Goedenavond, mevrouw, ik kom inchecken.
- Heeft u gereserveerd?
Ja, mijn naam is Jan Dirk Onrust.
- Oke, ik kijk of u in het systeem staat… Sorry, sir. Ik kan uw naam niet vinden.
Oh, wat gek. Maar heeft u nog een kamer over?
- Nee, helaas, sir. Alles is volgeboekt.
Sorry dat ik even meekeek, maar volgens mij zag ik mijn naam staan. Hier. Jan Onrust Burk staat er.
- Maar u bent Jan Dirk Onrust.
Was een onduidelijke fax, denk ik.
- Ik mag u de kamer niet geven, ben ik bang, sir.
Glup. Krrrrrrr. Knars. Mevrouw, die persoon op de lijst ben ik.
- U bent de heer Burk? Maar u zei dat uw naam Onrust was.
Oke, oke. Is de heer Burk al gearriveerd?
- Let me check.... Nee, nog niet.
En als de heer Burk niet komt, mag ik dan zijn kamer hebben?
- Ja, maar dan moet u tot acht uur wachten, want dan vervalt de reservering.
Oke, dan wacht ik een uur. Kunt u me bovenaan de wachtlijst zetten?
- Zal ik doen, sir.
Dank u wel.
- You’re welcome, sir.