Posted on Sunday, June 24, 2007 10:53 PM
Voor toeristische verhalen zoeken we doorgaans de mooiste landschappen op. Vandaag exact vier jaar geleden kwamen mijn maat Jan en ik in het tegenovergestelde terecht. In Rusland reden we door het meest vervuilde, kapotte, naargeestige landschap dat we ooit hadden gezien. Deze week dachten we er op een terras nog even aan terug, toen een collega zei dat hij een Toyota Prius wilde kopen.
Ik heb het over het toendrastadje Nikkel, vlakbij de Noorse grens. Voor de ene helft bestaat het uit Sovjet-flats, voor de andere helft uit een nikkelsmelterij (foto). Deze fabriek stoot zoveel narigheid uit, dat het landschap na Nikkel in een woestijn is veranderd. Vele kilometers lang is alles morsdood. De levensverwachting van de werknemers ligt ergens in de dertig, lieten we ons vertellen. 's Winters zuigen ze soms via een dikke pijp zuurstof van buiten de stad aan, omdat anders de fornuizen niet willen branden. Kortom, Nikkel is de hel. En de stadjes in de buurt doen er niet voor onder.
We vertelden het in geuren en kleuren. Onze collega hoorde het verbijsterd aan. 'Wat een vuile ploerten zijn die Russen toch,' zei hij verontwaardigd. 'Overal hebben ze schijt aan.'
'Ja. Maar weet je waar ze die nikkel voor gebruiken?' vroeg Jan. 'Voor katalysators. En voor de accu's van die Prius van jou. Met vrienden als jij heeft het milieu geen vijanden meer nodig.'
'Vuile ploert,' voegde ik eraan toe. Het zou nog een gezellige avond worden.