My Links

Archives

Image Galleries

Tuesday, March 08, 2011

We verkopen ons huis. Je zou het niet van de verkoper verwachten dat hij dat toegeeft, maar het is een prachtig huis. Waarin ook twee prachtige kinderen zijn opgegroeid. Aan het huis is veel geklust en daarom is er nu een keuken met 90cm werkhoogte, een doorgang naar de garage, een vliering over de hele garage, een badkamer met uitzicht op het heelal en een entresol met bed in de nok van de zolder-slaapkamer. De tuin is ontworpen vanuit kinderooghoogte, met een kuil en een bergje en een prieel. Waarom ga je weg uit zo'n huis, vraag je je af. Nou we gaan op een heel mooi plekje in Zuid-Limburg wonen. Als je belangstelling voor ons huis hebt, kijk dan op deze webpagina
posted @ 11:37 AM

Monday, June 07, 2010

In 1921 vertrok Hubertina Katharina Maria Fretz (roepnaam Tienchen) uit haar geboortedorp Lobberich (tegenwoordig deel uitmakend van de gemeente Nettetal) naar Nederland.
Duitsland – na de eerste wereldoorlog leeggeplunderd op grond van het verdrag van Versailles – verkeerde in een economische crisis waarbij vergeleken de onze een periode van hoogconjunctuur is.
Volgens de huidige etikettencultuur was Tienchen dus een economische vluchteling. Maar sinds de verkiezingscampagne van 2010 wordt dit etiket overplakt door een nieuw; ‘kansarme migrant’. Of als men het neutraler wil laten klinken; ‘laag opgeleide migrant’.
Het auteursrecht voor deze nieuwe term moeten we zoeken bij de VVD.

Laten we voor we het verder over Tienchen Fretz hebben, nog een wat nauwkeuriger naar deze nieuwe etiketten hebben.
Wanneer politici over migranten spreken, bedoelen ze natuurlijk immigranten. Mensen dus, die hier willen wonen en werken, of hier zoeken naar een veilig bestaan.
De term economische vluchteling kwam in zwang toen men vond dat hier te veel mensen asiel kwamen zoeken en men twijfelde of zij wel allemaal politieke vluchtelingen waren.  Ook hier was de VVD weer de bakermat en was de voormalige gevangenbewaakster Verdonk de luidruchtigste pleitbezorger van een strenger deurbeleid.

Maar inderdaad, Tienchen had je in 1921 terecht een economische vluchteling kunnen noemen.
Ook de term ‘laag opgeleide migrant’ was wel op haar van toepassing. Want ze had niet meer opleiding dan het plaatselijk pastoorsschooltje.
Daarna werkte ze korte tijd op de weverij van de plaatselijke textielbaron Niedeck, en later op diens ‘kasteeltje’ als dienstmeisje, waar ze leerde serveren, de namen van de Franse wijnen correct ut te spreken als ze het etiket toonde, en een knicks  te maken bij het afscheid van de gasten.
Een van haar zusters, Gertrud, was haar al voorgegaan naar Amsterdam en zij zorgde voor een betrekking, zoals dat toen heette, bij de familie Peperkorrel.
Was Tienchen nu ook een kansarme migrant? Want dat is het criterium dat de heer Rutte van de volkspartij voor vrijheid en democratie aanlegt om te bepalen wie er van zijn kostelijk vrijheid en democratie mag meegenieten.
Dat is slim van meneer Rutte, want zo profiteert hij van de xenofobie van de heer Wilders (ook grootgebracht in  de VVD stallen) zonder voor de verkiezingen te veel op hem te lijken. Maar dat kan allemaal goed komen na 9 juni tenslotte zijn Bouterse en Brunswijk na de verkiezingen ook in elkaars armen gevallen.
Rutte discrimineert dus niet op etniciteit of religie, maar wil wel voorkomen dat ons land overstroomt wordt door kansarmen, die men in plattere kringen ook wel losers noemt.
Ik zit mij naar aanleiding van een televisie optreden van de heer R. hardop af te vragen hoe hij in Gods- c.q. Allah’s naam daar aan de grens bij Venlo (waar Tienchen destijds misschien ook wel overgestoken is) wil vaststellen of subject X al dan niet kansrijk is.
Maar dan geeft mijn jongste zoon, eerstejaars sociologie (in Nijmegen) het verlichtende commentaar: “In het land van Rutte bestaan toch helemaal geen kansarmen?”
Verdomd, hij heeft gelijk, die studie levert na een half jaar al rendement op.
In de liberale droomwereld kan iedereen het maken als hij zijn best maar doet, en niet te veel wordt gehinderd door “regeltjes” van een opdringerige overheid.
Van krantenjongen tot miljonair, dat soort werk. (Een beetje sneu dat de enige Nederlander die krantenjongen èn miljonair is zich tot de SP heeft bekend).
Alle politieke wrok even terzijde.  Als Rutte in 1921 minister president was geweest, was Tienchen hier niet binnen gekomen. En had zij niet mijn vader ontmoet, en had mijn jongste zoon niet die correcte opmerking kunnen plaatsen, en had mijn oudste zoon niet die goed opgeleide en kansrijke Poolse ontmoet en was dat prachtige kindje er niet geweest dat nu dapper probeert op eigen benen te staan en ooit wellicht de eerste vrouwelijke president van Polen of van de Verenigde Staten van Europa zal worden.
Maar ook als dat laatste niet gebeurt, is omdat de heer Rutte in 1921 niet bestond ons land toen verrijkt met een vrouw die mijn moeder zou worden.

Een moeder die mij leerde dat je niet een algemeen oordeel kon vellen over Duitsers of Joden of wie dan ook. Zij sprak altijd met warmte over de familie waar zij diende.
Die mij ondanks haar gebrekkige opleiding een ongeneeslijke nieuwsgierigheid bijbracht.
Die me leerde improviseren.
Die me leerde de waarde van sentiment en romantiek te ontdekken.
Die gedichten als das Lied von der Glocke, en Wahlfart nach Kevelaer kon reciteren.
Die al die Duitse deugden vertegenwoordigde voordat de rechtse xenofoben daar hun vernietigende werk deden.
Een moeder die het voor mij gemakkelijk maakte het feminisme te omhelzen.

Kortom, meneer Rutte waar praat U over?
Wat matigt U zich aan?
Waar haalt U het recht vandaan om te oordelen over de legitimiteit van mensen die U niet kent, en waarschijnlijk niet wilt kennen?
Begin eens te leven.  Zorg eens voor een kind, en kijk eens wat U daarvan terecht brengt, voor U zich aan de maatschappij vergrijpt!

posted @ 9:41 PM

Tuesday, June 01, 2010

Taal leeft, luidt het cliché. En taal kan het weten, want taal bestaat voor een goed deel uit clichés, of – om het iets neutraler uit te drukken – vaste uitdrukkingen.
Veel vaste uitdrukkingen zijn overigens ook weer niet muurvast. Na een tijdje raken ze weer in vergetelheid en weten alleen nog types als Paulien Cornelisse en Ewoud Sanders van hun bestaan.

Want wanneer gebruikt een normaal mens zoals u nog een uitdrukking als voordeurdelers? De kranten stonden er ooit vol van. Het Ik-tijdperk dan? Of tweeverdieners?
Deze termen zijn verdwenen, omdat de bijbehorende verschijnselen niet meer uitzonderlijk zijn.
Niemand bekommert er zich nog om of de buren wel of niet getrouwd zijn.
Een meerderheid van ons volk lijkt zielstevreden te zijn met ik-tijdperk.
OK. Links – zoals u weet het enige volksdeel met hobby’s – zou wel een tikje meer wij-tijdperk blieven en rechts ziet overal het gevaar van het hunnie-tijdperk. Maar vrijwel iedereen is tevreden met de tweeverdieners.

Toen mijn eerste kind naar de basisschool ging, was mijn vrouw een van de weinige vrouwen op het schoolplein die ook nog een andere baan had.
Toen mijn zes jaar later geboren kind die zelfde basis school verliet,  was zij een van de weinigen die niet buitenshuis werkte.

So what? Het is toch het goede recht van iedere vrouw om buitenshuis te gaan werken als ze dat willen?
Natuurlijk. Zoals het ook hun goede recht is om dat niet te doen, als ze dat niet willen en een partner daar voor zorgt.
Of als twee partners die taak delen.
Tenminste, dat is wat ik aan de tweede feministische golf heb overgehouden. Het idee dat de vrouw beslist over haar leven.

Dat laatste idee lijkt echter niet bij iedereen te leven.
De drie liberale partijen, VVD, D66 en GroenLinks en de twee populistische partijen SP en PVV willen dat vrouwen ‘gestimuleerd worden deel te nemen aan het arbeidsproces‘ zoals ze dat noemen en verklaren daarbij ook nog eens dat dit een bijdrage aan de emancipatie van de vrouw is.
Niks zelf beslissen. Wij weten wat goed voor je is. Je huis uit!

Het voortouw wordt hierbij genomen door GroenLinks. De lijsttrekker van deze partij laat geen gelegenheid voorbij gaan om te pleiten over wat zij smalend noemt de aanrechtsubsidie en dat is niet alleen demagogisch, maar ook anti-feministisch, rechts en milieu vijandig.
Ik zal die vier beschuldigingen hieronder stuk voor stuk onderbouwen.

Zeuren over aanrechtsubsidie is demagogisch

De zogenaamde aanrechtsubsidie is helemaal geen subsidie.
Officieel heet het algemene heffingskorting en het is een stukje van wat vroeger de belastingvrije voet heette. Het was het gedeelte van het inkomen waarover geen belasting betaald hoeft te worden.
Voor een gezin was dat bedrag hoger dan voor een alleenstaande. En de verrekening vond plaats via de aanslag van de kostwinner.

Later werd dit systeem gewijzigd. De belastingvrije voet van de kostwinner werd verlaagd. Deze ging dus meer belasting betalen en de niet werkende partner kreeg nu van de belastingdienst een bedrag op haar of zijn rekening teruggestort.
Prettiger konden ze het niet maken, maar wel ingewikkelder.
Maar de voorstanders van deze regeling vonden dat dit de emancipatie van de vrouw diende.

Nu er naar gestreefd wordt om deze uitkering te stoppen, wordt de belasting voor gezinnen waarvan een van de partners geen betalende baan heeft dus verhoogd.  En wederom wordt dit emanciperend genoemd.
Eerst emancipeer je dus door het uitdelen van een sigaar uit de eigen gezinsdoos en vervolgens emancipeer je nog eens door die sigaar weer af te pakken.
Als we het dus per se over een aanrecht willen hebben, hebben we het hier dus over het invoeren van de aanrechtbelasting!

Zeuren over aanrechtbelasting is anti-feministisch

Zeuren voer aanrechtsubsidie is niet alleen anti-feministisch omdat het het recht vrouwen en een enkele man ontkent om zelf uit te maken hoe ze het werk met hun partner verdelen.
Het is ook anti-feministisch omdat het woord aanrechtsubsidie een kleinerend beeld creëert van het werk wat in huis verricht wordt.
Wat daar gebeurt is namelijk zeer belangrijk werk, wat veel aandacht, inspanning en kunde vraagt om het goed te doen, zeker als daar het verzorgen en opvoeden van kinderen bij komt.
Het scheppen van een veilige liefdevolle omgeving waarin kleine mensen opgroeien is niet alleen van cruciaal belang voor die kinderen zelf, maar tevens voor de maatschappij die zij later gaan bevolken.
Dat dat werk niet betaald en onvoldoende gewaardeerd wordt is al erg genoeg.
Het is ronduit schandalig om daar nog eens  een sneer over ‘aanrechtsubsidie’ aan toe te voegen en dan ook nog eens te claimen dat je emanciperend bezig bent.

Zeuren over aanrechtsubsidie is rechts

De werkelijke beweegreden achter het afnemen van de belastingcompensatie van niet-werkende partners is dat men verwacht dat dezen hierdoor aangemoedigd worden buitenshuis betaald werk te gaan verrichten.
Natuurlijk is het maar de vraag of mensen die bewust kiezen voor huis en gezin voor pakweg 170 euro per maand te koop zijn.  Maar overheden en politici denken zo niet. Zij denken niet aan individuele mensen, ze denken in systemen.
Ze gaan er van uit dat het goed is voor de economie dat er door iedere volwassene betaald werk verricht moet worden.

Mogelijk is dat ook goed voor de economie. Maar de vraag die iedere politicus zich moet stellen, en zeker iedere zich links noemende politicus zich moet stellen is:
Is wat goed is voor de economie, ook goed voor mensen?

Deze droom van de totale tweeverdienersmaatschappij is een rechts kapitalistisch droom en gaat niet meer over full employment maar over full exploitation.
In een economie waarin in meerdere bedrijfstakken de CAO ontdoken kan worden, het ontslagrecht wordt verruimd, de duur van de WW wordt ingekort;
waarin buitenlandse bedrijven van de ene op de andere dag hun productie naar een ander land kunnen  verplaatsen;
waarin iedereen tot zijn 67ste moet werken, maar vrijwel niemand boven z’n vijftigste nog een normale baan kan vinden;
In zo’n economie valt groei stelselmatig uit in het voordeel van de ondernemer  en niet in het voordeel van hen die ondernomen worden.

