Nee, motorrijders zijn geen lieverdjes, dat is alom bekend. Als ik alleen al zie wat ze in mijn omgeving op de kerfstok hebben, trek je bleek weg. Ik noem: rechts afslaan zonder knipperlicht te gebruiken; rijden met defect achterlicht; 7 km/u te hard rijden op de A2 om twee uur 's nachts. Tuig dus, die motorrijders.
En toch kom ik tijdens reizen eigenlijk alleen maar vriendelijke en vrolijke motorrijders tegen. Op de weg zwaai je naar elkaar, langs de weg praat je met elkaar en als het een beetje klikt, drink je en eet je met elkaar. Iedereen heeft wel een verhaal, een plan, een tip of een leuke vriendin. Dus heb ik in de Alpen laatst nog meer staan te ouwehoeren dan ik heb gereden. En dat je niet alles begrijpt omdat je tijdelijke vrienden Duits, Italiaans, Frans of Vlaams zijn, doet aan de gemoedelijke sfeer niets af.
Maar als je een beetje interesse toont, heb je natuurlijk ook met anderen snel contact. Van iemand met een keurig allroad-pak en koffertjes aan zijn XT gaat niets dreigends uit. Veel mensen lijken het zelf wel leuk te vinden om een praatje aan te knopen met een motorrijder. Dus voor ik het wist stond ik ook nog te kwekken met Duitse wandelaars, Zwitserse soldaten, Italiaanse dagjesmensen, onderwijzers, een vrachtwagenchauffeur, leden van de Landroverclub, buspassagiers of een schaapsherder. En ging ik op de koffie bij Nederlandse pensionado's met een caravan. Gezellig, he? Ja, heel gezellig.
Op de terugweg kwam ik op de Franse aires veel Marokkanen tegen, vaak met Nederlands kenteken. En dat laatste schept natuurlijk een band. Wij dus meteen kleppen met elkaar, grappen maken, lachen. Nou, niet dus. Geen praatje, geen groet, geen knikje. Zelfs geen oogcontact, waarmee het allemaal begint. Vrouwen wendden direct hun blik af als ik naar ze keek. Bij mannen was het nauwelijks anders. Alleen zat daar soms nog een blik van minachting bij. Dat was toch nog niets. Maar toch: er zijn goudvissen geweest waarmee ik een beter contact had.
Een paar dagen later hoor ik oud-premier Lubbers op tv vertellen hoe het nou allemaal komt. Wij Nederlanders gaan zo krampachtig om met allochtonen. We moeten terug naar de ouderwetse gastvrijheid.
Ja, vast. Maar voordat ik iemand uitnodig, zal hij of zij me toch eerst moeten aankijken. En met iets minder haat graag.