Bob Dylan the composer (1)
Versie 4, 27-12-2009
Here is other stuff 'bout Bob Dylan.
Het is de laatste maanden van 2009 flink raak. Ik heb een bijna niet te stillen honger naar het werk van Dylan.
Dit overheerst mijn speurtochten op internet. Dylan muziek klinkt vaker in huis dan in jaren het geval was. Dagelijks lees ik een landelijke krant, surf even langs bij www.DePers.nl en www.joop.nl, en zal zelden een bezoek aan www.expectingrain.com overslaan. Daar zijn publicaties over Dylan van de hele wereld verzameld. Een paar keer in de week ga ik ook langs bij bobdylaninnederland, waar al het Dylan-nieuws in het Nederlands wordt verzameld.
Al dat Dylan-nieuws is vaker niet interesant dan wel. De diamantjes, die ik om de paar dagen toch tegen kom, zijn een waar genot, en al het geneuzel waard. Of ben ik verslaafd, net zoals die vriendin die net te vaak een nieuw Victoria's Secret lingerie setje, jurk of schoenen koopt. Ja, dat kopen en naar het scherm gluren is een gemakkelijke bevrediging, mijn Dylan manie is misschien ook een vlucht.
Een heel grote sik heb ik gekregen van de elkaar napratende fans. Neem nou al dat geklets over Christmas in the Heart. Pas sinds
Wilentz op The DailyBeast,
Peter Doggett in Isis en
Michael Gray op zijn eigen blog
positieve geluiden in hun recensies laten horen verstommen de negatieve geluiden een beetje. Veel voorbehouden, boosheid en verbazing lijken omgeslagen in waardering van de eerlijkheid e.d. Wat er gebeurde na de aankondiging van de kerstplaat lijkt wel op het rouwproces zoals Kubler Ross dat ooit beschreef.
Ontkenning; het kan niet waar zijn een kerstalbum van Dylan, oh heeeellluupppp.
Boosheid; wie heeft deze slijm muziek uit de veertiger en vijftiger jaren toegestaan? Dylan's stem in Kerstliedjes, bah, hij lijkt Stooges wel.
Recht praten wat krom blijft; het is ook wel leuk, en voor een goed doel, wat zeuren die mensen nou, ze kennen Dylan helemaal niet.
De depressie; die was makkelijk, de clips op Amazon hielpen niet in positieve zin, en het wachten op het album maakte somber. Er was geen ruimte voor een reality-check.
De acceptatie fase is nu luid en duidelijk op internet zichtbaar. Ongewild hadden de Dylan-commentatoren daarin het voortouw. Wat kinderachtig, er lijkt geen eigen origineel oordeel over het album mogelijk - uitzonderingen daargelaten.
Veel aandacht voor de esthetische kwaliteiten van het album is er niet. Dylan gaat toch over muziek? Hij zelf schrijft in chronicles Vol One verontwaardigd dat door het gezeur over zijn woordvoerderschap namens een generatie, zijn muziek vergeten werd. Duane Eddy nam een heel album op met instrumentale Dylan composities. Waarom die ego gerichte recensies van Christmas In The Heart? Vergelijk Dylan’s muzikale prestaties op de kerstplaat met de kerstplaten van andere artiesten. Vergelijk maar eens Frank Sinatra's kerstplaat met die van Dylan.
Maar nee hoor, narcisme regeert, de schrijvende fans hebben het over hun eigen plezier en herinneringen. Hebben ze wel door wat een prachtig muzikaal contrast Dylan presenteert op deze plaat? Die oude raspende stem tegenover of eigenlijk prachtig samen met die veertiger en vijftiger jaren stijl achtergrond stemmen van mannen en vrouwen. Hartstikke goed gelukt. De gitaar sound is meestal in dezelfde oude stijl, en dan die Hawaii klanken. Passend bij het vakantiegevoel van de holidays. Het is niet alleen sneeuw wat de kerstklokjes slaan. Ver weg naar de warme zon op The Big Island is net zo fijn hoor - als je geld genoeg hebt. een vlucht naar zon en warmte terwijl tegelijkertijd armoe, koude en honger dreigt. Ook die maatlijden met kerst zijn een droom, een uitzonderlijk moment van compassie van rijken met de armen. Dylan doet dat met Christmas in the Heart niet alleen muzikaal maar ook doordat de baten naar chariatieve instanties gaan die zich bezig houden met honger.