Werken is prachtig. Maar het moet eerlijk beloond worden, zowel binnenshuis en buitenshuis.
Werken is een individueel recht en een sociale plicht zowel binnenshuis als buitenshuis.
En ieder moet het recht hebben zelf uit te maken waar hij zijn of haar werk wil verrichten.

Het gezeur over aanrechtsubsidie is milieu-vijandig

Hoe meer arbeidsparticipatie, hoe meer woon werk verkeer. Dat kan iedereen op zijn vingers natellen.
Natuurlijk, politici verven desgevraagd de banen die zij op papier creëren zo allemaal duurzaam groen. Maar dat thuis werken is een verhaal dat we al jaren horen, maar nog nauwelijks zien.
(Soms krijg je heimwee naar dat jaar 2020 waarin al die kabinetsdoelstellingen bereikt werden).

Als iedereen werkt, heeft er ook bijna niemand meer puf om uitgebreid te koken. De kinderen die in zo’n convenience gezin opgroeien zullen het dan ook niet of nauwelijks zien gebeuren en zullen het derhalve ook nooit leren en het later ook niet doen. En dus zie steeds meer kant en klaar producten in de winkel.
Vroeger maakte je van tien basisproducten zoals aardappelen, melk, ei, ui, meel, havermout, appel, boter, rijst en pasta tezamen met groenten en fruit. honderd en veertig verschillende gerechten. Nu vind je er minstens honderdtwintig daarvan kant en klaar in de supermarkt.
Zo komt de Plusmarkt aan zijn 10.000 artikelen en de Jumbo aan de 32.000!

Stuur je nu een kind voor een pak yoghurt naar Albert dan zal het minuten lang moeten zoeken tussen de 27 yoghurt varianten.
Al die producten zullen gefabriceerd , verpakt en vervoerd moeten worden en ons via de reclame aangepraat moeten worden. En dagelijks blijven van al die producten weer onverkochte resten over.
Twee verdieners zijn ook twee verbruikers. Sparen is ongeveer net zo populair als koper poetsen dus komt die 3D tv er wel en de derde vakantie over een tijdje ook wel. Dat bankstel kan eigenlijk ook niet meer en een boodschappen autootje zou toch wel handig zijn. Elektrisch misschien, vanwege het milieu?

Kortom, de grondstoffen raken dan wel op, ook al kunnen we binnenkort olie uit de oceaan halen, maar de productie moet blijven groeien.

Het tweeverdienersmodel is de zege van de consumptiemaatschappij, maar een ramp voor het milieu en het ondergraaft het persoonlijk- en maatschappelijk noodzakelijke (kent u dat woord nog?) gezinsleven.

Met die mythe van de aanrechtsubsidie toont GroenLinks zich dus niet groen en niet links.

Nogmaals aanbevolen het Moederfront

posted @ 7:15 AM

Sunday, October 11, 2009

1. Waarin een profetie vervuld wordt
Mijn moeder stond in de keuken koffie in te schenken, toen ze mijn vader hoorde roepen: "Tine, Tine, kom gauw, die gozer is op de televisie."
Met die gozer bedoelde mijn vader aan mij, en ik nam op dat moment deel aan een teach-in georganiseerd door de Algemene Studentenvereniging Amsterdam (ASVA).
Het moet eind zestiger jaren zijn geweest en het was een van de eerste teach-ins die in Nederland gehouden werden meen ik.Onderwerp was de woningnood. Ik kreeg de microfoon en uitte mijn verbijstering dat de geboortegolf die nu al zowat twintig jaar door de Nederlandse samenleving rolde er toch in slaagde elke keer weer een segment bestuurders te verrassen.Ik vreesde dat dit nog wel een tijd zo door kon gaan en zei vervolgens "en let u nu op, want ik spreek hier historische woorden: Ik voorspel u dat er rond 2001 een ernstig tekort in de AOW kas zal ontstaan".
Mijn ouders wisten niet wat ze zagen. Toen er een ander aan het woord kwam, zie mijn vader - die eigenlijk wel trots op me was, als ik er niet bij was - tegen mijn moeder: "Dat deed ie goed hè, die gozer". Waarop mijn moeder, die uit consternatie mij op de tv te zien, de inhoud niet zo gevolgd had, alleen maar stamelde: "wat zag hij er slecht uit".

Het heeft niet geholpen. Mijn profetie is in vervulling gegaan. Nederland is in rep en roer. "De AOW dreigt onbetaalbaar te worden" schrijven de kranten nu al jaren en alom is geween en knersing der tanden.

 2. Schuld en boete
 Regeren is vooruitzien. Maar veel politici interpreteren dit geloof ik als 'denk aan de komende verkiezingen'. En daarom duurde het tot de jaren tachtig voor het woord vergrijzing begon op te duiken.Toen had er dus al beleid moeten worden ontwikkeld. Maar ja, was daar wel 'maatschappelijk draagvlak' voor? Wat in het Nederlands betekent: Kost dat geen stemmen?. Dus werd het hete hangijzer maar in de koelkast gelegd vanuit een kinderlijk geloof dat dit hangijzer dan minder heet zou worden.Maar helaas dit probleem wordt alleen maar groter, net zoals de CO2 uitstoot.Iedereen die zijn gezonde verstand gebruikt kan immers begrijpen dat als de levensverwachting toeneemt, mensen langer een AOW uitkering krijgen en dat dat alleen maar bekostigd kan worden door

  • of langer premie te betalen
  • of meer premie te betalen
  • of minder uit te keren

Dat laatste valt niet te verkopen, want er zijn mensen die uitsluitend van de AOW moeten leven en dat is nu al niet of nauwelijks mogelijk.Dus moet het uit de eerste twee opties komen.
Hoe doe je dit nu op de meest nette manier?Volgens mij door af te stappen van het idee van een vaste AOW leeftijd.
Toen ik in het jaar 2000 zelf 65 was, werd ik gedwongen te stoppen met het werk waar ik goed in was (het schrijven van computerprogramma's), en heb ik op een korte periode na, tot mijn 72ste ongeschoold werk moeten doen.Toen ik me inschreef bij een bemiddelingsbureau voor 65plussers, werd me daar een computercursus aangeboden. En ze keken een beetje verbaasd dat ik zo'n cursus best wilde geven. Blijkbaar was het hun ontgaan dat computers al zo'n jaar of twintig in gebruik waren bij bedrijven en instellingen, en dat de computers uitgevonden waren door inmiddels tamelijk oude knarren.
Maar dit is niet het enige wat er in onze maatschappij wringt wanneer het over leeftijd en werken gaat. Al jaren lang - dus ook los van de huidige crisis - was het zelfs voor een 40plusser al moeilijk om aan de bak te komen. Alle gepraat over flexibilisering en bijscholing ten spijt.
Nu is er werk en werk. Er is werk wat je niet tientallen jaren vol kunt houden en werk wat je tot je tachtigste kan blijven doen.En kom nou niet met de Arbo wet aan, want als je echt met je handen gewerkt hebt weet je dat je daar in een heleboel bedrijven echt niet mee moet aankomen, want anders nemen ze voor jou wel een slecht ingelichte buitenlander die ook geen lid van een vakbond is.

Wat de kern van de AOW en überhaupt de verzorgingsstaat namelijk is, is solidariteit. De sterkere zorgen niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de zwakkere. De gezonde zorgen ook voor de minder gezonde. Dus werk je zolang je kan werken. Er is niets mis met werken, als je maar niet kapot hoeft te werken.

3. Vreemde bedgenoten
Het huidige kabinet zal de vier jaar wellicht niet halen. De AOW wringt, Uruzgan wringt, en er is voldoende oud zeer zoals de hypotheekrente aftrek om de bom te doen barsten. Maar wat krijgen we dan? SP en PVV die in hun genuanceerde aanpak van ingewikkelde problemen toch al steeds meer op elkaar beginnen te lijken, vinden elkaar in een 'handen af van de AOW' en nu begint mijn bond ook al te praten over mogelijke samenwerking met de PVV.

Dus haal ik dat zilveren FNV speldje maar van m'n jasje en heb ik ze al gemaild dat een FNV met Wilders een FNV zonder mij zal zijn.

posted @ 11:30 AM | Feedback (1)

Thursday, July 30, 2009

Het onderstaande concept van een lobby heb ik geplaatst op de website www.denationaledialoog.nl.

Als je dit idee wilt ondersteunen ga dan naar die site wordt deelnemer aan de dialoog (sowieso een goed idee) ga naar lobby's en stem daar (o.a. op mijn idee natuurlijk).

Aan: De leden van de Tweede Kamer der Staten Generaal

De Nationale Dialoog, 29 juli 2009

Betreft: Het vieren van de democratie
Geachte leden van de Tweede Kamer

Ik richt mijn voorstel in eerste instantie op u om drie redenen:
Ten eerste om dat u behalve als burger ook door uw functie als volksvertegenwoordiger er naar zult verlangen om een fractie van het hele volk en niet van 80% van het volk te vertegenwoordigen.
In de tweede plaats omdat u mij beter dan wie ook zult kunnen adviseren waar ik mijn idee het beste kan insteken.
En tenslotte omdat ik er niet aan twijfel dat ik bij zeker 50 adhesiebetuigingen voor mijn idee op denationaledialoog.nl zal kunnen oogsten.

In een zin waar he om gaat:
Ik wil bewerkstelligen dat op de dag dat de Tweede Kamer verkiezingen het bestaan van een goed functionerende democratie in ons land gevierd wordt door allen die door hun stem uit te brengen die democratie handen en voeten geven.

De achtergrond
Over het algemeen staan we er niet bij stil hoe heerlijk het is om onbelemmerd te kunnen ademen.

Je beseft pas de waarde van vrij toegankelijke zuivere lucht in een situatie waar die niet voorhanden is. Als je je in een brandend huis bevindt, te lang onder water bent geweest, of als je longen aangetast zijn.

Helaas kan je dit tot op zekere hoogte ook zeggen over democratie. Bij de laatste tweede kamer verkiezingen in dit land, vond 20% van de Nederlanders het niet de moeite waard om naar het stembureau te wandelen en daar een stem uit te brengen. In Rotterdam liet zelfs 30% het afweten.
En dit terwijl een democratische regering helemaal niet zo'n vanzelfsprekend verschijnsel is.

Het weekblad The Economist maakt van tijd tot tijd de balans op, hoe het in de meeste landen met de democratie gesteld is.
Er worden 167 landen onderzocht en zij krijgen een rapport cijfer van 1 tot 10 dat gebaseerd is op een score op vijf deelgebieden:

1. Verkiezingsproces en meerpartijenstelsel
2. Functioneren overheid
3. Politieke participatie
4. Politieke cultuur
5. Burgerrechten

Bij een score van 8 tot 10 wordt een bewind democratisch genoemd, bij een score van 6 tot 7.9 wordt gesproken van een democratie met gebreken, scores van 4 tot 5.9 worden als tussenvorm beschouwd en onder de 4 heb je met dictaturen te maken.

Hieronder de resultaten van de laatste twee metingen

Soort regering in 2008 tussen haakjes 2006



Wereld bevolking slaat hier op de bevolking van de 167 onderzochte landen. Omdat alleen micro staatjes niet opgenomen zijn komt dit praktisch overeen met de gehele wereldbevolking in het betreffende jaar.
Bron: The Economist

Gedetailleerde in houd een een uitgebreide verantwoording hoe de score tot stand is gekomen is te vinden in de volgende (Engelstalige) documenten :
http://graphics.eiu.com/PDF/Democracy_Index 2008.pdf
http://www.economist.com/media/pdf/Democracy_Index_2007_v3.pdf

Voor wie daar nieuwsgierig naar is, Nederland zakte van een derde plaats in 2006 met een 9.66 naar een vierde plaats in 2008 met 9.53.
Maar, dat is het mooie van een democratie, dat kunnen wij zelf zo weer herstellen.

Maar het eerste waar we dan aan moeten denken is dat de volksvertegenwoordiging ook een volksvertegenwoordiging is niet een vertegenwoordiging van 80% of 70% van de stemgerechtigden.

Probleem en oplossing

Stemplicht of opkomstplicht kennen we niet meer in Nederland. Stemmen is vrijwillig. Dus wie niet stemt, zal in de meeste gevallen niet gemotiveerd zijn.
(We laten even buiten beschouwing de mensen die fysiek belemmerd waren zelf te stemmen en niet per volmacht konden stemmen, mensen die het vergeten waren dat er verkiezingen waren, of psychisch niet helemaal meer bij de wereld betrokken zijn).
Hoe kan het dat mensen een zo zeldzaam en kostbaar goed als een goed functionerende democratie niet belangrijk vinden?
Daar lijken maar drie mogelijkheden voor te bedenken:

* Zij beseffende de waarde van democratie niet
* Ze geloven niet in onze democratie
* Ze voelen zich niet betrokken bij maatschappij

We kennen allemaal de dooddoeners over Den Haag, de polletiek, dat stelletje zakkenvullers, en het pluche.
Nu is het eenvoudig mensen die dit zeggen dom te noemen, het is vruchtbaarder om dat veel betere verstand van ons dan eens te gebruiken om die afzijdigen ervan te overtuigen een democratisch systeem alleen maar werkt als het goed en volledig gebruikt en onderhouden wordt, en dat wil zeggen, dat we het met z'n allen onderhouden.

