Lang geleden reed ik een paar keer per jaar op donderdagavond en in het weekeinde naar Amsterdam en zat ik samen met een redacteur van Het Parool, Henry van Meeuwen, de Berggids, het bergsporttijdschrift van de KNAV, nu Hoogtelijn van de NKBV, samen te stellen.
Eindredactie doen - koppen verzinnen, vormgeving bepalen, plakken, drukklaar maken. Op de achtergrond speelde niet gemakkelijke popliedjes, maar de 'betere' muziek. Onvergetelijk waren de momenten dat ik op spring en naar de platenspeler liep en keek welke plaat er op stond. Frank Zappa, Stones, maar de meest verrassende waren toch Shot of Love en Infidels van Bob Dylan. Ik herkende ze ergens van... maar wist niet wat het was. Ze raakten en bleven hangen. Het eerste nummer van Shot of Love, het titelnummer van de plaat is onvergetelijk. Ik heb het wel tien keer opgezet terwijl we aan het plakken waren. Tom Dylan beschrijft het als volgt:
Het album begint met de titeltrack. Als de naald op het vinyl is gezakt, is het eerste geluid een aanslag op de gitaar. Daarna zingt Dylan, muzikaal op de hielen gezeten door de achtergrondzangeressen, twee maal de regel I need a shot of love a capella. Pas dan barst Shot of love echt los. Het geluid dat Dylan en consorten produceren heeft nog het meest weg van de ongepolijste geldingsdrang die men zou verwachten te horen in de oefenruimte van een jong bandje. Het geluid van Shot of love is losjes, zo losjes dat het klinkt alsof het album live is opgenomen.
Ik heb Shot of Love nooit gekocht, dat komt nog wel eens. Het waren momenten die mijn belangstelling voor minder populaire kunst aanwakkerde, zoals ik later de IKEA zooi uit mijn huis gooide en genoot van Zanotta en Capellini. Bedankt Henry!
Met toenemend plezier heb ik vanavond een verhaal over Shot of Love gelezen dat een mooie persoonlijke recensie is. Het stond op het altijd weer leuke blog Bob-Dylan-in-Nederland.
Fantastisch, Tom, bedankt.
Maar pas op beste Dylan fans...
De verborgen giftige slang onder het tapijt in zowel de recensie van Tom, als mijn stuk hierboven en mijn recente Dylan in the Heart, geschreven op verzoek van Tom Dylan, is dat Dylan's muziek een wezenlijk onderdeel van de soundtrack van ons leven is. Het maakt ons oordeel over het werk van Dylan volstrekt irrelevant gekwebbel van fans. Wat wij schrijven kan slechts bij uitzondering muzikale of literaire relevantie hebben. De distantie ontbreekt, wat we ervaren en vaak opschrijven is emotioneel subjectief. Er is weinig kans om vanuit die betrokkenheid het werk van Dylan muzikaal en literair enig recht te doen.
In elke generatie zijn er opnieuw mensen die denken dat wat zij meemaken uniek en groots, en heel belangrijk is. Het veranderde de wereld! 'Zum Kotzen.' De val van de Berlijnse Muur was mijn gebeurtenis. Met de tranen in de ogen - nu nog. Maandag weer. IK weet het zeker het veranderde de wereld. ja een paar jaar later hadden we een vernietigende oorlog in Joegoslavie, en nu zitten we met een supergrote Europese Unie - ben ik trouwens helemaal voor.
De val van de Berlijnse Muur was op zich wel bijzonder maar in het wijdere perspectief van de hele wereld en enkele decennia daarvoor en daarna is de 'val' helemaal niet zo bijzonder. Op heel veel plekken op de wereld zijn er nog steeds ondoordringbare muren. Die het doel hebben mensen buiten en binnen te houden. In heel wat culturele gebeurtenissen die we meemaken, artiesten, die we hebben gehoord en gezien, de plaat die ons raakte en nummer één werd op de hitparade - we denken steeds weer dit is of was het grootste het beste, het meest bijzondere van onze tijd, en eigenlijk van vele decennia daarvoor en daarna.
Ons ontbreekt elk zinnig perspectief - wij zijn gevangen in onze eigen pathetische bepertke gevoelens en non-kennis van de wereld om ons heen. Het is als die duizenden dwazen die in de Arena zaten bij de begrafenis van André Hazes. Al die fans zijn een ander maatschappelijk fenomeen dan het werk van de artiest. Ze hebben nauwelijks iets met elkaar te maken. Dylan de hemel in prijzen of voordragen voor de Nobel Prijs in Literatuur lijkt wereldwijs en weloverwogen maar het is zoals Maxima ooit over Willem-Alexander zei: 'Een beetje dom' en vooral een bewijs voor een geweldig groot gebrek aan interesse.
Het is als die duizenden dwazen die in de Arena zaten bij de begrafenis van André Hazes. Al die fans zijn een ander maatschappelijk fenomeen dan het werk van de artiest. Ze hebben nauwelijks iets met elkaar te maken.
Dit is ook de kern van kritiek van ene Andrew Ferguson op veel fans van Bob Dylan, en vice versa, in een briljant historisch relevant epistel in de Standard Weekly naar aanleiding van Christmas in the Heart.
posted on Friday, November 06, 2009 12:10 AM