Verschrikt kijk ik op. Waar is het rode parapluutje? Onze reisleidster Li Hao houdt die onafgebroken de lucht in. We zouden haar maar kwijt kunnen raken. Voor alle zekerheid heeft Li Hao in de bus uitgelegd hoe we zelf de uitgang moeten vinden. De ingang is aan de zuidkant. De uitgang aan de noordkant. Dat betekent dat je vanaf de ingang aan één stuk rechtdoor moet lopen. Dat is ingewikkeld. Daarom heeft Li Hao het ook drie keer uitgelegd. En houdt ze het parapluutje voortdurend omhoog.
Hello, wanna buy? Een chinese vrouw schiet me aan en probeert me glimmende goudkleurige beeldjes te verkopen. We zijn nu een uur in de Verboden Stad en ze is nummer achttien. Ik negeer haar. Ik koop liever straks een paar authentieke met nepdiamant ingelegde eetstokjes. Om me heen is het hectisch. Zo regelmatig als het stratenpatroon van Beijing is, zo chaotisch is het gekrioel van de toeristen. De toeristen uit China zelf zijn gemakkelijk te herkennen. Ze dragen allemaal gekleurde petjes - rood, oranje, blauw - zodat ze weten bij welke groep ze horen. Iedere groep wordt geleid door een bijpassend parapluutje. En pas op wanneer zo’n parapluutje de groep jouw kant op leidt. Als je in het looppad staat pogoot de hele groep chinezen je onverbiddelijk in één keer opzij.
Ring. Telefoon. Mijn moeder. Of de babi pangang in China net zo lekker is als in Nederland. En of ik wel goed oplet in zo’n grote gevaarlijke stad. En ik moet ook uitkijken wat ik eet, want in China is niet alles zo hygiënisch. Bovendien heeft mijn moeder gelezen dat er in China net een menselijke variant van mond- en klauwzeer is opgedoken. Je weet maar nooit.
Ik loop terug naar Li Hao. Onze vier minuten en twintig seconden vrije tijd zijn voorbij. Li Hao telt de deelnemers. Iedereen is op tijd terug, zodat we gezamenlijk naar de bus kunnen lopen. Die staat tien meter achter de uitgang. Li Hao vertelt ons over het programma van vanmiddag. Zodadelijk rijden we met de bus naar de Chinese muur. Daar mogen we vrij rondlopen, maar de Chinese muur is lang en we moeten op tijd terug zijn. We moeten dus goed uitkijken dat we niet verdwalen op de muur. Verder waarschuwt Li Hao ons dat we niet aan de verkeerde kant van de muur naar beneden moeten lopen. Dan staan we namelijk in Mongolië. En mensen met hoogtevrees mogen niet met de rodelbaan. Ze kunnen dan in paniek raken. Ik moet denken aan mijn moeder. Ze zou een verdomd goeie chinese reisleidster zijn.