Stemmen is daar één onderdeel van, en met stemrecht alleen heb je nog geen goed functionerende democratie, maar stemmen is wel de meest duidelijke en concrete manier waarop iedere stemgerechtigde burger rechtstreeks een middel in handen krijgt om deel te nemen aan de vormgeving van de toekomst van de mensen die in dit land wonen.
Het is daarom een geschikt aangrijpingspunt om die mensen die aan de kant blijven staan omdat ze zich onmachtig of buitengesloten voelen, en wellicht ook buitengesloten zijn een hand toe te reiken en te zeggen "Kom op, doe met ons mee, je hoort er bij. Jouw stem telt mee.

De invulling
Op de dag dat wij de democratie vieren moet er een zo breed aanbod van evenementen zijn, dat er voor iedere smaak wel iets aantrekkelijks bij is.
Al die evenementen zijn gratis toegankelijk, voor iedereen die gestemd heeft en als zodanig herkenbaar is, bijvoorbeeld aan een polsbandje.
De evenementen moeten ook fysiek toegankelijk zijn, en daarom is het openbaar vervoer gratis die dag en zorgen vrijwilligers eer voor dat ook minder mobiele personen mee kunnen doen.
Bij de programmering kunnen we denken aan uitvoeringen, lezingen, sportdemonstraties, maar ook aan de openstelling van musea, bibliotheken, sterrenwachten, bijzondere gebouwen of tuinen.
Degenen die dat jaar voor het eerst stemmen zouden daarbij bijzondere aandacht kunnen krijgen, bijvoorbeeld door hen bij de programmering te betrekken, of voor hen erebaantjes te reserveren zoals bijvoorbeeld roadie te zijn bij een band of minder mobiele mensen te mogen bijstaan.
Van de uitvoerenden verwachten wij dat ze om niet optreden.
De overige kosten delen we graag samen. Het is tenslotte ons feestje waarop wij onszelf graag feliciteren met een sigaar uit eigen doos.
Dank u wel voor uw aandacht.


			
			
posted @ 8:40 AM

Saturday, July 18, 2009

In een stabiele samenleving zijn de heersende normen gebaseerd op het waardenpatroon van de overgrote meerderheid van de bevolking.
Wanneer een minderheid van de bevolking een afwijkend waardenpatroon heeft, kan het zijn dat zij desondanks de geldende norm eerbiedigen, bijvoorbeeld om sancties te voorkomen, of zij houden zich niet aan de norm.
Dat laatste komt al sinds mensenheugenis voor in de vorm van crimineel gedrag.

Het conflict tussen de samenleving en die afwijkende minderheid brengt de stabiliteit van de samenleving niet in gevaar, zolang de omvang van die minderheid en de omvang van hun afwijkingen maar binnen de perken is te houden.
Neemt de criminaliteit in werkelijkheid of zelf alleen maar in beleving toe, dan ontstaat onrust.
Gevaar van instabiliteit dreigt echter wanneer mensen het afwijkende gedrag exclusief gaan toeschrijven aan de aanwezigheid van een bepaalde bevolkingsgroep.
Zeker wanneer zo'n 'volksgevoel' geëxploiteerd gaat worden door een op politieke macht of media-omzet gerichte organisatie.

Of de criminaliteit in Nederland inderdaad toeneemt  is al zo'n jaar of veertig een onbesliste discussie. De criminoloog W.H. Nagel - als schrijver bekend als J.B. Charles - placht op de vraag of de criminaliteit toenam, te antwoorden: "Dat hangt er van af  welk ochtendblad u leest". Dat was leuk, maar geen echt antwoord. Hooguit een aanwijzing dat veiligheidsbeleving voor sommige mensen belangrijker kan zijn dan actuele veiligheid.
Tegenwoordig zou je ook kunnen zeggen: Dat hangt er van af welk onderzoek u gelezen heeft en hoe u dit interpreteert.
Toevalligerwijs werd in juni 2009 in dezelfde week bekend dat de criminaliteit niet of nauwelijks gestegen was, en dat meer dan 40% van een bepaalde groep jongeren in contact met de politie was geweest.
Stel dat dat laatste zou betekenen dat ze ook aan iets ernstigs schuldig zouden zijn geweest, dan zou je uit de combinatie van die twee kunnen afleiden dat er in de criminaliteit marktverschuivingen plaats vinden. En dat zoals Raoul Heertje grapte 'onze eigen criminelen hierdoor werkloos thuis zitten'.

Hoe het ook zij, ernstiger dan een eventuele toename van ongewenst gedrag is de toenemende tendens om

  1. deze geheel op rekening van één bepaalde bevolkingsgroep te schuiven
  2. vervolgens deze gehele bevolkingsgroep dit gedrag toe te dichten en
  3. dit weer te versimpelen tot het zwartmaken van een eigenschap zoals religie of ras van die groep.

En dit is wat er in Nederland onmiskenbaar gaande is.

Wat daarbij opmerkelijk is  is dat de huidige splijting meervoudig is.
Behalve de primaire zondebokken is nu ook de groep die niet mee wil doen aan de verkettering zelf doelwit geworden.
Op basis van de peiling van de Politieke Barometer van 2 juli 2009 geef ik in de onderstaande grafiek de verdeling van het politieke discussie in  Nederland weer.
Waarbij ik de discussie partners verdeel in 4 groepen:

De zondebokken

  • overwegend de ± 10% niet-westerse allochtonen

De splijters

  • de aanhang van de PVV volgens die peiling

De binders

  • de huidige aanhang van de meest uitgesproken tegenstanders van de vorige groep, te weten PvdA, D66 en GroenLinks

De twijfelaars

  • De aanhang van de overige partijen die zich naar mijn smaak nog niet ondubbelzinnig hebben uitgesproken

De percentages die n de grafiek genoemd worden zijn alle 10% lager dan de uitkomsten van de barometer. Omdat ik de zondebokken op eigen demografische sterkte in de grafiek heb willen zetten. De onderlinge verhouding tussen de politieke groeperingen zijn wel correct weergegeven.

De vuurverdeling in dit circus is nu alsvolgt:
De splijters halen primair uit naar de zondebokken, maar hebben ook geen goed woord over voor de binders (als er oud-strijders uit de koude oorlog in hun gelederen zouden zitten, zouden ze de binders weg-met-onsers genoemd hebben), en ze beschuldigen de twijfelaars van lafheid.
De binders richten zich voornamelijk op de splijters en noemen die discriminatoir zo niet racistisch. Ze gaan voorzichtig om met de twijfelaars, want wie weet kunnen ze die aan boord krijgen.
De twijfelaars denken aan hun kiezers en houden zich op de vlakte bezig met enerzijds/anderzijds redeneringen waaraan meestal de slotsom ontbreekt.

Het huidige kabinet had bij zijn aantreden ook een zinspreuk: Samen werken, samen leven.
Samen leven is niet zo'n heel verrassend uitgangspunt voor een samen-leving en samen werken eigenlijk ook niet als je bedenkt dat de zinspreuk van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden luidde:
Concordia res parvae crescunt, discordia maximae dilabuntur (Eendracht maakt macht, tweedracht breekt kracht).
In een ideale samenleving zou je dan ook geen zondebokkenfokkerij verwachten. Maar mocht die in een op-een-na-ideale maatschappij onverhoopt toch voorkomen, dan zou je verwachten dat de genen die geen splijter en geen zondebok waren zich allemaal als binders zouden gedragen.
En omdat dit nu niet het geval is, en we niet nog eens heksenjacht of beeldenstorm situaties terecht willen komen, doet de volgende vraag zich levensgroot voor:

Wat doen we hier aan?

Toen de psychiater van Dantzig gevraagd hoe vaak hj er in slaagde de problemen van zijn patiënten op te lossen, zei hij -als ik me goed herinner- dat hij als therapeut al heel tevreden was, als mensen die met een irreëel probleem bij hem kwamen, weg gingen met het besef wat hun echte probleem was.

Laten we eens kijken of die benadering hier ook werkt.
Een reëel probleem is dat niet iedereen in Nederland zich gedraagt volgens de normen en waarden waar we hier traditioneel van uitgaan.
Maar omdat de woorden normen en waarden over het algemeen vrij gedachteloos worden gebruikt zijn er nieuwe -naar mijn idee irreële- problemen bij gekomen, zoals de gedachte dat je dat kan oplossen door iets aan de normen kant te doen. Zoals bijvoorbeeld gedogen (geen softdrugs probleem meer) of strengere straffen (van minimumstraffen tot knieschoten en deportatie) en striktere controle op naleving van geboden en verboden (dan binden ze wel in).

Als we zoals in de eerste zin van dit stuk er van uitgaan dat onze normen gebaseerd zijn op het traditionele waardenpatroon van de meerderheid van onze bevolking, dan is het begrijpelijk dat normoverschrijding c.q. abnormaal gedrag te verwachten is van mensen die 'onze waarden' niet erkennen, of ze in elk geval niet van ganser harte in hun gedrag tot uitdrukking brengen.
Nu spreken we wel zo gemakkelijk over onze (normen &) waarden, maar welke waarden zijn dat eigenlijk?
Gek genoeg is daar nauwelijks discussie over. En van welke filosofie, ideologie of religie je ook uit gaat, het grootste deel van de zedelijke voorschriften gaat over de vraag hoe je dient om te gaan met 'de ander'.
En even simpel samengevat is het antwoord op die vraag: "Netjes".
JE HOORT NETJES MET DE ANDER OM TE GAAN.
IK kan dat op allerlei manier veel deftiger zeggen, maar hier komt het gewoon op neer.

Nu zijn er mensen bij wie dit absoluut niet wil lukken. Bijvoorbeeld bij mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Die hebben zoiets van "Hoezo ik heb toch niets met die ander te maken?" en die zijn geneigd tot ernstig crimineel gedrag.
De overgrote meerderheid meerderheid van de mensen zullen het in het algemeen wel eens zijn met de stelling dat je netjes met de ander om moet gaan, maar zullen daar wel een paar voorwaarden aan willen verbinden, omdat zoals het zo treffend verwoord is in onze taal, het hemd nu eenmaal nader is dan de rok.

Als het allemaal te meten was, zou een sociaal gedrag grafiek van de bevolking er waarschijnlijk ongeveer zo uitzien:

De druppelvorm geeft het aantal mensen aan per percentage 'sociaalheid'. Links de 100% sociale mensen, rechts de absolute monsters.
In mijn inschatting van de vorm van die grafiek zit er vlak bij de honderd procent niets, omdat wij zo ver ik weet in Nederland geen Moeder Teresa's in huis hebben.
Wat er aan de andere kant van de schaal zit weet ik niet precies omdat ik weinig contact met die kringen heb.
Maar het is wel duidelijk dat we collectief ergens aan de rechterkant van de grafiek een verticale streep zetten, en dat we alles rechts daarvan crimineel noemen.
Meer naar links, maar nog steeds rechts van het midden zullen de mensen ieder voor zich een streep zetten die de scheidslijn vormt tussen voor hen acceptabel- en voor hen niet acceptabel gedrag.
De groep tussen de eerstgenoemde en de laatstgenoemde lijn is een interessante groep. Dat zijn dus de mensen die niet crimineel zijn, maar zich in onze ogen toch niet prettig gedragen.

Als we die groep nou eens kleiner konden maken, dan zou die zondebokkenfokkerij vast niet meer zo'n aanhang kunnen verwerven als momenteel het geval is.

Om daarin op enig succes te kunnen hopen, moet je opnieuw nadenken over de vraag waarom mensen zich  niet volgens onze waarden gedragen.
Nu wil ik met nadruk zeggen, dat ik daar niet het volledige antwoord op weet, maar ik wil wel volhouden dat ik een deel daarvan wel weet:

Als er van je verwacht wordt dat je netjes met de ander omgaat, dan moet wat je in de praktijk meemaakt ook enigszins aanvaardbaar maken dat dit inderdaad het dragend beginsel van onze samenleving is.
Maar stel nu dat jij het gevoel hebt, dat JIJ die ANDER bent, omdat je doorlopend ANDERs behandeld wordt, en dat dat vaak op een manier is die eigenlijk niet NETJES is. Dan wordt het al een stuk lastiger om de norm als jouw norm te zien.
En dan zullen dit soort mallotige overheidsacties dan ook geen enkel effect hebben.

Wat heeft dan wel effect?
Zorgen dat mensen wel in dat normenpatroon van ons kunnen geloven.
En dat kan alleen als we geen mensen uitsluiten.
Zolang we dat wel doen, moeten we maar eens wat voorzichtiger met het woord integratie omgaan.
Tenslotte heeft zelfs in de vorige eeuw en die daarvoor niemand de brutaliteit gehad om de verantwoordelijkheid voor de erbarmelijke situatie van het proletariaat neer te leggen bij die stomme arbeiders die zich maar niet schoolden, in krotten bleven wonen, stom slechtbetaald werk bleven doen en maar weigerden te integreren in de bourgeoisie.