Hoeveel fans realiseren zich dat musici in hun artistieke ontwikkeling zelden een rechte weg volgen? De meeste artiesten hebben eclectischer muzikale interesses dan hun fans. Elijah Wald schreef in zijn Escaping the Delta dat Muddy Waters meer songs in zijn repertoire had van Gene Autry, the Singing Cowboy, dan van welke blues muzikant of componist dan ook. De favoriete band van Louis Armstrong was Guy Lombardo’s Royal Canadians en Robert Johnson speelde wezenloos veel Bing Crosby songs. Chuck Berry, wiens muziek de inspiratie bron voor Dylan's Subterranean Homesick Blues was, zei ooit:
“Als ik maar één artiest kon kiezen waar ik voor altijd naar zou kunnen luisteren, dan werd het Nat Cole.”
Die verslavende afleiding en honger naar Dylan of The Beatles, schilders kunnen ook, heeft bij mij sinds de middelbare school een creatieve uitweg. Ik ga verhalen schrijven over de kunst van rock ’n roll en popmuziek. Zo ontloop ik de belangrijker zaken in het leven. Of dat nou was als puber, studerende jongeman of rijpe vijftiger.
In de laatste langste donkere weken van het jaar 2009, met die heerlijke sneeuw en zeurende burgers en politici over het treinverkeer, staan er op mijn pc verschillende schrijfsels over Dylan in de stijgers.
* * *
Dylan’s manier van artistiek werken heeft momenteel mijn belangstelling. Ik wil meer weten over zijn ambacht dat leidt tot prachtige kunstwerken als A Hard Rain’s Gonna Fall, Masked and Anonymous, Love and Theft, de betoverende wilde kwikzilveren trilogie uit 1965-1966, maar ook de prachtige Rolling Thunder Revue en niet te vergeten de door geloof en gospelmuziek geïnspireerde songs en albums. Benieuwd ben ik ook naar de tweede tentoonstelling van Dylans teken- en schilderwerk in het voorjaar van 2010 in het Statens Museum for Kunst in copenhagen. Naast aquarellen en gouaches in de Drawn Blank Series (een boek in 2004, tentoonstellingen in 2007 te Chemnitz en London in 2008 en een nieuwe collectie te koop in 2009) en nieuwe aquarellen/gouaches zijn zo’n dertig groot formaat acrylschilderijen van de Brazil Series aangekondigd.
Waar de liedjes, de films of de schilderijen van Dylan over gaan is voor mij alleen relevant als daardoor de betekenis, het effect, de emoties die los komen bij de luisteraar of kijker kleurrijker en dieper worden.
Dylan de persoon interesseert mij nauwelijks. De geluiden die ik daarover hoor en lees zijn trouwens helemaal niet positief. Ex-lief Rotolo geeft in haar prima boek A Freewheelin' time niet eens het meest negatieve beeld. Het kan mij niets schelen wat er in de scheiding met Sara Lowndes gebeurde en wat daarvan op Blood On The Tracks kwam. Waarom moet ik weten dat in Hibbing zijn ouders een kosher huishouden runde? Dat zijn moeder voorziter was van de lokale Hadassah (Zionistische vrijwilligers beweging voor vrouwen), zijn vader voorzitter van de lokale B'nai Brith en zijn over-grootvader, die pas dood ging toen Dylan 20 jaar was, regelmatig de 'tefillin' droeg, en dat Dylan nog geen twee jaar voordat hij naar New York verhuisde lid was van de Joodse studentenvereniging op de universiteit van Minnesota en op vakantie ging naar de zomerkampen van wat nu heet 'Herzl Camp'?
