Jamie: 'Not guilty. Case closed.'

 

Hij staat op en loopt met uitgestoken hand naar de officier, vol ongeloof gadegeslagen door de verslagen moeder.

 

Rob Zijlstra

 

posted @ 9:07 PM | Feedback (240)

Wednesday, November 26, 2008

Ik hoop dat ze haar lang vasthouden, zegt de man voor de uitgang van het Groninger gerechtsgebouw.

Hij heeft zojuist de strafzaak bijgewoond van Marieke.

 

Ik ken de man niet en dan moet je altijd een beetje op je woorden letten, zo vlak na een zitting.

Misschien is hij wel de boze echtgenoot van de nog bozere vrouw die bij de pinautomaat door Marieke werd beroofd.

Dat zijn vrouw de confrontatie niet aandurfde met haar belaagster en dat hij toen had gezegd, ik ga wel.

Of zij: ga jij maar.

 

De man zegt: 'Ik ben de vader van Marieke. Vroeger, zegt hij, was het een poppetje, een pracht van een meid.'

 

Marieke, 33 jaar.

Ze zou, zo op het eerste gezicht, niet eens opvallen tussen de doorgaans  verzorgde werkneemsters van een winkel vol parfum en schoonheidssmeerseltjes.

 

Marieke heeft, in korte tijd, flink huisgehouden.

Ze beroofde een vrouw bij een SNS-pinautomaat (100 euro), jatte schoenen bij de Schoenenreus en bij V&D, oorbellen bij de drogisterij, nog een vrouw, maar dan bij de pin aan de Grote Markt, geld uit een woning waar ze had ingebroken en – en dat was misschien nog wel het allerergste – 100 euro uit de kinderspaarpot van haar dochtertje.

 

Als dat laatste als eerste feit aan de orde komt, barst ze in huilen uit.

Een niet zo'n beetje ook.

Ze verbergt het gezicht achter haar handen, alsof ze er niet meer wil zijn. Tussendoor probeert ze te zeggen, happend naar adem, dat ze zich zo-vre-se-lijk-scha-a-aamt.

 

Ze had het gedaan toen haar ex met zijn (en haar) dochtertje op vakantie was. Ze had ingebroken in haar vroegere huis en toen het geld uit de kinderspaarpot gepeuterd.

'Ik was zo in de war', klinkt het tussen het gehuil door.

 

De bode brengt een glaasje water.

 

En die andere inbraak?

'Dat was in het huis van mijn ex-dealer. En het was mijn eigen geld. Al mijn spullen stonden daar nog. Die heb ik laten staan. Ik heb daar een tijdje gewoond. Een vreselijke tijd, heel griezelig allemaal. Ik zat daar opgesloten, op een nacht ben ik gevlucht.'

 

Mevrouw bij de pin van de SNS-bank?

'Ik zat op de bodem van mijn leven. Dat geld wil ik zo snel mogelijk terugbetalen. Ik heb haar een excuusbrief geschreven, hoop dat ze het begrijpt.'

 

En die andere mevrouw, op de Grote Markt, dan?

'Dat was een vergissing. Ik was die avond daarvoor zelf beroofd. Ik dacht dat ik haar zag staan bij de pin. Toen ik het geld pakte, zag ik dat ze het niet was. Toen heb ik het geld losgelaten. Het vloog overal heen, heel chaotisch en angstig. Ik ben weggerend.'

 

Oorbellen, schoenen?

'Oorbellen klopt. Dat van die schoenen, dat snap ik zelf ook niet helemaal. Het waren nog lelijke schoenen ook. Ik had ze gepast en ben toen weggelopen. Mijn eigen schoenen, die veel mooier waren, heb ik laten staan. Het was allemaal heel raar. Bij de V&D ging het om rode pumps met zwarte hakken. Die had ik gepast en toen vergeten. Ik ben echt geen dief.'

 

Dat laatste had de officier van justitie ook gezien.

Zegt: 'Wel gek eigenlijk.'

Marieke is al vele jaren verslaafd.

Keihard.

En toch, zegt de officier, bent u bij ons niet bekend.

 

De ellende kwam toen ze 18 was en het huis uitging.

Ze begon met drank en toen met drugs, op een slecht moment zo'n drie à vier gram cocaïne en een grammetje heroïne.

Per dag.

Dat is niveau Champions League.

 

De drugs kreeg ze van haar dealer, in ruil voor seks.

Maar ook dan nog had ze veel geld nodig per dag.

'Het was allemaal zo vreselijk", zegt ze.

 

De meeste verslavingsklinieken heeft ze al eens bezocht.

Eenmaal ging ze supergemotiveerd naar het IMC, het Intramuraal Motivatie Centrum in Eelde.

Ze kwam er binnen, wordt gezegd, als de ideale schoondochter.

Na vijftien minuten liep ze weg.

'Het overdonderde me, al die mensen daar, al die bekenden.'

 

Nu zit Marieke in de vrouwengevangenis in Zwolle.

De hel, zegt ze.

'Ik ga daar kapot, het is in die gevangenis zo vreselijk.'

Ze zegt ook dat ze haar dochtertje zo vreselijk mist.

En dat ze zo bang is, dat als ze weer buiten komt, dat het dan weer vreselijk mis zal gaan.

'Ik red het niet. Snapt u?'

 

De rechters knikken.

Ze snappen dat omdat ze dit zo vaak horen en er ook niet zo veel aan kunnen doen.

Ze zeggen: U bent bang voor een terugval.

 

De oplossing voor Marieke, zegt de reclassering, is een kliniek met een superhoog beveiligingsniveau tegen wegelopen.

Die bestaan, maar met wachtlijsten.

Soms wel tot een jaar.

 

Marieke zegt: 'Wachten is het ergste. Ik ben zo bang. Ik ben zo bang dat ik nog maanden in die gevangenis moet zitten. Dat ik nooit weer in de maatschappij kom. Overal zijn wachtlijsten. Nog een jaar in Zwolle, dat trek ik niet.'

 

De rechters knikken nog een keer.

Proberen: 'Zie het als een kans.'

Maar die opmerking mist doel.

Weer begint Marieke heel erg te huilen.

 

De strafzaak wordt aangehouden tot 15 januari om de reclassering de gelegenheid te geven de meest geschikte plek te vinden.

Marieke wordt afgevoerd en teruggebracht naar de hel in Zwolle.

 

'Het is misschien raar, dat je zoiets als vader zegt', zegt de vader buiten voor het gerechtsgebouw, 'maar dit is voor haar wel het beste.'

 

Rob Zijlstra

posted @ 6:07 PM | Feedback (123)

Monday, November 24, 2008

APK

U komt over als een emotieloze, vlakke man, zegt de onbevooroordeelde president van de rechtbank tegen Cees.

De president bedoelt dat niet kwaad of vooringenomen.

Sterker nog, hij haalt alles uit de kast om Cees ook maar iets zinnigs te laten zeggen.

Smeekt bijna: 'U moet ons wel de kans geven een juiste beslissing over u te nemen.'

Maar Cees zegt niet veel en niks zinnigs.

Na een uur trekken laat de president zich achterover in zijn stoel vallen.

Diepe zucht: 'Ik heb in ieder geval mijn best gedaan.'

 

Op het eerste gezicht lijkt de zaak niet zo heel ingewikkeld.

 

Op 10 augustus dit jaar, rond half twee in de nacht, fietst een groepje jeugd richting het centrum van Delfzijl. Ineens komt er een groene auto aan. In de bocht naar rechts schiet de auto de verkeerde weghelft op. Hans die voorop fietst, wordt geschept en vliegt door de lucht.

De groene auto rijdt door.

 

Met hoge snelheid, wel 40 à 50 kilometer per uur, veel te hard, keihard op ons af, verklaren diverse getuigen.

Een van hen weet het kenteken te noteren.

Terwijl Hans wordt overgebracht naar het ziekenhuis met een dubbele beenbreuk en wordt geopereerd, gaat de politie op zoek.

 

Aan de hand van het kenteken komen ze uit bij een garagebedrijf.

Die groene auto, zegt het garagebedrijf nog die nacht, is door onze Cees meegenomen, onze monteur die hier al tien jaar werkt, onze APK- keuringsmeester ook.

Zo komt de politie rond half zes die ochtend thuis bij Cees.

 

De groene auto staat op de oprit, met beschadigde koplamp, met een strip die er niet meer is. Maar die strip is wel mooi op het plaats van de frontale aanrijding gevonden. Met banden ook die overeenkomen met de bandensporen op het wegdek.

Het is hebbes.

 

Cees wordt uit zijn bed gebeld en moet mee naar het bureau.

Hij praat met dubbele tong vanwege de drank.

Hij zegt van geen aanrijding te weten.

Hij zegt van geen aanrijding te weten.

 

De agenten: 'Dat zullen we dan nog wel eens zien.'

 

Maar Cees houdt vol.

Hij heeft die avond niet gereden.

Later komt hij daar op terug.

Goed, hij was naar het oude zeemanscafé geweest, wat gedronken, vijf, zes glazen, en toen, tegen middernacht naar huis gegaan.

Met de auto, ja.

Thuis had hij ook nog wat gedronken, vier, vijf, zes misschien, flesjes, de hond uitgelaten en toen was hij gaan slapen.

 

Hij had eerst even gelogen omdat hij sinds mei niet bevoegd is een motorrijtuig besturen. Omdat zijn rijbewijs ongeldig is verklaard. Omdat hij met drank op achter het stuur had gezeten, niet voor het eerst.

Hij dacht, als mijn baas dat hoort, dan kan ik het als APK-keuringsmeester wel schudden.

 

Maar een fietser aangereden? Nee. Om half twee lag hij al te slapen.