OK. Dat was wat er moet gebeuren. Nu de vraag hoe.
Hopelijk kom ik binnenkort met meer over het project wat ik aan het bedenken ben.
Het zal nanotechnologie op het sociale vlak zijn uiteraard, want ik ben maar één van die zandkorrels.

posted @ 9:16 AM

Monday, April 06, 2009

Sinds enige tijd hangt niet ver van mijn huis dit bord aan de gevel van een straat met huurwoningen. En ik stond enige tijd te stuiteren van verbazing toen ik dit las.
Maar die verbazing was goed beschouwd een kwestie van vergeetachtigheid, want in deze stad van Bordewijk schuwt men het spierballenvertoon allerminst.
Bij mijn weten was men hier het eerst met preventief fouilleren, heten de straattoezichthouders hier mariniers, gold of geldt hier een inkomensgrens om je in een bepaalde wijk te mogen vestigen, en vond een LPF- wethoudster het wel een aardig idee om slechte ouders te verplichten tot een abortus als ze verdorie weer zwanger waren. Dit laatste ging toen nog niet door, maar het is inmiddels al een idee geworden waar je in elk geval kunt nadenken.

Wat is er toch gebeurd met Rotterdam wat zo'n toffe stad was, toen ik me hier in 1982 vestigde.
Wat een verschil toen met mijn geboortestad Amsterdam waar het sjagrijn en de verongelijktheid een paar decennia eerder toesloegen dan hier.
Waarom is hier zo voetstoots gecapituleerd voor de geest van Pimpopulus?

Misschien ligt het niet aan Rotterdam, maar is dat verongelijkte sentiment iets wat zich geleidelijk over ons hele land aan het verspreidt.
Een sentiment dat altijd naar de ander wijst; de buren, de zakkenvullers, de polletiek, de moslims, maar zelden de blik kritisch naar binnen richt.
Een sentiment dat zich concentreert op wat er allemaal mis is en zelden ideeën oplevert om het beter te doen, anders dan een weg-met-hun oplossing.
Natuurlijk kan een stadsbestuur zo'n tij ook niet keren. Maar met zulke borden zal je zeker niets bereiken.

Ik zou het echt niet pikken als ze het lef hadden om zoiets aan de muur van mijn huis te schroeven. Maar dat zullen de slimmeriken ook nooit doen, omdat het inderdaad de muur van mijn huis is.
Tegen een kwetsbaar iemand als een huurder durven de supermariniers echter wel, want onze wethouder/makelaar heeft een regeling bedacht waarbij je uit je huis gezet kan worden als je je niet gedraagt en je zelfs nergens meer aan de bak komt als je je blijft misdragen.

Nog even over de tekst op het bord zelf:
Overal wordt de wij vorm gebruikt terwijl er jullie bedoeld wordt.
Repressieve tolerantie noemden we dat in de zestiger jaren.
Wie het voor het zeggen heeft zegt "Dan mag u hier even wachten" terwijl je natuurlijk moet wachten.

Dus groeten wij elkaar, ja? Net als in militaire dienst.

En spreken wij elkaar hier op aan. Hoe effectief is dit concept dat burgers elkaar controleerden immers niet gebleken in de DDR.

Zo wordt het nog wel wat in die stad van ons.
Blij nemen wij deel aan de straatactiviteiten.
Volksdansen onder leiding van Karagöz himself, op de wijze van samen kennen wij de Muzelman.

Geluk lacht ons toe...

posted @ 3:43 PM
Greet Hofmans leeft en werkt bij de Nederlandse strijdkrachten, zo kunnen we vaststellen uit dit bericht op teletekst: 06 April 2009 Van Uhm: JSF-testtoestellen kopen De commandant der strijdkrachten Van Uhm wil dat Nederland overgaat tot de aanschaf van twee JSF-testtoestellen. Van Uhm noemt de JSF het beste toestel voor de laagste prijs. Deze maand neemt de Kamer een besluit over de aankoop van de twee test-JSF's. Het is onduidelijk of een meerderheid voor is. De PVV en de linkse oppositie zijn tegen en de PvdA twijfelt. Vandaag houdt de Kamer een hoorzitting over de JSF. Van Uhm vindt het jammer dat hij daar niet voor is uitgenodigd. Hij zegt dat hij zich niet in het debat wil mengen en dat zijn opmerkingen slechts een militair advies zijn. Wij gewone stervelingen die niet beschikken over een hulpje dat van boven ingefluisterd wordt, weten nog niet wat die beste prijs is en hebben testtoestellen nodig om vast te stellen of het ding inderdaad het beste is.
posted @ 9:52 AM | Feedback (1)

Monday, December 01, 2008

Omdat mijn biologische wekker niet gelijk loopt met die van mijn bruid, gebeurt het zelden dat wij gezamenlijk ontbijten.
Maar deze zondagochtend was een uitzondering.
De rolgordijnen in de keuken waren voor driekwart neergelaten, zodat je maar een smal reepje Saaiwijk zag. Op tafel brandden drie kaarsen, en er was nog wat over van het brood dat ik de dag er voor gebakken had. Buiten sneeuwde het licht.

Geluk houdt zich graag op in keukens

Een verlaten spinnenweb tussen het rozemarijnstruikje in de kruidenbak voor het keukenraam en en een onzichtbaar bevestigingspunt buiten mijn gezichtsbereik ving heel af en toe een vlokje sneeuw.
Een enkel vlokje was iets groter en leek iets trager te vallen, en als je goed-keek zou het eigenlijk best wel eens een beetje kunnen zweven.

En, ja hoor, ik was weer terug in mijn jeugd.
Als kind lukte me dat: goedkijken.
Net zo lang turen naar natte sneeuw, tot er goede sneeuw tussen zat. En dan droomde je verder over dikke sneeuw dekens, waar je voetstappen diep in achter zouden blijven, als je tenminste de aarzeling kon overwinnen om als eerste over dat veldje te lopen, en daarmee iets ongerepts onherstelbaar te veranderen.
Of over een sneeuwpop in de vorm van een ijsbeer, die je dit jaar écht zou gaan maken en waarmee je grote opschudding in de buurt zou veroorzaken. Vooral als je hem op de hoek van de straat zou zetten, zodat de beer met z'n naar links gedraaide kop om de hoek zou turen.
Of een iglo zoals we die in die strenge oorlogswinter gemaakt hadden van bevroren sneeuw.
Al die gelukzalige perspectieven doemden op als je die sneeuvlokjes probeerde te volgen en je werd een beetje duizelig als je in de lucht keek naar hun opvolgers en de sneeuw ineens  zwarte sneeuw werd.
Alles was mogelijk!
Wat daar bij hielp, was dat het weer onvoorspelbaar was. Dat zeiden de mensen toch? Niets is zo onvoorspelbaar als het weer.
Maar nu hebben we teletekst pagina 704, en weet je dat in het westen en midden van het land de sneeuwval om kwart over drie ophoudt en dat tot aanstaande donderdag de temperaturen zullen stijgen. Trouwens het woord sneeuw hoor je ook al steeds minder. Winterse buien kan je krijgen!

Dat met die ijsbeer zal er dus wel nooit van komen.
Jullie met je stomme auto's ook!

posted @ 11:23 AM | Feedback (1)

Friday, October 17, 2008

Ergens in het oosten des lands is er een voetbalclub waarvan de aanhangers zich zelf trots de superboeren noemen. Toch zou die naam beter passen bij mijn mede-aanhangers van Ajax, omdat Amsterdam en de Amsterdammers hun reputatie nu eenmaal te danken hebben aan ondernemende provincialen die naar de hoofdstad trokken omdat zij meenden, dat 'het daar allemaal gebeurde'.
Onbewust schiepen ze daarmee een zich zelf vervullende voorspelling, en er waren ook tijden dat er van alles en nog wat gebeurde, zoals er ook een tijd was dat Ajax het mooiste voetbal van de wereld speelde.
Met beiden is het later mis gegaan: met het voetbal van Ajax en met het grote gebeuren van Amsterdam.
Mijn vertrek uit Amsterdam in 1976 had veel te maken met de opkomst van een vervelende generatie ik-ook-ers die de vreedzame maatschappelijke bewegingen ging domineren.
Krakers en andere radicalinski's.
Het eens zo leuke Amsterdam werd een groezelige stad vol gelijkhebbers en ik zou dan ook geen echte doorbrekende creatieve ontwikkeling kunnen opnoemen die sindsdien in Amsterdam (of elders in Nederland) heeft plaatsgevonden. Post, neo en postneo knip- en plakwerk is het wat er op ons afkomt.

Maar mythes blijven langer bestaan dan inhoud, en een zekere opvatting dat trouw een deugd is, maakt dat ik toch probeer om van Ajax te blijven houden en blijf ik toch ook wel stiekem genieten van dat verongelijkt zeikerige toontje van het Amsterdamse dialect, waardoor je je realiseert dat die zingende kroegbaas uit Utrecht eigenlijk een hardstikke vrolijke positivo is.

Toen ik in 1982 in Rotterdam neerstreek was dat ook eigenlijk best een verademing.
Van der Louw was mijn hoogste baas, al heb ik hem nooit ontmoet, en mijn meeste collega's hadden een opgeruimd soort 'dat doet ik wel even voor je' instelling.
In de loop van de jaren verdween echter ook hier de gemoedelijkheid. Doodnormale collega's bleken bij de beursgang van World Online een groot gedeelte van hun werkdag beurskoersen te volgen, en ook de geluiden bij de koffieautomaat werden steeds rechtser.

Toen de LPF golf over de kade spoelde was ik te oud om nogmaals te verhuizen en bovendien had ik nu een gezin en was m'n hypotheek nog niet afgelost.
Goed, die golf heeft zich grotendeels teruggetrokken, al is er wel wat bezinksel in het landschap achtergebleven.

Maar nu is hij dan gelukkig hier, de heer Aboutaleb.
Iets te laat naar mijn smaak en het is jammer dat hij de heer Cohen niet meegenomen heeft.
Rotterdam is een grote stad, die door de Rotterdammers zelf al in tweeën verdeeld is, dus een duo-burgemeesterschap zou hier niet eens zo gek zijn. Aboutaleb en Cohen staan bekend als bruggenbouwers.
Nou dat is hier niet zo nodig, we hebben hier al een stel prachtige bruggen, maar misschien krijgen ze het voor elkaar om een bepaald stel Rotterdammers die bruggen te laten gebruiken.

Of Aboutaleb hier zal kunnen werken?
Gister zag ik in Nova een Rotterdamse politicus, die naar zijn naam te oordelen een blanke man moet zijn. Maar dat was moeilijk te zien omdat hij rood aangelopen was van woede en frustratie.

Tsja.
Vroeger had Ajax een Sörensen met twee paspoorten op het middenveld, nu heeft Rotterdam alleen nog maar een Sörensen met slechts één paspoort,
in de achterhoede.

mailtobutton

posted @ 3:58 PM

Tuesday, September 30, 2008

"Ik vond je mooi, zonder bril" schreef hij de volgende ochtend in een mailtje, en ze vroeg zich af wat hij bedoelde: Zonder zijn bril, of zonder haar bril.
posted @ 2:21 PM

Wednesday, September 17, 2008

Waar ik een beetje wee van wordt, is hoe iedereen die McCain aanvalt eerst begint om zijn heldendom tijdens de Vietnamoorlog te prijzen.
De Vietnamoorlog dat was toch die oorlog waartegen we demonstreerden met leuzen als Johnson moordenaar?

Waarom vraagt nou nooit eens een journalist aan McCain (als hij tenminste ooit nog een persconferentie geeft) wat hij nou eigenlijk het liefst deed vóór hij neergeschoten werd. Biologische wapens als Agent Orange uitstrooien, kindertjes affikken met napalm, of gewone clusterbommen afwerpen?

Waar ik een beetje eng van wordt, is dat we - tegenwoordig zelfs met de zegen van de SP - nog steeds lid zijn van het koude oorlog pact NAVO. En dat we dat steeds meer zijn in het gezelschap van twijfelachtige regimes aan de grenzen van Rusland. Zodat wanneer een van de kopstukken daar het met het oog op aanstaande verkiezingen handig vindt zich aan te laten vallen door Rusland, wij op grond van artikel 5 verplicht zijn aan die oorlog mee te doen.
Als pacifist (ja, waar vind je die nog, en wat moet zo iemand stemmen?) geloof ik niet zo in legers en en militaire verdragsorganisaties, maar als we dan toch iets nodig hebben, dan maar een Europese vredesmacht. Voor dat de Europese leiders het over iets eens worden hebben diplomaten dan ruim de tijd om het conflict op te lossen.