Zelfs voor de kerstplaat Christmas in the Heart is zijn door vriendin-lief geinspireerde uitstap naar het Christelijk geloof wat mij betreft irrelevant. Degene die zich nog steeds bezig houden met die vraag gaan eraan voorbij dat een artiest echt niet de rol is die hij in de ogen van zijn fans vervult.
In deze personificatie van een kunstwerk dreigt de kracht van een kunstwerk verloren te gaan. Een kunstwerk heeft grenzen waarmee het zich afbakent van de omgeving en daardoor autonoom wordt. Binnen de autonome ruimte van een song of album mag een artiest schaamteloos zijn. Dat schaamteloze moet in de intimiteit tussen de kunstenaar en de individuele luisteraar blijven. Door het verpersoonlijken of contextualiseren van het kunstwerk wordt dat vaak doorbroken. Die helemaal vrije persoonlijke interactie kan er dan nauwelijks nog zijn. Er worden stukken uit de song of het album losgescheurd en in een andere context met de kunstenaar in verband gebracht. (Manon Uphoff-NRC 24-12-09) Kapot is dan het genot. Het is zoiets als tijdens de sex een zakelijke telefoontje plegen of een boodschappenlijstje maken - trouwens aan een andere vrouw of man denken tijdens de sex met je partner is net zoiets.
Intussen speelt Here Comes Santa Claus van Bob Dylan terwijl de gasten voor het kerstdiner elkaar omhelzen, kussen en met een glas toosten op een gezondheid en geluk.
Naast de songs van Woody Guthrie was Sholom Aleichem’s son, Norman Raeben, misschien wel de belangrijkste artistieke invloed op Dylan's werk. Dylan studeerde kunst bij hem. Raeben leerde Dylan observeren en waarnemen wat hij 'zag'. Als een dergelijke diepe allesomvattende manier van denken, kijken en begrijpen aanslaat bij een kunstenaar dan heeft dat effect op het werk, ongeacht het medium waarin hij of zij werkt.
Dat Allen Ginsberg Dylan's vokale techniek in One More cup of Coffee (op Desire) beschrijft als een stem die gebruik maakt van Hebreeuwse cantillation in de voordacht, zoals nooit eerder gehoord in een Amerikaans lied. Dit gaat over het creëeren van kunst. Dat wil ik weten. Ik wil snappen en horen in de verschillende versies van One More Cup of Coffee hoe Dylan in zijn compositie gebruik maakt van de accenten die aangeven hoe je een woord moet zingen. Niet een regel of zin, maar slechts één woord. En elk woord krijgt het accent mee dat bij de bedoelde betekenis van het woord in de voordracht hoort. Het kan zijn dat Ginsberg teveel drank of drugs in had genomen toen hij dit zei. Want er bestaan verschillende sets van muzikale aanwijgingen voor de verschillende delen van de Torah, en per Joodse traditie kan dit ook nog eens flink verschillen. Dat is interessant om uit te zoeken.
Niet dat zo'n speurtocht een onthulling oplevert die essentieel is om iets in Dylan's werk beter te begrijpen. Het is maar vaak genoeg dat kunstenaars of hun pr-mensen onzin en geruchten in de wereld brengen die de artiest in een goed daglicht zetten of mysterieuzer maken. Zo hadden The Beatles maar ook Dylan de gewoonte om tijdens interviews ogenschijnlijk onzinnige antwoorden te geven. De één humoristisch de ander denigrerend. Veel artiesten hebben de flauwe gewoonte hun fans als buitenstaanders met insider's jargon te voeden - de artiest geeft het een soort puberale kick en het versterkt de 'wij-horen-erbij-en-anderen-niet-mystiek rondom 'de ster'.
