|
|
EL Minja's Mia
Lhasa Apso
Deze EL Minja's Lhasa Apso blog van de wereldberoemde Kennel in Nederland is toegewijd aan mijn prachtige rashonden en mijn passie voor onze geliefde honden. De focus is honden tentoonstellingen en het karakter, gezondheid van dit hondenras, niet te vergeten mijn mooie Lhasa Apso puppies. EL Minja's is een wereldberoemde Lhasa Apso kennel in Nederland. De geschiedenis van EL Minja's begint in 1970, in die dagen fokte ik Afghaanse windhonden en ontmoette mijn toekomstige echtgenoot Frank bij het bezoeken van hondententoonstellingen in Europa. Op een van mijn reizen naar Engeland, zag ik de Lhasa hond en was onmiddellijk verliefd geworden op dit hondenras. Aangezien ik Afghaanse windhonden bezat in die tijd wat ook een Oosters ras zag ik dat de adel van de Lhasa Apso overeenkomsten heeft met de Afghaanse Windhonden. Voor mij is de Lhasa een kleine Afghaanse windhond, en werkelijk zijn zij het ook. Ik geniet van deze hond als ras, vooral de opwinding en het vermaak van het tentoonstellen van mijn honden. Korte geschiedenis van het ras De Lhasa was in het land van herkomst een in hoge mate gewaardeerd hondenras. Hij werd in de Tibetaanse huizen en kloosters gefokt als gezelschaps- en waakhond. Men gaat ervan uit dat het ras uit de Tibetaanse hoofdstad Lhasa stamt. Het kwam rond 1900 naar Engeland onder de naam Apsoterrier, hetgeen een gemeenschappelijke aanduiding was voor de twee, nu afzonderlijke rassen, Lhasa Apso en Tibetaanse Terrier. In 1934 werd een rasbeschrijving uitgewerkt en de Engelse rasclub opgericht. De Lhasa Apso is bijzonder waakzaam en oplettend. Een zeker wantrouwen tegenover vreemden is kenmerkend voor het ras. Het is heden ten dage een zeer gewilde tentoonstellingshond van hoge kwaliteit.rasbeschrijving De Lhasa is een gezonde en beweeglijke kleine hond met een weelderig vacht. Hoofd: moet rijkelijk bekleed zijn met haar dat over de ogen valt, krachtige snor, baard op wang en kin. De schedel is tamelijk smal, recht neusrug, iets uitgesproken stop. De voorsnuit, die ca. 4 cm lang moet zijn, moet een-derde van de totale lengte van het hoofd uitmaken.
Ogen: donker, ovaal, middelgroot, naar voren gericht. Oren: hangend, rijk bevederd. Gebit: omgekeerd schaargebit. Hals: sterk en goed gewelfd. Lichaam: de lengte moet groter zijn dan de schofthoogte, compact lichaam. Goed ontwikkelde borstkas, rechte rug, sterke lendenpartij.
Ledematen: de schouders liggen goed naar achteren, rechte voorbenen, overvloedig met haar bekleed. Achterhand goed ontwikkeld, met goede hoeking, rijkelijk behaard. Evenwijdige sprongen, die niet al te dicht bij elkaar mogen staan. Voeten: rond, rijkelijk met haar bekleed en met sterke voetzolen. Staart: hoog aangezet, goed behaard. Wordt over de rug gedragen. De staart heeft vaak een haak aan het eind. Gangwerk: vrij en ongedwongen.
Vacht: weelderig dekhaar van goede lengte, recht en hard. Middelmatige ondervacht.
Kleur: goudkleur, zandkleur, honingkleur, donker grijsblauw, leigrijs, rookgrijs, meerkleurig, zwart, wit of bruin. Schofthoogte: reu 25 cm, teef iets lager.
|