 Nederland uit de Navo.
Die De Hoop Scheffer hoeven we niet terug.

posted @ 4:19 PM

Wednesday, September 10, 2008

Toelichting
Dit verhaal publiceerde ik in 1973. Het was een intermezzo bedoeld om de lezers van 'De demokratisering van het geluk' te belonen, dat ze het al zo ver hadden volgehouden. Toen ik het onlangs weer eens las, moest ik lachen om de gedateerdheid. Het is duidelijk dat ik toen nog nooit een computer in het echt had gezien, en ik denk dat nu ook nog maar weinig mensen snappen waar de speldenprik 'Nieuw Links in DS'70' op sloeg. Maar verder is er geen woord gelogen aan dit verhaal. Het is echt zo gegaan. Alleen weten wij dit niet omdat wij vandaag 10 september 2009 in een parallel universum zijn beland, omdat een stel mad scientists op de grens van voormalig Frankrijk en voormalig Zwitserland met elementaire deeltjes gingen knoeien...

Let man be free, but may not hemp your windpipe suffocate.
Shakespeare, Henry VIII.

Alfred Nussbaum stond met zijn rug tegen de deurpost geleund. De zon was allang weg uit de daktuin, maar de warmte was er nog achtergebleven. Als de planten water hadden gekregen, bleef er een geur achter van vochtige aarde, een spoor koemest en de groene lucht van duizenden klierhaartjes op de bladeren. Een lucht die hem altijd in een merkwaardige staat van opwinding bracht.
Op zulke momenten, als Alfred in een contemplatief evenwicht terecht kwam, was hij een totaal andere figuur dan de schichtige oude jongeman die lichtgebogen trappen op en af liep, mensen bezocht en weer verliet, zonder ooit veel indruk achter te laten.
Alfred was niet lelijk. Zijn zwarte krulhaar was zelfs aantrekkelijk te noemen; Maar de voortdurende geur van selfdefence die hij uitstraalde maakte het moeilijk tot hem door te dringen. En de warmte die hij geneerde doorliep een intern circuit.
Op momenten als nu, in de daktuin, was hij nog op zijn best. De confrontatie met de vruchtbaarheid, Alfreds grootste probleem, zette de zachte computer in volle werking. Maar de uitkomst, dat voelde hij, stond al vast. Creativiteit zou er wel weer uitkomen als baarmoedernijd.
De run werd deze keer niet afgemaakt. Een geblaf in de tuin beneden doorbrak de gedachtentrein van Alfred en hij belandde met zijn bewuste denken weer bij de planten die hij net water gegeven had. Officieel werden ze benoemd als Cannabis Sativa L puntje.
Dat laatste vanwege Linnaeus. Het tijdperk van de oogst begon te naderen, en Alfred vroeg zich af, hoe hij de mannelijke en vrouwelijke exemplaren van zijn gewas zou moeten onderscheiden. De hennepmythe wilde dat nu eenmaal, dat er verschil werd gemaakt.
Misschien, dacht hij, zou de Flora er iets over zeggen. Bij wijze van uitzondering voegde hij de daad maar eens bij de gedachte en zocht hij het meteen op.
Het bleek dat hennep erin stond, en het bleek ook dat deze plant een lid van de familie of het geslacht of hoe noem je zo iets der Urticaceeën was.
Op zichzelf is dat niets bijzonders. Maar als je dan leest dat die Urticaceeën verder onderdak bieden aan hop, glaskruid, moerbei, hennepnetel en grote en kleine brandnetel, dan begin je te denken, tenminste als je zo iemand als Alfred bent.
Alfred dácht dan ook. Maar hij verwierp het resultaat onmiddellijk. ‘Dat kan niet', dacht hij. ‘Dat moet meer mensen opgevallen zijn. Nee, onzin.'
Maar de gedachte bleef doorzeuren. ‘Kijk', dacht Alfred tot zichzelf, ‘velen zijn geroepen en weinigen uitverkoren; velen hebben gedacht, en maar weinigen gedaan, en het nieuwe ontstaat altijd door een kans te geven aan het onbekende'.
Het kwam erop neer dat Alfred enige dagen later gewapend met een grasschaar en een keukenhandschoen in de Amsterdamse natuur verdween en een paar uur later terugkwam met vier plastic zakjes vol plantendelen, bevattende ‘toppen van de bloeiende en/of vruchtdragende vrouwelijke en mannelijke planten van de grote en kleine brandnetel'.

Iris, die anders was dan haar naam doet vermoeden, kreeg een redelijk ontbijt van Alfred. Een samenloop van twee zeldzaamheden, want Alfred had niet zo vaak ontbijt in huis, en fris bleef niet zo vaak.
Ze had geen verplichtingen die ochtend en wilde daarom ook wel wat langer blijven zoals Alfred voorstelde. Alfred zelf had wel iets om half tien, waarvan bij dacht dat het nuttig was, en dus was zij nu alleen in huis.
Zij voelde zich wel gerechtigd wat rond te snuffelen. Papiertjes op een bureau, half afgemaakte brieven; de hele sedimentatie van ooit gebruikte en weer neergelegde voorwerpen vertellen meer van iemand dan de afgestemde mededelingen die zelfs in de meest vertrouwde communicatie worden uitgewisseld.
Wat Iris elke keer weer frappeerde, was de grote tegenstelling tussen Alfreds systematische monologen waarmee hij haar tegelijk boeide en verveelde, en de volstrekt chaotische environment waarin zijn fysieke bestaan zich afspeelde.
Tegen het eerste leek voorlopig geen kruid gewassen. Aan de omgeving viel iets te doen, althans tijdelijk. ‘Kom', dacht Iris, ‘laten we eens ons best doen, dat is leuk voor zo'n jongen'.

Toen Alfred ‘s middags thuis kwam, was zijn vriendin verdwenen. Zijn kamer was nou ja niet onherkenbaar, maar wel duidelijk veranderd. Hoewel hij er zelf niet in slaagde de zaak op orde te houden, voelde hij zich wel duidelijk meer thuis in een cleane omgeving dan in een ordeloze troep. Het ontroerde Alfred dan ook zeer dat iemand anders bereid was datgene te doen waar hij zelf niet toe kon komen en hij was ook niet zo boos toen hij merkte dat Iris de vier zorgvuldig gescheiden varianten op het thema gedroogde brandnetel gezamenlijk in één chinees theeblikje had ondergebracht.

In het Groot Auditorium van het United States Data Processing Control Centre heerste een gespannen atmosfeer. Hoewel de testruns zonder moeilijkheden waren verlopen kon er toch altijd van alles misgaan bij zo'n uitgebreide schakeling.
Alle elektronische schakelingen richten nu eenmaal niets uit tegen een dragline die per abuis een transmissiekabel doorhapt. En iedereen in wetenschap kent het demonstratie-effect.

Zeker zes van de twintig aanwezige hoge militaire en industriële functionarissen wisten overigens welke vraag de President zou gaan stellen en het antwoord was al vele malen op de repetities gegeven. In geval van nood kon dus altijd een antwoord van de vorige keer uit het geheugen gehaald en uitgeprint worden.
De inleidende ceremonieel verliepen vlekkeloos en Mr. President liep vastberaden naar het toetsenbord en typte zijn vraag in. Op de nixie-tubes boven de desk van de President gloeide zijn vraag voor iedereen leesbaar op.

Q. WILL THERE BE A WAR.

meer >>>

posted @ 5:46 PM
Helemaal stralend kwam ze naar beneden. "Ik heb de nul gezien", zei ze. Ik had geen idee waar ze het over had. Soms hebben mensen ineens het licht gezien. Of Sara, of Abraham, maar in het laatste geval reageren daar ze meestal niet stralend op. Maar omdat ze zo blij was, besloot ik maar empathisch te reageren. Misschien had het wel iets met Zen te maken, of zo. "Zo dus je hebt je doel bereikt", zei ik. Haar gezicht betrok meteen. "Nee, er stond nog het verkeerde cijfer vóór die nul." Op dat moment begreep ik waar ze de nul had gezien: Op de weegschaal.
posted @ 11:50 AM

Saturday, June 28, 2008

"Mijn gevoel zegt me dat die man niet deugt."
Gevoelsmatig ben ik geneigd om ja te zeggen, maar m'n verstand zegt me dat ik er toch beter nog een nachtje over kan slapen."
Iedereen heeft mensen wel eens zulke dingen horen zeggen, en misschien hebben we zelf ook wel eens zo'n zin gebezigd.

Uit zulke uitspraken blijkt dat mensen over ten minste twee innerlijke raadgevers lijken te beschikken; een gevoel en en een verstand, en dat die twee het niet per se altijd met elkaar eens hoeven te zijn.

Sommige mensen zijn van mening dat bij bepaalde mensen een van die twee de overhand heeft. Ze noemen die mensen dan gevoelsmensen of rationalisten.
En zelfs nu heb je nog wel mensen die denken (of liever gezegd voelen en daarom "zeker weten") dat bij het ene geslacht het gevoel de doorslag geeft, en dat bij het andere geslacht de ratio overheerst.

In de romantiek bestaat het beeld van mensen die innerlijk verscheurd worden door de tweestrijd die in in hun binnenste gevoerd wordt door deze twee krachten. Maar ook in deze tijd die we in elk geval niet als een hoogtij van de romantiek kunnen betitelen, zijn er nog zat mensen die een tegenstelling- of op zijn minst  een zekere hiërarchie  ervaren tussen gevoel en verstand.
Is dat juist, is dat zinvol?

Waar hebben we het eigenlijk over? Wat is gevoel? Waar houdt gevoel op en begint verstand?
Zijn het twee totaal verschillende dingen? Twee autonome faculteiten van het bewustzijn? Of zijn het twee nuances van het menselijk vermogen om zich een oordeel te vormen van iets of iemand.

Een opvallend verschil tussen een verstandelijk oordeel  en een gevoelsmatig oordeel is dat je een verstandelijk oordeel kunt beargumenteren, je kunt het aan een ander uitleggen. Of die ander het begrijpt is natuurlijk een ander ding, want daarvoor is om te beginnen nodig dat die argumenten zelf ook weer rationeel zijn. (En graag ook nog verifieerbaar juist zijn). Terwijl je bij emotionele overtuigingen meestal niet veel verder komt dan een 'ja dat voel ik nou eenmaal zo'.

Soms blijkt het gevoel een voorloper te zijn van een redelijke overtuiging.

Ik merkte dat toen ik de afgelopen maanden een competitie tussen twee kandidaten voor een politieke functie volgde. Ik zei tegen iemand die die strijd ook volgde dat ik kandidaat A niet echt vertrouwde, maar ik kon toen niet uitleggen waarom. Later begon ik een aantal dingen op te merken:
Dat A op een pijnlijke vraag altijd reageerde met een hartelijke lach, terwijl met dat niet een logische reactie lijkt.
Dat A nooit aarzelde bj het beantwoorden van vragen.
Dat A als je het later na las of opnieuw bekeek vaak de vraag niet beantwoord bleek te hebben.
Waarschijnlijk zijn je zintuiglijke waarnemingen globaler en dring je pas na interpretatie tot de reële inhoud van het waargenomene door.

Met deze beschrijving van gevoel en verstand als twee aspecten van mijn beoordelingsvermogen kan ik aardig uit de voeten, totdat ik me realiseer dat een belangrijk onderdeel van mijn beoordeling van situaties en mensen bestaat uit waardeoordelen.
En wat zijn dat nou weer voor schimmige fenomenen.

Behoren waarden tot het domein van het gevoel of tot dat van de redelijke afweging?
Verhip, dat woord afweging had ik eigenlijk beter niet kunnen gebruiken, want ik houd meer van een een ratio die niet wikt en weegt, maar meet en weet.
Maar laten we even idealistisch blijven en uitgaan van een reine Vernunft tegenover een primair gevoel, behoren waarden tot een van beiden domeinen, wonen ze op de schaal tussen die twee of vormen zij een derde categorie?

Het is tamelijk lastig voor mij om die vraag te vermijden niet alleen al omdat ik hem hier publiekelijk stel, maar ook omdat ik niet kan ontkennen een moralist te zijn. Weliswaar een moralist die zijn eigen mores met regelmaat toetst, maar toch - het valt niet te ontkennen - een moralist, die ook niets anders zou willen zijn.

Niet een moralist in de zin van een zedenpreker, maar wel in de zin van iemand die zijn keuzes toetst aan een moraal.
Maar waar komt dat ding, die moraal in vredesnaam vandaan? En waar bestaat ie uit?

Mijn vader vertelde mij ooit dat zijn vader een groter stuk vlees kreeg dan zijn kinderen, en dat hij dat niet eerlijk vond. En dat hij zich toen voorgenomen had omdat later zelf nooit te doen.
Hij was ook de man die de opslag die hij als voorman alleen kreeg deelde met de twee mannen waar hij mee werkte omdat zij samen die betere productie veroorzaakt hadden. Een beslissing waar mijn moeder niet gelukkig mee was. Maar waar ik hem diep voor bewonder en die denk ik ook mijn waardenstelsel beïnvloed heeft. Maar uit dit hele verhaal blijkt dat zowel een vader waar je het niet mee eens bent, als een vader waar je het wel mee eens bent je in dezelfde richting kunnen duwen. Een halve punt dus voor nurture in het nature-nurture debat.

Als we - in een poging om het simpel te houden - moraliteit nu eens indikken tot de vraag hoe je kiest tussen eigen belang en algemeen belang als die twee niet samenvallen, dan hebben we in elk geval een redelijk instrument om je positie te bepalen en je koers uit te zetten.

