Als je vanaf Katwijk of Hoek van Holland een dikke 1300 km de Rijn volgt, kom je uiteindelijk hier terecht. Een paadje dat vanaf de Oberalppas door een militair terrein naar de bron van de Rijn loopt.
De Rijnbron bereiken is zo ongeveer het zwaarste dat ik in tien jaar heb gedaan. Niet dat het verboden pad - dat niet in de Alpenstrassenfuehrer wordt genoemd - nou zo moeilijk was. En die 1300 km ervoor viel ook best mee. Nee, de pijn zat in de laatste kilometer. Of beter gezegd in de stijging van 200 meter. Die moest ik namelijk lopen. Op handen en voeten soms. Maar dan ben je ook ergens.
Met een hartslag van 150 of daaromtrent kwam ik na een half uur aan bij een meertje ter grootte van een voetbalveld, waar ik in gezelschap van Duitse knickerbockers kwam, die een veel langer, maar minder steil pad hadden gekozen.
Het meertje - Lai da Tuma - wordt gevoed door smeltwaterriviertjes van de steile bergen eromheen. Maar pas wanneer het water het meertje verlaat, mag het zich Rijnwater noemen. Je kunt het water uiteraard gewoon drinken. Iets wat je bij Hoek van Holland, Katwijk, IJsselmeer of Hollands Diep waarschijnlijk niet zo snel zou doen.