Sunday, October 23, 2011

beste studenten en (oud) collega's ooit ben ik gestart met deze weblog voor de stagebegeleiding en dat is in een paar jaren flink uitgegroeid tot 161 pagina's, veel pagina's zijn veel meer dan 1000 keer uniek bezocht, een aantal pagina's kregen meer dan 5000 klanten nog steeds sta ik op de zoekmachines bij een aantal zoekwoorden op pagina één... maar het moet gezegd meestal zijn er tegenwoordig maar een paar bezoekers per dag commentaar en vragen (tot complete scripties toe), heel leuk van allerlei opleidingen hbo en universitair, nederland en belgië, heb ik het laatste jaar niet meer gehad, wel moet ik toch regelmatig controleren op spam-achtige berichten ik voel dat het tijd is voor iets anders, wat en hoe weet ik nog niet precies, de grote publiekstrekkers (dat zijn er een stuk of twintig met samen bijna 100.000 bezoekers!), zal ik zeker ergens op het net onderbrengen (na actualisering en dat is hard nodig), de tijd- en situatiegebonden berichten zitten al in mijn archief en verder ben ik onsterfelijk geworden via het internet archief: met de laatste opname van 29 maart 2009 http://web.archive.org/web/20090329092939/http://blogger.xs4all.nl/jentldn/ hiermee staat volgens mij met de eerdere kopieën de weblog voor het grootste deel in het eeuwig archief... het is dus een kwestie van tijd en zin om de weblog langzaam te deleten en het mooie te behouden, en uiteraard met een klein trucje ook mijn positie bij google... ik heb het graag gedaan! tom weeber
posted @ 2:06 PM | Feedback (0)

Monday, December 10, 2007

Na de eerste zin volgt de tweede. Hoe mooi de eerste zin ook bedacht is, als echte binnenkomer, er moet toch ook een tweede zin komen, een paragraaf, een hoofdstuk, een scriptie...

  • vraag een schrijver waar hij mee bezig is: 'met een nieuw boek...'
  • vraag een hoogleraar wat hij minimaal een keer per jaar moet leveren: 'een artikel...'
  • vraag een kind wat hij schrijft: 'mijn letter...'
  • ...en vraag een student wat hij schrijft: 'ik ben bezig met mijn scriptie maar na de eerste zin wil het niet erg opschieten...'

 Een kind leert eerst letters en dan al snel om de woorden aap, noot, mies te schrijven. Later worden het zinnen en ergens op de basisschool 'een opstel.'

Bedenk eens als je spreekt, dan zijn dat geen losse woorden of prachtige volzinnen... maar een samenhangend stel van korte, duidelijke zinnen die samen een boodschap overbrengen, een heel kort opstel als het ware. Waarom schrijf je ook niet op die manier? Ervaren schrijvers maken een boek of een rapport of een artikel en dat hebben ze in hun hoofd, het moet alleen nog (ook voor ervaren mensen met bloed, zweet en tranen) opgeschreven worden. Dat doen ze niet met letters, niet met woorden, noch met zinnen. En ook niet met hoofdstukken. Ervaren schrijvers produceren alinea's!

ofwel:

vecht niet langer met losse woorden, worstel niet langer met moeilijke zinnen, zoek nooit meer naar de tweede zin... probeer je betoog te vangen in enkele samenhangende zinnen: in een alinea.

Alinea betekent letterlijk 'naar een nieuwe regel' en dat is een definitie die alleen typografisch van belang is. Een alinea draait om een korte kernachtige zin waarin het thema van de alinea wordt aangegeven. Met zinnen ervoor of erna wordt deze kernzin uitgewerkt, voorzien van een voorbeeld, verduidelijkt met gegevens, voorzien van toelichting of analyse/conclusie.  

Ter lering bekijken we even de voorgaande alinea: de kernzin is de tweede zin: Een alinea draait om... de eerste zin is de binnenkomer: Na al dat gepraat wil je wel eens weten wat een alinea is en deze eerste zin geeft een definitie maar ook weer niet! Het is een prikkel om verder te lezen. De laatste zin is de uitwerking. 

Ter lering bekijken we ook de alinea die begint met 'Bedenk eens...' De kernzin is cursief: 'Ervaren schrijvers produceren alinea's!' De slotzin. In de zinnen die daaraan vooraf gaan wordt de lezer gebracht naar die conclusie, eerst met een verhaaltje over spreektaal dat iedereen zich wel kan voorstellen. Dan een grote stap naar de wereld van de broodschrijvers, met enkele zinnen hoe die het niet doen. En dan ineens de conclusie die teruggrijpt op de eerste zin waarin eigenlijk een definitie staat van een alinea 'een samenhangend stel van korte, duidelijke zinnen die samen één boodschap overbrengen.

Bestudeer de opbouw van dit verhaal: ik heb geprobeerd de oplossing = alinea zo lang mogelijk niet te noemen. Dan moet ik dat ook in de titel vermijden. Na mijn stukje over de eerste zin is 'de tweede zin?' als titel wel aantrekkelijk. Maar dan moet ook ergens in de tekst het antwoord staan op de vraag die in de titel is gesteld: zoek nooit meer naar de tweede zin maar schrijf een alinea!

http://bachelorscriptie.googlepages.com/1067

Friday, November 30, 2007

Wellicht u deze site als tip voor studenten op uw weblog kunt zetten.
Er kunnen daar enquêtes gemaakt worden en gratis online gezet worden.
Er is een forum waar een oproep voor andere studenten geplaatst kan worden om enquêtes in te vullen.
De tegenprestatie die ze (de website-eigenaars) vragen is of je ze dan ook een kopie van je scriptie wilt opsturen, mits die niet concurrentiegevoelig is (of als de concurrentiegevoelige gegevens verwijderd/gewijzigd zijn).
De site is: www.thesistools.com / www.studentenonderzoek.com (verwijzen naar dezelfde site).
posted @ 12:59 PM

Thursday, November 15, 2007

Een aantal tips over zoeken op internet.

Ik werk altijd met google®, maar ik weet dat er veel mensen bezwaar hebben tegen dat programma omdat zoekopdrachten op de een of andere manier bewaard worden.

Er zijn verschillende zoekmachines die privacy "garanderen," ik zet het tussen aanhalingstekens want wie op het web zit laat sporen na. Hoe dan ook. ixquick is een bekende metazoekmachine (gebruikt meerdere zoekmachines en google niet).

Ook scroogle verwijderd na enige tijd de zoekopdrachten.

Als je zoekt met google en je hebt precies gevonden wat je zocht: klik dan altijd even aan "gelijkwaardige pagina's." Dit is vooral handig als je 'de' vondst hebt gedaan die niet op plaats één staat.

Voelspriet heeft een google documentenzoeker, erg handig als je op zoek bent naar documenten in een bepaalde opmaak.

Zojuist al genoemd: voelspriet een nederlandse zoekmachine met heel veel handige zoekmogelijkheden.

Iets minder functionaliteit heeft soople, maar daar vind ik de opmaak overzichtelijker van.

Als volgens de zoekmachine de informatie er nog wel is, maar de pagina is verdwenen... dan zijn er twee mogelijkheden. De makkelijkste is om te kijken in de "cache" van google.

Veel oude informatie staat in de waybackmachine van het internet archief... een waarschijnlijk hopeloze poging om heel het internet vast te leggen, maar het werkt wel!

posted @ 3:57 PM

Friday, November 09, 2007

In de Spits van 8 november 2007 lees ik dat een student uit Arnhem zijn laatste versie afstudeeronderzoek kwijt is. Het stond op een USB stick en die ligt nu ergens in een trein of in een grote afvalzak of op een berg bij de vuilverbranding... En dan boft hij nog dat de informatie niet in verkeerde handen is gevallen.

Een simpele tip om te back-uppen: mail je scriptie naar jezelf en/of naar een goede vriend/in.

update: overigens zag ik toevallig gisteren weer tientallen sites en weblogs van studenten die hun scriptie schrijven in een (beperkt toegankelijke) site of weblog, dat geldt ook - kennelijk - voor popdossiers en dergelijke. Zelf zou ik dat laatste niet direct doen... je weet toch nooit of het inderdaad verborgen blijft.  

Op de site “ bachelorscriptie” staat een stukje over infrastructuur op PC, daarop staan meer tips. Vergeet nooit: een USB stick is heel handig als back-up en dan ook om bestanden te transporteren. Maar gebruik een USB stick nooit om je werkbestanden uitsluitend daar op te slaan!

posted @ 10:09 AM

Friday, November 02, 2007

... één week toegang om veel nuttige marketinggegevens te verzamelen....!
posted @ 10:07 AM

Wednesday, October 31, 2007

beste studenten

helaas kan ik niet op iedereen die mailt of een bedrijfsanalyse stuurt individueel antwoorden, ik probeer, ik probeer, maar de weblog is vooral bedoeld om algemene antwoorden te geven op vragen waar veel mensen mee zitten.

heb je aan het algemene niet genoeg dan kun je commenten, ongetwijfeld is er een medestudent die helpt...?

posted @ 3:07 PM
 

Mijn bibliotheek staat vol met boeken over "strategisch management" kennelijk is er veel over te schrijven. Als ik al mijn gelezen en/of gekochte boeken ook alleen al over dit onderwerp bewaard zou hebben... er zou in mijn huis geen plaats meer zijn. Maar er zijn boeken die blijven. Die gaan niet in de tweedehands verkoop. Zo is er de praktijk van strategisch personeelsmanagement. Ik heb de uitgave van 1990, nog steeds en blijvend de moeite waard omdat er - uitgewerkt - een systeem wordt gegeven om (strategische) organisatieproblemen (strategisch) te analyseren, aan te pakken en op te lossen.

Lees in plaats van personeelsmanagement, marketingmanagement, financieelmanagement, logistiekmanagement of wat al niet en het boek blijft gewoon van belang! Want het gaat om de methode! Een belangrijke eis voor een bachelorstudent is 'transfer:' ideeën van elders toepassen op de eigen situatie, dit is een kans om dat aan te tonen!

De auteurs beginnen met een analyse. Daarvoor gebruiken ze het 'klaver zes' model. Er is een voorbeeld uitgewerkt van een middelgroot bedrijf... de aandachtige lezer merkt dat in nog geen twee A4-tjes voor eenieder duidelijk is wat voor bedrijf het is en waar de problemen liggen. Tot nu toe hebben wij dat bedrijfsanalyse genoemd! Ofwel: in enkele pagina's moet jij dat ook kunnen schrijven!

Dan volgt een deel dat we zouden kunnen noemen missie/visie: wat willen we eigenlijk en hoe kunnen we de (kritische) succesfactoren formuleren, met ook weer een heel duidelijk voorbeeld, dit keer van een automatiseringsbedrijf. Dat hebben wij tot nu toe centrale vraag genoemd... Ook weer: hooguit twee A-4!

Dan komt de vraag: wat kan vanuit de verschillende werkterreinen van personeelsmanagement (met transfer; logistiek management, financieel management, marketing management, algemeen management, office management...) bijgedragen worden aan de oplossing van het probleem? Wij noemen dat deelvragen...

Gisteren had ik een spreekuurgesprek met M en haar scriptie gaat over administratieve organisatie. Het bedrijf heeft in het kader van een strategische samenwerking/fusie onlangs opnieuw de missie en  de visie geformuleerd... WAT is van daaruit geredeneerd de eis aan de administratieve organisatie, OF HOE kan de administratieve organisatie bijdragen aan de realisatie van de doelstellingen, missie, visie. Wat zijn de eisen? Problemen op te lossen? Vragen te stellen?