 

En die auto dan?

Tja. Dat was de leenauto, die had hij meegenomen van zijn werk. De afspraak met zijn werk was dat de sleutel achter het zonneklepje werd verborgen, en de deur nooit op slot.

Cees zegt: 'Als ze 'm nodig zijn voor 't werk, kunnen ze 'm zo pak'n. Doen we al tien jaar zo.'

 

De rechters zeggen dat de plek waar de fietser is aangereden, op de route ligt die het meest logisch is tussen het café en het woning van Cees.

Zeggen ook dat het hen opvalt dat Cees sommige dingen nog heel goed weet, maar andere dingen die hem minder goed uitkomen, weer niet.

Dat dat het verdringingsmechanisme kan zijn, maar dat dat ook net zo goed niet zo kan zijn.

 

Dat Cees al veel vaker met justitie in aanraking is geweest en altijd met drank op en een auto.

 

De president zegt: Leg nou eens aan drie rechters en aan de jongeman die achter in de zaal zit uit waarom u met zo'n strafblad en drank op toch weer in de auto stapt.

Cees: 'Ik kan het niet uitleggen.'

Rechters: Probeer het eens.

Cees: 'Weet niet. 't is Gebeurd.'

Rechters: Kan het zijn dat u zich een uurtje vergist, dat u toch later naar huis bent gegaan dan rond middernacht?

Cees, stellig: 'Nee.'

 

Hans, achter in de zaal, vreest dat zijn been voor hij op stage moet in februari 2009 nog niet voldoende hersteld zal zijn. Dat betekent dat zijn opleiding aan de zeevaartschool op Terschelling averij oploopt.

 

Cees heeft een drankprobleem, zegt de officier van justitie.

De rechters vragen of hij daar aan geholpen wil worden.

Cees: 'Als 't moet.'

Lekker gemotiveerd, zeggen de rechters.

 

De officier twijfelt niet.

Het was Cees die reed in die groene auto, in die bocht naar rechts en toen op de verkeerde weghelft.

En het is niet zo, dat anderen, toen hij lag te slapen, de auto hebben meegenomen, een fietser omver hebben gereden en toen de auto weer op de oprit hebben gezet.

Hij draait en liegt, zijn verklaringen zijn niet aannemelijk.

Hij heeft ook niets in het werk gesteld om de waarheid boven tafel te krijgen.

 

De officier eist twee jaar gevangenisstraf, waarvan acht maanden voorwaardelijk en een ontzegging van de rijbevoegdheid gedurende de drie jaar, ingaande de dag dat hij uit de gevangenis komt. En hij moet zich laten behandelen aan zijn biergebruik.

 

De advocaat zegt dat de zaak misschien toch wat ingewikkelder is dan die op het eerste gezicht lijkt.

 

Kijk maar, zegt ze: 'Meneer heeft een probleem met alcohol en verkeer. Maar dan kan het niet zo zijn dat we zeggen, dan zal hij dit ook wel hebben gedaan. Hij verklaart dat hij niets van die aanrijding weet. Logisch dus dat hij zich het ook niet kan herinneren. En niemand heeft hem gezien. Hij zegt, bedacht hij zich later, dat hij bij thuiskomst nog heeft gechat op de computer. Met Stefan. Dat heb ik gecheckt. Hij chatte: 'Ik ga zo naar bed.' Dus hij was wel thuis. Het is bijzonder spijtig voor het slachtoffer, maar er zit een manco in het verhaal van de officier. Zijn verhaal is misschien niet logisch, maar hij hoeft toch vanuit de gevangenis zijn eigen onschuld niet te bewijzen?

Misschien, zegt de advocaat, zijn het wel kwajongens geweest.'

 

Misschien wel.

 

Rob Zijlstra

posted @ 11:39 PM | Feedback (251)

Thursday, November 20, 2008

Johnny B. wordt verdacht van drie brandstichtingen en vijf pogingen daartoe in 't Zandt en omgeving, van het versturen van acht foute brieven en van het in bezit hebben van illegaal vuurwerk.

Maandag eiste het openbaar ministerie vijf jaar gevangenisstraf tegen de 20-jarige hovenier.

 

In de media wordt Johnny B. vooral een pyromaan genoemd.

Logisch dus dat hij het heeft gedaan, want pyromanen stichten maar wat graag brand.

 

Punt is dat niemand met kunde bij Johnny B. heeft vastgesteld dat hij een psychische aandoening heeft. Want dat heeft een pyromaan, een stoornis in de impulsbeheersing.

 

Wij, van de media, hebben de verkeerde diagnose gesteld.

Artsen doen dat ook wel eens en steeds vaker. Dan gaat niet het zieke been er af, maar de gezonde rechter.

Dat komt geheid in het nieuws.

Nooit schrijven wij van de media, dat wij het steeds vaker bij het verkeerde eind hebben.

 

Tijdens de rechtszaak van Johnny B. krijgen wij van de media er flink van langs.

Wij hebben de zaak 't Zandt niet alleen groter gemaakt dan die is, wij hebben ook kritiekloos bijgedragen aan het laten ontstaan van een beeld zoals politie en justitie dat graag zien.

 

En dat is een eenzijdig beeld, zeggen de advocaten.

Bij de hiv-zaak was dat ook al zo.

 

In de rechtszaal zeggen de advocaten Jan Boksem en Tjalling van der Goot: 'Dagblad van het Noorden heeft de schuldvraag al beantwoord, een zeer kwalijke zaak.'  Wij, van de krant, kregen vorig jaar toestemming een verslaggever met het politie-onderzoek te laten meelopen. Kort na de arrestatie van Johnny B. kon de krant daarom schrijven over de onderzoekshandelingen, opsporingsmethoden en de resultaten van dat alles: 'De pyromaan van 't Zandt is gepakt'.

 

Wij mochten meelopen, zei de hoofdofficier van justitie, opdat vooral de inwoners van 't Zandt konden lezen dat zij, zij van de politie en justitie, 'alles hebben gedaan om de pyromaan te pakken'.

 

De advocaten: 'En daarmee was de toon gezet. Johnny B. is al veroordeeld zonder dat er ook maar een rechter aan te pas is gekomen.'

 

En alsof dit allemaal nog niet erg genoeg is, zeggen de advocaten maandagmiddag tegen de rechters: 'Afgelopen zaterdag toonde RTV Noord een uitzending waaruit blijkt dat zij, zij van Noord, de beschikking hebben over het volledige politiedossier.' In de uitzending worden de bewijzen die justitie denkt te hebben, uitvoerig getoond, toegelicht en van commentaar voorzien. Nog door een onkundige deskundige ook.

 

De advocaten: 'Er zit een lek in de organisatie.' 

 

Op basis van de RTVNoord-uitzending kopt het Algemeen Dagblad op de dag van de zitting: 'Justitie heeft ijzersterke zaak tegen de pyromaan van 't Zandt.'

 

De rechters vragen aan Johnny B.: Wat doet dat met u, al die publiciteit'?

Johnny B. zegt: 'Ik zit er niet op te wachten.'

Rechters: Begrijpen we, maar wat doet het met u? Maakt het u verdrietig?

B.: 'Tuurlijk, ik lig er wakker van.'

 

De officier van justitie zegt tegen de rechters dat ook hij zich wel kan voorstellen dat het vervelend is voor de verdachte. En dat hij ook wel heeft gezien hoe 't Zandt een jaar lang is bestormd door de media. Maar dat het niet op de weg van het openbaar ministerie ligt om het werk van de media te nuanceren.

 

Ik vind dat de advocaten een punt hebben en dat wij, wij van de media, van hun kritiek ook wakker moeten liggen.

Net zoals die chirurgen met hun foute diagnoses.

Doen we dat niet, dan hebben ook wij straks geen poot meer om op te staan.

 

Meelopen met een politie-onderzoek?

Best.

Maar dan moeten we er wel bij vermelden dat de politievoorlichter  onwelgevalligheden voor publicatie mocht schrappen.

Omdat dat de afspraak was.

 

Vertrouwelijke politiedossiers?

Welkom.

Maar bij een publicatie past een begeleidende tekst met een waarschuwing: Pas op, dit verhaal kan een eenzijdig beeld oproepen en u op het verkeerde been zetten.

Of zoiets.

 

Binnen in de rechtszaal gaat het er doorgaans redelijk overzichtelijk aan toe.

Maar buiten is de boel complex geworden.

Daar tellen niet alleen de feiten, maar steeds vaker ook beeldvorming. Niet alles wat politie zegt en justitie beweert, is ook zo.

 

Voor aanvang van het Johnny B.-proces sta ik met vele anderen te wachten tot de deur van zittingszaal 14 opengaat.

Iemand zegt daar tegen mij: 'Wel lullig voor je Zijlstra, dat wij het dossier hebben gelekt naar RTV Noord en niet naar jouw krant.'

 

De officier van justitie zegt tijdens de zitting tegen de rechters dat het niet justitie en de politie zijn geweest die het dossier hebben gelekt naar RTV Noord.

 

Ik dacht: als de officier van justitie tegen de rechters de waarheid spreekt, dan maakte die politieman voor aanvang van de zitting dus maar een grapje.

 

 

Rob Zijlstra

 

 

 

dit en meer

www.zittingszaal14.nl

 

 

posted @ 10:44 PM | Feedback (124)

Monday, November 17, 2008

De officier van justitie zette halverwege het requisitoir al even de toon. Voor het bezit van illegaal vuurwerk, 28 kilo, kan ik – zei hij – volgens de richtlijnen van het openbaar al zes maanden gevangenisstraf eisen.

Dat dat niet de praktijk is, gangbaar is een geldboete dan wel een taakstraf, zei hij er niet bij.

