Van Carlos Ruiz Zafón heb ik twee boeken in huis, allebei gekregen voor mijn verjaardag van iemand met wie ik de liefde voor muziek gemeenschappelijk heb. Dat zet ik er maar even bij, want dat wordt straks belangrijk. Beide boeken zijn een ode aan de literatuur. De hoofdpersoon is steeds een schrijver en een belangrijke plek is het Kerkhof der Vergeten Boeken, een plaats waar boeken worden opgeslagen, die absoluut niet mogen verdwijnen, maar onder sommige duistere omstandigheden ook niet zomaar gevonden mogen worden. De boeken zitten vol verwijzingen naar beroemde schrijvers, van Goethe (Faust) tot Tolkien. Het eerste boek,
De schaduw van de wind, draagt trots de mededeling op de voorplaat "
Meer dan 700.000 van verkocht!". Het tweede boek,
Het spel van de Engel, is nog niet zo ver, hoewel ik het inhoudelijk wat meer te pruimen vind.
Over de inhoud wil ik het nu niet al te uitgebreid hebben, ik wil me beperken tot één bijzonder aspect: Carlos Ruiz Zafón háát muziek!
Ergens in de negentiende eeuw heeft de een of andere liefhebber gesteld, dat muziek de hoogste van alle kunsten is, omdat zij het meest direkt het gevoel aanspreekt. Voor die tijd werd de literatuur, en dan vooral de dramatiek, als topper beschouwd. Als muziekliefhebber vind ik die kwalificatie van muziek natuurlijk wel amusant, maar ik zou me er echt niet over opwinden, als het anders was.
Carlos Ruiz Zafón doet dat wel. In zijn beide boeken komt de muziek er erg slecht af. In De schaduw van de wind is de eerste liefde van de hoofdpersoon een blinde vrouw. Dat maakt haar al wat minder geschikt om van de literatuur te genieten, al laat zij zich graag voorlezen. Maar vooral is zij in de ban van de muziek. Zij speelt piano en haar leraar is een absolute rotzak. De hoofdpersoon stoort ze bij het vrijen en wordt vervolgens buitenproportioneel mishandeld. Er zit trouwens überhaupt veel buitenproportioneel geweld in de boeken, maar dat is een andere kwestie. Aan het eind van het boek kunnen we nog lezen, dat het met de vrouw in kwestie niet goed is afgelopen.
In Het spel van de Engel gaat het allemaal wat subtieler. Het boek gaat over een schrijver, die zijn ziel aan de duivel verkoopt en het verhaal van het Nazisme vertelt. Dat hij zijn verhaal niet afmaakt, moet haast wel de uitslag van de Tweede Wereldoorlog hebben beïnvloed. De duivel in kwestie heet Andreas Corelli. En nu hoef je geen groot muziekkenner te zijn, om te weten dat Arcangelo Corelli een van de belangrijkste componisten uit de muziekgeschiedenis is geweest. Dat de duivel achternaam en voorletter met deze componist deelt, is geen toeval: muziek is des duivels volgens Zafón.
Nog een voorbeeld: Lux Aeterna. Dat is een tekst uit de Middeleeuwse dodenmis en hij bevat de bede om de overledene op te nemen in het Eeuwig Licht van Christus. Dat is algemeen bekend en als je naar de beteknis van Lux Aeterna op zoek bent, moet het niet zo moeilijk zijn om die informatie boven water te krijgen. In Het spel van de Engel ligt dat anders. Als de hoofdpersoon op zoek gaat naar de betekenis van Lux Aeterna kan in eerste instantie niemand hem helpen, totdat hij te horen krijgt, dat het een ode is aan Lucifer! Opnieuw wordt muziek met de duivel verbonden.
Er valt nog veel meer over beide boeken te zeggen, maar waarschijnlijk staan die al ergens op Internet, heel interessant geformuleerd door echte literaire deskundigen. Voor mij als muziekliefhebber wordt Carlos Ruiz Zafón pas echt interessant als hij zijn obsessie met de artistieke status van muziek laat varen.