Wat zijn de eisen die vanuit een oogpunt van bestuurlijke informatievoorziening aan de administratieve organisatie worden gesteld? Wat zijn de eisen en vragen die vanuit de marktpositie worden geformuleerd? Wat leert in dit geval de value chain over de verschillende stappen en knelpunten daarin en eisen daarvoor: deelvragen!

Als vanzelf krijgt M dan een rode lijn van oorspronkelijke probleemstelling via analyse tot centrale vraag: alles hangt met elkaar samen, wat er niet mee te maken heeft is overbodige informatie en hoort niet in de analyse thuis... schrappen!

posted @ 11:34 AM

Monday, October 29, 2007

Beste studenten

Mijn mailbox loopt te vol met veel vragen die mij eerlijk gezegd nogal verbazen.

Ook krijg ik - met name ongevraagd - analyses in mijn mailbox die mij vooral zorgen baren. Dat ik die analyses krijg is niet erg. De gmailbox is met ruim 4 gig groot genoeg en het leert mij weer hoe de stand van zaken is. De meeste mailtjes van de studenten zijn ook zorgelijk geformuleerd: ben ik wel op de goede weg? ik kan geen modellen vinden!

Allereerst: uitgangspunt van elke analyse is de vraag van de opdrachtgever. In de meeste gevallen lees ik die vraag niet. Met theorieën, modellen, kennis uit je vakken ga je die vraag analyseren. In elke bedrijfssituatie is de analyse anders ook al is het een algemeen probleem. Vorig jaar hadden we diverse scripties over de internetmakelaars. Bestaande makelaars zagen dat als een bedreiging. Maar elke makelaar heeft een eigen organisatie met bijzondere kenmerken, met eigen sterke punten. Per kantoor is er dus een verschillende, andere analyse en uiteindelijk ook een ander onderzoek en andere oplossingen.

'Ik heb een vraag over modellen voor een notariskantoor: 7 S en kengetallen,' maar er is toch veel meer... procedures, activiteitenschema's, marketingmodellen, en dan uit je vakken, financiële stromen in kaart brengen, management struktuur, informatisering / automatisering, uitwisseling informatie met partners en belanghebbenden, eerlijk gezegd vrij onbegrijpelijk dat na zoveel informatie en aanmoediging, twee stageterugkomdagen niet verder dan twee modelletjes die dan ook waarschijnlijk niet de eerste keus zouden mogen zijn voor een student financieel management. Bij dit soort vragen denk ik altijd: is er wel voldoende contact met de bedrijfscoach en geeft deze voldoende aanwijzing en sturing?

Denk erom dat de vraagstukken multidisciplinair en complex moeten worden behandeld en bestudeerd. Ik lees nog veel te veel eenzijdige analyses. Het is nog niet te laat.

Afwezigheid van literatuur, eigenlijk in alle stukken die ik onder ogen krijg. Reeds op eerste stageterugkomdag erop gewezen dat je daar snel mee moet beginnen, het is indien onvoldoende niet te herstellen in de veertien dagen die er voor staan! Lees nog eens het leerzame stukje van mij over de Bazel akkoorden. Sommige mentoren eisen dat er enkele boeken gelezen worden. Een prima eis, misschien wel een minimum. Ik herinner mij een scriptie van een student waarbij de leidende gedachte was ontleend aan het boek van Fred Reichheld (the ultimate question) maar betrokkene had het boek niet gelezen! Dat kan echt niet.

Verwijzingen naar literatuur wat mij betreft niet in voetnoten, voetnoten zijn voor bijzaken. Literatuur is een hoofdzaak! Gebruik de Harvard-methode!

Rode draad: Ik lees een analyse van een toeroperator die een nieuw reisproduct op de markt wil brengen. Dan lees ik bijvoorbeeld analyse van DESTEP met bijvoorbeeld ontgroening, vergrijzing, veel vrije tijd. Maar wat is dan de conclusie? Wat hebben ontgroening, vergrijzing en vrije tijd met het nieuwe reisproduct te maken? Trek die lijnen door en vooral: trek een conclusie. Misschien heeft het er wel niks mee te maken, dat is dan jammer, heb je mooi geleerd dit model te gebruiken en nu nog even de conclusie dat je er in dit geval niets aan hebt... of heb ik dat verkeerd begrepen?

Niet alleen een conclusie, maar ook ideeën voor onderzoek/deel/vragen moet je ontlenen aan je theorieën, modellen en vakken!

Moet ik een samenvatting maken van mijn analyse? Waarom niet? Een samenvatting zet en houdt jezelf als schrijver op het spoor en geeft de lezer een eerste indruk over hetgeen hij kan verwachten.

De aanbiedingsbrief geeft verslag aan school over je vorderingen op de leerweg; in hoeverre leerdoelen zijn gerealiseerd, competenties zijn gegroeid. Aan het eind van de stage moet je als beginnend leidinggevende / staf- / beleidsmedewerker kunnen functioneren. Bij mijn bedrijfsbezoeken is het altijd een van de eerste vragen: Is deze student over één jaar makelaar/ financieel- marketing- toeristisch manager die zelfstandig op het niveau kan functioneren binnen de eisen die het stagebedrijf stelt.

Het is aan de student om dat aan te tonen:

De student moet aantonen dat hij over basiskennis beschikt, kan werken met richtlijnen en procedures en - heel belangrijk - aansturing door leidinggevende kan accepteren. Daar hoort bij dat de student zelf doelen kan formuleren, een traject/plan kan uitzetten, resultaten kan bereiken en daarvoor verantwoording kan nemen. Dat niet alleen voor analyse en onderzoekmaar ook in het dagelijks werk in het stagebedrijf.

Een deze basiskennis en deze basisvaardigheden moet de student ontwikkelen tot strategische kwaliteiten waarmee hij zich kwalificeert als volwaardig beroepsbeoefenaar op hbo niveau. Op basis van die kwalificatie kun je een diploma verdienen.

posted @ 3:15 PM

Friday, October 26, 2007

Als ik tussen de maaltijden door honger had mocht ik van mijn oma altijd een boterham nemen... met tevredenheid. Een kale boterham, zelfs geen schuifkaas.

Vreemd genoeg vind ik een kale boterham altijd nog lekker. Letterlijk gesproken dan. Figuurlijk ligt het anders. Werkgevers en verkopers weten dat ook wel. Werknemer noch klant zijn tevreden met een kale boterham.

Tevredenheid van klanten en medewerkers is een weerkerend thema van scripties.

Beste studenten: ook de begeleiders zijn niet tevreden met een kale boterham... daarom nogmaals de ï (= rebus) inzake de bedrijfsanalyse.

Een goede scriptie start met een goede analyse. Zonder goede analyse kan er nooit een goede scriptie komen. Bedrijven, scholen, overheden, kortom alle organisaties hebben geweldig veel problemen met klant- en/of medewerkerstevredenheid. Terwijl het toch zo simpel is.

Vandaag de analyse.

Waarom wil de opdrachtgever het eigenlijk weten en/of verbeteren? Of streeft men bewust naar ontevreden klanten zoals ik al diverse malen heb mogen meemaken? Is er al eerder onderzoek gedaan? Of daalt men in een landelijk onderzoek (secundaire gegevens!) naar later blijkt omdat de criteria ineens veranderd zijn? Zijn er objectieve of subjectieve factoren die wijzen op (on-)tevredenheid? Kortom: de zeven vragen uit het Handboek voor bedrijfskundige analyse (zie link hiernaast) waar ik zo enthousiast over ben.

Met één modelletje 7S en een swot-je zonder confrontatiematrix ben je er echt niet, laat dat duidelijk zijn. Bedenk dat er op het eind altijd een onafhankelijk medebeoordelaar zal zijn!

We vragen multidisciplinair: kijk eens naar AL je vakken die je in de eerste jaren hebt gehad en bedenk wat al die vakken kunnen bijdragen aan 'klanttevredenheid!'

Marketing zeker, maar ook management en organisatie, strategie (erg eenvoudig om in het strategisch management tevredenheid een goede plek te geven), denk ook zeker aan  al je andere vakken, HRM (een tevreden werknemer zorgt makkelijker voor tevreden klanten ... en omgekeerd!) en bedrijfsadministratie (als alles is goed gegaan is er altijd nog iemand op de administratie die van de afrekening of incasso een chaos kan maken, hoe vaak gebeurt dat niet met het argument dat de administratie moet kloppen = voldoen aan niet bestaande regels?) 

Wat kun je vanuit die verschillende vakken bijdragen met onderzoek naar en verbetering van de situatie?

We vragen theorieën en modellen over klanttevredenheid. De geadviseerde site 75 managementmodellen heeft een model en wel nr 43. Via google toch vooral commerciële sites die de klanttevredenheid willen meten... maar wel met achtergronden en mededelingen hoe ze dat dan wel zouden willen doen. Doe er je voordeel mee!

Zelf ben ik nogal gecharmeerd van de theorie van Herzberg, die is wel gemaakt voor medewerkerstevredenheid, maar volgens mij werkt dat allemaal hetzelfde, in de kern: tevredenheid en ontevredenheid worden bepaald door heel verschillende factoren.

Ik zie, zoals ik ook tijdens de stageterugkomdagen heb gemeld, uit naar iemand die het unbundlingmodel gebruikt naar de aanknopingspunten het biedt: hoe breng je klantfocus, medewerkersfocus en kostenfocus met elkaar in evenwicht (of gaat dat nooit lukken?), of is de kostenfocus dominant en kun je willen en doen wat je wilt... er is altijd weer die medewerker van de administratie. Zo hoorde ik dat een grote ziektenkostenverzekeraar al de medewerkers een vrij besteedbaar budget van € 1.000 geeft om knelpunten op te lossen. Inderdaad een idee om een bloemetje te kunnen geven als er weer iets vreselijk is misgelopen (de hoogte van het bedrag geeft denk ik aan hoe vaak het wel niet mis gaat) maar inhoudelijk kun je er maar weinig pleisters mee plakken. Dan zou ik toch graag zien dat medewerkers meer beleidsvrijheid of discretionaire bevoegdheid zouden hebben om de zaken te regelen zoals het hoort. Uit ervaring weet ik dat dat pas een echte kostenbesparing is! Veel van dit soort organisaties zijn door vergaande automatisering en informatisering echter steeds centralistischer top-down georganiseerd en dan maakt men liever burocratische beheerskosten. Blijf kritisch!

Maar ook ons handboek voor de bedrijfskundige analyse helpt met hoofdstuk 14: klanttevredenheid en klantenbinding...

Dan meteen de meermaals gestelde vraag: de customer value analysis wil ik gebruiken voor mijn onderzoek, moet ik hem dan ook gebruiken in mijn analyse?

Als ik de casus niet heel goed ken is het moeilijk daarop een uitsluitend antwoord te geven. Maar waarom gebruik je dit model dan niet om de witte plekken op te sporen? Er zal toch wel iets zijn dat al bekend is of dat bijvoorbeeld uit brancherapporten eenvoudig is te achterhalen? Formuleer aan de hand van de witte vlekken deelvragen!

Ik ben benieuwd naar de analyses en straks de scripties om te lezen waarom medewerkers- én klanttevredenheid toch zo simpel te realiseren is. Je zou bijna zeggen: zo simpel als een kale boterham, als je maar beseft de klant of medewerker er ook wat bovenop wil. En geen schuifkaas.

posted @ 10:51 AM

Monday, October 08, 2007

Een goed netwerk en veel vakkennis zijn de pijlers voor een makelaarskantoor. De verbinding tussen deze twee wordt gelegd door communicatie.

 of:

'De afnemersmarkt is van cruciaal belang in de dienstverleningssector. Een makelaarskantoor is een dienstverlenend bedrijf en dus zijn de afnemers van zeer grote waarden.'