Nu is het natuurlijk niet zo dat zelfs een moralist in elke situatie eerst een geschikte steen uitzoekt om daar in de peinshouding op te gaan zitten teneinde tot een ethisch verantwoord besluit te komen.
Nee in de meeste situaties handel je toch min of meer vanuit een automatisme. Je hebt in de loop van je leven toch een bepaalde manier van handelen ontwikkeld die mensen wel als je aard of karakter omschrijven. Ook al kan daar een zekere evolutie in zitten.

Zelf vind ik dat redelijk te vergelijken met software. Software die je voor een deel gekopieerd hebt, voor een deel zelf aangepast hebt, maar die voor een deel ook heel dicht aan je hardware gebakken lijkt te zijn.

Misschien brengt me dit ook wel iets dichter bij het anwoord waar om ik nou op het idee kom dat er toch zoiets is als betere en slechtere keuzes. Wat toch duidelijk op een overheersing van de emotie lijkt te wijzen.
Het is vreemd dat ik een tamelijke zekerheid voel (alleen die combinatie zekerheid voel !) dat kiezen voor het algemeen belang beter is dan kiezen voor het eigen belang, zonder dat ik dat strikt rationeel kan verantwoorden.

Alleen op deze manier. Het is in elk geval voor de soort beter.
Dat zou kunnen betekenen dat er een soort genetische moraal in ons zit die ons aanspoort om ons sociaal te gedragen, om dat wij zonder de soort als individu geen enkele kans maken.
In de computer analogie de firmware die zorgt dat de computer als zodanig zijn basis functie blijft uitoefenen zodat de gebruikerssoftware op het ding uitgevoerd kan blijven worden.

Mmm. Het loopt niet helemaal mank, maar ik vind heet een beetje kale boel.
Zelf richt ik mijn leven liever in met een verwachting.

Daar hebben we het nog wel eens over.

posted @ 3:17 PM

Monday, June 09, 2008

Wat is het onzindelijke woord in deze titel 'Wildplassen of zelfcensuur'?

Dat is het woordje 'of', want dat suggereert dat we het hier hebben over een keuze die er gemaakt zou moeten worden.
Een soortgelijke keuze werd de Nederlanders voorgehouden in 1937 door de NSB, die de verkiezingsleuze "Mussert of Moskou" voerde. Zonder veel succes overigens want ze gingen bij die verkiezingen achteruit.
Waarom bedenk ik hier nu een even demagogische keuze Wildplassen of Zelfcensuur?
Omdat er in Nederland blijkbaar weer in dat soort termen gedacht wordt.
Ik was bijvoorbeeld nog al geschokt toen in het programma Buitenhof waar in de regel denkende mensen aan het woord komen een columnist van Elsevier regelmatig het woord zelfcensuur (en een enkele keer ook zelfislamisering) in de mond nam, en niemand hem op demagogie aansprak.

Onderwerp van de discussie was de vrijheid van meningsuiting en een gebeurtenis die daarbij centraal stond was de weigering van een paar foto's door een museumdirecteur.
In de discussie in Buitenhof en in de discussie daarbuiten wordt de vrijheid van meningsuiting regelmatig opgevoerd als een grondrecht, waarop geen enkele beperking mag worden toegepast. Andere vrijheden, zoals de vrijheid van onderwijs en godsdienstvrijheid moeten daar eventueel maar voor wijken. Terwijl een ander soort vrijheid, artistieke vrijheid weer tot de onaantastbare vrijheden behoort.

Bovendien duikt er in de discussie de laatste jaren iets op wat 'het recht op beledigen' heet en dit valt ook weer in de categorie grondrechten.

Opvallend is dat er algemeen van uit gegaan wordt dat er zoiets als een onbeperkte vrijheid van meningsuiting in de wet vastgelegd is, maar dat is niet het geval. Wel is er in eerste instantie wel een vrijheid van drukpers geformuleerd, die op dit moment als volgt geformuleerd is:

Artikel 7 Meningsuiting
1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

Dit artikel is inmiddels uitgebreid met bepalingen die op de overige media slaan.

Maar wie goed leest ziet dat er twee beperkingen zijn:
De eerste schuilt in het woord voorafgaand. De wetgever houdt dus wel degelijk de mogelijkheid open om iemand achteraf aan te spreken op de inhoud van een publicatie.
De tweede beperking is verwoord in de toevoeging "behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet".
Smaad is bijvoorbeeld strafbaar.

Voor de helderheid van de discussie zou ik dus willen voorstellen dat we onder censuur de voorafgaande beperking van iemands uitingen door met macht beklede derden verstaan.

Op grond van artikel 7 kan je dus zeggen dat er in Nederland geen censuur bestaat. Althans geen overheidscensuur.

De censor hoeft echter niet per se de overheid te zijn. Het kan ook een omroepvereniging zijn, die in een aangekochte programmaserie knipt, omdat de daarin vermelde opvattingen strijdig zijn met de beginselen van die vereniging.

Een kwalijk bij-effect van censuur is, dat de ontvanger van gedrukte of anderszins verspreide uitingen niet altijd weet of ze gecensureerd zijn: Waardoor er niet alleen een vervalsing van de inhoud ontstaat, maar ook nog eens de opvattingen van de oorspronkelijke verspreider onjuist worden weergegeven.
Kijkers die een tv-uitzending bekijken zonder te weten dat die gecensureerd is, krijgen ten onrechte de indruk dat wat zij gezien hebben de opvattingen van de genen die in de aftiteling vermeld staan goed weergeeft.

Geen goed woord voor censuur dus.

 

Ik woon nu al dertig jaar niet meer in die stad, maar vroeger kreeg je in Amsterdam de vraag "Waar heb dat nou voor nodig?" om je oren, als je je te buiten ging aan onbehoorlijk gedrag.

Dat was nog niet zo'n slechte vraag, want hij impliceert dat gedrag 'ergens voor nodig moet zijn'. Het doel heiligt de middelen niet, maar de middelen dienen wel door een doel gerechtvaardigd te worden. Je gedrag moet ergens op slaan.

Zinloos geweld (een term waar ik als pacifist enige moeite mee heb) werd dus al voor dat woord in zwang kwam, door die nuchtere Amsterdamse vraagstelling ter discussie gesteld.

Hé, waar ben je nou mee bezig, dat heb toch nergens voor nodig?

Nu was er in die tijd nog een algemeen geldende opvatting over wat je met goed fatsoen wel en niet deed. En daar golden termen voor als beschaving, fatsoen, omgangsvormen, goede smaak en manieren, en een belangrijk deel van de opvoeding bestond uit het bijbrengen van het leren hanteren van de regels die daar uit voortvloeiden en waar je je eigen gedrag dan mee reguleerde.
Kortom, een zekere zelfbeperking was een normaal, zo niet essentieel onderdeel van de weg naar volwassenheid, beschaving en sociaal gedrag.

De notie dat je niet zomaar alles wat bij je opkomt ook maar moet zeggen is overigens nog ouder dan de weg naar Rome, getuige Psalm 141:3 "HEERE! zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur mijner lippen.

Nu hebben wij inmiddels de Verlichting  en de zestiger jaren doorgemaakt, maar dat neemt niet weg dat we in meerderheid nog steeds weinig zien in zinloos geweld en bijgevolg ook weinig mogen verwachten van zinloos verbaal geweld.

Zijn er nu vrijplaatsen waarin die  zelfbeperking ten behoeve van de lieve vrede niet in acht hoeft te worden genomen?

Sommige kunstenaars of mensen die zich als zodanig beschouwen, claimen wel eens een artistieke vrijheid die geen rekening met burgerlijke waarden hoeft te houden.
Zij eigenen zich het recht toe om te shockeren of taboes te doorbreken.
Of zoals ze het ook wel graag zeggen, grensverleggend bezig te zijn.

De motivatie (de uitleg waar dat voor nodig heb) hiervoor is niet altijd duidelijk.
Bijvoorbeeld als een popzangeres zich zogenaamd kruisigt. Of als een fotografe mannen fotografeert die homoseksuelen moeten verbeelden en ze dan voorziet van maskers die de profeet en diens schoonzoon moeten voorstellen.

Over smaak valt wel degelijk te twisten, en volgens mijn opvattingen vallen beide uitingen onder de noemer wansmaak. De fotografe geeft nog een politieke motivatie. Zij wil de hypocrisie t.a.v. homoseksualiteit in moslimlanden aan de kaak stellen.

Ik vraag me daarbij wel een paar dingen af:
Waarom doet zij dit in Nederland? Ik dacht dat homoseksuelen het hier niet zo slecht hadden. Of denkt zij dat homo's in Iran het beter krijgen door in Den Haag foto's op te hangen?
Ik vind het ook wel een erg veilige manier van dapperheid.

Het doet mij denken aan het gedrag van de Grote Wildplasser van Nederland, die zijn dapperheid vertoont van achter de brede ruggen van zijn beveiligers. En zich dan ook nog eens aan de gotspe te buiten gaat om zijn collega politici laf te noemen. Terwijl het wel die "laffe" collega's van hem zijn die er voor zorgen dat GW veilig kan beledigen.

Hetzelfde gedrag zien wij trouwens ook bij zijn illustere voorgangster en zijn illustere navolgster van Bang voor Nederland.

Nog even over dat grens verleggend bezig zijn:
Ook hier doet zich de "Waar-heb-dat-nou-voor-nodig" vraag voor.

Hitler was ook grensverleggend bezig en dat vonden we hier aan onze kant van een zo'n grens - afgezien van dat handjevol NSB-ers - toch niet zo'n goed idee destijds.
Grenzen die op een legale manier tot stand gekomen zijn en breed als zodanig erkend worden, dienen alleen met algemene instemming gewijzigd te worden of anders gehandhaafd te worden.
Dit geldt niet alleen voor landsgrenzen, maar ook voor grenzen aan het gedrag.

posted @ 6:50 PM

Friday, April 18, 2008

Het was wel een slimme reclame van die stroomboer.
Het ietwat dommige echtpaar dat zich afvroeg of hun verse stroom wel vers was.
De uitsmijter - stroom is gewoon stroom - stond natuurlijk niet voor niets op een groene achtergrond.
Zo verkoop je je product door de suggestie te wekken dat het product van je concurrentie niet deugt.
Knap hoor, Hillary Clinton doet zulke dingen aanmerkelijk minder subtiel.

De laatste tijd moet ik elke keer aan die verse stroom denken als ik de uitdrukking Olympisch vuur hoor.
Onzin vuur is gewoon vuur.

Maar, je houdt het niet voor mogelijk hoeveel mensen denken dat er zoiets als Olympisch vuur bestaat.
Echt, om de vier jaar zit er een stel Olymbo's, al dan niet van den bloede, boven op een Griekse bergtop met een vergrootglas te wachten tot die wolk opzij (m/v) gaat om een veter te laten fikken, en dan blazen blazen en dan is er vuur. Olympisch vuur! Soms kan dat wel uren duren maar dan smeert mevrouw Terpstra die altijd mee mag een paar sneetjes roggebrood voor de heren.

Maar de echte truc komt dan nog: Als die veter bij een soort mega sigarettenaansteker wordt gehouden komt er uit dat ding in eens ook Olympisch vuur. En die veter moet daarom altijd mee in de bus. Want mocht die fakkel uitgaan, dan kan je hem niet gewoon met een veiligheidslucifer aanmaken, want dan heb geen Olympisch vuur.
Ik heb geen theologische achtergrond, dus ik kan niet uitmaken of we hier te maken hebben een geval van transssubstantiatie of van wonderbaarlijke vermenigvuldiging.
Minister Plasterk zou hier eens naar moeten kijken. Of zijn voorgangster, die weet daar ook veel over. Of misschien beter nog TNO, want die hebben ons met die OV chipkaart ook al zo goed geholpen.

Genoeg gedold.
Het is toch wel beangstigend dat er miljoenen worden verspild aan het rondsjouwen met een fakkel in tijden van honger en oorlog op een zieke planeet en dat er talloze mensen en instituten die je graag als serieus zou willen beschouwen zich met dit soort mythisch denken inlaten.
Je zou toch denken dat je zulke geestverduistering allen maar zou aantreffen bij mensen die vlaggen verbranden, boeken verscheuren, of in paranormale krachten, homeopathie of royalty geloven.
Trouwens die hele Olympische Spelen (2 hoofdletters!) zijn zelf al overbodig. Goed ik snap wel dat sporters graag tegen elkaar willen spelen, maar daar heb je al kampioenschappen en toernooien op nationale-, continentale en wereldschaal voor. De Olympische Spelen zijn gewoon een een tweede WK.
Moesten we dus maar mee ophouden dan jagen we in totalitaire landen ten minste ook geen mensen hun huis uit, omdat dat moet worden afgebroken voor een nieuw stadion.
Gelukkig waren ze in Amsterdam in 1992 verstandig genoeg.

 

posted @ 9:08 PM

Monday, April 14, 2008

Only when the mind is free of care
can the light of understanding shine in every corner.

Pas toen de betekenis van deze slotregels van een gedicht van Han Shan (wat koude berg betekent) tot mij doordrongen, begreep ik wat er nu bijna vijftig jaar geleden in die drukkerij gebeurd was.