Relevant is dat Subterranean Homesick Blues gebaseerd is op Chuck Berry's rock 'n roll en de scat-singing (geimproviseerd zingen van woorden en zinsdelen).
Ik wil niet Dylan’s leven hoeven lezen in de songs en teksten. De muziek, de klanken, het ritme, de melodie en de ambigue beelden in de tekst, die moeten mij raken. That’s it. Voor het genieten of begrijpen van zijn kunst is Dylan's joodse naam, Shabtai Zisel Ben-Avraham, irrelevant.
* * *
De beste nummers van Bob Dylan zijn songs waar het kunstwerk het werk doet. Gedachten aan de artiest Dylan of zijn privé leven komen dan niet op
. Blind Willie McTell is zo’n geslaagd kunstwerk. Intuïtief begrijp ik het nummer. Zonder te weten wie Blind Willie McTell is, zonder de tekst tot me door te laten dringen wordt ik gewaar waar de song over gaat. De eerste piano aanslag, het zachte intro van de Mark knopfler op de gitaar, gevolgd voor voorzichtige piano tonen begeleidt door de gitaar, en een zanger die ergens over zingt. Ik begrijp en hoor de woorden nauwelijks.
maar je voelt dat het gaat over iets dat er niet is, er is verlangen en verdriet. Toch geeft het lied geen toegang tot wat er niet is. Het lied roept verdriet op, over afscheid en afstand. Niet een lief, die net weg of onbereikbaar is. Je lief, die je probeert te vergeten maar vanwege het verdriet niet uit je hoofd of je lichaam verdwijnt.
De zanger heeft kristalheldere beelden en zelfs levendige herinneringen over een harde ontoegankelijke wereld. Het is een wereld vol wreedheid met een naakt gebrek aan warmte, veiligheid en eten. Toch is ook hij er niet. Het afscheid en afstand nemen van die wereld is ambivalent en Dylan drenkt ons in verlangen en melancholie. Het is duidelijk dat we er niet zijn. In het refrein zingt Dylan hoe we er kunnen komen…
er is niemand die de blues kan zingen, zoals Blind Willie McTell.
Ik hoor het zinnetje een paar keer boven de rest van de tekst uitkomen. Dat is typisch voor een song met een verse, refrein structuur. Wat doet Dylan hier? Wat wil hij? Wil hij verlangen opwekken naar de wereld van Blind Willie McTell? Dylan verwijst ons naar een wereld buiten de song en dat lukt hem wonderwel. Is die wereld die hier niet is, eigenlijk ook niet in de song is soms de wereld die het beste via de muziek en zang van Blind Willie McTell toegankelijk is? Of is Blind Willie degene die er het beste over zingt? Dylan verwijst niet naar Mr. McTell, maar naar de wereld waarover Blind Willie zingt.
Dylan schetst dat Blind Willie McTell een beeld schetst van een wereld die wreed en wrang is. In die wereld van ellende, haat, geweld en armoe leven mensen - en is dus er ook liefde en verleiden, schoonheid en eenvoud. Dylan lukt het niet om het onmenselijke van die wereld te verwoorden of in muziek uit te drukken. Dylan laat zijn eigen ervaring met de muziek van Blind Willie McTell horen. De song verteld over het luisteren naar Blind Willie McTell. Wat roept de muziek van Blind Willie McTell op?
Dylan brengt de zanger/muzikant Blind Willie McTell tot leven, zonder diens muziek te kopiëren. Dylan kiest er voor om ons de weg te wijzen naar de muziek van Blind Willie McTell. Die muziek, die we hier niet horen, geeft toegang tot die misschien toch niet voorbije wereld van wreedheid en simpele schoonheid. Dylan’s muziek doet zijn werk. De teneur van de melodie, de akkoorden en de gekozen intervallen roepen een emotioneel mengsel van afscheid en verdriet op. Dat is al duidelijk bij de eerste klanken als je het lied voor het eerst hoort.