Op het tiende velletje volgt de laatste zin onder het kopje probleemstelling: 'hier moeten nog een aantal gesprekken over plaats vinden. Het is in ieder geval duidelijk dat het zal gaan over de communicatie met de klant.'

ander voorbeeld:

Het kenniscentrum kent zijn klanten niet. In elk geval onvoldoende om een adequaat ondersteuningsaanbod te realiseren.

 of:

'De belangrijkste activiteiten van het kenniscentrum is het neerzetten van het kenniscentrum als een functionele eenheid en het lokaliseren en verzamelen van kennis.'

De probleemstelling is: 'hoe kan het kenniscentrum meer inspelen op de wensen en behoeften van de docenten, gastdocenten en cursisten.'

Gisteravond keek ik naar het programma op zoek naar Evita. Opvallend dat de kandidates na een aantal weken met intensieve training en begeleiding zo geweldig vooruit zijn gegaan. En dan komen de puntjes op de i. Mij viel op een commentaar van Willem Nijholt over een eerste - onverstaanbare - zin: je moet er meteen stáán, je moet er meteen zijn!

En dat is niet alleen van belang in een musical.

'Nu of jaren geleden, aanlokkelijk blijft de verleiding zichzelf in de derde persoon te vermommen: toen hij bijna twaalf was maar nog altijd zielsgraag bij zijn moeder op schoot zat, begon en eindigde iets.' [Günter Grass, De rokken van de ui]

of 'De hond had alles gezien.' [Adriaan van Dis, De wandelaar]

Of je wilt of niet: deze eerste zinnen prikkelen de belangstelling, ze maken nieuwsgierig naar het vervolg en ze slaan de spijker op de kop. Uiteindelijk blijkt dat ze precies vertellen waar het allemaal over gaat.

Velen denken na de informatie over de rode draad en het einde goed na over dat einde. Dat is een goed begin, een begin dat moet eindigen bij een pakkende eerste zin.

Denk er ook om dat alles tussen de eerste en de laatste zin wel moet gaan over je onderwerp!

Gaat je onderzoek straks over communicatie dan kies je óók voor modellen en theorieën over communicatie en informatie. Gaat de scriptie over de klant dan kies je óók voor modellen die over de klant gaan. Daarmee ga je op zoek naar ideeën en vragen die je onderzoeksvraag vorm en inhoud geven. Hoe is de communicatie/ informatie in dit makelaarskantoor? En hoe is de uitwisseling met de buitenwereld? Hoeveel potentiële klanten zijn er voor het Kenniscentrum en wat weten we daarvan, bijvoorbeeld door het gebruik van secundaire gegevens?

 deze informatie is ook gepubliceerd op de site bachelorscriptie

 

Wednesday, October 03, 2007

Een van de mentoren heeft een interessante site gevonden die zeer behulpzaam is bij het opstellen van een POP.
posted @ 11:03 AM

Tuesday, October 02, 2007

Voor het dagelijkse algemene nieuws zijn er vele bronnen. Hieronder zijn een aantal links gegeven naar dagelijkse Nederlandse nieuwsmedia.

gratis kranten: spits  metro  de dag  de pers

Veel van deze media kennen een informatieservice in de vorm van een nieuwsbrief of een feed. Voor het raadplegen van het krantenarchief is doorgaans een registratie, soms een abonnement noodzakelijk.

dagbladen: volkskrant  nrc  trouw  algemeen dagblad  de telegraaf  het parool  financieel dagblad

Scripties op HBO niveau gaan over heel actuele onderwerpen. Het is van belang actuele ontwikkelingen in je analyse en in je onderzoek mee te nemen. 

Veel kranten hebben - vaak in een speciaal katern - uitstekende achtergrond artikelen over zaken die iets verder van de actualiteit staan.

Handig vind ik het gebruikmaken van de zoekfuncties van Google. Zo heb ik een gepersonaliseerde Google nieuwspagina ingesteld met als onderwerpen rubrieken die mij interesseren zoals 'marketing,' 'management,' 'bedrijfskunde' en 'toerisme.' Ook kun je een Google Alert instellen: je krijgt dan een mail als er iets gebeurt op het web of in het nieuws dat je van belang vindt.

Via de links hieronder kun je je opgeven voor ezines/nieuwsbrieven. Dat is in het algemeen gratis als je bereid bent met enige regelmaat reclame in je mailbox te ontvangen. In een aantal gevallen hoeft zelfs dat niet.

ezines:   management scope  adformatie  md weekly  marketing online

niet alleen voor buitenlandstages...

Veel onderwerpen beperken zich niet meer tot Nederland. Of er zijn in het buitenland ook ervaringen en overeenkomsten te ontdekken.

Zoek daarom ook eens in buitenlandse bronnen. Veel buitenlandse media hebben - anders dan de meeste Nederlandse kranten - hun archief voor iedereen opengezet, soms voor een introductie periode, maar dat is dan net genoeg om eens even lekker te speuren.

En zeker: ga je in het buitenland stagelopen, dan zoek je toch informatie ter plekke?

posted @ 4:42 PM | Feedback (0)
 

Vorige week mocht ik een avond genieten van Joop Visser en Jessica van Noord in het Oranjecomite van de Balthasar Gerardtszstraat. Aan het begin merkte Jessica op dat er wel degelijk een rode draad in het programma zou zitten, kijk maar en ze liet een bol rode wol zien. Ook al lijkt het niet: er moet een lijn in het programma zitten, anders kom je niet tot een eind, dan wordt het een verhaal zonder pointe.

Er wordt gezegd dat mevrouw Joanne Rowling tijdens een treinreis op het idee kwam om een verhaal te maken over een tovenaarsleerling. Dat kan ik me heel goed voorstellen. Er wordt ook beweerd dat ze voordat ze ging schrijven haar ideeën over het leven (en de dood?) van Harry Potter uitwerkte tot een plot voor zeven boeken. Ik merk dat veel studenten als trouwe lezers (of bioscoopbezoekers?) moeite hebben te geloven dat het eind van het verhaal al vaststond voordat er één letter op papier was gezet. Toch denk ik dat dit verhaal waar is: professionele schrijvers werken op die manier.

Ik heb wel eens gehoord dat acteurs en actrices die meespelen in populaire soaps als eerste een sterfscène moeten opnemen. Die wordt dan ingemonteerd en uitgezonden als bij succes de onderhandelingen over de gages niet tot een aanvaardbaar resultaat leiden. Het eind staat dus vast.

Heb je wel eens een detective gelezen? Zo'n boek waar op pagina één 'n moord wordt gepleegd waarbij jij als lezer zeker weet wie dat gedaan heeft. Je moet alleen het hele boek nog even doorworstelen om daarvan op de laatste pagina de bevestiging te vinden. Maar helaas. Op de laatste pagina lees je dat het toch heel anders is: de combinatie lijk / dader / mogelijkheid / motief is toch heel anders. Dat maakt zo'n boek spannend.

Overigens, toen ik bij justitie werkte, vertelde ik tijdens een koffiepauze aan collega's dat ik sinds enige tijd de TV detectives niet meer boeiend vond want er zaten óf storende fouten in de opnames óf ik wist al meteen wie het gedaan had. Die ervaring bleek iedereen te hebben, een vorm van beroepsdeformatie waardoor je op dingen gaat letten waar anderen niet alert op zijn. Geen van de collega's bleek nog geïnteresseerd te zijn in dat soort uitzendingen. Alleen Blowup van Antonioni bleef de mannen boeien. De kracht van die film is de zeer bijzondere verhaallijn en uiteraard de vraag of de moord op de foto staat of niet. Dat hield de collega's bezig! Ja inderdaad: de beste speurders van ons land verschillenden van mening over lijk / dader / gelegenheid /motief in deze film.

Wat is nu de verhaallijn van deze page/post? Wat is de plot?

Ik weet dat de meeste studenten geen groot schrijver zijn en dat misschien ook niet willen worden. Geloof me, schrijven is leuk: feiten overbrengen zodanig dat de lezer ze aanvaardt, meningen overbrengen zodat de lezer erin gelooft en emoties overbrengen zodat de lezer echt blij is als Harry P blijft leven ofwel echt bedroefd en ontdaan is als hij in de strijd het leven laat...

Zeg niet dat jullie dat niet kunnen. Die liefdesbrief kunnen jullie wél schrijven en dat dump-sms-je óók. Dus het moeilijkste beheersen jullie al. Nu nog leren schrijven over feiten en meningen.

Op dit moment krijg ik van veel studenten een 'eerste opzet' binnen voor hun analyse. In het algemeen uitgebreide verhalen over het bedrijf ('ik heb de bedrijfsbeschrijving gewoon overgeschreven van interne stukken want ik denk dat dat het duidelijkste is' = niet dus) die lees ik en dan denk ik... waar gaat het naartoe? Soms komt er een probleemstelling als een duveltje uit een doosje, dus zonder enige relatie of samenhang met het voorafgaande. Een enkele keer lees ik... 'er is hier eigenlijk niets te onderzoeken want alles is hier prima in orde!'

Het is echt essentieel dat voordat je ook maar één letter op papier zet... je vaststelt waar het allemaal op uitdraait. Net als Joop en Jessica, Joanne, en Michelangelo... Als ze dat niet gedaan hadden kwam de voorstelling niet tot een eind, kwam het boek nooit af en kon de film niet gemaakt worden. 

In de college's vinden de studenten het niet leuk als ik zeg dat er geen grote schrijvers in de zaal zitten, toch gedragen de meesten zich alsof ze groter zijn dan Michelangelo en denken iets te kunnen schrijven zonder te weten wat. Dát heet een openbaring en daarvan is de ervaring dat iedereen erin leest wat hem of haar te pas komt. Dat schept veel geluk, maar zeker ook veel ellende.

Als je niet weet WAT je gaat schrijven kun je maar beter NIETS schrijven. Als je het niet weet leidt het nergens toe, hoogstens tot iets waar elke lezer op een andere manier mee aan de haal gaat en dan blijf jij met lege handen = zonder onderzoeksvraag achter!

Met als uitgangspunt de probleemstelling die je in eerste instantie van het bedrijf gekregen hebt ga je FEITEN verzamelen. Feiten binnen het bedrijf (plannen, notities), feiten over de omgeving (klanten, concurrenten), feiten over de markt. Probeer die feiten onder te brengen in schema's, in modellen en bedenk wat er ontbreekt. Soms lijkt dat heel essentieel ('er is hier geen visie en geen missie, ook een strategie heb ik nog niet kunnen ontdekken') maar feiten op zich hebben geen betekenis. Die krijgen ze in de samenhang van modellen en theorieën en niet in het minst door je eigen vakmatige oordeel erover.

De feiten en meningen vormen de oorspronkelijke vraag tot een meer precieze - onderzoekbare - probleemstelling. Dat verhaal ga jij in het analyse verslag vertellen!

Als je de plot 'in je hoofd hebt' jammer: maar dan telt het niet. We hebben het over schrijven en dat is iets heel anders dan associatief nadenken en vergeten en er een heleboel dingen bijhalen die er niets mee te maken hebben. Laat dat over aan de verdachte van de moord!

Je moet de plot dus opschrijven vóór je begint te schrijven.

Dan val je niet meteen aan: begin met die onderdelen die je toch moet doen en die - al doende - je gedachten focussen.

