Tegen de bewoners heb ik natuurlijk niets en ze hebben een paar prettige steden. Maar rijden door Vlaanderen dat is toch wel het treurigste wat je kunt doen met een motor. Of je nu de snelweg naar Lille of Duinkerken pakt, de weg langs de kust of iets tussendoor, het is allemaal troosteloos - op een paar mooie stukjes ter grootte van een ansichtkaart na. Het duurt altijd langer dan je verwacht, er valt niets te zien en meestal regent het.
Bij voorkeur rijd ik daarom met mijn ogen dicht door Vlaanderen. Maar dat hou je niet anderhalf uur vol. Dan maar zorgen dat je nergens een voet aan het asfalt zet. Dat schiet tenminste op.
Vorige week ben ik op de terugweg vanuit Frankrijk toch iets afgeweken van deze tactiek. Vlak voor de ring van Antwerpen pakte ik namelijk de afslag naar Roosendaal. En dan moet je bij de Liefkenshoektunnel toch even een voetje aan de vloer zetten om tol te betalen. Tegenwoordig kost dat met creditcard 4,50 (was 5). Een enorme investering voor een Ollander, maar de beloning is groot. Kilometers lang serene rust met uitzicht op petrochemische industrie. Eindelijk een stukje Vlaanderen waar de beklemming van me af viel. Maar lelijk bleef het natuurlijk wel.