Om dat uit te leggen, kan ik eindelijk eens toegeven aan een diepgewortelde behoefte van me: Het onbekommerd betreden van zijpaden.

Toen ik in 1952 tot mijn stomme verbazing met goed gevolg de HBS verliet, had ik de illusie dat de wereld nu voor mij open lag.
Misschien was dat ook wel zo, maar een groot deel van die wereld leek te bestaan uit de kantoorwereld.
Eigenlijk wist ik niet precies wat ik wou, en een beroepskeuze test maakte me niet veel wijzer.
Tsja, vond die man, ik was zo breed geïnteresseerd dat er eigenlijk geen duidelijk profiel van was te maken. Misschien zou ik het beste documentalist kunnen worden. Bij een dagblad, bijvoorbeeld.
Maar ik kende dat woord documentalist niet, dus zei ik dat ik eigenlijk liever verkoper in een boekhandel wilde worden.
"Oh nee, dat lijkt me absoluut niets voor u, want u kunt niet goed met mensen omgaan", zei de man en daar had hij wel een beetje gelijk in. Dus solliciteerde ik bij een tweede hands boekhandel, want een ander tekort van me was dat ik tamelijk eigenwijs was.
Ik werkte daar met veel plezier, maar 90 gulden per maand, was ook toen al geen vetpot. Dus zocht ik verder.
Overigens had de man van de beroepskeuze test wel gelijk, want later zou ik jaren lang met even veel plezier het vak van documentalist uitoefenen, zij het niet bij een krant.

Ik moet namelijk zeggen dat er maar weinig chaoten zijn, die zo van ordenen houden als ik. Als het maar niet ontaardt in opruimen.
In de fase dat ik programmeerde, zag ik wel eens een lichte verwildering in de ogen van de mensen die voor het eerst m'n werkkamer betraden.
"Kunnen hier werkende computerprogramma's ontstaan?", zag je ze denken.
Dus heb ik maar een spreuk opgehangen:

Een noodzakelijke voorwaarde voor het ontstaan van Orde
is de aanwezigheid van Chaos

en die toegeschreven aan een oude Chinese groentenboer.
Dat hielp.

Maar gelukkig kwam ik na een paar jaar jobshoppen Bram de Does tegen op de Insulindeweg.
Bram kende ik nog van dezelfde HBS en het korte gesprek dat wij voerden eindigde met een uitnodiging om eens langs te komen, want hij was aan het fotograferen geslagen.

Bram's vader had een kleine drukkerij in de Dapperbuurt en Bram was in de jaren dat ik hem uit het oog verloren was naar de Amsterdamsche Grafische School gegaan om daar de Patroonsopleiding Typografie te volgen. En in de maanden die volgden vertelde Bram me veel over het vak en liet de verschillen zien tussen de diverse lettertypen en opende mijn ogen voor de schoonheid die een gedrukte tekst kan hebben.
Ik leerde letterzetten en mocht zelfs een tijd een letterkast met een weinig gebruikte letter van Bram's vader lenen en begon welgemoed het Boek Der Golem van Gustav Meyrink over te zetten. Ik ken de begin regel nog uit m'n hoofd:

Das Mondlicht fällt auf das Fussende meines Bettes, und liegt dort wie ein grosser heller flacher Stein.

Dat avontuur was gauw afgelopen omdat er in die Nederlandstalige kast te weinig Umlauts en Ringelessen zaten.
Maar de liefde voor het vak had me aangeraakt.
Beatrice Warde was het geloof ik, die gezegd heeft: Wie eens drukinkt aan zijn vingers heeft gehad, krijgt het er nooit meer af.

En in het jaar dat Bram de grafische school verliet, ging ik er naar toe.

Drie jaar later had ik ook het diploma, en een nog grotere liefde voor het vak verworven, zij het dat het een soms wat ongelukkige liefde kon zijn.
Mijn oog had zich namelijk beter ontwikkeld dan mijn hand.

Ik weet nog dat ik mijn leraar ontwerpen voorstelde om zijn lessen maar over te slaan, omdat dat voor ons beider typografisch oog een opluchting zou zijn, maar hij wist dit uit mijn hoofd te praten en legde balsem op mijn ziel door mij te vragen het geboortekaartje van zijn eerste kind te zetten.
Want hij wist dat ik in elk geval wel een beschadigde letter er uit haalde en wist hoe je kapitaaltjes gelijk moest stellen. Dat had Bram me al bijgebracht voor ik naar de grafische school ging. Romanée kapitaaltjes waren het, kan ik me nog herinneren.

Maar het bleef knagen, dat wat mijn ogen zagen, mijn handen niet konden maken.

Na de school bleven wij elkaar vaak zien.
Op een gegeven moment kwamen wij tot de conclusie dat wij een tijdschrift moesten op zetten. Het zou over kunst en andere belangrijke zaken gaan en een klassieke typografische vorm krijgen. De Spectator moest het gaan heten. In die context kregen we contact met James Holmes, een in Nederland wonende Amerikaanse journalist en die betrok ons bij een project rond de 75ste verjaardag van de Maastrichtse dichter Pierre Kemp.
Er waren 26 gedichten van hem vertaald in het Engels onder de titel "An English Alphabet".

Bram werd nu gevraagd een bibliofiele uitgave van deze bundel te produceren en ik mocht van hem meedoen.

"Zo", zei Bram, toen we in de drukkerij van zijn vader stonden, "we gaan een van de vijftig best verzorgde boeken van 1961 maken."
En hij werd op zijn wenken bediend:

‘Dit is een heel mooi stukje “typographie pure”, volgens strikt traditionele beginselen uitgevoerd’ was het oordeel van de jury.

Het enige wat aan Bram's voorspelling vooraf overdreven was, was het woordje "we".
Goed, ik had een deel van het zetwerk gedaan, maar Bram had het papier uitgezocht, gedrukt, het meeste bindwerk gedaan en het bandstempel ontworpen.

Maar op één moment had ik iets met de layout te maken. Toen de eerste drukvorm moest worden ingeslagen, vroeg Bram me dat even te doen.
Mijn vormgevingshandicap kennende voelde ik daar niet zo veel voor, en mijn eerste reactie dan ook: "Nee, dat moet jij maar doen, Bram."
Maar Bram was druk bezig met de Heidelberger waarop gedrukt zou gaan worden. Dus nee, dat moest ik maar even doen.

Mijn weerstand kwam hier uit voort dat je in bepaalde gevallen bij het inslaan van pagina's al de opmaak van de pagina's beïnvloedt.

Dat zal ik uitleggen:
Wij drukten twee pagina's naast elkaar op één vel af. Die vellen werden dan later gevouwen en in elkaar gestoken tot katernen en die katernen werden dan aan elkaar genaaid tot het binnenwerk van één boek.
Het zetsel van twee pagina's wordt om het af te kunnen drukken in een stalen raam gemonteerd en dat raam gaat de pers in.
Als je dat doet bepaal je door de afstand tussen die twee (pagina)blokken zetsel automatisch de rugmarge op de uiteindelijke afdruk. En omdat het papierformaat dan al vast ligt, bepaal je dan ook de marge tussen de bladspiegel en de snede van het boek.
En omdat er bepaalde min of meer vast liggende esthetische regels in de vormgeving bestaan, ligt daarmee eigenlijk ook de verticale plaatsing op de pagina vast.

Dat leek mij een beetje te eng. Maar omdat Bram niet toegaf, dacht ik op een bepaald moment, ach wat, ik zorg wel dat het een beetje in de buurt komt, want Bram is toch kritisch genoeg om er voor te zorgen dat het goed wordt.

Ik was dan ook stomverbaasd toen Bram een proefdruk maakte en zei dat er niets hoefde te veranderen.
Toen ik dat eindelijk geloofde troostte ik me maar met de gedachte, dat het ook wel eens voorkomt, dat iemand iets in de loterij wint.

Later toen ik Han Shan begreep, begreep ik ook wat er toen gebeurd was:
Omdat ik wist dat ik op Bram terug kon vallen, was mijn geest vrij van zorgen.
En daardoor een completere vorm van understanding zijn werk doen.
Het was een intuïtief inzicht - niet gehinderd door typografische conventies als optisch midden, gulden snede en methode Van De Graaf.
Een moment waarop ik aansluiting kon krijgen met iets wat wel degelijk bestaat, maar moeilijk te definiëren is: harmonie.

Eindelijk kon mijn hand zich moeiteloos laten sturen door mijn oog, zonder de bemoeienis van een overbezorgde ouder: de rede.



posted @ 5:12 PM

Friday, April 04, 2008

Tuesday, January 08, 2008

Brinkmanship is een term uit de koude oorlog.

Het idee erachter was dat je de tegenstander het best hun hok in kon intimideren door tot het randje van oorlog te gaan. (Going to the brink of war).

Dezer dagen haalde een Brinkman het nieuws met het idee de Antillianen te verkopen via Marktplaats.nl.
Blijkbaar wist die meneer niet dat de gewoonte mensen te kopen en te verkopen door Nederland al in 1863 is afgeschaft. Maar ja, wat wil je, die meneer Brinkman is lid van de PVV, die wel meer dingen door elkaar haalt.
Zo zou PVV Partij voor de Vrijheid zou betekenen.
Maar als je eens opzoekt
waar die partij voor staat dan zie je dat ze het voornamelijk hebben over verbieden inperken en opheffen.
Wat ze eigenlijk het liefste willen is een heilige oorlog. Een soort blonde hijad, zou je kunnen zeggen.
Het is dan ook volstrekt logisch en uiterst respectabel dat de Antillianen niets met zo'n Brinkman te bespreken hebben.

De Tweede Kamer delegatie wenst meneer B. echter niet laten vallen.
Natuurlijk fatsoen moet je doen, maar niet onder alle omstandigheden.
Misschien is fatsoen meer iets voor de studeerkamer, als we aan Balkenende's standje aan Bot terugdenken. In de praktijk van het volksvertegenwoordigerswerk gaat het formele boven het fatsoenlijke.

Wel probeert de VVD voorzitter van de delegatie - die tegen beter weten in toch maar naar de Antillen is gereisd - nog z'n gezicht te redden door afstand te nemen van 'de manier waarop' de heer Brinkman aan zijn ideeën uiting heeft gegeven, waar ieder fatsoenlijk mens natuurlijk afstand had genomen van de inhoud van die ideeën.

Maar we zagen het al ook in de nieuwe politiek gaat de vorm vaak boven de inhoud.
(Zou dat misschien de oorzaak kunnen zijn dat de volksvertegenwoordiging - de wetgevende macht - in de praktijk zo vaak de Baarmoeder van de Bureaucratie lijkt te zijn?)

Kijk, nou heeft nog nooit iemand mij er van beschuldigd diplomatiek te zijn. Maar in dit geval had ik het als commissielid toch wel beter gedaan.
Ik had er voor gezorgd dat de commissie thuis was gebleven omdat er geen redelijke basis voor vruchtbaar overleg was.

En dan had iedereen naar eigen behoefte kunnen bedenken of dat ontbreken van die basis nou lag aan die langtenige Antillianen die zich niet eens als handelswaar wilden laten behandelen, of aan het gemis aan beschaving van een deel van de Nederlandse delegatie.

posted @ 2:30 PM

Monday, January 07, 2008

 

gezien deze post van 13 mei 2007 Geheime Dienstsache

posted @ 6:22 PM

Wednesday, December 26, 2007

In NRC Handelsblad van 22 december 2007 staat een interview met godsdienstsocioloog Meerten ter Borg voornamelijk over het zelfbedieningskarakter van de huidige religiositeit.

Niet onverwacht wordt in dat artikel de vraag gesteld "Wat is religie?" en Ter Borg antwoordt daarop:

"Ik definieer religie als datgene wat de mens helpt zich te verzoenen met zijn eindigheid door middel van iets dat boven de menselijke eindigheid lijkt uit te gaan..."

Dat is op het eerste gezicht al een opmerkelijke definiëring door het gebruik van het woordje "lijkt". Het gaat hier dus niet om iets dat de menselijke eindigheid te boven gaat, maar iets dat dat alleen maar lijkt te doen. Een bewuste of onbewuste vorm van zelfbegoocheling dus.
Nu zou dat ene woordje lijkt nog toe te schrijven zijn aan een 'vertalingsverlies' wat in elk gesprek kan voorkomen, maar het vervolg van de alinea wijst wel degelijk in dezelfde richting:

"Die vertaling is wat breder dan het geloof in een god of een hogere macht. Religie is niet alles of niets. Mensen zijn niet voortdurend religieus, de meesten zijn het soms een beetje. Dan laten ze zich even meeslepen door iets waarvan ze geloven dat het een hogere werkelijkheid is."

Hier verandert de definitie, het gaat hier niet meer om verzoening met de eigen eindigheid, maar om een hogere werkelijkheid, of liever gezegd iets waarvan ze geloven dat het een hogere werkelijkheid is.

Nu kan ik me van veel dingen voorstellen dat ze in hogere of lagere graad voorkomen, maar niet van werkelijkheid. Daar lijkt me maar één versie van te bestaan: de werkelijke.

