Reisverhalen zijn geschreven voor de luie stoel. Maar sommigen snappen dat niet en die gaan daadwerkelijk naar de beschreven bestemming toe. Die mensen zijn een pain in the ass voor reisjournalisten. Het betekent namelijk dat de feiten moeten kloppen. Dus dat de steden, wegen en hotels die je noemt ook echt bestaan. Want anders gaan die mensen klagen.
Als je voor het Eindhovens Dagblad of zoiets werkt, dan maakt het niet veel uit. Dan ga je lekker een weekje op kosten van de baas en de touroperator op het strand liggen en doe je achteraf alsof je een motortocht van 1600 km hebt gemaakt, zoals vorig jaar in Baja California gebeurde. Niemand die het in de gaten heeft. Die krant ligt de volgende dag toch in de kattenbak.
Maar reistijdschriften worden veel langer bewaard en zelfs meegenomen op reis. Als je daarin maar wat loopt te lullen, val je vroeg of laat door de mand.
Nog lastiger is het met reisverhalen op internet. Die moeten niet alleen kloppen, je moet ze ook actualiseren. Bijvoorbeeld omdat steeds meer motorrijders een GPS-dinges hebben gekocht.
De laatste weken al acht mailtjes en een telefoontje gehad met de vraag of ik ook routes van de reisverhalen heb. Liefst op voor de GPS, maar Google Earth mag ook. Oke, dan. Vanaf nu doe ik bij elk (Europees) verhaal een paar routebestandjes (op gpx-en kmz-formaat). De bestaande verhalen krijgen de complete routes met terugwerkende kracht. Vandaag is de eerste gedaan: de Zweedse Merentocht. De rest volgt binnen een maand.