 

Met die toon nam de officier van justitie een voorschotje op de strafeis tegen Johnny B. die hij korte tijd later op tafel legde: 5 jaar.

 

De verdenkingen die volgens justitie kunnen worden bewezen.

 

Drie brandstichtingen.

In een leegstaande woning, in een schaftkeet en in een schuurtje. In geen van die gevallen is gevaar te duchten geweest, zoals justitie dat dan zegt, voor mensenlevens. Wel voor goederen.

 

Vier pogingen tot brandstichting.

In een schuurtje, in het pand van de oude brandweerkazerne, in een leegstaande woning, in een clubgebouw van de tennisvereniging. In geen van deze gevallen brak brand uit, omdat het vuur (brandende kaars) vroegtijdig werd ontdekt.

 

Eén voorbereiding.

In een tuin die (hovenier) Johnny B. onderhield, is een plastic tas gevonden met een fles benzine, met daarin een kaars, vastgezet met een sokje met daarop Bob de Bouwer. De tas werd gevonden door de vader van Johnny.

 

Het versturen van dreig- en poederbrieven.

Verstuurd vanuit de gevangenis, gericht aan de regionale pers, de politie, de gemeente en aan drie mensen die aangifte hebben gedaan van brand. Het zijn geen ernstige bedreigingen, maar eerder mededelingen (Johnny B. moet vrij). In twee brieven zat poedersuiker, in eentje een verpulverd krijtje.

 

Illegaal vuurwerk.

Na de aanhouding, wordt huiszoeking gedaan bij Johnny B. Er wordt – bijvangst – 28 kilo vuurwerk gevonden (illegaal, want zonder de juiste etiketten). Het is ook te veel om thuis te mogen bewaren.

 

De branden leidden onmiskenbaar tot grote onrust in 't Zandt en omgeving. De geschokte rechtsorde was er vier maanden lang niet mis, schetste de officier van justitie. Mensen meldden zich ziek, vakanties werden geannuleerd, nachtrusten verstoord. Schuurtjes werden ontdaan van goederen. Spanningen bij de kinderen op school.

 

 

Ik heb het eens nagekeken.

De afgelopen vier jaar heeft het Groninger openbaar ministerie twaalf keer eerder een gevangenisstraf van 5 jaar geëist.

 

Tegen een man die werd verdacht van doodslag op zijn kind (baby).

Tegen een Groninger die verdacht werd van het beramen van een dubbele moord.

Tegen een vrouw die haar vriend in zijn slaap doodstak.

Tegen een man die zijn vriendin drugs toediende. De vrouw stierf aan een overdosis. Justitie: moord.

Tegen twee mannen wegens twee pogingen tot moord.

Tegen een man die werd verdacht van gewelddadige en gewapende overvallen op winkels en een tankstation (recidivist).

Tegen drie mannen die hun geld verdienden met grootschalige handel in harddrugs. In twee gevallen was sprake van deelname aan een criminele organisatie.

Tegen twee mannen die zich schuldig hadden gemaakt aan gewelddadige verkrachtingen, in een geval met vrijheidsberoving.

 

In geen van de twaalf gevallen werd de 5 jaar ook door de rechtbank opgelegd. De vonnissen varieerden van twee keer vrijspraak, een ontslag van rechtsvervolging tot celstraffen tussen de twee maanden en 4 jaar.

 

Een eis van vier jaar is in het Nederlandse strafrecht ook al een heleboel. In Groningen werd het de afgelopen vier jaar (met zo'n 1400 strafzaken) 22 keer geëist. Het ging dan om pogingen tot doodslag en moord, veel drugs, en diefstallen met geweld, doorgaans zijn dat gewapende overvallen.

Er zat één brandstichting tussen, een man die in Kropswolde zijn huis opblies. Een wonder, aldus justitie toen, dat daar geen slachtoffers zijn gevallen. De rechtbank legde in die zaak 3 jaar celstraf op, waarvan eentje voorwaardelijk.

 

Dit alles zegt niet alles.

Het is even voor het idee.

Mijn idee, dat een strafeis van 5 jaar voor Johnny B. buitengewoon fors is.

 

Rob Zijlstra

 

Een verslag van de rechtszaak volgt later (deze week). Het is nu, bijna vijftien uur na aanvang van die zitting, even op.

 

 

 

 

posted @ 11:40 PM | Feedback (115)

Sunday, November 16, 2008

Johnny B. (20), de vermeende brandstichter van ’t Zandt, staat vandaag voor de rechtbank. Hij wordt verdacht van negen brandstichtingen in ’t Zandt en omgeving en van het versturen van dreig- en poederbrieven.

De definitieve tenlastelegging wordt maandagochtend, vlak voor de aanvang van de zitting, door justitie vrijgegeven.  Twee maanden geleden suggereerde het openbaar ministerie dat aan B. zich moet verantwoorden voor meer dan negen branden. Dit op basis van de inhoud van de brieven die B. vanuit de gevangenis zou hebben verstuurd naar onder meer de regionale media. Op een aantal van die brieven is zijn DNA aangetroffen.

In ’t Zandt en omgeving werden eind 2007 meer dan twintig branden gesticht.

Johnny B. heeft tot nu toe steeds stellig ontkend iets met de branden te maken te hebben.

De branden, voornamelijk in leegstaande schuurtjes, zorgden voor veel onrust in ’t Zandt. De politie deed uiteindelijk een beroep op het leger om de brandstichter te pakken. In december vorig jaar werd B. in Groningen gearresteerd. In september kwam hij op last van de rechtbank en tot groot ongenoegen van het openbaar ministerie op vrije voeten.

Het proces zal de hele dag gaan duren. In de loop van de middag, zo is de verwachting, zal de officier van justitie een eis formuleren.

Ik zal de ontwikkelingen tijdens het proces te melden, op www.zittingszaal14.nl en op de site van mijn krant, www.dvhn.nl

r.z.

posted @ 11:55 PM | Feedback (305)

Thursday, November 13, 2008

De nationale pers heeft nog maar net de hielen gelicht – woensdag in verband met de hiv-zaak – of zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank maakte zich - donderdagochtend -  al weer op voor de volgende megazaak: omvangrijke handel in harddrugs.

 

Er zijn zeventien verdachten van 19 tot 51 jaar oud.

Vier vrouwen.

De verdachten komen uit plaatsen als Onstwedde, Ommen en Onnen, Hollandscheveld, Wildervank, Zwiggelte.

Drie leden van de club zitten nog vast.

 

Capitool heet het politieonderzoek dat uitvoerig is geweest.

Achter de rechters staan de dossiermappen, een kleine meter naast elkaar.

Het zou zijn gegaan om cocaïne, amfetamine, xtc, ghb.

En dat alles in vele kilo's die deels in Duitsland, in Berlijn en Meppen, werden verhandeld.

In Duitsland zitten ook boeven vast.

 

Het meest opmerkelijke, voor zover opmerkelijk: zeven van de zeventien verdachten zijn (inmiddels) voormalige medewerkers van justitie.

Penitentiaire inrichtingswerkers.

Gevangenisbewaarders.

 

Zij handelden in privé-tijd, niet in de inrichtingen.

Maar dat zegt justitie zelf.

 

Omdat het om een regiezitting gaat, zijn maar vier verdachten komen opdagen.

En elf advocaten.

Die mogen aan de rechtbank nadere onderzoekswensen kenbaar maken.

De meeste advocaten willen nog getuigen horen.

 

Omdat het om een regiezitting gaat, wordt inhoudelijk nauwelijks iets over de zaak gezegd.

Dat zal in maart volgend jaar gebeuren.

De rechtbank heeft voor het proces vier dagen uitgetrokken.

 

Na twee uur met vooral formaliteiten is de zitting ten einde.

Weinig wijzer geworden.

 

Maar dan ineens is er een foto.

Een praatfoto.

 

Hé, maar dat is…

- Ja.

Die heeft hier gewerkt.

- Klopt, een paar jaar geleden.

Als officier van justitie.

En die foto zit in het dossier?

- Ja.

Waarom?

 

Ik bel het openbaar ministerie.

Ik zeg: Er zit een foto van een voormalig officier van justitie in het dossier.

Die is verdacht geweest in die grote drugszaak.

Er was via politie-informanten van de criminele inlichtingen eenheid (cie, de afdeling stiekem van de politie) informatie binnengekomen dat de officier van justitie betrokken is bij de handel in drugs.

De vroegere officier van justitie is ook verhoord.

Later bleek dat deze ex officier van justitie er niets mee te maken had.

Toch?

 

Het openbaar ministerie zegt na ruggespraak dat dat klopt.

Dat de officier van justitie van toen er niets mee te maken bleek te hebben.

Dat er tijdens het onderzoek nogal wat namen zijn gevallen van nogal wat mensen.

En dat wij, wij van het openbaar ministerie, verkregen informatie altijd onderzoeken,  ongeacht de namen van de mensen.

 

En dat ik dat toch niet in de krant ga zetten?

 

Nou, in een politieonderzoek waarin zeven justitiemedewerkers als verdachten worden aangemerkt, is het toch tamelijk opmerkelijk dat er ook nog eens een inmiddels vertrokken officier van justitie in beeld is geweest.

En de foto zit nog steeds wel mooi in het dossier.

Daar wordt over gepraat.

 

Het openbaar ministerie weer: ‘Maar deze oud officier van justitie heeft er niets mee te maken.’

Ik zeg dat ik dat er wel bij schrijf natuurlijk.

Justitie: ‘Maar de lezers zullen vast en zeker denken dat waar rook is, ook vuur is. En dat is in dit geval dus niet zo.’