Wat ik me trouwens afvraag, is hoe dat nu eigenlijk toegaat, dat definiëren van zo'n veelomvattend fenomeen als religie, dat enerzijds een zeer persoonlijke -dus subjectieve- ervaring is, maar tegelijkertijd zo doordrongen is van allerlei als absoluut ervaren connotaties.

Kan je daar van buiten dat gebied uit wel een geldige definiëring van geven?

Zelf leef ik in de overtuiging niet religieus te zijn.
Leid dit nu tot een van de volgende opties?

  1. Ik kan me dus niet verzoenen met mijn eindigheid?
  2. Die eindigheid is onherroepelijk en dus valt er niets te verzoenen.
  3. Ik verzoen me met mijn eindigheid met iets wat de menselijke eindigheid niet te boven gaat.

Geen van drieën gaat voor mij op.
Ik verzoen me wel degelijk met mijn eindigheid, en ik doe dat ook met iets dat de menselijke eindigheid te boven gaat. Maar wat niets met religie te maken heeft.
In
een ander bericht heb ik al eens het volgende geopperd:

Van die trits materie, leven, bewustzijn samenleving zijn we dus allemaal onderdeel!
Je zou dus ’s ochtends op kunnen staan en zeggen:

Ik neem deel aan de schepping:

Ik ben opgenomen in de kringloop van de materie.

Ik ben een schakel in de keten van het eeuwige leven.

Ik ben een knooppunt in het web van kennis.

Ik weef een draad in het tapijt van de samenleving.

En in de opvatting die aan die uitspraak ten grondslag ligt vind ik de verzoening met mijn eindigheid.
Dat is geen religieus standpunt, ook al komt het woord schepping er in voor. In mijn wereldbeeld komt namelijk geen schepper voor.
Het berust op de mijns inziens verdedigbare waarneming van een ontstaansvolgorde van achtereenvolgens:

materie,
leven,
bewustzijn,
ethiek
en samenleving,

waarvan de laatste nog in een uiterst pril ontwikkelingsstadium verkeert. En dat geheel noem ik gemakshalve de schepping, waarbij ik aanteken dat die schepping nog steeds volop aan de gang is en wij daar ook aan deelnemen.
Met name aan het stadium van wat je de menswording of de maatschappijwording zou kunnen.
Twee begrippen die volgens mij uiteindelijk samenvallen.
Socialisme zou een aardig woord zijn voor dit mensbeeld maar die term is al in gebruik.

Het is best mogelijk dat het kaarsvlammetje van de medemenselijkheid nog vele keren dooft, misschien zelfs wel in stormen waar de tweede wereldoorlog een zuchtje bij was. Maar ik verwacht dat ethiek niet meer uit de evolutie kan verdwijnen.
Alleen al omdat het een voorwaarde is om de complexiteit van een groeiend stelsel van bewuste organismen aan te kunnen.
Je zou dit een geloof in een betere toekomst kunnen noemen, maar ik zie het als een extrapolatie van de geschiedenis.

En juist hier speelt de eindigheid van het individu ons in de kaart.

Stel je voor dat de menswording afhankelijk was van 800 of vooruit 800 miljoen mensen met het eeuwige leven. Dan zouden we afhankelijk zijn van een eindige genenbank.
En stel hier tegenover de luxe van een doordraaiend wiel dat niet alleen telkens opnieuw schattige baby's oplevert, maar vooral kinderen die op een gegeven moment niet meer doorlopend (of helemaal nooit) naar hun ouders willen luisteren en de meest fantastische nieuwe wielen uitvinden. Welk een schat van voortschrijdend inzicht zal die stroom van telkens nieuwe verse bevlogen breinen opleveren. Over een paar miljoen jaar moet dit toch een aardige liefdevolle maatschappij kunnen opleveren.

Dus:
Leve de sterfelijkheid.
Eindigheid forever.

posted @ 9:49 AM

Monday, December 17, 2007

Op YouTube is een filmpje te zien van waarschijnlijk een televisie uitzending waarin Hans Teeuwen, een cabaretier, ter verantwoording wordt geroepen door drie moslim vrouwen, bekend als De Meiden van Halal.
Aanleiding is een lied dat de cabaretier ergens op een openbare bijeenkomst (waarschijnlijk in Amsterdam) gezongen heeft en waarin diverse profeten op profane wijze genoemd worden en de genoemde vrouwen in verband worden gebracht met een seksuele activiteit.

De vrouwen vinden dat beledigend en vragen hem waarom hij zo graag beledigt.

Teeuwen rechtvaardigt zijn gedrag met drie argumenten:

  1. Het is leuk
  2. Er bestaat zoiets als een recht op belediging
  3. Religies moeten bespot worden, want zij claimen het monopolie op de waarheid te hebben en zij vormen daarmee een bedreiging van onze vrijheid.

ad 1:
Teeuwen zegt dat het leuk is en daarom is het dus leuk. Teeuwen heeft  blijkbaar ook een soort monopolie op de waarheid. Maar blijkbaar twijfelt hij toch een beetje aan zijn eigen gezag, want zegt hij, hij heeft een ‘hoogwaardigheidsbekleder’, jaaah de burgemeester, zien lachen, nou ja zijn lachen zien tegenhouden.
Laat ik nu altijd gedacht hebben dat de hofnar de functie had de autoriteit van de vorst te ontkrachten in plaats van er zich achter te verschuilen.
Goed er moesten mensen lachen om Teeuwen.
Toen de vrouw van een voetbaltrainer een ernstige ziekte had, zongen supporters van een andere club een pesterig lied over een kankerwijf. Vonden ze leuk. Kan dus ook.

ad 2:
Het recht op belediging is uitgevonden door mensen met een onweerstaanbare behoefte om te beledigen. Die trend is al in de vijftiger jaren begonnen, zoals ik al eens in een
eerder stukje heb beschreven. Maar het is iets van de laatste tijd om hier de term recht voor te gebruiken.
Voor mij is recht iets wat alleen maatschappelijk kan worden vastgelegd om vervolgens voor iedereen te kunnen gelden. Een persoonlijk uitgeroepen recht heeft geen geldigheid.
Ik ben het recht op belediging niet tegengekomen in onze grondwet.

ad 3:
Natuurlijk zijn er landen waar de overheersende interpretatie van een religie de vrijheid van andersdenkenden bedreigt, maar Nederland is niet zo’n land. Hier kunnen mensen met verschillende opvattingen nog naast elkaar leven, zolang de scherpslijpers hier tenminste niet de overhand krijgen.
Dat is niet altijd zo geweest. Toen het Christendom zo’n zeshonderd jaar geleden de zelfde leeftijd had als de Islam nu heeft, hadden ketters het een stuk minder gemakkelijk dan nu.
Maar ik geef toe in Teheran zou Teeuwen een hoop goed kunnen doen door een streng lied te maken over al die mannen die daar maar open bloot met hun baard rondlopen. (Een baard krijg je immers pas als je geslachtsrijp bent, en is dus schaamhaar). Maar Teeuwen zit hier.

Nu even een moeilijk stukje.
Wat vaak vergeten wordt in de hele waarden en normen discussie is dat er niet zoiets als een monolitische cultuur bestaat. We leven in een groot aantal verbanden waarin specifieke waarden gelden en bijgevolg specifieke normen worden aangelegd. Wat in een gezin geldt is anders dan wat op het werk of in de vriendenkring geldt.

In het publieke domein dat we delen met mensen met andere opvattingen dan de onze zullen we het eens moeten worden over wat wel en niet kan,  wat mensen in hun privédomein vinden is voor een belangrijk deel alleen hun  zaak.

Wie dit onderscheidt niet kan maken loopt het risico brokken te maken, niet alleen voor zichzelf maar ook ten nadele van omstanders die wel ruimte aan anderen kunnen geven.

Als drie vrouwen er voor kiezen om een bepaalde ingetogenheid in hun leefwijze te betrachten, dan is dat hun goed recht. Als iemand die dan op een opdringerige manier met zijn seksuele fantasieën confronteert dan is hij net zo onbeschaafd als iedere andere man die vrouwen met ongewenste intimiteiten lastig valt. Maar bovendien is Teeuwen laf door zich daarbij als een soort verdediger van het vrije Westen op te werpen.

posted @ 2:01 PM

Sunday, December 16, 2007

De politieagenten willen meer loon. Terecht, ze doen nuttig en moeilijk werk en ondervinden daarbij niet altijd de waardering die ze verdienen. Hun wensen vinden bij de regering onvoldoende gehoor en daarom voeren ze actie. De burgemeesters van Amsterdam en Rotterdam vinden het daarom niet verantwoord om in hun stad twee eredivisiewedstrijden door te laten gaan.

Nu komt er een meneer van de KNVB op de televisie en die is daar pisnijdig over. Hij wil zich er niet mee bemoeien zegt ie, doet vervolgens toch en vindt dat de minister “die verwende kereltjes geen cent meer” moet geven.

Die representeert de organisatie die er voor zorgt dat een aantal met miljoenen euro's verwende kereltjes (maar wel zijn verwende kereltjes) wekelijks tegen een bal en de tegenstander schopt zodat een horde bezoekers zo opgehitst wordt dat ze voor en na zo'n duel op elkaar in rammen of hier en daar een treinstel slopen.

Het doet me denken aan Balkenende die Bots geloofwaardigheid in twijfel trekt omdat die aan de krant vertelde dat Balkenende tegen hem had gezegd dat eerlijk je fouten toegeven iets voor de studeerkamer is, maar niet voor de politiek.

Een groot bestuurder is iemand met een scherp oog voor splinters in de ogen van anderen.

posted @ 9:43 AM

Saturday, December 15, 2007

Het verschil tussen een leraar en een goeroe, is dat een leraar een vak heeft.
In dat vak geeft hij les en vaak wordt dat vak dan ook vermeld achter dat leraar. Men is hoogleraar economie of leraar boekbinden.
Nu weet iedereen die op school gezeten heeft dat er goede en minder goede leraren zijn. Maar dat goed of minder goed gaat dan vrijwel altijd over hun beheersing van het les geven. Niet over de beheersing van hun vak.
In onze maatschappij is het geven van les meestal goed georganiseerd en wordt de vakkundigheid van leerkrachten gegarandeerd door opleidingen en diploma's.

Een goeroe wordt door de mensen die in goeroes geloven ook als leraar gezien.
Maar welk vak geven ze dan?
Je zou kunnen veronderstellen dat goeroes je iets kunnen leren over je bestaan, maar waar ligt dan hun meerwaarde? De goeroe bestaat inderdaad, maar jij ook.
Over het leven dan.
OK sommige goeroes leven op dit moment, maar ze gaan allemaal dood, dus wat dat betreft scoren ze net zo goed als jij en ik.

Om toch een verkooppunt te hebben, hebben goeroes het dus vaak over Iets met een Hoofdletter.
Verlichting bijvoorbeeld of Verlossing en wat dat inhoudt is meestal niet in twee of drie woorden uit te leggen.
Sommige type goeroes ( met name die die iets boeddhisme-achtigs in de aanbieding hebben) grossieren daarom in verhalen over wat het allemaal niet is. Een ander aspect van het aanbod van de goeroe is dat je verteld wordt dat het niet iets is wat je zomaar even oppikt. Nee, je zult er ontzettend je best voor moeten doen. Niet zelden wordt er ook een soort rangorde geschetst van niveaus van verlichting, verlossing of wat dan ook die je slechts door hard werken, mediteren, ontspannen, onthechten et cetera zult kunnen bereiken.

Nu moeten we ons even voorstellen dat we in de Kijkshop staan en daar een apparaat zien staan van € 1489,-. Het is een Multi-vipractor. De beschrijving van het apparaat is zodanig dat het niet duidelijk is wat je er mee kan doen. Wel is het duidelijk dat er een serieuze en langdurige inspanning van u vereist zal worden om er er resultaat van te verwachten. Er zal er waarschijnlijk nooit een verkocht worden.

Het goeroe aanbod zou het dus ook nooit doen als het niet een dubbel aanbod was:
De goeroe die u verlichting belooft, verkoopt u tegelijkertijd dat u in het donker zit.
De goeroe die belooft u van het denken te verlossen zet u aan het denken en 'bewijst' daarmee zijn noodzaak.
Mensen houden er niet van een tekort te hebben, en daarom werkt deze methode feilloos bij mensen die ergens een tekort voelen, er nog niet in geslaagd zijn de aard van dat tekort precies te onderkennen en daardoor ook nog niet weten hoe ze dat tekort moeten opheffen dan wel leren te accepteren.

De goeroe boodschap lijkt ineens een interessante weg.
Is dat tekort waar de goeroe op zinspeelt misschien niet de 'diepere' oorzaak van het door hen gevoelde probleem?
Luister of lees maar eens goed wat die Meester beweert. Hoe veel procent van zijn boodschap gaat over het tekort?

De baas van cosmetica concern Revlon zou ooit gezegd hebben: "Wij produceren Lanoline, maar wij verkopen hoop".
Hij heeft goed geboerd.

Kijk eens goed naar die goeroe.
Hoe onthecht, verlost of  verlicht is hij zelf?
En waarom is een goeroe trouwens altijd een hij?

posted @ 11:24 AM

Blog Stats

Lees en overweeg: