Het lastigste van het verzoek om de belevenissen van zaterdag 14 december te verslaan voor het weblog van SICA vind ik nog wel dat ik daarmee ook een beeld neerzet van wat we hier zien en beleven,terwijl ik me naarmate de reis vordert ook steeds bewuster wordt van het feit dat je eerst je westerse 'brillen' af moet zetten om überhaupt onbevangen te kunnen waarnemen in dit immense continent. En dan is het de kunst om je waarnemingen in een zodanige context te plaatsen dat de lezer zich door jouw ogen heen een mening kan vormen over het geschrevene.
Het belangrijkste dat een reiziger in den vreemde bezighoudt, is zijn eigen mobiliteitsvraagstuk. New Delhi, Mumbai en Bangalore vormen dan een uitstekend onderzoeksterrein. Naarmate de reis vordert, worden de files heviger totdat wij vanmiddag in Bangelore gedurende twintig minuten in een ijskoude auto de absolute stilstand bereikten. Bussen,
prive auto's, taxi's, riksha's, motorrijders en ingenieuze
paardenkarren proberen van vier banen in één baan te geraken. Hevig toeterend staan we allemaal stil, midden op het kruispunt. Het inschatten van de hoeveelheid tijd om ergens te komen, is een heikele aangelegenheid. Daar staat tegenover dat niemand het erg vindt wanneer je een uur te laat aan komt zetten.
Ga in deze miljoenensteden niet op pad zonder het telefoonnummer op zak van degene die je wilt bezoeken. De chauffeurs weten de meeste straten namelijk NIET te vinden, uitgezonderd natuurlijk de 'obvious landmarks'. Je rijdt dus eerst ongeveer naar de buurt, daar bel je je contactpersoon en overhandig je je telefoon aan de chauffeur. Die
krijgt dan instructies hoe het adres te bereiken. Dat gaat als volgt: je rijdt naar het National College, dan zie je aan je linkerhand een Kentucky Fried Chicken, daar ga je linksaf, dan de straat uitrijden tot je het Bali Blue hotel ziet enzovoort. Daar komt geen straatnaam aan te pas!
Vergeet ook niet om van te voren een ritprijs af te spreken,want die kan voor dezelfde afstand variëren van 200 tot 1750 rupees. En houdt tot slot rekening met de tegenstelling tussen comfort en snelheid: hoe groter en comfortabeler je vervoermiddel, hoe langer je reis duurt.Neem liever een riskha, want die scheurt overal tussendoor.
Mijn persoonlijke favorieten de taxi's van Bombay. Ze zijn in de jaren 50 en 60 geproduceerd in een samenwerking tussen FIAT (techniek en design) en de Indiase staatsautofabrikant Premiere. Aan hun uiterlijk en uitstoot te zien, zijn ze echter hevig aan vervanging toe. Maar uit esthetisch oogpunt zou dat jammer zijn, want ze zijn prachtig gepimpt. [foto taxi]: elke chauffeur is eigenaar van zijn eigen taxi. Af en toe zakt er één van uitputting door de assen, overal op straat repareren groepjes chauffeurs de auto van een collega. Maar van vervanging zal het voorlopig niet komen, want er woedt een hevig conflict tussen de stadsregering van Mombai en de vakbond van taxichauffeurs. Een nieuwe auto kunnen de meeste chauffeurs zich immers niet kunnen veroorloven. Het nieuwe goedkope model dat Tata over enkele maanden op de markt gaat brengen om te voorzien in de behoefte aan auto's van de snel groeiende Indiase middenklasse, zal een doorslaand succes zijn. Maar is geen oplossing voor de taxichauffeurs, want daarvoor is de auto te klein.
Met welke bril moet je nu naar dit vraagstuk kijken?? God verhoede dat er nog meer auto's op de weg komen. De kans is klein dat de nieuwe middenklasse vrijwillig afziet van allerlei middenklasse consumptie artikelen. Op de televisie zijn immers allerlei mensen te zien, die dolgelukkig zijn met hun nieuwe magnetron. Tata stampt ook in hoog tempo moderne electronica winkels uit de grond, die adverteren met de slogan 'we help you buy'. Hoe een land als India gaat bijdragen aan het terugbrengen van CO2 uitstoot met 40%, is mij echt een raadsel.
De tweede zorg van de reiziger is het plotseling ontbreken van jealledaagse intimiteit met je familie en geliefde. En dus raakte ik hevig geïnteresseerd in de beleving van sex en intimiteit in de publieke ruimte.
Als westerling valt je dan het ontbreken hiervan op: India heeft de reputatie van puriteins land. Het toppunt
van erotiek in een Bollywood film is een spuitende fontein. Ik heb deze week geen stel zien zoenen op straat, aan de kilometers lange boulevard van Mumbai heb ik misschien vijf verliefde stelletjes geteld. Aan de andere kant heb ik deze week meer heerlijke vrouwenbuiken gezien dan in mijn hele leven: Half verhuld door een sari, elegant meedeinend op het wandelritme, prachtige vouwen in het vel wanneer het lichaam zich over een groentekraam buigt: Ik heb mijn ogen uit gekeken.
