Vrijwel tegelijkertijd verschenen er twee lijstjes van Beste Motornummers Ooit. Een van de TT van Assen, de ander van de VPRO. In het eerste geval mocht het publiek de volgorde bepalen van tien nummers die deskundologen hadden geselecteerd. In het tweede geval schraapte de VPRO twintig liedjes bij elkaar, zonder er een rangorde in aan te brengen.
Bij de TT-lijst lijkt motormuziek vooral rock uit de jaren zeventig te zijn. Maar bij het horen van de andere lijst, raak je het spoor snel bijster. Rock, hardrock, klassiek, folk, rockabilly, country, cabaret: alles valt onder de noemer motormuziek, zolang er maar een motor in de tekst voorkomt.
Bij automuziek ligt dat anders. Dat is rock die in een kleine ruimte lekker vol en stuwend klinkt. Of muziek die het rijden een soundtrack geeft. Maar geen motorrijder die onderweg ooit naar muziek luistert.
Motormuziek bestaat dus eigenlijk niet. Motormuziek is vooral motortekst. En als we het dan gaan hebben over favoriete motorteksten, dan is dit de mijne:
Oh, give me land, lots of land under starry skies above,
Don't fence me in
Let me ride through the wide open country that I love,
Don't fence me in
Let me be by myself in the evenin' breeze,
And listen to the murmur of the cottonwood trees,
Send me off forever but I ask you please,
Don't fence me in
I want to ride to the ridge where the west commences
And gaze at the moon till I lose my senses
And I can't look at hovels and I can't stand fences
Don't fence me in.
Het nadeel van dit prachtige motorlied van Cole Porter is alleen dat je het niet moet horen. Een beetje te 1946. Maar misschien moeten een paar Achterhoekers er eens iets stevigers van maken.