 

Kwestie voor de hoofdredactie.

Die zegt dat we ons moeten afvragen wat het belang is om de naam van deze vroegere magistraat te publiceren en dat dat belang moet worden afgezet tegen de schade die de persoon in kwestie bij publicatie zal oplopen.

Toch?

 

Even later tik ik een bericht, met in gedachten dat waar rook is, niet altijd vuur hoeft te zijn.

 

Rob Zijlstra

 

 

 

 

dit en meer

www.zittingszaal14.nl

 

posted @ 11:03 PM | Feedback (120)

Wednesday, November 12, 2008

De rechtbank heeft gesproken.

 

Persofficier van justitie Oebele Brouwer: 'We snappen de rechtbank, maar we zijn het er niet me eens,'

Advocaat Wim Anker: 'Wij kunnen ons vinden in het vonnis, met uitzondering van de laatste zin.'

 

Brouwer: 'Dit vonnis zal in de leerboeken van het strafrecht terechtkomen.'

Anker: 'In die laatste zin staat dat onze cliënt negen jaar de gevangenis in moet.'

 

Brouwer: 'Alleen al om die reden is het de moeite waard om de zaak in hoger beroep voor te leggen aan het gerechtshof in Leeuwarden.'

Anker: 'Negen jaar is dus veel te veel.'

 

De rechtbank heeft gesproken.

 

Ruim driekwart van de beschuldigingen kunnen niet worden bewezen.

Daarmee is van de grote hiv-zaak zoals die anderhalf jaar geleden naar buiten kwam, niet zo heel veel overgebleven.

 

Peter M. (49) en Hans J. (34) - tegen beide was 15 jaar celstraf geëist – hebben zich volgens de rechtbank niet (niet) schuldig gemaakt aan het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel door homoseksuele mannen met hiv-bloed te besmetten.

Wel hebben M. en J. geprobeerd dat te doen, niet veertien keer zoals justitie stelde, maar vijf keer.

 

Daarnaast acht de rechtbank bewezen dat Peter M. ontuchtige handelingen heeft gepleegd met mannen terwijl die onder invloed waren van drugs.

Justitie zei dat M. dat elf keer had gedaan, maar de rechtbank houdt het op drie gevallen.

Hans J. (verminderd toerekeningsvatbaar) werd van deze zaken vrijgesproken en kreeg voor de vijf pogingen 5 jaar.

 

Dat de rechtbank de zwaarste beschuldiging – het opzettelijk besmetten van mannen het hiv-geïnfecteerd bloed - niet bewezen acht, komt omdat niet vaststaat dat de slachtoffers ook daadwerkelijk door Peter M. of Hans J. zijn besmet.

Het causaal verband ontbreekt.

Het is zeer goed mogelijk, aldus de rechtbank, maar het kan net zo goed ook anders zijn gegaan.

De mannen die het hiv-virus opliepen (en aangifte deden) hadden met meerdere personen (onveilig) seksueel contact.

 

Wim Anker: 'De overgebleven feiten die wel aan M. worden toegeschreven rechtvaardigen bij lange na niet een zo lange celstraf.'

Oebele Brouwer: 'Wij zijn niet teleurgesteld. Wij denken niet in dat soort termen.'

 

Anker: 'Gemengde gevoelens. De rechtbank heeft de verdediging op bijna alle punten gevolgd.'

 

Brouwer: 'Dat mag allemaal zo wezen. Maar niemand kan ontkennen dat er mannen zijn die eerst geen hiv hadden, maar na het bezoeken van de feestjes van de verdachten wel.'

Anker: 'De vertaling van het vonnis naar negen jaar cel begrijpen wij dan niet.'

 

Vooraf was voorspeld dat het uiterst moeilijk zou worden aan te tonen dat de hiv-besmettingen van de  slachtoffers veroorzaakt zijn door Peter M. en Hans J.

Tijdens de rechtszaak konden virologen hierover ook geen uitsluitsel geven.

Het kan en het kan ook niet, luidde de conclusie van de deskundigen.

 

Dat het 'ook niet kan' is voor de rechtbank doorslaggevend geweest om de verdachten van de zwaarste beschuldigen vrij te spreken.

 

Dat de vijf pogingen tot het toebrengen van zwaar letsel wel kan worden bewezen, baseert de rechtbank vooral op de bekentenissen die Hans J. in de rechtszaal en Peter M. in de verhoorkamers van het politiebureau aflegden.

Ook een brief die J. aan 'zijn meester M.' schreef en waarin hij schrijft over de besmettingen ('de klootzakken hebben gekregen waar ze om vroegen') geldt als bewijs.

 

De derde verdachte, Wim D. (49), tegen wie 8 jaar was geëist, zit na een verblijf anderhalf jaar in de cel inmiddels thuis.

Anders dan justitie ziet de rechtbank hem niet als de 'organisator op de achtergerond'.

 

Zijn advocaat Duco Keuning (straalt grote tevredenheid uit) zit te rekenen: 'Mijn cliënt heeft twee maanden langer vastgezeten dan hem nu is opgelegd.'

 

rob zijlstra

 

 dit en meer

www.zittingszaal14.nl

 

posted @ 8:59 PM | Feedback (122)

Tuesday, November 11, 2008

Nu zou je kunnen denken dat de strafzaken die in rechtszalen worden behandeld tot op zekere hoogte een afspiegeling vormen van de misdaad buiten.

Er worden veel diefstallen gepleegd, dus dat er met grote regelmaat een veelpleger in het verdachtenbankje zit,  is niet zo raar.

In Nederland worden ook kinderen mishandeld.

Volgens het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) zijn meer dan 100.000 kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar het slachtoffer van losse handjes van ouderen, niet zelden de ouders.  

Dat is nogal wat.

Je zou dus verwachten dat er met regelmaat een kindermishandelaar voor straf in de rechtszaal zit.

 

Ik zie frequent de mannen die (hun) kinderen seksueel misbruiken.

Of de mannen die achter hun flatscreen met groot plezier toekijken hoe kleine kinderen van anderen worden verkracht. Die worden dan (meestal) veroordeeld wegens kinderporno.

Maar kindermishandeling behelst meer, staat ook op de website van het Nji.

Er zijn ook kinderen die stelselmatig door hun vaders (toe-drink-niet-meer) en moeders (idem) in elkaar worden gebeukt.

Op de televisie zie dan dat jongetje met z’n gebroken arm in de bus stappen (sire).

Gek genoeg kom je die mannen (en vrouwen) zelden tot nooit in de rechtszaal tegen.

Misschien heeft kindermishandeling geen prioriteit.

 

Deze week leek daar even verandering in te komen.

 

Een 40-jarige bruut uit Noord-Groningen stond terecht wegens zware mishandeling van een baby.

Ook zijn baby.

Van de tenlastelegging werd je al niet vrolijk.

Hij had met het zeven weken jonge kind gegooid, opzettelijk, met bot- en ribfracturen tot gevolg.

 

Het bureau kindermishandeling had een melding gekregen van artsen van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG, ziekenhuis). Een patiëntje met kinkhoest bleek bij een nader onderzoek vier ribben gebroken te hebben en een dubbele  fractuur van de linkeronderarm.

Wel een beetje verdacht, meldden de artsen.

 

Dat vond ook de ingelichte officier van justitie.

De bruut werd gearresteerd.

 

De officier zegt tegen hem dat alle vaders en ook  alle moeders wel eens de neiging hebben hun kroost achter het behang te willen plakken.

Begrijpelijk, want die lieve, kleine hummeltjes kunnen al vroeg ook etterbakjes zijn.

Daar herkende de officier zich wel in.

’s Nachts eruit, huilen, kotsen, bedje verschonen, het gevoel van onmacht en morgenvroeg vroeg de wekker weer.

 

Maar deze vader, zegt de officier, is te ver gegaan.

 

Deze vader zegt dat Emmy in haar bedje lag, te spugen, dat ze de melk weer niet binnenhield.

Dat hij haar en het bedje had verschoond.

En dat hij haar toen wat stevig op de commode had gelegd.

Nee, niet gegooid.

’t Was meer met een bats.

Rechters vragen: Was u boos?

Hij zegt: ‘Nee, wel teleurgesteld. Je wilt dat het niet steeds weer gebeurd. Je wilt dat ze het binnenhoudt, omdat je niet wilt dat je kind uitdroogt.’

 

Een paar dagen later.

Emmy krijgt het benauwd, loopt paars en dan blauw aan.

Hij zegt: ‘Je doet wat. Ik heb haar opgepakt, hield haar vast tegen mijn borst. Ik heb haar toen, impulsief, op de rug geslagen, toen kwam het los en begon ze weer te ademen.

Rechters: Hoe hard?

Hij weet het niet meer.

Rechters: Hoe vaak?

Hij : ‘Mijn herinnering is zwart.’

 

Omdat het hoesten niet overging, maar erger werd, kwam de huisarts.

Toen het ziekenhuis in Delfzijl en daarna het UMCG.

Na nader onderzoek zeiden de artsen tegen elkaar: moet je nou eens kijken.

 

Toen hij met de breuken werd geconfronteerd, moest hij direct denken aan het incident bij de commode en de benauwde momenten twee dagen later.

Dat vertelde hij ook.

 

Dat van die commode, van die bats, nee dat had hij niet eerder verteld.

‘Ik voelde me schuldig.’

 

De officier van justitie, met een milde reputatie, fronst de wenkbrauwen.

Hij besluit zijn rol dit keer hard te spelen.

Zegt: ‘Dus uw schuldgevoel is belangrijker dan de gezondheid van uw kind?’

 

Hij zegt, zacht: ‘Ik dacht, niet over praten, misschien valt het mee.’