Begin met een voorwoord: een algemeen verhaal van enkele regels over je studie en de mensen die je nu zo goed helpen om die studie af te ronden. Mooi dat is klaar. Misschien een paar weken voor de officiële inleverdatum nog eens herzien. Intussen kun je het eens laten lezen voor kritisch commentaar.

Dan de titelpagina. Ook zoiets dat altijd kan. Op zoek naar het logo en het leuke plaatje. En dan: de titel. De titel die moet vertellen waar het over gaat. Een sprekende titel! Lekker als dat alvast klaar is.

Inleiding: korte schets van het stagebedrijf en de probleemstelling die zij hebben geformuleerd of het probleemgebied dat zij hebben aangegeven. Daar heb je meestal geen ingewikkelde strategieën voor nodig.

Literatuur: het helpt om een apart hoofdstuk in te richten rond de vragen: wat staat er in mijn leerboeken over dit onderwerp? wat staat er in andere boeken en tijdschriften over dit probleem en wat kan ik van andere schrijvers/ onderzoekers leren? is iets soortgelijks al eerder onderzocht en misschien wel opgelost? wat staat er op internet over soortgelijke situaties? wat is de actualiteit van mijn probleem: kranten, periodieken, ezines, nieuwsbrieven... Wat kun je van anderen leren? Welke ideeën, theorieën, modellen, vakken hebben zij gebruikt?

Intussen werk je op je stagebedrijf. Je kijkt rond, noteert dingen die je opvallen, kijkt en registreert hoe dingen gaan...

Langzaam maar zeker, zo leert de ervaring brengen al deze activiteiten je tot de behoefte 'de plot' vorm te geven: maak een schema met de verhaallijn. Dat kan een mindmap zijn of een Ishikawa diagram of ...

Als ik schrijf gebruik ik daar een vel A3 voor of een flap. Dat is handig om op de muur te hangen als je de zaak uitschrijft zodat je de grote lijn kunt vasthouden. Plotselinge originele kreatieve invallen verwerk je niet alsnog in je verhaal: die noteer je. Werk eerst de oorspronkelijke idee maar eens uit en die fantastische invallen, bewaar die maar voor de tweede versie. Het moet eerst nog maar eens blijken dat ze zo geweldig zijn.

Eerlijk gezegd: mijn schema begon met mevrouw Rowling en Antonioni kwam er niet in voor. Maar tussen schets en uitschrijven bezocht ik mijn favoriete theater en zoekend naar iets anders dan Chief Inspector Morse kwam ik op Blowup. 

Zo ontwikkelt zich een tekst met zweet en soms met bloed en tranen. Van de losse rode draad breien we een aantrekkelijk werkstuk.

zie ook:

rode draad

de rode lijn (2006)

 

deze informatie is ook gepubliceerd op de site bachelorscriptie

Friday, September 28, 2007

We krijgen goede reacties van het systeem van peergroepen! Zit je nog niet in een peergroep? Nooit te laat om te beginnen en om samen te werken met mede-studenten voor een optimaal resultaat.

Bovendien kun je opbouwende kritiek en tips uitwisselen. Het laatste jaar zul je vooral zelfstandig moeten werken. De bedrijfscoach verwacht dat je zelfstandig zaken oppakt, de mentor heeft beperkt tijd beschikbaar. Door tijd en aandacht te ruilen met mede-studenten kun je antwoorden op vragen vinden!

Onze suggestie voor bespreking/ uitwisseling rond de tweede stageterugkomdag is:

  • kritische bespreking van concept bedrijfsanalyse: welke vakken? welke modellen?
  • toepassing literatuur, heb je literatuur van de drie niveaus? welke emailservices heb je ingesteld? hoe moet je verwijzen? Een simpele uiteenzetting over de Harvard methode vind je hier. De officiele tekst van het Harvardsysteem is wel erg uitgebreid
  • wissel de planning van je stage / onderzoek uit en je eigen risico-analyse
  • reflectie op de gestelde leerdoelen.

Veel succes!

deze informatie is ook gepubliceerd op de site bachelorscriptie

 

posted @ 4:42 PM
 

De gegevens van de stageterugkomdag één van vorig jaar zijn zichtbaar gemaakt (zie de posts van oktober 2006).

Ik krijg veel mailtjes/vragen over analysemodellen, ik kan en hoef ze niet allemaal te beantwoorden want de antwoorden komen op hetzelfde neer:

Je probleem (althans het probleem gesteld door het stagebedrijf) ga je vanuit diverse vakken bekijken. Dat is bijna altijd minimaal: management, marketing en financien.

Zoek zeker in eerste instantie niet te diep naar moeilijke modellen. Gebruik het handboek bedrijfskundige analyse als eerste ingang.

Denk aan procesbeschrijvingen. Een student heeft het probleem in een grote decentrale organisatie, dat er overal (plaatselijk, regionaal en landelijk op het hoofdkantoor) rekeningen binnenkomen. Hoe krijg je die gecontroleerd en op tijd betaald? Mijn eerste vraag zou zijn: hoe zijn nu feitelijk de procedures. Wat gebeurt er met een nota die ergens op een vestiging binnenkomt? Enzovoorts. Wat zijn de knelpunten? Waar gaat het mis? Prachtig om in deze situatie een value chain te bedenken maar hier zijn vragen aan de orde van administratieve organisatie, algemene organisatie, financiering (kasgeldbeheer).

Een student moet een onderzoek doen naar uitbreidingsmogelijkheden opslag voor een in de kern logistiek bedrijf. Hoe zijn de goederenstromen nu? Hoe is het gebruik van de opslagcapaciteit nu? Voordat je gaat kijken waar nog geschikte opslagfaciliteit beschikbaar is: kijk eerst eens intern naar de gang van zaken!

Doe je alleen de analysefase en de onderzoekstage in het buitenland? Houd de analyse dan toch niet 'algemeen!' Misschien weet je al waar je in het buitenland stage gaat lopen, maak je er een beeld van en bedenk wat je hier zou kunnen doen om alvast te leren/ voor te bereiden zodat je er straks plezier van hebt. Belicht de organisatie van meerdere kanten en probeer hoe dan ook enkele onderzoekvragen te formuleren. Het gaat erom dat je in de analysefase leert hoe je over een paar maanden, in een korte tijd (enkele weken) in het buitenland een analyse moet opzetten en tot een konkreet plan voor een onderzoek moet komen.

Er zijn enkele studenten die een vraag van het stagebedrijf gekregen hebben die eigenlijk al een oplossing is. Het gaat dan bijvoorbeeld om de invoering van een nieuw programma. Daarmee kun je niet zonder meer de onderzoeksfase in! Een 'plan van aanpak' of een invoeringstraject wordt niet beschouwd als 'een onderzoek!' In het item onderzoeksstrategieen zijn wel zeven ideeen geformuleerd hoe je in zo'n situatie toch onderzoek kunt doen, dat betekent dan wel dat je je opdracht als een vraag zult moeten formuleren!

Algemeen: nog veel te weinig literatuur. Voor mij is literatuur altijd een startpunt. Denk zeker ook aan informatie die de overheid (ministeries) en brancheorganisaties kunnen geven.

 

posted @ 3:58 PM | Feedback (0)

Tuesday, September 25, 2007

Vooral aan het begin van een stageperiode is de term 'bedrijfsanalyse' veelgevraagd. Het zoekwoord wordt dan honderden keren per dag ingetikt en dan kom je op een aantal verwijzingen, met name van adviesbureaus die er allemaal een eigen invulling aan geven.
 
De een houdt het op de website simpel en noemt een bedrijfsanalyse een onderzoek aan de vijf basisfuncties van het ondernemen, de ander onderzoekt prestatiemaatstaven (met voorbeelden) en weer een ander brengt markt, geld, productie, mensen en omgeving in kaart in een quickscan. 
 
Je kunt niet anders concluderen dan: de meningen zijn verdeeld over wat een bedrijfsanalyse nu precies is of moet zijn. Mijn dikke van Dale noemt 'bedrijfsanalyse' een deskundig onderzoek naar de factoren die de werking van een bedrijf bepalen.
 
Maar wat moeten we daar nu allemaal mee aan het begin van een stage / onderzoek?
 
De grote bedrijven (veel studenten lopen stage bij een grootbank, een multinational, een groot accountantskantoor...) hebben hun eigen bedrijfsanalyse al lang gemaakt. Die zitten echt niet op de zoveelste analyse van een student te wachten en de eventueel goedwillende bedrijfscoaches van de Internationale Nederlanden Groep, Unilever of de KPMG groep zullen misschien niet eens kunnen meewerken aan een echte, totale bedrijfsanalyse simpel omdat ook zij vaak niet op het managementniveau zitten dat die informatie beschikbaar is.
 
De oplossing lijkt misschien eenvoudig: schrijf de bedrijfsanalyse van je afdeling of meer precies gezegd: schrijf de bedrijfsanalyse over datgene waar je onderzoek over gaat.
 
Eén van de adviesbureaus geeft voorbeelden van bedrijfsanalyses en daaruit kun je concluderen dat afhankelijk van de probleemstelling, de omvang, het niveau van de organisatie (micro - meso - macro) waarop de analyse betrekking heeft én de modellen verschillen.
 
Dat zijn professionele ideeën waar we iets mee kunnen!
 
Wat is de probleemstelling of het probleemgebied waarop jij je gaat begeven? Wat is de omvang van de organisatie (is het een eenmanszaak, dan zou ik toch vooral proberen zoveel mogelijk het totaal in kaart te brengen... werk je bij een multinational denk dan eens aan de afdeling of het regiokantoor)? Op welk niveau ga je je werkzaamheden uitvoeren, is het de planning van de housekeeping van het hotel/congrescentrum of is de vraag gericht op de verschillende uitbreidings- en ontwikkelingsopties die dit congrescentrum heeft? En wat is je studierichting eigenlijk. De financieel manager zal zich toch meer richten op de afdeling financiën, financiële ontwikkelingen, de marketing manager vaak meer op de externe ontwikkelingen en positionering in de markt en de office manager op de interne gang van zaken.
 
 
Een voorbeeld. Aan de student die werkt bij een internationale organisatie is gevraagd om een onderzoek te doen naar een maandelijks verschijnend tijdschrift voor de vaste klanten. Wat en hoe dat weet de bedrijfscoach ook niet precies.
 
Maar daar is de analyse voor!
 
Introduceer het bedrijf, imago, status, marktpositie, strategische doelstelling, dat staat in dit geval allemaal gewoon op de website van dit bedrijf.
Dan gaat de student focussen, eerst maar eens op de marketing aanpak en de plaats van de communicatie daarin.
Is er een communicatieplan? Wat zijn de doelstellingen voor het glossy tijdschrift?
Inmiddels werk je op de afdeling Corporate Communications en je observeert. Systemen, strukturen, de staf die erbij betrokken is... stroom- of werkschema, deadlines, verantwoordelijkheden...
Misschien eens 'formele' interviews houden met de editor en de hoofdredacteur!
Welke analysemodellen gebruikt dit bedrijf zelf? Is er een regelmatige meting van de effectiteit van dit communicatiemiddel? Is er wel eens geïnformeerd bij de klanten?
Wat kost het allemaal, is het 'value for money?'
 
Dit zijn allemaal vragen die ik zomaar achter mijn toetsenbord zit te verzinnen en... ik zie ook al veel modellen voorbij komen: communicatiemix, 7-s modellen, stroomschema, turfstaat / observatieverslag, strategische analyse, kosten/baten analyse, planning en control cyclus (eigen model van het bedrijf)...
 
Probeer al deze beschouwingen af te ronden met conclusies en ideeën en zeker ook eigen meningen en maak daarvan een samenvatting in een schema, bijvoorbeeld in een SWOT.
 
Oei, nu ben ik de literatuur vergeten: zoek in je leerboeken, vakbladen over communicatie, soortgelijke glossies van concurrenten, literatuur over scriptie schrijven, onderzoek doen, analysemodellen... Dat vergeten was echt niet de bedoeling want met literatuur moet je op dag één beginnen. Het valt vaak niet mee om het goede boek te vinden! Of een scriptie op hbo kennisbank...
 
Een SWOT eindigt met een confrontatiematrix en ideeën over alternatieve strategieën, ofwel: hoofd- en deelvragen voor je onderzoek.
 
Er komen meer voorbeelden, op de weblog van 24 januari en 19 juni staan er ook nog enkele!
 
posted @ 7:56 PM

Monday, September 24, 2007

Van mijn studie herinner ik mij de stages meer dan projecten, werkstukken, tentamens... En dat vooral positief. Ik vond het interessant hoe in een stage theorie en praktijk bij elkaar kwamen. En ook om te ervaren hoe veel theorieën wel en soms heel goed bij de praktijk aansloten, andere dingen niet.

Aan het eind van de stage moet je aantonen dat je voldoet aan de eindkwalificaties van de opleiding. Zoek die eindkwalificaties nog eens op de site van school en bedenk dat je stage voor een belangrijk deel de onderbouwing van jouw kwaliteit moet leveren! Op de site van school staan verschillende documenten onder 'stage' op het prikbord.

Omdat de opleiding kort en intensief is moet je wel bedenken dat in het stagejaar - ook theoretisch - nog veel geleerd wordt. Daarvoor zijn onder andere de stageterugkomdagen waarin informatie geboden wordt om de bedrijfsanalyse en het onderzoek tot een goed eind te brengen. Daarnaast is er zelfstudie en literatuurstudie nodig.

Het inhalen van veel vakken en/of het hebben van een baan(-tje) naast je studie/stage kan echt in het laatste jaar een probleem zijn. Dat heeft er met name mee te maken dat je in je schoolstudie nog een zekere flexibiliteit hebt, bijvoorbeeld door (legaal of illegaal) een paar uur weg te blijven. Op je stageadres word je iedere dag 's morgens vroeg verwacht en eerder weggaan is er niet bij.

Als je een stage zoekt geef ik het advies om goed te bedenken of je bij dat bedrijf / in die sector of branche later ook voor vast zou willen werken. Bijna een jaar ergens werken of met problemen bezig zijn waar je je echt helemaal niets voor interesseert is heel erg moeilijk vol te houden, ook al zegt iedereen dat het zo'n prima ervaring is. Beschouw je stage dan ook als een oriëntatie op je toekomstige functie!

Denk bij het zoeken naar een stage ook om de reistijd. Stagedoen is in de ervaring al zwaar genoeg en als er per dag nog een paar uur reistijd bijkomen... de lol gaat gauw over...

Ook is het zo dat minimaal 20 tot 30 % van de stagiairs op het eind van de stage een baan krijgt aangeboden. Een enkele stagiair krijgt dat al aan het begin van de stage en dat is een uitstekende reden om helemaal niet en nooit meer af te studeren.

Grotere bedrijven hebben vaak een vastgelegd stagebeleid. Dan stellen zij de regels. Daarover is dan weinig te onderhandelen. Bij die bedrijven is het dan een onderdeel van hun personeels(wervings)beleid. Je kunt dan vaak een introductieprogramma verwachten, continuïteit in begeleiding (als de stagecoach niet meer beschikbaar is komt er vervanging) en meestal ook een duidelijke onderzoeksopdracht.

Het solliciteren is dan niet eenvoudig: men stelt dezelfde eisen aan een stagiair als aan een gewone werknemer. Bedenk ook dat bijvoorbeeld accountantskantoren aanvullende eisen hebben bijvoorbeeld op het gebied van je vakkenpakket en zelfs op het aantal credits dat je moet hebben voordat je aan de stage mag beginnen (dat aantal is dan flink hoger dan de eisen die de opleiding stelt).

Bij middelgrote en kleine organisaties heeft men vaak minder of geen ervaring met stagiaires. Dan is het zaak om in de eerste gesprekken duidelijk de randvoorwaarden neer te leggen met name dat jij EN zij er mee moeten rekenen dat je twee dagen per week bezig bent met dingen voor school. Denk aan de stageterugkomdagen, de contacten met de mentor, maar vooral aan de werkzaamheden voor je verslagen: je bedrijfsanalyse, je onderzoeksverslag, je persoonlijkontwikkelingsplan, je logboek van activiteiten, je reflectieverslag... Onderschat dit niet en bedenk dat je met deze zaken al in week één moet beginnen. Later is vaak te laat.

Op de prikborden op school staan advertenties voor stages, er is een stagebank, je kunt op school altijd navragen of een bepaald bedrijf bekend staat als een goed stageadres, er zijn op internet diverse stage (start) pagina's te vinden. Op de sites van veel grotere bedrijven zijn aparte pagina's met informatie voor stagiaires.

Toch zie ik dat veel studenten een prima stageadres vinden buiten dit alles om. Zoek in je eigen omgeving een organisatie waar je in elk geval makkelijk kunt komen en waar je al iets vanaf weet. Ga geen stage lopen bij familie of goede vrienden, bedenk dat je van je broer rijles zou krijgen: iedereen weet dat dat dan niks wordt. Met stages is de kans op missers in dit soort situaties veel te groot.

Ook als je al ergens werkt is het niet eenvoudig om een stage tot een succes te maken. Doorgaans moet je werk op een ander niveau doen, je moet een paar dagen per week voor school werken, je baas wordt stagecoach (dat is een heel andere rol), je collega's accepteren een andere rol/positie lang niet altijd.

Ik zie goede stages in heel kleine bedrijven bijvoorbeeld bij een alleenwerkende makelaar. Voordeel is doorgaans dat je het bedrijf/ het vak leert kennen in alle facetten... nadeel is dat daar ook alle rotklussen bijhoren, die je in een grotere organisatie met meerdere mensen kunt delen. Het allerbelangrijkste is echter dat de continuïteit van de begeleiding in zo'n klein bedrijf niet altijd gegarandeerd is. Wat als de bazin zwanger wordt of de baas zijn hoofd meer bij zijn echtscheiding heeft?

In het afgelopen jaar kreeg ongeveer éénvijfde van de studenten een andere stage/bedrijfscoach! In een geval, toen de stage nog niet eens begonnen was, werd de beoogd stagecoach ontslagen omdat hij zich op een bedrijfsfeest ernstig misdragen had. Nieuwe baan, andere functie, overplaatsing, (tijdelijke) uitzending naar buitenland/ andere vestiging. Het is iets om rekening mee te houden.

Op deze website staan overigens voorbeelden van onderzoekonderwerpen zodat je voor jezelf en voor je toekomstige stagecoach voorbeelden kunt geven over onderzoeksonderwerpen.

Bedenk wel dat een onderzoeksonderwerp dat uit het bedrijf zelf voortkomt altijd een hoge kans op succes heeft: men is dan geïnteresseerd in de uitkomst en men zal bereid zijn te investeren in het onderzoek. Een onderzoek dat al -tig keer gedaan is beveel ik ook niet aan. Wie heeft er belangstelling in een oplossing die al -tig keer gevonden is?

Zorg zoveel mogelijk vóór aanvang van de stage voor overleg en afstemming over het onderwerp van je onderzoek en/of de vraagstelling. Later zal dat zeker nog wel veranderen bijvoorbeeld op basis van je analyse maar het is gewoon van groot belang voor het uiteindelijke succes om een vraag te hebben waar de bedrijfscoach graag het antwoord op wil weten!

Wat me ook nog van het hart moet is het volgende: denk alvast eens na over de iCT structuur waarin je je producties wilt realiseren. Hoe ga je literatuur opslaan? Hoe ga je dumps van websites die je interesseren vastleggen? Hoe maak je back-ups? Hoe ga je de versies van je rapporten nummeren/coderen?

Je moet thuis, op school EN op je stagebedrijf aan je stukken kunnen werken.

Hoe ben je en blijf je straks bereikbaar? Het is erg leuk (van harte gefeliciteerd) als je een mailadres hebt met 'queen' 'bono' of 'spongebob', maar is het ook professioneel? Heb je een leuke bijnaam onder je vrienden? Fantastisch als je die gebruikt als mailadres maar misschien toch verstandig om je professionele wereld en het 'feestbeest23' of 'blackbarbie' gescheiden te houden.

Heb je overigens een profieltje op sugababes, superdudes of op hyves? Misschien niet onverstandig om nog even kritisch te kijken wat je van jezelf prijsgeeft... de kans dat je stagebedrijf even zoekt is groot en anders is er altijd wel die zogenaamd leuke collega die de foto waar je je achteraf voor schaamt even 'reply all' doet.

Vergeet niet: stagedoen is hartstikke leuk. 

De stage bestaat in het algemeen uit meerdere fasen, de indeling is op basis van het onderzoek dat moet worden uitgevoerd: met de rapportage van het onderzoek wordt de stage afgesloten.

Belangrijk is altijd dat aan het begin van de stage tenminste enig zicht is op de vraagstelling die onderwerp van onderzoek zal zijn. Het is van groot belang dat in een vroeg stadium in overleg met de bedrijfscoach vast te leggen. Het wijzigen van de vraagstelling lopende het jaar zorgt altijd voor vertraging. En zoveel tijd heb je doorgaans niet voor je onderzoek. Bovendien is het belangrijk dat de vraagstelling (en te zijner tijd het antwoord daarop!) de interesse van het stagebedrijf / de stagecoach hebben: je hebt hun steun nodig en voor iets dat ze eigenlijk niet zien zitten... vergeet het maar.

Het komt vaak voor dat bedrijven zeggen: 'we weten alles al' of  'alles is al onderzocht'. Feliciteer zo'n bedrijf van harte en zoek een ander stagebedrijf. Ook de afspraak: 'begin eerst maar eens aan je stage, een onderwerp bedenken we later wel' is meestal niet erg productief.

Ik snap dit soort organisaties ook niet, er is altijd wel wat, er gaan dingen mis, zaken moeten geëvalueerd worden, nieuwe diensten of producten moeten worden ontwikkeld. Er zijn altijd zaken die eens onder de loep genomen kunnen worden, ook al hangt het voortbestaan van de onderneming er niet vanaf. In elke branche of sector zijn voortdurend ontwikkelingen aan de orde die tot bezinning, vraagstelling en onderzoek kunnen leiden.

Als je contact hebt met een op zichzelf leuk stagebedrijf waar het bovenstaande aan de hand is lees dan eens de vakbladen of gewoon het nieuws, kijk naar concollega's, en zie ontwikkelingen die je best wel eens verder uit zou willen zoeken! Maar pas op: ook al heb je nog zo'n leuk idee, als het stagebedrijf/ de bedrijfscoach er niet 100% liever nog 200% achterstaat dan wordt het niks.

'Ik hoef alleen maar af te studeren, het diploma telt.' Dat is zeker waar maar bedrijven weten met alle onderwijsveranderingen ook niet meer welk diploma wat waard is. Daarom wordt er zeker in de eerste jaren na je afstuderen tijdens sollicitaties vaak gevraagd naar je stage en je onderzoek.

Regelmatig vraagt men je onderzoeksverslag ter inzage! Men wil beoordelen of je iets kunt uitzoeken en daarover ook nog een boeiend verhaal kunt schrijven. Het is dus ook voor je carrière van belang dat je een goede stage loopt en een goed onderzoek doet.

