Deze keer werd ik om circa negen uur opgehaald door Betty. De ambulance was om 8 uur door de rijder van de nachtploeg bij haar bezorgd. Na de overdracht bracht zij hem thuis om vervolgens mij op te halen. Er waren geen meldingen, uit de nachtdienst, die nog gedaan moesten worden. Om drie uur zou er op ons honk een identificatie plaatsvinden van een dode kat.
We brachten een bezoek aan een dierenasiel en vogelopvangcentrum voor een kleine rondleiding. De beheerder gaf een kleine introductie. Ook kwam het vervoer van vleermuizen ter sprake. Met vleermuizen moet heel zorgvuldig worden omgegaan. De zogenaamde laatvlieger is meestal besmet met rabis en is ook voor de mensen besmettelijk.
Tijdens het bezoek kwam een melding binnen betreffende een verwilderde en uitgehongerde kat. Deze liep al maanden rond maar begon nu agressief te worden. Voordat we er naar toe gingen vroegen we of ze de kat konden vangen in een schuur. Als dit gelukt was dan zouden we de kat komen ophalen. Na drie kwartier kwam het telefoontje dat het gelukt was om de kat in de schuur te krijgen. Aangekomen bleek dat de kat zich verscholen had op de zolder van de schuur, hier konden we niet bijkomen. De schuur werd opengelaten zodat de kat er uit kon. Na advies te hebben gegeven over de procedure van het plaatsen van een vangkooi gingen we weg.
Rond 3 uur zou de identificatie plaatsvinden. Ter voorbereiding kwamen we om half drie op ons honk aan. Na wat zoekwerk vonden we het registratieformulier, deze was in een verkeerde map terecht te komen. De kat werd uit de koeling gehaald en op tafel neergelegd bedekt met een kleed. Iets over drien kwam de eigenaar aan. Hij had met zijn gezin afgesproken om de kat niet te bekijken. Na het geven van de halsband wist hij het zeker, het was zijn kat. De kat heette Anoeska en ze hadden haar een paar jaar geleden, na hun verblijf in Rusland, meegenomen. De man was zeer aangedaan en moest later thuis tegen vrouw en kinderen zeggen dat het inderdaad hun Anoeska was. Tot slotte legden we uit welke vier opties er waren wat er met hun dode kat kon gebeuren. De optie werd een begrafenis op een dierenkerkhof of een crematie. Dit zou hij met zijn gezin bespreken en de volgende dag doorgeven. Omdat dit voor mij de eerste identificatie was greep het mij ook wel enigszins aan.
Na nog wat andere werkzaamheden op het honk kwam er een melding dat er een vogel in de schoorsteen zat. Men hoorde de vogel fladderen. Snel er naar toe, helaas bleek ter plaatse dat de vogel, een huismus, het helaas niet had overleefd.
De vindster van de zwerfkat belde weer dat deze rustig buiten zat waar deze de laatste weken altijd zat. Hierop besloten we om nog een poging te doen om de kat te vangen. Maar vergeefs, de kat liet zich niet naderen en ging er steeds vandoor. Ook nu moesten we de poging staken. De vinder gaat de volgende dag de procedure starten om toestemming te krijgen voor het plaatsen van een vangkooi. Zodra de toestemming er is wordt deze door iemand van de dierenambulance geplaatst.
De dienst zat er bijna op en Betty, die ook aspirant (bij)rijders begeleid, vroeg aan mij of ik verder wilde. Eigenlijk had ik dit na de eerste snuffeldag al besloten. Dus vanaf nu start mij on-the-job training. Hierop kreeg ik het nodige cursusmateriaal. Morgen meteen maar bellen voor de diensten in oktober.
Al met al een heel rustige dienst, uiterst nuttig om de vele procedures door te nemen. Op naar de eerste echte dienst.
N.B. Deze column berust deels op fictie. Namen en lokaties zijn aangepast.