Amerikaanse merken belazeren ons, schrijft de Telegraaf. Harley bijvoorbeeld vraagt voor een Softail Fatboy bijna twee keer zoveel als in de VS. En dat grote verschil is maar deels te verklaren door BPM en nog wat extra kosten.
Het komt natuurlijk allemaal door het EU-verbod op parallelle import. Daardoor kunnen merken helemaal zelf hun prijs bepalen, zegt merkdeskundige Max Kohnstamm.
Maar de merken doen dus niets anders dan de voorzet inkoppen die ze van de EU hebben kregen. Is dat belazeren? Als je 23.690 voor een Fatboy teveel vindt, dan koop je hem toch gewoon niet? De kopers, die natuurlijk allemaal weten dat Harley bij ons veel duurder is, hebben het er kennelijk best voor over. Die willen niet eens dat zomaar elke assistent filiaalchef van de Aldi een Harley kan kopen. Die hebben liever dat het exclusieve beginnersfiets voor 40+ tandartsen en advocaten blijft.
Anderen willen kostte wat het kost met hun Harley een soort pro Amerika-statement maken (je weet wel, dat land waar niemand zo gek is om meer dan 13.000 euro voor een Fatboy te betalen). Dus waar bemoeien de Telegraaf en Kohnstamm zich eigenlijk mee? Het is gewoon stoken in een goed huwelijk.