Vaak hoor ik ook: 'zo'n onderzoek doe je maar eens in je leven, als je echt werkt doe je dat nooit meer.' Dat kan zo zijn maar als je een functie vindt op bachelor/hbo niveau dan klopt dat echt niet. De huidige wereld wemelt van bedrijfsplannen, actieplannen, voorstellen, uitgewerkte ideeën, concurrentie-analyses, plannen van aanpak, risico-inventarisaties, (jaar)verslagen... Als hbo-er/bachelor moet je dit soort zaken op redelijk korte termijn kunnen produceren. De stageperiode is een prima voorbereiding om de vaardigheden te verwerven en aan te tonen dat je dit soort stukken zelfstandig kunt produceren.

De eerste fase is de analyse fase, dit duurt meestal 2 tot 3 maanden. In deze periode is het inwerken maar ook vastleggen in wat voor bedrijf je werkt.

Dat inwerken vraagt meestal veel tijd, toch moet je bedenken dat vanaf het begin de dingen voor school tijd vragen. Reken op de twee dagen per week.

Tijdens je stage moet je goed bereikbaar zijn voor de mentor uit school: houd je email en gsm nummer up to date. Let op als je een kleine mailbox hebt, bijvoorbeeld 20Mb of 50Mb... die is snel vol en dan kunnen vaak nog wel kleine berichtjes maar grote bestanden... artikelen, verslagen van stageterugkomdagen, gecorrigeerde versies van je verslagen, kunnen niet gepost worden. Ik probeer het altijd maar één keer.

Als je je stage gevonden hebt kun je al veel voorbereiden. Blijf geïnformeerd over het bedrijf, de branche met literatuur, bijvoorbeeld door een gepersonaliseerde  pagina van google news. Ook kun je eens gaan lezen over het schrijven van een scriptie, daarover zijn diverse goede boeken en sites op www.

Let op dat je uiteindelijk een taalkundig foutloos, zakelijk rapport moet kunnen schrijven. Je wordt daarbij in het stagejaar van meerdere kanten geholpen. Het stagebedrijf leert de eigen stijl, de school geeft suggesties voor de aanpak. Als voorbereiding kun je vooral veel lezen om gewend te raken aan goede zakelijke teksten. Denk daarbij aan kwaliteitskranten en rapporten bijvoorbeeld van overheidsinstanties die veelvuldig op internet te vinden zijn. Er is geen twijfel over mogelijk dat je daarbij rapporten zult vinden die aansluiten bij je belangstelling. Zoek bijvoorbeeld via google eens op je interesses met file:pdf.

Tijdens de stage krijg je niet alleen begeleiding van de mentor van school maar ook van docenten tijdens de stageterugkomdagen. In de eerste dagen zal het gaan over de analyse van de organisatie. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van diverse modellen die je tijdens de eerste jaren van je studie geleerd hebt. Het is geen slecht idee om je leerboeken management en marketing er nog eens op na te slaan.

Ook kun je als voorbereiding eens een sterkte/zwakte analyse van jezelf maken. Ik zie studenten die een persoonlijkheids, interesse of capaciteitentest op één van de sites van internet maken. Vertaal de resultaten in een POP, leerdoelen. Bespreek deze met mentor en coach, bijvoorbeeld tijdens het kennismakingsgesprek van mentor en coach op het bedrijf. Een tabel of excel bestand waarin je je vorderingen en ontwikkelingen bijhoudt is doorgaans erg handig.

Zorg ook voor een regelmatige structurele afspraak over de voortgang met je bedrijfscoach. Ook al zit je bij elkaar op de kamer... dan is het vaak juist erg belangrijk om bijvoorbeeld eenmaal per veertien dagen eens rustig de voortgang te bespreken. Leg deze gesprekken schriftelijk vast en zend dat verslag aan je stagecoach. Bij bijzonderheden informeer je ook je mentor.

Het is niet de taak van de mentor om het bedrijf te informeren over je schoolvorderingen. Dat moet je zelf doen. Eén van mijn studenten stuurde haar beoordeling van het eerste verslag rond aan alle ruim 50 medewerkers van het bedrijf. Dat heeft ze geweten! Uiteindelijk kwam het wel goed uit want nu wist iedereen waar ze mee bezig was en wat ze nog moest doen om haar doel (= afstuderen) te bereiken. Spontaan kwamen mensen hulp aanbieden!

Als ik met een projekt start begin ik vanaf de eerste minuut alles wat er gebeurt, alles wat ik hoor en alles wat ik zie op te schrijven. Ik voel me dan een beetje J.J. Voskuil van Het Bureau. Na een paar dagen wordt mijn schrijverij al minder hoor! Van deze informatie heb ik verderop in mijn project geweldig veel plezier. Later worden dingen al snel gewoon, vallen ze niet meer op want 'dat gaat hier nu eenmaal zo.'

Maar als je die opvallende dingen dan in de eerste dagen hebt opgeschreven dan kun je later bij herlezing nog wel eens op goede en originele ideeën komen. Bij mij werkt dat in elk geval zo.

Nog even wat aandachtspunten:

  • denk erom dat je stage heel goed liefst 100% bij je afstudeerrichting moet aansluiten.
  • dat geldt nog sterker bij je onderzoeksvraag!
  • raadpleeg bij twijfel het stagebureau (dan wel een uitgebreide mail zodat een van de mentoren zich wel een beetje een beeld kan vormen)
  • stagedoen is leuk, maar het moet allemaal wel leuk zijn en blijven. Een goed voorbeeld vind ik de student die een leuke stage loopt bij een 'provider.' Hij zit dan wel op de administratie maar wordt toch voortdurend geconfronteerd met de core business: het tegen zeer forse betaling beschikbaar stellen van adult info. Maar vanuit zijn religieuze achtergrond kon hij er met niemand over praten... Dan is het eenzaam en niet leuk.
  • de stageterugkomdagen zijn verplicht maar vooral zeer leerzaam. Je krijgt modellen en methodes aangereikt waarmee je je stagejaar tot een goed einde kunt brengen!
  • er zijn stages met een groter risico... stages bij heel kleine bedrijven, stages in het buitenland, stages bij familie/ goede vrienden/ goede kennissen (ook bijvoorbeeld van je ouders). School kan daar slechts voor waarschuwen en de voetangels en klemmen aangeven die er in deze situaties vaak zijn. Maar het blijft wel je eigen verantwoordelijkheid!
  • er zijn elk jaar weer een aantal studenten die een eigen bedrijf opzetten tijdens de stage. Nu of nooit is dan de gedachte. Je maakt het jezelf dan wel extra moeilijk. Er moet hoe dan ook nog een onderzoeksverslag op bachelor niveau worden ingeleverd! En daar heb je echt twee dagen per week voor nodig. En dan nog alle gedoe om je bedrijf op te starten. Echte ondernemers laten zich hierdoor niet tegenhouden!

deze informatie is ook gepubliceerd op de site bachelorscriptie

posted @ 1:35 PM | Feedback (0)

Sunday, September 16, 2007

Kern van de stage is dat je een probleem zelfstandig (met begeleiding) oplost of aan de oplossing meewerkt zodanig dat je aantoont... 

 

  • dat je verworven kennis en kunde niet alleen kunt reproduceren maar ook beargumenteerd kunt toepassen in (verschillende) praktijksituaties, die aansluiten bij de toekomstige beroepsbeoefening;

    Om het te onderzoeken probleem te formuleren (liefst op basis van een probleemstelling vanuit het stagebedrijf) is de analysefase bedoeld. Met modellen of theorieën die je geleerd hebt in de verschillende vakken probeer je greep te krijgen op het probleem. Vaak verneem ik van studenten dat ze geen modellen hebben geleerd. Als ik jullie studieboeken inzie lees ik alleen maar over modellen en theorieën die je kunt toepassen.  

    Iemand die financieel management studeert: al eens gedacht aan activity based costing, zero based budgetting, kengetallen, break-even-analyse, kosten-baten analyse, verschillen-analyse budget-realisatie? En voordat ik aan een project of een nieuw  begrotingsjaar begin start ik altijd met een analyse van de cash-flow.

    Voor veel studierichtingen op HBO niveau zijn de modellen uit de strategie, organisatie en marketing van belang. Dat zijn er teveel om op te noemen aangezien elke zichzelf respecterende goeroe iets op zijn naam moet zetten. Op www staan vele overzichten en schema's. Recent is een boek getiteld 75 managementmodellen.

    In de analysefase moet je proberen het probleem 'handen en voeten' te geven. Is het probleem echt zo groot /klein /ingewikkeld? Wat zijn de verschillende onderdelen van het probleem: kun je het in partjes uiteenhalen? Op welke manieren kun je tegen het probleem aankijken? Vanuit welke vakgebieden of visies? Wat is het niveau van het probleem: is het een algemeen maatschappelijk probleem dat eigenlijk op politiek niveau moet worden opgelost of is het een probleem waar toevallig één van de medewerkers op je afdeling mee zit. Of is er een samenhang tussen het ene niveau en het andere?

    In de analysefase is het goed om je te realiseren dat er uiteindelijk een onderzoek gedaan zal moeten worden.

    Een voorbeeld. Je studeert financieel management en je werkt bij een organisatie die al enkele jaren een tekort op de begroting heeft. Dat kan zo niet doorgaan, het geld raakt op.

    Analyse: hoe is dat dan zo gekomen? De vraag waarom (in dit geval) de subsidie van de overheid verlaagd is kun je doorgaans eenvoudig beantwoorden. Daar zijn in elk geval stukken over. Maar hoe zit de begroting in elkaar? Wat is de filosofie, het beleid erachter? Waar zitten de verschillen tussen opbrengsten / budget en realisatie (verschillen-analyse)? Hoe is de ontwikkeling in de voorgaande jaren (kengetallen), wat is er gedaan om het tij te keren en waarom is dat nog niet goed gelukt? Ik zou dan ook kijken naar mijn favoriete cash-flow analyse: hoelang kan deze organisatie doorgaan met het maken van verlies en msschien belangrijker: hoeveel geld hebben we nog in kas om een reorganisatie door te voeren?

    Laten we aannemen dat uit de analyse blijkt dat het toch mogelijk moet zijn een nieuwe opstelling voor een begroting te maken die structureel sluitend is, met daarnaast een plan om die situatie te bereiken (met doelen, activiteiten en daarvoor beschikbare budgetten). Dan  is het mogelijk een goede probleemstelling te maken die uiteindelijk die begroting en dat plan oplevert. Maar dan heb je nog geen onderzoek.

    Voor een onderzoek zul je gegevens moeten verzamelen, beoordelen, verwerken, conclusies trekken en daarover in je eindverslag moeten rapporteren. Dat kan in dit voorbeeld heel goed:

    • denk aan interviews met betrokkenen over wat zij inschatten als mogelijkheden!
    • denk aan een enquête onder medewerkers om ideeën te verzamelen en om betrokkenheid en draagvlak te maken!
    • denk aan (gestructureerde) waarneming door jezelf: kijk wat er gebeurt en wat anders kan en misschien wel moet!
    • denk aan secundaire gegevens of benchmarking: welke begroting hanteren soortgelijke instellingen?
    • denk vooral ook aan literatuur: wat vertellen leerboeken en ervaringen van anderen (ook in heel andere sectoren) over de mogelijke oplossingen?
    • denk aan een experiment: misschien op één van de afdelingen met een andere werkwijze beginnen die een betere kosten/baten verhouding heeft?
    • denk aan een case-study: misschien is er een afdeling / vestiging die wél financieel positief draait, hoe doen die dat?