De officier: ‘Bret voor de kop.’

De bruut batst dicht.

De officier:  ‘En hoe leg je dit later aan Emmy uit als ze 10, 15 of 20 jaar oud is?’

Hij, met het hoofd gebogen: ‘Zo ver is het nog niet.’

 

De man denkt misschien nu wel dat hij met zo’n nare officier van justitie alsnog de gevangenis in moet.

Want natuurlijk wist hij dat het fout zat.

Dat er vanwege drukte op het werk spanningen waren, dat hij zichzelf niet onder controle had die tijd. Dat hij na lange dagen op de vrachtauto vaak vermoeid was en thuis ‘stressig’.

 

Daarom hadden ze er na het nare gebeuren mee ingestemd dat hij even een tijdje niet bij zijn partner en kinderen zou wonen.

En dat ze gesprekken zouden gaan voeren met de hulpverlening.

Een jaar lang waren ze zo gescheiden geweest.

Maar sinds augustus dit jaar zijn ze weer samen en het gaat best goed.

Hij heeft geleerd dat als hij het even niet trekt, hij dat aangeeft.

En ze mogen de hulpverlening altijd bellen.

Zegt: ‘Dat vind ik een geruststellende gedachte.’

En ja, hij had het zwaar gevonden, het best wel als een straf ervaren, dat hij een jaar de kinderen niet bij zich had.

‘Maar we zijn er uiteindelijk niet minder van geworden.’

 

De officier zegt dat vaders hun baby’s teder horen op te pakken, dat je er niet mee moet gaan smijten. Dat babybotjes nog van rubber zijn. En dat er dus grof geweld aan te pas moet zijn gekomen, willen die breken.

 

Het advies van de reclassering is om de vader te bestraffen met een voorwaardelijke straf.

Maar de officier vindt dat niet voldoende.

Hij zegt: ‘Een straf moet uit te leggen zijn aan de maatschappij. En het is niet uit te leggen dat wie gooit met baby’s wegkomt met een voorwaardelijke straf.’

 

De officier van justitie zegt de maximale werkstraf te willen eisen: 240 uur.

Maar omdat de vader een jaar gescheiden is geweest van zijn gezin en dat ook als een straf heeft ervaren, mag het de helft zijn, 120 uur.

En twee maanden gevangenisstraf, maar die wel voorwaardelijk.

 

Aan het einde van de zitting is de vader al niet meer de bruut  die de tenlastelegging aanvankelijk van hem maakte.

De advocaat voert aan dat de vader Emmy nooit pijn heeft willen doen, maar dat hij haar wilde helpen uit haar ademnood.

Hij deed dat niet omdat hij gek werd van het gehuil.

Er was geen opzet in het spel, hooguit kun je zeggen dat hij wat onkundig handelde.

  

De officier blijft namens de samenleving zijn verontwaardigde rol spelen.

‘Hij handelde, maar buiten proporties.’

Zegt ook: ‘Wij moeten kindermishandeling serieus nemen. Omdat baby’s wel een naam hebben, maar nog geen stem.’

 

Ik denk dat je best aan de maatschappij uit kunt leggen dat deze vader niet in de gevangenis thuishoort.

Je moet dan alleen wel even het verhaal er bij vertellen.

 

Ik denk aan die 100.000 andere kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar.

Er zijn vast ergere gevallen.

Als justitie die serieus gaat nemen, dan zal het heel druk worden in rechtszalen.

En ik denk niet dat dat zal gebeuren.

Waarom niet?

Dat moet justitie zelf maar aan de samenleving uitleggen.

 

Rob Zijlstra

posted @ 10:14 PM | Feedback (124)

Monday, November 10, 2008

De advocaat was he-le-maal vanuit Rotterdam naar Groningen gekomen.

Misschien dat Ernst had gedacht, daar heb ik mijn vuurwapen gekocht, dan wil ik ook een raadsman uit die stad.

 

Met het vuurwapen is hij niet veel opgeschoten.

Integendeel.

Zeven jaar gevangenisstraf eiste de officier van justitie maandagmiddag tegen Ernst (25).

 

En ik denk dat Ernst met die raadsman ook geen meter is opgeschoten.

 

Er was een sluimerend conflict, over een drugsinbraak waar Ernst van werd verdacht.

Niet door politie of justitie, maar door Lee, de eigenaar van en de woning en de drugs.

En er was enig gedoe over een vrouw, de vriendin van de broer van Ernst.

Met die vrouw zou Lee het hebben aangelegd.

Of zoiets. En zoiets doe je niet.

 

En dus had Ernst met Lee gebeld.

Om een en ander uit te praten.

Ze zouden elkaar treffen bij de coffeeshop in Groningen.

Ze troffen elkaar met z'n achten.

  

Van praten kwam niks.

Al snel stonden de broer van Ernst met ontbloot bovenlijf en Lee te trekken en te duwen.

Ernst keek toe en zag plots – dan wel dacht plots te zien – dat Lee zijn hand in zijn jas stak.

Ernst was sneller.

Hij schoot drie maal met gestrekte arm.

Raak in kuit, bil en buik.

Toen rende iedereen weg, behalve Lee.

 

De officier zegt dat er sprake is van een poging tot moord.

Ernst wil een conflict uitpraten, neemt een vuurwapen mee, praat niks uit, maar trekt zijn pistool, laadt het door en schiet, een, twee keer en dan nog een derde keer.

Lee had geen wapen.

 

Ernst ontkent het allemaal niet.

 

'Ik was niet boos op hem, maar wilde praten om wat verhalen uit de wereld te helpen. Toen we elkaar troffen, liep hij ook gewoon mee. Maar een goed gesprek werd het niet. Hij zei: wil je vechten? Deed stoer. Er vielen klappen, over en weer, niet heel heftig of zo. Ik zag dat hij iets in zijn zak had. Plotseling draaide hij zich om, in mijn richting. Ik was bang, ik ken hem. Ik weet dat hij een vuurwapen heeft, een keer gezien met m'n eigen ogen. Ik dacht dat hij mijn broertje iets zou aandoen. Toen heb ik geschoten. Ik schrok. Ik ben eerst naar een tante gegaan, toen naar Zwolle.'

 

In Zwolle wordt Ernst aangehouden.

Dat was zeven maanden geleden.

 

De rechtbank praat een uur lang met Ernst.

Daarna eist de officier van justitie 7 jaar celstraf.

Ernst schrikt erg van die eis, dat kon je zien.

Hij heeft nog een hoop: Rotterdam.

 

Maar wat moet je als advocaat?

Wat moet een advocaat met Ernst die niet ontkent.

Zou hij proberen van de poging tot moord nog een poging tot doodslag te maken, de light-vorm en dan met een beetje minder straf?

 

De advocaat doet een beroep op noodweer en een daaruit voortvloeiend ontslag van alle rechtsvervolging (dan heb je het wel gedaan, maar krijg je geen straf).

 

Ik dacht nog: misschien houdt deze advocaat zich in Rotterdam wel bezig met maritiem strafrecht en doet hij dit zaakje in Groningen er eventjes  bij.

Dan weet hij niet beter.

Dat zie je wel vaker, dat advocaten er even een strafrechtzaakje bij doen en het dan niet beter weten.

 

Maar op de website van de advocaat zie ik dat deze raadsman een bijzondere expertise heeft in strafzaken betreffende georganiseerde criminaliteit en levensdelicten.

Daar kan het dus niet aan liggen.

 

Maar noodweer?

Voor noodweer is vereist dat er sprake is van een directe aanval en dan dient het gebruikte verdedigingsmiddel ook nog eens proportioneel te zijn.

Wie een klap krijgt, mag ter verdediging een keer terugmeppen, maar niet schieten.

 

En dan nog.

Noodweer (en al haar varianten) wordt zelden door rechters gehonoreerd.

Uit het onderzoek is gebleken dat Lee van achteren is neergeschoten.

Dat kon de politie zien, zeiden de rechters, aan de kapotgeschoten kleding.

 

Ik denk dat de Rotterdamse raadsman, gezien zijn bijzondere expertise, dit ook wel weet.

 

Maar misschien dacht die raadsman wel: ik weet wel beter, maar vast niet mijn cliënt, ik pleit dus mooi tegen beter weten in.

 

Ik zou het anders niet weten.

 

Rob Zijlstra

posted @ 8:27 PM | Feedback (114)

Thursday, November 06, 2008

De rechters willen van Anton weten wat nou de bedoeling was.

Anton heeft zojuist toegegeven dat de verdenking die de officier van justitie tegen hem koestert, terecht is.

Dat hij het heeft gedaan.

Dat hij bij de Albert Heijn een fustje bier (voor een Beertender) onder zijn jas had verstopt. En dat de winkelende politieman het in zijn vrije tijd goed had gezien, dat hij dat thuistapding wilde stelen.

 

De bedoeling?

 

Nou, hij zat in een traject van de reclassering en zou eindelijk maar toch in aanmerking komen voor een eigen huisje.

Er waren twee problemen: hij had nog zeven weken gevangenisstraf openstaan. Die stonden zijn zelfstandige woonruimte in de weg.

Probleem twee was dat hij er maar niet in slaagde die straf uit te zitten.

Hij moest steeds weer wachten.

Toen dacht hij, ik ga iets stelen en wel zo dat ze me snappen. Dan word ik opgepakt en dan kan ik mijn straf uitzitten.

 

Een winkeldiefstal als laatste redmiddel.

Dat was de bedoeling.

 

Dat was eens ook de bedoeling van het wetboek van strafrecht toen dat in 1886 werd ingevoerd.

Straf als ultimum remedium.

Pas als niets meer helpt, komt het strafrecht als reddende engel in actie.