De song is een esthetisch genot, die geen analyse of begrip van de tekst vraagt. Dit is wat gelukt is bij de beste visionaire liederen van Dylan, zoals
A Hard rain’s Gonna Fall,
Visions of Johanna,
Desolation Row en
Dignity
maar ook in songs als Subterranean Homesick Blues.
Dylan’s werkwijze kennen of zijn songs beter begrijpen staat de esthetische beleving van zijn werk niet in de weg. Het tegendeel is waar zou ik zeggen. Als we de afstand begrijpen tussen enerzijds het eindresultaat en anderzijds de artiest, zijn werkwijze en de context waarin het kunstwerk werd gemaakt dan zijn we tijdens het luisteren niet op zoek naar de artiest in zijn werk. De vermeende alles versluierende authenticiteit waar we ons achter verschuilen of alles mee recht praten.
De eerste indruk die je bij een kunstwerk hebt, helemaal van jou. Geen analyse of toelichting moet je die eerste indruk laten ontkennen of afnemen. De analyse kan wel jouw eigen ervaring en beleving preciseren en verduidelijken, nieuwe deuren en ramen van je eigen perceptie met zicht op het kunstwerk openen. Als de eerste emotie amorf blijft dan is het vaak ook niet meer dan een vaag bijna weeïg gevoel. Er is meer gedetailleerdheid en subtiliteit in onze beleving mogelijk - ook in Dylan’s mooiste werken. Analyse en begrip van het werk kan daarbij helpen.
Het ambacht van de componist die verhalen kan vertellen in de vorm van pakkende liedjes, is een boeiend onderwerp. Ik kan het niet nalaten om te graven en te genieten van dit bestuderen van Dylan’s werk. Het interview dat Robert Hilburn met Dylan in november 2003 in Amsterdam deed, had als thema componeren. Dylan praatte en praatte en praatte, en laat aan Hilburn zien, zonder dat die het door heeft hoe Dylan liedjes schrijft. In april 2004 publiceerde de LA-Times, hier, het interview. Hilburn’s artikel vormt met Bob Dylan 5 Songs / Lectures, een seminar verslag geredigeerd door Ingrid Mösinger en Wolfram Ette, de basis voor mijn verhaal.
Onderzoeken hoe een artiest werkt is bijna net zo interessant als het kunstwerk ondergaan, je ervoor open stellen en in de intimiteit van het luisteren of kijken ervaren welk effect de performance op je heeft.
* * *
Als ik Byrds covers van Dylan songs hoor, geniet ik nu nog steeds van de vloeiende ritmisch swingende melodieuze folk-rock, die ruim veertig jaar na conceptie door de speakers in de auto knallen, of als niemand thuis is door de huiskamer. Of luister nog eens naar Jimi Hendrix in All Along the Watchtower, typisch Jimi Hendrix maar het is wel een Dylan compositie van John Wesley Harding. Van The Freewheelin’ Bob Dylan, uit 1963, komt de compositie Girl From the North Country. Rosanne Cash publiceerde onlangs een nieuw versie van het nummer, dat haar vader samen met Bob Dylan in 1969 op Nashville Skyline zong. Nu weet ik weer wat een prachtig lied dit is. Op dat soort momenten is er geen enkele twijfel over de compositorische kwaliteiten van Bob Dylan. Tijdens het onderzoek voor dit artikel luisterde ik integraal naar Blonde On Blonde. Het viel me op hoe prachtig het wilde kwikzilveren geluid, van Bringing It All Back Home en Highway 61 Revisited op Blonde on Blonde een niet meer te herhalen, laat staan te overtreffen, piek bereikte. Luister naar Just Like A Woman en hoor de tedere schoonheid. Later presenteerde Dylan een net zo indrukwekkende hardere, ruwere en bijtende versies. Wat een pracht compositie.
