Met een buiging haal
ik de zilveren lepels
tevoorschijn uit het
decor van mijn jeugd
Ik poets ze op
waarbij de roze bloemen
in de waaier
de pijn weergeven
die doet vermoeden
dat het geluk
nu
aan mijn voeten ligt
Ik ontvang het als een vallende
ster en knipoog tegen de maan
die tevreden zijn schijnsel over
het meer spettert