Nu zou je kunnen denken dat de strafzaken die in rechtszalen worden behandeld tot op zekere hoogte een afspiegeling vormen van de misdaad buiten.
Er worden veel diefstallen gepleegd, dus dat er met grote regelmaat een veelpleger in het verdachtenbankje zit, is niet zo raar.
In Nederland worden ook kinderen mishandeld.
Volgens het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) zijn meer dan 100.000 kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar het slachtoffer van losse handjes van ouderen, niet zelden de ouders.
Dat is nogal wat.
Je zou dus verwachten dat er met regelmaat een kindermishandelaar voor straf in de rechtszaal zit.
Ik zie frequent de mannen die (hun) kinderen seksueel misbruiken.
Of de mannen die achter hun flatscreen met groot plezier toekijken hoe kleine kinderen van anderen worden verkracht. Die worden dan (meestal) veroordeeld wegens kinderporno.
Maar kindermishandeling behelst meer, staat ook op de website van het Nji.
Er zijn ook kinderen die stelselmatig door hun vaders (toe-drink-niet-meer) en moeders (idem) in elkaar worden gebeukt.
Op de televisie zie dan dat jongetje met z’n gebroken arm in de bus stappen (sire).
Gek genoeg kom je die mannen (en vrouwen) zelden tot nooit in de rechtszaal tegen.
Misschien heeft kindermishandeling geen prioriteit.
Deze week leek daar even verandering in te komen.
Een 40-jarige bruut uit Noord-Groningen stond terecht wegens zware mishandeling van een baby.
Ook zijn baby.
Van de tenlastelegging werd je al niet vrolijk.
Hij had met het zeven weken jonge kind gegooid, opzettelijk, met bot- en ribfracturen tot gevolg.
Het bureau kindermishandeling had een melding gekregen van artsen van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG, ziekenhuis). Een patiëntje met kinkhoest bleek bij een nader onderzoek vier ribben gebroken te hebben en een dubbele fractuur van de linkeronderarm.
Wel een beetje verdacht, meldden de artsen.
Dat vond ook de ingelichte officier van justitie.
De bruut werd gearresteerd.
De officier zegt tegen hem dat alle vaders en ook alle moeders wel eens de neiging hebben hun kroost achter het behang te willen plakken.
Begrijpelijk, want die lieve, kleine hummeltjes kunnen al vroeg ook etterbakjes zijn.
Daar herkende de officier zich wel in.
’s Nachts eruit, huilen, kotsen, bedje verschonen, het gevoel van onmacht en morgenvroeg vroeg de wekker weer.
Maar deze vader, zegt de officier, is te ver gegaan.
Deze vader zegt dat Emmy in haar bedje lag, te spugen, dat ze de melk weer niet binnenhield.
Dat hij haar en het bedje had verschoond.
En dat hij haar toen wat stevig op de commode had gelegd.
Nee, niet gegooid.
’t Was meer met een bats.
Rechters vragen: Was u boos?
Hij zegt: ‘Nee, wel teleurgesteld. Je wilt dat het niet steeds weer gebeurd. Je wilt dat ze het binnenhoudt, omdat je niet wilt dat je kind uitdroogt.’
Een paar dagen later.
Emmy krijgt het benauwd, loopt paars en dan blauw aan.
Hij zegt: ‘Je doet wat. Ik heb haar opgepakt, hield haar vast tegen mijn borst. Ik heb haar toen, impulsief, op de rug geslagen, toen kwam het los en begon ze weer te ademen.
Rechters: Hoe hard?
Hij weet het niet meer.
Rechters: Hoe vaak?
Hij : ‘Mijn herinnering is zwart.’
Omdat het hoesten niet overging, maar erger werd, kwam de huisarts.
Toen het ziekenhuis in Delfzijl en daarna het UMCG.
Na nader onderzoek zeiden de artsen tegen elkaar: moet je nou eens kijken.
Toen hij met de breuken werd geconfronteerd, moest hij direct denken aan het incident bij de commode en de benauwde momenten twee dagen later.