Er zijn luisteraars die meer dan een eenduidige betekenis van Dylan’s songs niet appreciëren. De ambiguïteit in Dylan’s poëzie is voor hen een narcistisch woordspelletje. Maar ook zij moeten toch erkennen dat er maar weinig hedendaagse componisten zijn die zo vele mooie, verbeeldende en verhalende uitdagende zinnen schrijft als Dylan. Het eerder genoemde Just Like A Woman is hiervan een sprekend voorbeeld. Tijdens een interview dat Robert Hilburn (de auteur van Cornflakes with John Lennon) in 2003 met Dylan had over componeren gaf hij Dylan de lyric-sheet van Just Like A Woman.
She takes just like a woman, yes, she does
She makes love just like a woman, yes, she does
And she aches just like a woman
But she breaks
just like a little girl.
Hilburn schrijft dat Dylan de tekst zonder iets te verraden doorkijkt.
Het lied kan over zoveel gaan. Mijn eerste gedachte was de tekst letterlijk te nemen. De eerste keer dat ik dit lied hoorde was op het album The Concert for the Bangla Desh (zie hier). Ik wist zeker dat het refrein ging over de seksualiteit van de vrouw over wie de zanger zingt. Dat er in de tekst meer aan de hand was leek ook toen al duidelijk. Maar toch, het refrein liet en laat aan duidelijkheid niets te wensen over. De volle overgave in de seks zoals van een vrouw als Gusta Weemoed? Of is het toch de gereserveerde kwetsbaarheid van een vrouw waar de zanger last van heeft?
Dylan: “Ik ben niet goed in het definiëren en omschrijven van zaken. Zelfs als ik zou kunnen vertellen waar de song over gaat, zou ik het niet doen. Het is aan de luisteraar om de ontdekken wat de tekst voor hem of har betekent.”
Hilburn ziet hoe Dylan naar de tekst blijft staren. Niemand zegt wat, het is stil in de kamer – doodstil. Dan schuift Dylan een beetje heen en weer en begint te praten:
“Dit is een heel brede song, Een regel als ‘Breaks just like a little girl’ is een metafoor. Het is als met veel op de blues gebaseerde songs. Iemand kan over een vrouw spreken, maar in werkelijkheid praatten ze niet over vrouwen. Je kunt heel veel zeggen als je metaforen gebruikt.”
Nobody feels any pain
Tonight as I stand inside
the rain
Ev'rybody knows
That Baby's got new clothes
But lately I see her ribbons and her bows
Have fallen from her curls.
Na een korte pauze, zegt Dylan:
“Het is een stadslied. Het is alsof je kijkt naar iets dat ongelofelijk machtig is, bijvoorbeeld de schaduw van een kerk of iets dergelijks. Ik denk niet in verschillende raakvlakken zoals Broadway schrijver dat deden. Dat was de grote fout van veel van de oude Broadway songschrijvers. (…) Alsof er iets te leren valt uit een lied – je kunt geen inspiratie halen uit een lied. Ik probeer zoveel mogelijk in een song op z’n kop te zetten. Anders, denk ik dat ik de tijd van de luisteraar verspeel.”
Er zijn veel uitspraken van Dylan, zijn verhouding tot vrouwen lijkt complexer dan die van de doorsnee man. In zijn schilderwerk spelen vrouwen een dominante rol. Dylan maakte n.a.v. zijn Drawn Blank Series de opmerking dat hij tekent en schildert wat hem interesseert, en als kunstenaar heeft hij grote dramaturgische kwaliteiten waardoor hij kan zeggen:
“Ik kan een schaal fruit nemen en die veranderen in een leven-of-dood drama. Vrouwen zijn macht en kracht figuren dus portretteer ik ze zo.”
Maar om een overduidelijke (te overduidelijk?) beschrijving van een vrouw in het refrein tot iets van een stadsbeeld om te vormen. Nieuwsgierigheid naar wat je zelf niet kan bedenken is een gezonde erkenning van veelvormigheid. Blijft dat het seksueel getinte refrein past als een goede grap na de tekst over de uit haar nek kletsende met parels omhangen Koningin die aan de drugs is.
