Antwoord: bij de kust natuurlijk. Bij voorkeur naar een plek waar oceaandepressies open en bloot aan land komen. De westpunt van Bretagne (foto) bijvoorbeeld, Cornwall, de Spaanse kust bij Galicie. Fijn kijken naar een kolkende zee, waar schepen als wrakhout op het strand spoelen. Is avontuur. Maar ook de Nederlandse kust mag er zijn. De hoogste golven heb je achter de Hoogovens, schijnt, bij strandtent Timboektoe. Ook de havenpier van Scheveningen wordt geweldig bij orkaankracht.
Met motormaat Jan liep ik eens met windkracht 9 deze pier op, gevolgd door een jongen in een rolstoel die zichzelf met veel inspanning tegen de storm in duwde. Aan de punt spatten de golven metershoog uiteen tegen de keien. Achter ons verscheen een politiegolfje. Met een ketting sloten agenten de pier af en per megafoon riepen ze ons iets toe. De invalide sjorde hierop nog fanatieker aan zijn wielen. 'Help me even!' schreeuwde hij. Uit zijn borstzak haalde hij een cameraatje en vroeg of ik een foto wilde maken. Daarna rolde hij door tot de uiterste punt. Onder een douche van zeewater zette hij zijn rolstoel op de rem en hief juichend zijn armen ten hemel. Klikkerdeklik. En de politie maar tetteren door die megafoon.
Samen met de drijfnatte gehandicapte hoorden we even later de preek van een agent aan. Intussen liet de jongen op het LCD-schermpje een foto zien. 'Maar wel een leuk plaatje, he?'
Maar hoe rijd je nou in een storm? Onverschrokken en uitgelaten dus. Ook al heb je je motor moeten inruilen voor een rolstoel.