Dat vertelde hij ook.
Dat van die commode, van die bats, nee dat had hij niet eerder verteld.
‘Ik voelde me schuldig.’
De officier van justitie, met een milde reputatie, fronst de wenkbrauwen.
Hij besluit zijn rol dit keer hard te spelen.
Zegt: ‘Dus uw schuldgevoel is belangrijker dan de gezondheid van uw kind?’
Hij zegt, zacht: ‘Ik dacht, niet over praten, misschien valt het mee.’
De officier: ‘Bret voor de kop.’
De bruut batst dicht.
De officier: ‘En hoe leg je dit later aan Emmy uit als ze 10, 15 of 20 jaar oud is?’
Hij, met het hoofd gebogen: ‘Zo ver is het nog niet.’
De man denkt misschien nu wel dat hij met zo’n nare officier van justitie alsnog de gevangenis in moet.
Want natuurlijk wist hij dat het fout zat.
Dat er vanwege drukte op het werk spanningen waren, dat hij zichzelf niet onder controle had die tijd. Dat hij na lange dagen op de vrachtauto vaak vermoeid was en thuis ‘stressig’.
Daarom hadden ze er na het nare gebeuren mee ingestemd dat hij even een tijdje niet bij zijn partner en kinderen zou wonen.
En dat ze gesprekken zouden gaan voeren met de hulpverlening.
Een jaar lang waren ze zo gescheiden geweest.
Maar sinds augustus dit jaar zijn ze weer samen en het gaat best goed.
Hij heeft geleerd dat als hij het even niet trekt, hij dat aangeeft.
En ze mogen de hulpverlening altijd bellen.
Zegt: ‘Dat vind ik een geruststellende gedachte.’
En ja, hij had het zwaar gevonden, het best wel als een straf ervaren, dat hij een jaar de kinderen niet bij zich had.
‘Maar we zijn er uiteindelijk niet minder van geworden.’
De officier zegt dat vaders hun baby’s teder horen op te pakken, dat je er niet mee moet gaan smijten. Dat babybotjes nog van rubber zijn. En dat er dus grof geweld aan te pas moet zijn gekomen, willen die breken.
Het advies van de reclassering is om de vader te bestraffen met een voorwaardelijke straf.
Maar de officier vindt dat niet voldoende.
Hij zegt: ‘Een straf moet uit te leggen zijn aan de maatschappij. En het is niet uit te leggen dat wie gooit met baby’s wegkomt met een voorwaardelijke straf.’
De officier van justitie zegt de maximale werkstraf te willen eisen: 240 uur.
Maar omdat de vader een jaar gescheiden is geweest van zijn gezin en dat ook als een straf heeft ervaren, mag het de helft zijn, 120 uur.
En twee maanden gevangenisstraf, maar die wel voorwaardelijk.
Aan het einde van de zitting is de vader al niet meer de bruut die de tenlastelegging aanvankelijk van hem maakte.
De advocaat voert aan dat de vader Emmy nooit pijn heeft willen doen, maar dat hij haar wilde helpen uit haar ademnood.
Hij deed dat niet omdat hij gek werd van het gehuil.
Er was geen opzet in het spel, hooguit kun je zeggen dat hij wat onkundig handelde.
De officier blijft namens de samenleving zijn verontwaardigde rol spelen.
‘Hij handelde, maar buiten proporties.’
Zegt ook: ‘Wij moeten kindermishandeling serieus nemen. Omdat baby’s wel een naam hebben, maar nog geen stem.’
Ik denk dat je best aan de maatschappij uit kunt leggen dat deze vader niet in de gevangenis thuishoort.
Je moet dan alleen wel even het verhaal er bij vertellen.
Ik denk aan die 100.000 andere kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar.
Er zijn vast ergere gevallen.
Als justitie die serieus gaat nemen, dan zal het heel druk worden in rechtszalen.
En ik denk niet dat dat zal gebeuren.
Waarom niet?
Dat moet justitie zelf maar aan de samenleving uitleggen.
Rob Zijlstra