Queen Mary, she's my friend
Yes, I believe I'll go see her again
Nobody has to guess
That Baby can't be blessed
Till she sees finally that she's like all the rest
With her fog, her amphetamine and her pearls.
She takes just like a woman, yes, she does
She makes love just like a woman, yes, she does
And she aches just like a woman
But she breaks just like a little girl.
Maar ik geef toe, de Queen Mary hier kan een metafoor zijn die voor veel meer kan staan, dan ‘slechts’ een vrouwelijke koningin.
Dylan lijkt een begaafd kunstenaar zijn teksten en de arrangementen van zijn songs laten verschillende betekenissen toe. Het is een wondertje van creativiteit en ambachtelijk schrijven dat bij verschillende muzikale interpretaties en arrangementen de poëzie recht overeind blijft.
* * *
Laatst bezocht ik het Rijksmuseum op zoek naar de winterplaatjes van Avercamp, waarop ik mij al meerdere dagen had verheugd. (Zie: Die Avercamp lijkt mij een prima copy-paste tekenaar, die een boeiend beeld gaf van het winterse weer, het licht, bedachte landschappen en de kleding van de rijken en armen rond 1600 in Holland. Ja, er klinkt lichte teleurstelling in de bovenstaande woorden. Het leek me nu te veel, te klein, te strak, meer reportage en collage dan gevoelens, vragen of gedachten opwekkende schilderijen. Ik moet er misschien nog een keer naar toe.
Op weg naar Avercamp liep ik door de zalen van de tentoonstelling ‘Meesterwerken – Hoogtepunten uit de Gouden Eeuw’. Ik zag prachtige schilderijen, sommigen zo zacht en dun mooi, dat het me verwonderde hoe het de schilder gelukt was dat bleke roze blanke gezicht zo op het doek te zetten. Van heel dichtbij kon ik kijken naar ‘Het Prinsesje’ van Paulus Moreelse. Ik zag niet eens penseelstreken, zo dun en gelijkmatig was er geschilderd.
Verder zag ik op de meeste beelden vooral trots, macht, rijkdom, formaliteit en stijfheid. Ik moest denken aan Simon Schama’s prachtige boek ‘Embarrassment of Riches’ over de rijkdom tijdens de Gouden Eeuw in wat nu Nederland heet.
Tegelijkertijd kloppen die beelden nauwelijks met de realiteit van de mensen in die tijd, zoals we die uit de geschiedenisboeken kennen. In die tijd neukten en zopen rijken en armen net zoveel als de Amsterdammers en Haarlemmers van vandaag de dag. Als ze uitgaan, op vrijdag avond los gaan in het café, of op de warme zomerse zondag op het terras van Vertigo of the theehuis, op zoek naar hun neukertje voor de zondagmiddag, voordat ze ’s avonds het werk van maandag moeten voorbereiden. Zo ongewoon is het ook niet dat rijk of arme burgers bij Van der Valk of in en IBIS-hotel kamers met jacuzzi afhuren en anderen uitnodigen voor een gang bang. Drankgebruik is vandaag de dag nog één van de grootste sociaal psychologische problemen voor werkgevers waardoor veel productiviteit verloren gaat.
Ongemerkt, onverwacht en zonder me direct te realiseren waar ik naar keek, zei ik veel te luid:
“Dat is rock ’n roll. Wat een leven zit hier in.”
Die trotse man, duidelijk de baas en de hoofdpersoon van het schilderij, die daar in het midden, in dat prachtige licht: die man leeft.
Dat schilderij inspireert, het is de deur naar een andere wereld.
Ja, net als Isaac Massa en Beatrix van der Laen op hun huwelijksportret heerlijk informeel met genegenheid tegen elkaar aanleunen als ze poseren voor hun Frans Hals, die hun levendige en ontroerend portret in een prachtige tuin positioneert. De genegenheid straalt er vanaf, ook al zijn hier de gezichten van de geliefden duidelijk minder gedetaillerd levendig en speels.