 

Voor Anton zat Andre in het verdachtenbankje.

Ook hij had bedoelingen gehad, maar die pakten onbedoeld heel anders uit.

 

Het leven van Andre, 42 jaar, is een aaneenschakeling van tegenslagen, misschien wel meer dan een mens  verdragen kan.

Het maakte hem hopeloos, verdrietig en eenzaam.

Een overdosis valium bood al eens geen uitkomst.

'Het was niet de bedoeling dat ik weer wakker zou worden', zegt hij – bijna verontschuldigend – tegen de rechters.

 

De rechters: U zat in een neerwaartse spiraal tot u uiteindelijk op de bodem van de put belandde.

Andre knikt.

 

De rechters: En toen, op die 17e februari dit jaar, besloot u de wapenkluis van uw vader open te breken.

Andre: 'Daar zat zijn jachtgeweer in. Ik dacht, dan moet het maar zo.'

 

De rechters: Maar u wilde het niet doen op de boerderij van uw ouders.

Andre: 'Iets verderop was een boerderij die al jaren leegstaat. Als kind heb ik daar veel gespeeld. '

 

Je zou kunnen zeggen dat het hem weer niet meezat.

 

Want toen Andre met het enkelloops jachtgeweer in de hand bezig was afscheid te nemen van zijn rotleven, ontdekte zijn zus de opengebroken wapenkluis. Zij vreesde te weten hoe laat het was en alarmeerde de politie. Er volgde koortsachtig overleg en hoger hand besloot met grote spoed een observatie- en arrestatieteam naar het Hoge Land van Groningen te sturen.

Om ongelukken te voorkomen.

 

Andre: 'Ik liep daar dus, in het donker, richting de leegstaande boerderij. Plotseling zag ik een auto aankomen, zonder verlichting. Ik schrok. Ik wilde niet dat iemand mij zag. Toen ben ik in de berm gaan liggen.'

 

Een lid van het observatieteam, agent nummer 960, zag het anders: een mij onbekende man ligt in de berm, hij kijkt naar het voertuig van arrestatieagent 826, het geweer op diens auto gericht, vinger aan de trekker.

 

Ineens waren daar de schijnwerpers en stond Andre, misschien wel voor het eerst sinds lange tijd, in het zonnetje.

Op het politiebureau suggereerden agenten dat hij een situatie wilde creëren waarin de agenten hem zouden doodschieten. Omdat hij dat zelf niet durfde.

 

Andre zegt dat het kan, dat hij zoiets heeft gezegd. 'Ik was helemaal kapot. Ik heb mijn verklaring zo zwart mogelijk gemaakt, hoe negatiever, hoe beter.'

 

De rechters vragen of het klopt, van dat wapen, gericht op de auto van agent 826, vinger aan de trekker.

Want daarom zit hij daar, in zittingszaal 14.

Wegens bedreiging tegen het leven van een opsporingsambtenaar gericht en vanwege de overtreding van de wet wapens en munitie.

 

Andre zegt dat het niet de bedoeling was iemand te bedreigen.

 

Ondanks herhaalde verzoeken van de officier van justitie had het bedreigde lid van het arrestatieteam geen nadere verklaring op papier willen zetten.

De man had van de bedreiging ook niets meegekregen.

 

Een maand zat Andre in de gevangenis en mocht toen onder voorwaarden gaan.

Hij zit nu, met hulp, in een opgaande spiraal. 'Ik heb nog een lange weg te gaan, maar het gaat stukken beter.'

Binnenkort beginnen de herstelgesprekken met zijn vader.

 

De officier van justitie zegt dat er sprake is geweest van een gevaarzettende situatie, maar dat niet gesproken kan worden van een redelijke vrees bij het slachtoffer (agent 826).

Daarom vordert hij vrijspraak voor de bedreiging.

 

Vanwege het wapen en de munitie eist hij een gevangenisstraf die gelijk is aan de tijd die Andre al heeft vastgezeten (een maand) met vier weken voorwaardelijke celstraf.

Daarna wenst hij de verdachte heel veel sterkte toe.

 

Andre vindt het wel best, die eis. 'De strafmaat vind ik helemaal niet belangrijk, wel de hulp die ik nu krijg om er weer bovenop te komen.'

Tegen de rechters zegt hij: 'Als de officier mij sterkte wenst, dan heeft hij de stukken goed gelezen. Ik hoop dat u dat ook doet.'

 

Rob Zijlstra 

 

 

 

dit en meer op

www.zittingszaal14.nl

 

posted @ 9:07 PM | Feedback (281)

Wednesday, November 05, 2008

In de wandelgangen van het gerechtsgebouw zegt een rechtbanker dat hij het druk heeft. Met allemaal zaakjes van mensen die rekeningen niet (kunnen) betalen.

Vooral rekeningen van mobiele telefoons blijven onbetaald.

Het gemak waarmee jonge mensen abonnement op abonnement kunnen afsluiten, is eigenlijk te gek voor woorden, verzucht de drukke man.

Voor toenemende drukte zorgen de vorderingen van ziektekostenverzekeraars.

 

Veel mensen hebben al jaren geen krediet meer.

Voor hen is de daarmee samenhangende crisis dus niets nieuws.

Om niet om te vallen, hebben ook zij een kapitaalinjectie nodig.

 

In zittingszaal 11 hoor ik de officier van justitie zeggen dat veel misdaad begint met schulden.

En dat het met schulden verleidelijk is om snel geld te maken in de big business die hennepteelt heet.

Maar dat achter die ogenschijnlijk onschuldige plantjes een wereld schuilgaat waar 'we niet vrolijk van worden', een wereld van de harde en georganiseerde criminaliteit.

 

De 20-jarige Marieke dept haar ogen met een papieren zakdoekje.

De armen trillen.

Ze wil heel graag schoonheidsspecialiste worden.

Haar moeder en de studiefinanciering helpen haar.

De 21-jarige Karim was haar vriend.

Karim had (heeft) schulden bij zorgverzekeraar Groene Land vanwege niet betaalde premies. Wie zijn premie niet kan betalen – bijvoorbeeld omdat er geen geld is – krijgt ook een geldboete.

Zo loopt het dubbelop op.

 

Karim zag de oplossing in een stevige kapitaalinjectie en Marieke had meegedaan. Zij dacht dat ze op die manier mooi haar moeder kon terugbetalen.

Maar de politie had Karim in zijn auto aangehouden. De agenten herkenden de geur en zo vonden ze twee dozen met 200 hennepplantjes in de kofferbak. Zo kwamen zo ook bij Marieke met 260 plantjes in haar woninkje.

 

Karim had nog nobel gezegd dat Marieke er niets mee te maken had, maar Marieke zei zelf van wel. Nu is ze haar woning kwijt, want woningbouwverenigingen houden niet van hennep. Niet eens zozeer omdat het drugs is, wel omdat kwekerijen nog wel eens in de fik willen vliegen.

 

De officier van justitie eist tegen het voormalige stel (de verkering is uit) een werkstraf van 80 uur per persoon.

Tegen Marieke zegt hij: 'Soms is het leven hard.'

Tegen Karim eist de officier ook vier weken voorwaardelijke celstraf omdat 'deze verdachte zich vaker op terreinen heeft begeven waar je beter weg kunt blijven'.

 

De politierechter is het niet eens met die vier weken, wel met 80 uur p.p.

'Ze hebben samen hetzelfde gedaan.'

 

Ook Rudolf (52) zat in de penarie voordat hij aan zijn misdaad begon.

Hij was een eerzaam productiemanager geweest bij een groot bedrijf.

Na 25 jaar hard werken besloot hij dat er meer te halen moest zijn uit het leven dan alleen maar druk, druk, druk en nam ontslag.

Op de dag dat hij zijn ontslag indiende, besloot zijn partner hem te verlaten.

Dat was nou weer niet de bedoeling en toen de handel in antiek – zijn nieuwe daginvulling – ook nog eens zwaar tegenviel, belandde Rudolf in de put.

Zo diep dat na een tijdje al het geld op was.

'Ik moest zien rond te komen van 25 euro in de week', zegt hij tegen de politierechter.

 

Via via was hij met de mannen wiens namen hij niet durft te noemen in contact gekomen. Of hij kon meehelpen een hennepkwekerij te ontmantelen. Daar was haast bij en het moest in één nacht gebeuren.

Omdat de mannen wisten dat er de volgende dag een inval van de politie zou komen.

Dit pikante detail bleef tijdens de zitting onbesproken.

Rudolf hielp mee en zo was het gekomen.

'Ik had niks meer, ik moest wel ja zeggen.'

 

Wat hij nog wel had, was een schuur.

Hé, zeiden de mannen.

Zou hij daar niet 15.000 hennepstekjes kunnen opvoeden in ruil voor vijftig eurocent per stuk?

De politierechter zegt: 'Dat is makkelijk verdienen.'

Maar Rudolf schudt zijn hoofd.

'Dat was het helemaal niet. Het was niet gemakkelijk. Het was alleen maar dikke ellende. En het heeft niks opgeleverd. Geen dubbeltje, edelachtbare.'

 

De officier van justitie doet zijn verhaal, dat bij hennepzaken vrijwel altijd hetzelfde is.

Dat het de volksgezondheid schaadt, dat achter de hennep een boel criminaliteit schuilt, dat misdaad niet mag lonen, dat er andere manieren zijn om uit de schulden te geraken.

 

Tegen Rudolf zegt hij: 'Wat u heeft gedaan, was niet het beste idee van Nederland.'

Rudolf knikt. Vertel hem wat. 'Dit was eens maar nooit weer, edelachtbare.'

