Tijdens de laatste raadsvergadering trok Arno Visser, in zijn hoedanigheid als fractievoorzitter van de VVD, fel van leer tegen D66, Leefbaar Almere en GroenLinks omdat ze het formatieproces frustreerden door de 'blokvorming'. Er waren geen open en transparante gesprekken mogelijk over een nieuwe coalitie, stelde hij.
Ik bekijk dat, natuurlijk, toch iets anders. Vanuit GroenLinks hebben we besloten op het initiatief van LA in te gaan om eens te bekijken of we een gezamenlijke progressieve agenda zouden kunnen opstellen. Een agenda die een rol zou kunnen spelen tijdens de vorming van een nieuw college. Samen zijn we op verkenning uit gegaan en al pratend bleek dat we ten aanzien van een belangrijk aantal zaken dezelfde opvattingen hebben; investeren in het onderwijs, een duurzame stad bouwen (sociaal, economisch en fysiek), terugdringen van de wachtlijst voor een (betaalbare) woning, economische groei door investeringen in het bestaande bedrijfsleven en de sociale veiligheid realiseren. Die gezamenlijke agenda willen we graag ' aanbieden' aan de informateur. Helaas zit die daarop niet te wachten, want hij lijkt de opdracht te hebben in ieder geval geen college met en D66, en Leefbaar en GroenLinks voor te stellen.
Het waarom van deze opdracht blijft echter vaag. In de wandelgangen hoor je natuurlijk wel eens iets over de kritische oppositeirol van m.n. mijn fractie, maar dat kan toch niet de reden zijn om alles op alles te zetten om deze combinatie van partijen uit te sluiten. Oppositie hoort kritisch te zijn. En je verwacht van profesionele politici/bestuurders dat ze de rollen kunnen onderscheiden. En een oppositiefractie weet natuurlijk ook dat deelname aan een coalitie leidt tot compromissen.
Arno Visser verwijt ' het blok' gebrek aan transparatie en open vizier, maar is dat wel terecht als je vaagheid ziet binnen het informatie-optreden tot nu toe?