De Nachtwacht. Dat schilderij inspireert. Daar spettert de energie, de rock 'n roll vanaf. Het is als een deur naar een andere wereld.
Ik keek naar de schaduw achter de benen en vroeg me af of Rembrandt iets vergeten was, daar nog iets wilde toevoegen. Daar, vlakbij dat hondje. Misschien.
Uit mijn ooghoeken zag ik dat … bewoog… hij beweegt… in mijn hoofd ontspon zich een verhaal.
Hoe anders en zonder verhaal zijn De Staalmeesters van dezelfde Rembrandt of de door Bartholomeus van der Helst geschilderde Schuttersmaaltijd ter viering van de vrede van Münster. Het werk, met het prachtige blauw van het vaandel voor de Amsterdamse Stedenmaagd dat mij pontificaal tegemoet straalt als ik de zaal waar het hangt (of staat het?) binnenloop, is toch statischer en minder levend of inspirerend dan De Nachtwacht. Je de gezichten van de mensen op beide stukken zijn op zich boeiend en varieren
In muzikale termen is De nachtwacht rock ’n soul—eventjes dacht ik, ja verdomd die Dylan was slim, om te kunnen doorgronden hoe die Rembrandt zijn kunst brouwde, wil je weten wat die gast uitspookte, waar die leefde, wat hij doormaakte, waar hij werkte, met wie, etc. Wat inspireerde Rembrandt om deze mensen, die taferelen, zijn ideeën, observaties en grappen om te zetten in prachtige schilderijen? Waar stond zijn huis, in de stad van Maarten ’t Hart; Rembrandt heette tenslotte niet voor niets van achteren ‘van Rijn’.
Terug in de werkelijkheid vroeg ik me af of De nachtwacht ook met die voor Rembrandt zo typische prachtige dikke droge verf was geschilderd? Helaas, het was verboden om zo dicht bij het schilderij komen dat dergelijke details met het blote oog te zien zijn. Dat komt vast nog wel.
* * *
Het bovenstaande intermezzo met Rembrandt en het Rijksmuseum in Amsterdam is niet toevallig deel van dit verhaal. Het interview dat Hilburn in 2003 met Dylan had, was ook de gelegenheid dat Dylan het Rembrandthuis bezocht en beweerde:
“I always admired true artists who were dedicated, so I learned from them. (…) I wanted to do something that stood alongside Rembrandt's paintings.”
We kennen Dylan als iemand voor wie het leren van een ambacht of een muziekstijl ‘eigen’ maken niet slechts een kwestie is van de besten in het vak modelleren. Hij wil alles, zoveel mogelijk weten, ervaren en ruiken.
Om de rock ’n roll van Elvis te bevatten bezocht hij het huis, de wijk en de school waar Elvis als jochie in Tupelo opgroeide en de plekken waar Elvis zijn eerste kunsten vertoonde, op het podium en de Sun-studio. Van de rock ’n roll schilder van de Gouden Eeuw Rembrandt, zag Dylan niet alleen de schilderijen, hij bezocht ook het huis van Rembrandt in Amsterdam. Dylan ging naar John Lennons geboortegrond in Liverpool en hij liep als een oude verregende en verkleumde zwerver in de buurt van het huis waar Bruce Springsteen Born To Run componeerde, toen hij in 2009 door de politie opgepakt werd.
“Als je iemands werk mag, dan is het belangrijkste om je zelf bloot te stellen aan alles waar die persoon aan bloot gesteld werd. Als je een componist wilt worden, moet je luisteren naar zoveel folkmuziek als je kunt, bestudeer de vorm en de structuur van het materiaal dat al rond de honderd jaar bestaat. Ik ga terug naar Stephen Foster.”
Here is other stuff 'bout Bob Dylan.
posted on Wednesday, December 23, 2009 3:53 PM