 

De rechter vraagt aan Rudolf of hij gezond is, gezond genoeg om bijvoorbeeld een gevangenisstraf te ondergaan?

Het zou overdreven zijn om nu te schrijven dat Rudolf wit wegtrekt.

Maar je ziet wel dat hij zich rotschrikt.

 

Hij heeft zijn leven weer aardig op de rails. Hij schrijft wat, adviseert hier en daar en doet in zijn oude metier aan productontwikkeling. Heeft een forse schuld bij Essent (vanwege de hennepstroom), maar kan het al met al net rooien.

Zegt: 'Gevangenisstraf? Het is niet mijn stijl om hier zielig te gaan doen, maar gevangenisstraf vind ik wel heel heftig.'

 

De officier van justitie doet nu, wat officieren wel vaker doen: de verdachte nog eventjes laten zweten.

 

Zegt dat er richtlijnen bestaan, zodat de straffen voor vergelijkbare misdaden in heel het land zo'n beetje hetzelfde uitpakken.

Zegt dat ook de strafrechters uit heel het land om die reden oriëntatiepunten hebben opgesteld.

Dat hij, kijkend naar die lijnen en punten, twaalf weken gevangenisstraf per 1.000 hennepplanten zou moeten eisen.

Rudolf had er 5.354.

 

Dan vraagt de officier zich hardop af wat recht doet aan de ernst van de feiten en wat recht doet aan de verdachte.

Zegt dat Rudolf op het randje bungelt.

 

Dat er gezien de omstandigheden een alternatief voor handen is.

In zijn geval is dat een werkstraf van 180 uur en vijf maanden voorwaardelijke celstraf als een stok achter de deur.

 

De bibberende Rudolf zegt dat hij het helemaal heeft begrepen. Dat hij nooit had geweten dat je voor zoiets in de gevangenis kunt komen.

Zegt: 'Ik wil de officier bedanken voor de werkstraf.'

 

De politierechter: 'Ho, ho, ik bepaal de straf.'

En dat doet hij ook. 'U krijgt van mij het voordeel van de twijfel. Werkstraf van 180 uur, vijf maanden voorwaardelijk.'

Rudolf: 'Ik ben u dankbaar.'

De politierechter: 'U kunt in hoger beroep.'

Rudolf: 'Nee, nee.'

Politierechter: 'Bedankt voor uw komst.'

Officier van justitie: 'Wel thuis.'

 

De rechtsstaat heeft er een vriend bij.

 

Rob Zijlstra

 

 

posted @ 5:17 PM | Feedback (107)

Thursday, October 30, 2008

Dit kan geen leuk verhaal worden.

Als u niet in de stemming bent of juist wel, maar die niet wilt laten bederven, kunt u nu ook iets anders gaan lezen.

 

Toen ik in januari 2005 begon met een weblog over grote en kleine strafzaken in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank, schreef ik dat het leven niet altijd leuk is, maar dat er in de rechtszaal ook gelachen kan worden.

Dit laatste kan nog steeds.

Alleen komt het niet zo vaak voor, veel minder ook dan ik mij destijds had voorgenomen.

 

Zittingszalen in gerechtsgebouwen zijn de meest trieste zalen die er bestaan.

Dat komt door de mensen die er moeten komen.

 

Nooit zal ik Bennie vergeten, een toen 36-jarige man, bewoner van de Van Mesdagkliniek, die meer dan de helft van zijn leven achter tralies had gesleten en nog maar één wens had: binnen vier jaar een dag op proefverlof. Zou hem dat niet lukken, dan wilde hij dood.

Een testament had hij al laten opstellen, want hij had één ding te vergeven.

Met een ernstig gezicht trok hij zijn T-shirt omhoog en toonde de rechters zijn buik. 'Als het me niet lukt, krijgt mijn broer mijn broekriem.'

 

Die vier jaar zijn bijna voorbij en ik weet niet hoe het hem is vergaan. Ik weet nog wel dat ik toen dacht: zouden er nog treuriger mensen bestaan dan Bennie?

 

Nou en of.

 

Na Bennie volgde een hele stoet verslaafde, mislukte, eenzame, verwarde en ongelukkige mannen en vrouwen, de een met zo mogelijk nog meer ellende dan de ander.

Aan de andere kant zag ik voor het leven getekende slachtoffers (of hun nabestaanden) die nergens om hadden gevraagd voorbijkomen.

 

In zittingszaal 14 worden per jaar zo'n 350 strafzaken behandeld.

Soms dacht ik alle mogelijke menselijke misère wel zo'n beetje te hebben meegemaakt, maar dan kwam er altijd weer een volgende zaak die al het voorgaande deed verbleken.

Zoals dat ook gaat met wereldrecords.

Het kan na verloop van tijd altijd nog sneller.

 

Nooit ook zal ik de man vergeten die in de nacht gemaskerd een slaapkamer binnendrong en urenlang, stinkend naar sigaretten, zijn lusten botvierde op de (hem onbekende) vrouw die daar eerst nog lag te slapen. Ook nadat zij hem had gesmeekt haar te doden, ging hij door.

Bijna niet te evenaren is het slachtoffer dat van kind tot jong volwassene  zich alles waar u niet aan wilt denken moest laten welgevallen en zo moeder werd van de kinderen van de levenspartner van haar moeder. 

 

Drie weken geleden tijdens het Groninger hiv-proces, toch ook heel bizar, vroeg ik mij af: kan het hierna nog gekker worden?

Ik kon toen nog niet weten dat die vraag gisterochtend al beantwoord zou worden.

 

Eerst kwam zij vanuit de vrouwengevangenis in Zwolle de zittingszaal binnen, met een lange lok vettig haar voor haar grauw gezicht. Om haar nek een witte kralenketting met een kruis er aan.

Kort daarna kwam hij vanuit de gevangeneninrichting in Ter Apel, al even grauw, met zijn haar in een lange paardenstaart, de winterjas al aan.

Als ze gaan zitten naast hun advocaten, knipogen en glimlachen ze naar elkaar.

Zijn lippen lijken te zeggen: 'hou van jou'.

 

Sinds hun arrestatie op 21 juli dit jaar in Veendam hebben ze elkaar niet meer gezien.

 

De officier van justitie verzoekt de rechtbank om een aanhouding omdat het onderzoek, complex en omvangrijk, nog niet klaar is. Ook zijn de rapportages waarin iets over de geestesvermogens van de twee verdachten moet komen te staan, niet af.

Over een paar maanden wordt de zaak inhoudelijk behandeld.

 

Ik ken de achtergronden niet.

Wel de kille feiten zoals de officier van justitie die voordraagt.

 

Dat ze met z'n tweetjes na kalm beraad en in rustig overleg de 14-jarige Natasja - haar dochter - hebben gedwongen in een vrieskist te klimmen. En dat ze die vervolgens dicht deden.

Natasja raakte onderkoeld en buiten bewustzijn.

Een poging tot moord, zegt de officier van justitie.

 

Dat is niet alles.

 

In de twee weken voorafgaand aan de vrieskist, hadden ze al even kalm kokend water dan wel hete thee over haar lichaam gegooid, met tweedegraads brandwonden tot gevolg.

Tussendoor werd het meisje mishandeld, mogelijk samen met anderen, door haar te schoppen en te slaan en door haar stroomstoten toe te dienen, 'waardoor Natasja letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden'.

 

Als de moeder en de 'hou-van-je-vriend' haar niet mishandelden, zat Natasja opgesloten in een slaapkamer zonder deurklink, zodat er sprake is van wederrechtelijke vrijheidsberoving.

 

Natasja heeft het overleefd en wist uiteindelijk te vluchten naar de buren.

Die belden de politie.

Toen die arriveerde, dreigde de vriend zijn en ook haar tien maanden oude zoontje dood te knijpen.

Een arrestatieteam wist dat te voorkomen.

 

Prettige dag verder.

 

Rob Zijlstra

 

 

 

dit en anders:

www.zittingszaal14.nl

 

posted @ 11:20 PM | Feedback (134)

Tuesday, October 28, 2008

Ik schreef, drie jaar geleden, al eens over Koos.

Over Koos die spoorloos was, maar niet vermist.

 

Koos, toen 54 en nu 57, is een bijzondere man.

In september 2005 werd hij veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf.

De officier van justitie sprak destijds van een ernstige zaak.

 

Koos had de kluit belazerd.

Hij had gesjoemeld met de omzet van zijn bedrijf door op computers te knippen en te plakken met facturen om zo de kosten en baten in gezonde balans te brengen.

Ook wist hij op valse wijze een subsidie in de wacht te slepen van 220.000 euro bij wijze van een voorschot op een toegezegde vijf ton.

Drie weken nadat het voorschotgeld was bijgeschreven, ging de nering van Koos failliet.

Pure oplichting, sprak de officier van justitie tijdens het strafproces voor de noordelijke fraudekamer.

 

Op zich is dit allemaal niet zo bijzonder in de zin van bijzonder.

Het bijzondere is Koos zelf.

 

Koos richtte in 1994 internetprovider bART op.

Daarmee was hij een van de allereerste.

Vijf jaar later verkocht hij bART aan Amerikanen en dat leverde heel veel geld op.

 

Zo werd Koos de eerste internetmiljonair van het land en in Groningen een gevierd man.

In plaats van te rentenieren wilde Koos de wereld nog een keer een kunstje laten zien.

Hij richtte Independent Brains op.

Een digitaal bemiddelingsbureau tussen freelancers (brainworkers) en opdrachtgevers (brainhunters).

 

Al gauw heette Independent Brains het paradepaardje van de IT-sector in Groningen en verre omstreken.