    Al deze onderzoeksstrategieën kunnen conclusies opleveren die jij kunt gebruiken om je structureel sluitende budget op te stellen en het plan om dat te bereiken. Daarbij maak je keuzes en die licht je toe, verklaar je en je maakt gebruik van je kennis en kunde die je in de theoriejaren hebt verworven.

    Het is belangrijk om je tijdens de analysefase al een beetje een beeld te vormen van de onderzoeksmethoden die je gaat gebruiken. Je hoeft uiteraard niet ál deze strategieën te gebruiken. Hier geldt zeker weer: een gemotiveerde keuze.

    Maar denk hier wel tijdig over na zodat je niet in de laatste maanden van je stage ineens een enquête moet verzinnen over de tevredenheid van de medewerkers of de klanten van deze organisatie. Dat heeft er wel mee te maken, want daar gaat het uiteindelijk om, maar het was volgens mij de vraag niet.

    Bedenk ook dat je voor een aantal methoden niet hoeft te wachten op de formulering en goedkeuring van de onderzoeksvraag! Waarneming is iets om vanaf dag één van je stage mee te beginnen (houd een dagboek of logboek bij waarin je opvallende zaken vermeldt); met het verzamelen (en gebruiken!) van literatuur kun je niet vroeg genoeg beginnen. Zoek ook eens tussen de duizenden scripties op de HBO kennisbank. Ook voor het verzamelen van documenten voor een case-study of het informeren naar mogelijkheden voor benchmarking is tijdigheid van groot belang.

  • posted @ 3:37 PM | Feedback (0)

    Tuesday, September 11, 2007

    In aansluiting op de eerste stageterugkomdag is er veel 'huiswerk' te doen.

    Officieel is de eerste taak vanuit school om een 'eerste opzet' te maken ter voorbereiding van het bedrijfsbezoek van de mentor. Denk daarbij aan een korte beschrijving van het bedrijf, een keus/ voorstel welke analysemodellen je wilt gebruiken voor je bedrijfsanalyse, idee over je onderzoekvraag. Vergeet hierbij de literatuur niet! Gebruik de stagegids als handleiding.

    Praktisch is ook om je eerste opzet af te sluiten met een 'agenda' of enkele discussiepunten die je bij het bedrijfsbezoek aan de orde wilt stellen.

    De zaken die je binnen de peergroep moet bespreken sluiten hierbij aan:

    • opzet bedrijfskundige analyse
    • beschrijving bedrijf / afdeling (op het niveau waarop je het onderzoek gaat doen)
    • knelpunten? wat valt je op?
    • modellen? wat zou je kunnen toepassen van hetgeen je in de theoriejaren geleerd hebt?
    • literatuur... over scriptie schrijven, over onderzoek doen, over het bedrijf/ de branche... geef elkaar tips!
    • noteer drie leerdoelen die je dit jaar in elk geval wilt realiseren (hoe ga je dat doen?)
    • uitwisseling POP = persoonlijk ontwikkelings plan

      Als je deze zaken op papier zet dan is je 'eerste opzet' al meer dan klaar!

    deze informatie is ook gepubliceerd op de site bachelorscriptie

    posted @ 11:08 AM
     

    Het blijkt dat studenten moeite hebben om een 'persoonlijke omgeving' te organiseren, die tot advies en steun dient bij het lopen van de stage, het doen van onderzoek en het schrijven van het verslag. 

    Uiteraard is er de bedrijfscoach, maar die richt zich in het algemeen toch meer op het praktische werk dat ook gedaan moet worden. 

    De mentor adviseert en begeleidt, zijn/haar taak is vooral om het niveau van de rapportages te bewaken. De mentor is er niet voor om literatuur op te zoeken, teksten op taalgebruik/taalfouten te corrigeren, noch om bij te springen bij allerlei persoonlijke (relatie)problemen.

    Daarom adviseer ik om ook in je persoonlijke omgeving steunpunten te organiseren voor je scriptie. Misschien zijn er familieleden of vrienden goed in Nederlands (of Engels als je je stukken in die taal schrijft), misschien zit er een actieve krantenlezer tussen die relevant nieuws kan knippen of een handige googelaar...

    Het is niet eenvoudig om zo'n netwerkje te bouwen en te onderhouden. Blijf toch vooral praktisch denken. Ooit moest ik een rapport schrijven over een ingewikkeld onderwerp en op kantoor vroeg ik toen om iemand die wekelijks de 'Libelle' las. Daar gingen de handen omhoog! Mijn gedachte was dat als een Libelle-lezeres mijn rapport kon lezen en begrijpen, dan zat het wel goed. De dames zijn nog kwaad op mij, maar ik had mijn doel bereikt.

    Misschien kom je de komende tijd op bezoek bij mensen en dan zie je in de krantenbak een tijdschrift liggen. Waarom zou je niet mogen vragen: 'Leest U de Tijd/ Elsevier/ de Consumentengids/ de NRC?' En waarom zou je niet mogen vragen of degene bedacht is op artikelen over marketing/ de huizenmarkt/ de hypotheekcrisis/ de toekomst van de retail/ management/ logistiek/ de rol van de vroedvrouw/ of welk onderwerp dan ook. Echt waar: mensen vinden het leuk om zo te helpen.

    Ik herinner mij dat ik ooit met een student scheikunde gediscussieerd over de vraag waarom een kreeft rood wordt als je hem warm maakt. We zijn er nog niet uit welk evolutionair voordeel dit feit biedt.

    Vanuit school willen we een experiment van vorig jaar verplicht maken om met collegastudenten te komen tot peergroepen.

    Een peergroep is een groep van twee à drie studenten (vier blijkt teveel) die onderling veel contact hebben over de stage. Zoek je partners zorgvuldig uit. Aan meelopers heb je niets als je voor een superresultaat wilt gaan. Wil er iemand met je meedoen die nog heel veel vakken wil doen in de komende maanden? Laat hem/haar een andere 'peer' zoeken. Je hebt je aandacht en tijd hard nodig voor je stage en je onderzoek.

    Steeds rond de stageterugkomdagen wisselt men binnen de peergroep gegevens uit, thema's worden op de weblog/website aangereikt. Handig voor jezelf om over de uitwisseling een verslagje/ korte notitie te schrijven. Je mentor zal zeer op prijs stellen een kopie daarvan te ontvangen!

    deze informatie is ook gepubliceerd op de site bachelorscriptie

    posted @ 10:22 AM

    Friday, September 07, 2007

    Het is in elk geval voor je gevoel erg prettig om voor/aan het begin van je stage al een onderzoekvraag van het stagebedrijf te krijgen. Maar meestal is dat niet het geval. Er zijn grote organisaties met een goed stagebeleid en die hebben vaak stapels opdrachten. In de eerste weken/ maanden willen ze dan bekijken welke vraag voor jou geschikt is. Soms wordt het ook op prijs gesteld als je zelf een onderwerp of idee aandraagt, dat heet dan de frisse kijk op de organisatie.

    Ook komt het voor dat een stagebegeleider nog niet precies weet wat de studie die je volgt inhoudt en wat je geleerd hebt. Ofwel: wat je in de praktijk moet gaan bewijzen.

    Ik kan niet genoeg benadrukken dat de eerste stap altijd is om literatuur te verzamelen. Ook al weet je je onderwerp of vraagstelling nog niet precies, het bedrijf, de branche, de producten/diensten, de ontwikkelingen, de concurrenten, het overheidsbeleid, er is meestal teveel om op te noemen aan informatie over de afdeling of het bedrijf waar je werkt. Daarbij gaat het nog niet om heel specifieke informatie maar wel krijg je ideeën over algemene ontwikkelingen en misschien een idee over een vraag welke gevolgen die ontwikkelingen hebben voor jouw organisatie.

    Op deze site staan verschillende stukken over onderzoekonderwerpen en daarnaast staan er op internet talloze ideeën. Soms zelfs complete scripties. Daaraan kun je ideeën ontlenen. Wat was hun vraag en hoe hebben zij het aangepakt?

    Doe je voordeel met wat anderen bedacht hebben: jij gaat bewijzen dat je het nog net iets beter kunt!

    Als je al een paar dagen op je stagebedrijf werkt is het misschien handig om je eens af te vragen: welke vakken die ik gehad heb zou ik hier kunnen toepassen? Is het marketing, bouwkunde, verkooptechniek, bedrijfseconomie, organisatieleer, logistiek... Niet onhandig om je studieboek van zo'n vak er nog eens bij te pakken en kijken of je aansluiting vindt. De meeste studieboeken staan vol met analysemodellen alleen heb je de dingen die je geleerd hebt nog niet op die manier in de praktijk toegepast.

    De bedrijfsanalyse vraagt om toepassing van analysemodellen en dan is de vraag welke je moet kiezen. De eerste stap is altijd heel gemakkelijk: neem het model of de modellen die het bedrijf zelf ook gebruikt. Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die géén model gebruikte, ook al zei hij of zij dat hij dat beslist niet deed. Altijd bleek dat er meerdere modellen een rol speelden.

    Vaak is 'het model' heel simpel: marktaandeel in de regio, elk jaar omzetgroei, kosten heel scherp in de hand houden, ik bepaal wat er gedaan moet worden, de klant moet hoe dan ook tevreden zijn, ik wil kleine voorraden, ik wil snel kunnen leveren, ik wil nooit klachten horen, een duidelijke en strikte procedure of werkwijze. Soms is het model ingewikkelder: benchmarking, een systeem van kwaliteitsborging (er zijn er vele), de Kaizen-methode, in het jaarlijkse klanttevredenheidsonderzoek moeten we steeds een stapje vooruitgaan, we moeten net iets beter zijn dan onze concurrenten op de voor de klant belangrijkste punten, 90% van onze klanten moet ons bij anderen als een goede betrouwbare partner aanbevelen.

    Als je het model of de modellen kiest die het bedrijf ook gebruikt dan heb je het voordeel dat daarover binnen het bedrijf al veel informatie is. Maar zoek literatuur op over dat modellen in de bibliotheek, op internet, in je studieboeken en bekijk bijvoorbeeld eens of het model goed is toegepast of dat het misschien nog aan te vullen of te verbeteren is! Vooral vind ik belangrijk dat je laat zien dat je belangstelling toont voor het bedrijf en bereid bent je in hun systemen te verdiepen.

    Vooral voor de 'simpele modellen' moet je misschien eens kijken of het een onderdeel is van een meer ingewikkeld model of van een model dat je geleerd hebt. Maak de vertaalslag!

    Tenslotte nog een literatuursuggestie: Het Handboek voor de bedrijfskundige analyse van Ir. W.F.V. Vrisou van Eck biedt een heel goede handleiding om je analyse aan te pakken.

    Bedenk wel wat het eind van de analyse moet zijn: een onderwerp voor een onderzoek in de praktijk waarbij je door dat onderzoek uit te voeren kunt aantonen dat je aan de kwalificaties van je studie voldoet.

    deze informatie is ook gepubliceerd op de site bachelorscriptie

    Wednesday, September 05, 2007

    Het begin van een stage is altijd heel spannend. Klikt het echt met de nieuwe collega's? Komen de verwachtingen uit? Kan ik er echt iets leren? Ben ik echt welkom? Is er draagvlak en ondersteuning voor de schooldingen zoals analyse en onderzoek?

    Veel vragen maar ook veel antwoorden op vragen die (nog) niet gesteld zijn.

    Als ik met een nieuw werk begin dan is het eerste het opstarten van een dagboek. Mijn ervaring is dat de informatie uit de eerste weken een bron van inspiratie is. Later vind je dingen gewoon of zijn ze zoals ze zijn. De eerste weken echter vallen je dingen op, komen er vragen die je misschien (nog) niet wilt stellen... later blijkt dat (voor mij altijd) een goudmijn aan ideeën te zijn.

    Ik weet nog van mijn afstudeerstage dat ik in de eerste weken genoteerd had de vraag waarom een bepaald formulier werd ingevuld. Na enkele maanden vroeg ik (meer) ruimte in een kast of zo om spullen op te bergen. Mij werd een kast aangewezen, alles wat erin lag, kon weg, dat waren namelijk formuleren 'die wij altijd krijgen, maar wij weten óók niet wat er mee te doen.' De goede administrateur doet er dan twee gaatjes in en na verloop van tijd... gaat gewoon alles weg in de papierbak. Je begrijpt er kon een ingewikkelde administratie geschrapt worden en als ik mijn oude aantekeningen niet had gehad... ik was er nooit achter gekomen.

    Het bedenken van mijn ICT-structuur is ook iets waar ik in de eerste dagen aandacht aan geef. Elders op de site heb ik daar een stukje over geschreven. Op welke computer ga je werken? De computer op het stage-adres? Is die veilig? Wordt er regelmatig een back-up gemaakt? Kun je er ook je persoonlijke aantekeningen (dagboek, vertrouwelijk) op kwijt of kan iedereen inloggen met als wachtwoord je geboortedatum? Kun je makkelijk zoeken op het world wide web? Of werk je liever op je laptop? Of gebruik je je computer thuis liever als basisstation.

    Bedenk dat steeds meer organisaties (gelukkig) hun netwerk steeds beter beveiligen en daardoor is het vaak niet mogelijk om bepaalde bestanden (bijvoorbeeld spreadsheets) te verzenden. Dan kan het makkelijker zijn om als basis vanuit huis te werken... maar misschien is het wel helemaal verboden bedrijfsgegevens te exporteren. Bedenk dat allemaal goed en informeer je goed als je je structuur ontwerpt!

    Misschien ook een moment om nog eens te kijken naar de wijze waarop je op het net bekend bent... Je wordt nu professional en dan is aan een superdude of sugababe misschien toch iets minder behoefte. Is je hyves-profieltje bestand tegen vrienden en 'leuke' collega's die een spannende foto even downloaden en rondsturen op kantoor?

    Hoe ben je en blijf je straks bereikbaar? Het is erg leuk (van harte gefeliciteerd) als je een mailadres hebt met 'queen' 'bono' of 'spongebob', maar is het ook professioneel? Heb je een leuke bijnaam onder je vrienden? Fantastisch als je die gebruikt als mailadres maar misschien toch verstandig om je professionele wereld en het 'feestbeest23' gescheiden te houden. Ook leuk is iliveilove@mail, toch denk ik dat je baas mail van die afzen(st)er liever in de spambox krijgt.

    Een belangrijk aandachtspunt is literatuur. Daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen! Literatuur over de branche, de sector, de regio, de vakken die je gaat gebruiken, het nieuws met betrekking tot je werk. Wij verwachten dat je actueel op de hoogte bent en blijft én fundamenteel op basis van goede (wetenschappelijke) literatuur. Veel actuele literatuur kun je verkrijgen via een gepersonaliseerde nieuwspagina van google. Dat heb ik ook: een pagina waarin ik de rubrieken "sport" en "entertainment" en enkele andere vervangen heb door "marketing," "makelaar," "bedrijfskunde," "hypotheken," "toerisme." Zoeken op het net, in leerboeken en bibliotheken om informatie over je stage-onderwerp te verkrijgen is niet altijd makkelijk. Je zoekt de speld in de hooiberg en één ding is zeker: die moet je vinden!

    Veel tijdschriften en kranten hebben de service van een dagelijkse/wekelijkse nieuwsmail. Denk daarbij aan kranten (het Financieele Dagblad is voor bijna alle studierichtingen van belang). Denk ook eens aan nieuwsbrieven van bijvoorbeeld adformatie of mdweekly.

    Sommige studenten vinden het handig om met een feed te werken. Mijn weblog biedt die mogelijkheid (knop: Syndication XML). Je krijgt dan alle informatie die vanaf dat moment op de weblog verschijnt in Explorer of dergelijke (naast "favorieten").

    Tenslotte denk ik dat het nu het moment is om je hulptroepen te mobiliseren. Er zijn altijd mensen in je omgeving die je kunnen en willen helpen. Vertel aan familie en vrienden waar je mee bezig bent en waar je in geïnteresseerd bent. Vraag tips, krantenknipsels. Ook al ben je zelf niet geabonneerd op de consumentengids... of op één van de opinietijdschriften... in je omgeving is zeker iemand te vinden die dat wél is en die wil helpen zoeken naar zaken die voor jou van belang zijn. Ook op je werk zijn er vaak abonnementen op vakliteratuur. Zorg dat je op de rondzendlijst komt of bezoek regelmatig de leestafel. Voor studenten zijn er soms ook goedkope of zelfs gratis abonnementen op relevante literatuur. Zo heeft het Financieele Dagblad voor studenten een regeling dat ze enkele maanden het archief toegankelijk maken.

    Vergeet vooral niet je medestudenten te vragen en... vergeet jij je medestudenten niet om iets aan te bieden. Kom je literatuur of een website tegen waarvan je denkt dat dat voor een collega interessant zou kunnen zijn? Waarom geen mailtje met een tip? Dit studiejaar willen wij werken met peergroepen: groepjes van twee à drie studenten die samenwerken door elkaar over en weer kritisch te helpen met de analyse en het onderzoek. Vraag nú al die goede medestudent die je in de eerste jaren hebt leren kennen als serieus en waar je op kunt bouwen!

    deze informatie is ook gepubliceerd op de site bachelorscriptie

    posted @ 10:37 PM

    Wednesday, August 15, 2007

    Was ik zo blij dat ik wist dat 'and the beat goes on' een heel ander liedje was dan 'the beat goes on' moet ik mij verdiepen in de wereld van de rappers en de urban. Tanja heeft mij met haar scriptie daartoe verplicht en dat is het grootste compliment van haar stuk: ik denk dat ik het begrijp!

    Is er sprake van een duurzaam samenwerkingsverband gericht op het maken van winst óf een vriendengroep met idealen op het gebied van de muziek waarbij het vertalen van de idealen in concrete producten (en zo nu en dan een grote hit) voorop staat.

    Maar ook om idealen na te streven heb je geld nodig. Een artiest kan op verschillende manieren geld verdienen: producties, studio, website, cd's, videoclips, downloads, dvd's, uitgaverechten, live, tv-shows, reclame, radio, films, sponsoring, merchandising... De laatste jaren zijn alle andere zaken dan het deuntje zelf en de dingen die hier niet genoemd zijn (de LP, de single, de audiocassette) heel erg belangrijk geworden. Het geld moet niet verdiend worden met de geluidsdrager (dat is een il-legaal copieerbaar iets geworden) maar met alles eromheen. Het is de topvoetballer die op de bank zit terwijl zijn club rijk wordt van de verkoop van shirtjes en nog een heleboel andere dingen die de echte fan allemaal moet hebben. Ik heb mij jaren geleden eens verbaasd over een enorme (en tot mijn stomme verbazing zelfs drukke) supermarkt waar werkelijk alles te krijgen was... overal stond Chelsea op...

    Als de muziek niet meer het belangrijkste is (uit een oogpunt van economie) dan is marketing aan de orde om de optimale mix te bepalen. Maar dan komen ook de idealen van de vriendengroep weer om de hoek kijken, het ging toch om de muziek en niet om boodschappentasjes? Met opdruk, dat wel. Een interessante spagaat.

    De scriptie was er niet om dit belangenconflict op te lossen, wél om de marketingmiddelen, met name de massamediakanalen optimaal in te zetten. En het is de vrienden duidelijk geworden hoe dat werkt.

    Vaak zie je dat dit soort heel erg creatieve (heel erg succesvolle) bedrijven een buitengewoon saaie kern hebben. Hier lijkt zelfs de saaie boekhouder te ontbreken, ook de (marketing)manager is afwezig. Dat lijkt toch een belemmering te worden in de ontwikkeling.

    Een belemmering voor de stage was het zeker, want wat is dan de achtergrond en de bijdrage van de bedrijfscoach? Toch heeft Tanja geleerd dat zo'n heel informeel samenwerkingsverband effectief kan werken en dat relatief kleine zaken als een besluitenlijstje de efficiëntie geweldig kunnen doen toenemen. Van deze leerervaring heeft zij veel voordeel bij het werken in een overheidsorganisatie (politiek gestuurd en helemaal niet klant- of marktgestuurd) waar de begrippen efficiënt en effectief weer een heel andere inhoud hebben. Zij heeft geleerd om te gaan met de competentie persoonlijke effectiviteit.

    deze informatie is ook gepubliceerd op de site bachelorscriptie

    posted @ 3:04 PM

    Thursday, August 09, 2007

    Een projectontwikkelaar krijgt regelmatig project-ideeën aangeboden, soms zit daar iets tussen, soms ook niet. Met de ervaring leer je snel te selecteren wat kansrijk is en wat niet. Je hebt je handen al vol aan de succesvolle projecten en misschien nog wel meer aan de projecten die succesvol leken, waar je ingestapt bent en die dan toch tegenvallen. Tijd en energie kun je niet gaan besteden aan dingen die toch niks worden.

    Kevin kreeg de opdracht bij een projectontwikkelaar om een terrein, al of niet met een gebouw erop, te vinden waar de projectontwikkelaar seniorenwoningen voor het hogere segment zou kunnen realiseren. Na een rondgang in de regio kwamen vijf locaties in aanmerking en die is Kevin grondig gaan uitwerken. Al snel bleek dat dat niet mogelijk was en de scriptie gaat dan uiteindelijk over één project.

    Het grondstuk (germanisme maar ik weet zo gauw geen ander woord) moet te koop zijn, er moet een goede planbestemming zijn, voor senioren moet het dichtbij winkels, voorzieningen, maar ook weer met enige afstand zodat het rustig is. Goede parkeervoorzieningen en bereikbaarheid voor familie en ook nog openbaar vervoer in de nabijheid... Dan moet het bouwkundig/ financieel haalbaar zijn, eventueel afspraken met (potentiële) exploitant en/of zorginstelling. Welke bijzondere voorzieningen zijn niet in de directe omgeving en moeten op het terrein of in de nabijheid gerealiseerd worden? Kevin kreeg alle ruimte dat allemaal uit te zoeken en bij de andere werkzaamheden voor lopende, reeds besloten projecten was er niet meer tijd dan om maar één alternatief goed uit te zoeken.

    Dat ging dan ook nog niet door...

    De les is dus dat je veel sneller heel globaal de kansen moet inschatten en daarvóór moet je zo goed mogelijk calculeren en zo veel mogelijk feiten verzamelen. Dát moet je heel goed en heel snel kunnen anders gaat de concurrent er met de goede projecten vandoor en blijf jij zitten met de tweede keus!

    Dat heeft Kevin nu wel geleerd en ook waar hij op moet letten... Wat voor de scriptie maanden duurt moet nu liefst binnen 24 uur en dat betekent bij sommige kritische projecten echt dag en nacht.

    Inderdaad Kevin hoeft niet meer op zoek naar een baan die op zijn lijf geschreven staat. Die kreeg hij aangeboden.

    deze informatie is ook gepubliceerd op de site bachelorscriptie

     

    posted @ 4:13 PM