Door Amsterdam reden trams met de naam van de onderneming op de zijkanten en Swingin' Groningen kon internationale artiesten op de Grote Markt laten optreden omdat Koos de boel sponsorde.

Herman Brood met Big Band speelde exclusief op een personeelsfeestje.

 

Maar het ging mis.

Het paradepaardje bleek een zeepbel.

Rekeningen en later ook de salarissen bleven onbetaald.

In een poging te redden wat er te redden viel, begon Koos dus te knippen en plakken en stortte het Samenwerkingsverband Noord-Nederland 220.000 euro op de rekening.

Kort daarop spatte de boel uiteen.

De curator stelde vast dat er nooit één cent was verdiend, maar dat het salaris van de jongste bediende dat van hem overtrof.

 

In het café sprak ik met oud-werknemers (brains) waarna ik in de krant een artikel schreef over de teloorgang van wat zo mooi leek.

Een van de brains zei: 'Koos had ideeën en lef. Vooral lef. Hij riep vaak: weest niet bescheiden, denk groot. Dat was stimulerend, verfrissend.'

Vriend en vijand – de vele schuldeisers – waren het er over eens dat Koos nooit had gehandeld vanuit kwade bedoelingen. Hij geloofde in zijn eigen ding en velen lieten zich enthousiast meeslepen. 'We hadden allemaal boter op het hoofd.'

 

Na het faillissement verdween Koos.

Met zijn resterende miljoenen naar Bonaire, wilden geruchten.

Anderen zeiden dat hij berooid onder een brug in Parijs leefde. 

Zij die wel beter wisten, wilden niks zeggen.

 

Twee jaar na het faillissement volgde een strafrechtelijk onderzoek nadat in een woning op Terschelling belastend materiaal was opgedoken. Na afronding van het onderzoek werd Koos drie maal opgeroepen om als verdachte te verschijnen voor noordelijke fraudekamer en drie keer ook liet hij zich niet zien.

Uiteindelijk besloot de rechtbank het dan maar zonder hem te doen en zo werd Koos in september 2005 bij verstek veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf.

 

Omdat hij spoorloos bleef, kreeg hij een vermelding op het internationale opsporingsregister.

Niet als een most wanted.

Justitie zei: hij zal zich, het vluchten moe, misschien wel eens melden en anders loopt hij wel een keertje tegen de lamp.

 

Maar Koos bleef spoorloos.

Tot vorige week.

Vorige week maandag dook hij ineens op bij het gerechtshof in Leeuwarden.

 

Het hof oordeelde dat de betekening (uitreiking) van de dagvaarding in september 2005 niet correct is verlopen. Daardoor is Koos niet in de gelegenheid gesteld het proces in persoon bij te wonen.

Ofwel: de dagvaarding is nietig en daarmee is er geen vonnis.

Geen 24 maanden meer.

 

De ernstige zaak, zoals de officier van justitie het destijds zei, is terug bij af.

 

Het openbaar ministerie zal Koos nu opnieuw moeten dagvaarden.

En gezien de prioriteit die fraude in justitieland geniet, kan dat nog even duren.

Wel een jaar.

 

Rob Zijlstra

 

 

 

dit en meer op

www.zittingszaal14.nl

 

posted @ 3:27 PM | Feedback (127)

Monday, October 27, 2008

Stel je voor.

Je gaat op stap de stad in. Je trekt je nieuwe shirt aan waarop  met grote letters Diesel staat en je oude schoenen. Halverwege de stapavond botst je in een café tegen iemand aan, zegt sorry en stapt vrolijk verder. Tien dagen later zit je op het politiebureau, een half jaar later in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank. Op beschuldiging van het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Getuigen hebben verklaard dat het een vent was met oude schoenen aan en een shirt van Diesel die in het café opzettelijk botste.

En stel je dan voor dat de officier van justitie alleen de getuigen gelooft.

Omdat zij het zeggen.

 

Dit voor het idee.

Het verhaal gaat anders.

 

Niels, Karel en Kees zijn portier bij discotheek Pruim in Zevenhuizen.

De een is dat 16 jaar, de ander 17, Kees al 22 jaar.

Een bult ervaring.

 

Op 10 februari gaat Simon met vrienden en vriendinnen naar de discotheek.

Ze hebben vooraf  ingedronken en dat is aan Simon te merken.

Bij de ingang is hij vervelend. Toch mag hij naar binnen, omdat twee vriendinnen tegen de portiers zeggen dat ze goed op Simon zullen passen, dat ze hem wel rustig zullen houden.

 

Hoewel het in de zaak nog niet druk is, want net open, gaat het al snel mis.

Simon en vrienden gooien in de Skihut voor de gein met bierviltjes.

Als de lol daar van af is, gooien ze vanaf de balustrade met plastic glazen en bier daarin naar die vent die beneden alleen op dansvloer danst.

Dat is pas echt lachen.

 

Niels en Karel komen en spreken Simon en gezelschap aan op hun gedrag.

Ze zeggen: Niet met bier gooien. Of een leuke avond of naar buiten.

Een paar zeggen sorry en gaan voor de leuke avond.

Maar Simon blijft vervelend en gaat stoer doen.

 

De portiers tegen de rechters: ‘Wij werken al heel veel jaren samen. Iedere situatie vraagt om een andere afweging. De ene keer volstaat een praatje, een andere keer pak je iemand even bij de arm voor een gesprek bij de uitgang. Nee, daar komt niet veel geweld aan te pas.’

 

Vervelende Simon gaat door en moet na de laatste waarschuwing mee, hij moet eruit.

Via een trap.

Getuigen zullen later zeggen dat Simon werd geduwd en zo naar beneden tuimelde.

Andere zeggen dat Simon naar beneden werd geslagen.

Weer anderen: geschopt.

Simon zelf kan zich weinig herinneren, mogelijk vanwege dat indrinken.

 

Eenmaal buiten, op de parkeerplaats, is Simon agressief en zou hij bezoekers die naar binnen willen, lastig vallen en bedreigen. Kees grijpt in, in die zin dat hij Simon grijpt en op de grond in bedwang houdt, met een knie op de borst (getuigen: op de keel).

De twee vriendinnen melden zich weer en zeggen dat ze hun vriend mee zullen nemen.

Het vervelende gezelschap vertrekt en is het weer rustig in Zevenhuizen.

 

Tien dagen later moeten de portiers zich melden bij de politie.

Iemand heeft aangifte gedaan van mishandeling.

Schaafwonden, gebroken enkel.

Niels, Karel en Kees kunnen zich daar tezamen en in vereniging niets bij voorstellen.

Hij liep gewoon naar buiten.

Als je je enkel breekt, zeg je toch op z’n  minst au.

Hij niet.

Ook anderen zeggen daar niets over.

Kees: ‘Niemand riep, stop,  die jongen heeft pijn of zoiets.’

 

Niels, Karel en Kees zeggen verbaasd te zijn dat ze nu in de rechtszaal zitten.

Ze zeggen: ‘Die jongen is zonder beschadigingen van ons terrein afgegaan.’

Geduwd, geslagen geschopt?

Nee.

 

De drie portiers hebben als portier wel eens vaker een geintje gehad.

Karel in 2006 nog, goed voor een boete van 220 euro.

Kees is twaalf jaar geleden eens beschuldigd van mishandeling, maar werd daarvan vrijgesproken.

Verder niks.

 

De officier van justitie erkent dat het werk van portiers moeilijk werk is en dat er wel eens gepast geweld nodig is om vervelende bezoekers tot de orde te roepen.

Portiers hebben daar ook een diploma voor.

Maar in dit geval, vindt de aanklager, zijn Niels, Karel en Kees, ondank hun schone lei, over de schreef gegaan, hebben ze een grens overschreden.

 

Je duwt, of slaat of schopt niet iemand die vervelend is van de trap.

Als je dat wel doet, en iemand breekt dan ook nog zijn enkel (vijf dagen ziekenhuis, vier maanden revalidatie en nog altijd veel pijn) dan maak je je schuldig aan het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

 

Niels en Karel horen werkstraffen van 80 uur tegen zich eisen.

Ook moeten zij, vindt de officier, aan Simon 2346,60 euro betalen, waarvan 2000 euro aan smartengeld.

Kees, vanwege dat knietje op de borst (getuigen: keel), hoort een eis van 40 uur, maar die geheel voorwaardelijk.

 

Misschien is het anders gegaan dan de drie portiers beweren.

Maar misschien ook niet.

 

Nu bemoei ik mij zelden met het eindoordeel, maar in dit geval kan ik mij niet voorstellen dat die portiers worden veroordeeld.

De officier van justitie zegt dat er in het dossier voldoende bewijs is, dat er is of geduwd, of geschopt of geslagen.

Dat het ook voor de officier niet duidelijk is waar en hoe die enkel brak, doet voor hem niet ter zake.

Hij zegt: ‘De getuigen verklaren consistent. En dat ze niet allemaal dezelfde verklaring hebben, komt omdat het er ook donker was.’

 

Dat de getuigen allemaal tot het uitgelaten groepje van Simon behoren, brengt de officier ook niet aan het twijfelen. Evenmin dat de getuigen niet kunnen aangeven wie van de portiers ze nu hebben zien of duwen, of slaan of schoppen. De officier van justitie gelooft wel dat Simon niet heel welwillend was die avond, maar dat doet, vindt hij, niets af aan de feiten.

 

Stel je voor dat je kunt worden veroordeeld, niet omdat er overtuigende bewijzen zijn, maar omdat er een officier van justitie is, die gelooft dat je het hebt gedaan.

Omdat zij het zeggen.

 

Rob Zijlstra

 

 

 

voor dit en meer:

 www.zittingszaal14.nl

 

posted @ 11:17 PM | Feedback (139)