Maar hoe anders was het gisteren toen ik gisteren in Bandra, de hippe buitenwijk en uitgaanswijk van Mumbai, niet één maar wel vijf innig gearmde mannen tegen het lijf liep. Bij het doornemen van de Hindustan Times op het terras van het Prithva theater viel mijn oog op de vragenrubriek van dokter Lakdawala. Nu moet je weten dat in Mumbai geen legale sexwinkels zijn. En dus stuurde een dame de dokter de vraag hoe zijn aan een vibrator kon komen. Ik zag ze uitgestald in een winkelstraat in Kolaba, maar de dokter suggereerde handmatig masturberen en daar dan toch vooral van te genieten. En hij adviseerde jongens en meisjes met uitgaansplannen altijd een condoom bij zich te hebben, want condoomautomaten bestaan niet in deze miljoenenstad. Dankzij de nuchtere toon van dokter geloof ik dat er ondanks het ontbreken van publieke intimiteit tussen geliefden niet zoveel verschillen zijn in seksuele mores tussen Mumbai en Amsterdam.
Een derde brillenkwestie doet zich voor bij de analyse van de rollen van de overheid en het kapitaal bij het aanpakken van de enorme sociale problemen in dit land, zoals het gegeven dat 60% van de inwoners van de grote steden in sloppenwijken woont met zelfgebouwde onderkomens en zonder sanitaire voorzieningen of elektriciteit. En al die sloppenwijken samen beslaan binnen de gemeentegrenzen gemiddeld 6 tot 7% van het grondgebied. Een rekensom leert dus dat 60% van de
inwoners op 6% van het grondgebied woont. Vergelijkbare schrikbarende getallen wanneer het gaat over onderwijs: 40% van de Indiërs is ongeletterd.
Wij Nederlanders kijken dan al snel naar de overheid en zijn van mening dat hij schromelijk te kort schiet. Maar het probleem is dat dat de overheid zelfs als zij de manier van werken zou moderniseren ten enen male niet over de middelen beschikt om te zorgen voor bijvoorbeeld adequate huisvesting en scholing. En het zijn dus de particuliere ondernemers die zich hier over ontfermen. De kranten staan vol met voorbeelden van social entrepreneurship, en wij hadden
tijdens deze reis het geluk om enkele van deze mensen te ontmoeten.
Bijvoorbeeld mevrouw Pretti Paul, lid van de Apeejay familie, en een van de bestuurders van de Apeejay Sandarra Group. Zij investeert o.a. in een nieuwe media galerie in New Delhi en is van plan om op een braakliggend stuk grond een business of art school op te richten. Het is interessant om te zien hoe sociale verantwoordelijkheid, zakeninstinct en Indiaas zelfbewustzijn hier samen gaan. Waarom investeert zij eigenlijk in nieuwe media kunst? 'Ik investeer alleen in sectoren waar India gelijke kansen heeft als elk ander land en geen achterstand hoeft in te halen', stelde ze.
Sommige delegatieleden ergeren zich aan dit zelfbewustzijn terwijl op straat honderden mensen liggen te creperen,
maar als ik hier om me heen kijk denk ik dat dit de enige manier is om dit land ook daadwerkelijk de veelbesproken 'leap frog' te laten maken van agrarisch feodale samenleving naar de informatie maatschappij.
En verder heb je mensen nodig als Arun Mehta en Vikram
Krishna,, die dan wel geen multimiljonair zijn, maar wel een
substantieel deel van hun tijd besteden aan het opleiden van mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking tot programmeur, zodat zij in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. En daarnaast aan het ontwikkelen van software, waardoor ook ongeletterden zich toegang kunnen verschaffen tot allerlei kennis, bijvoorbeeld via een one button database met video lesmateriaal.
Het laatste onderwerp waarbij de brillenkwestie speelt is die van de creativiteit. In Nederland zien we India toch vooral als een lage lonen productieland en wordt er veel gezucht over het gebrek aan creativiteit. We hebben het werk al verdeeld in onze hoofdkantoren: wij de ideëen, concepten en
de creatieve strategie, zij het productiewerk tegen zo laag mogelijk kosten.
Maar wie met deze bril kijkt, ziet niet hoe de creativiteit in dit land in alle hoeken en gaten stroomt en steunt op een brede ambachtelijke en culturele basis van nijverheid: Het 8 jarige meisje dat op de grote boulevard haar kostje bij elkaar scharrelt met acrobatische kunstjes. De camera reparateur op National Market bijvoorbeeld die in twee uur en voor 200 rupees fixt wat de helpdesk van Canon telefonisch irreperabel verklaart, nou ja OK, als je hem
tien weken kunt missen mag je hem opsturen en reken er maar op dat het een boel geld gaat kosten. De media activisten/
kunstenaars van CAMP, die met vier goedkope beveiligingscamera's en vier monitoren de vrouwen in de beauty salon verbinden met vrouwen in drie huiskamers. Zij bespreken voorvallen uit het alledaagse leven en je staat er met open mond te kijken naar wat zich dan ontspint.
[link] De onderzoekers en ontwerpers van CSK, de aanbieders van westerse producten die begerig naar deze miljardenmarkt kijken,telkens maar weer moeten uitleggen dat je eerst moet onderzoeken wat mensen aan je product zouden kunnen hebben en waar voor hen de gebruikswaarde ligt, voordat je je marketingcampagne ontwikkelt.
De grootste opbrengst voor mij van deze tien dagen in drie grote Indiase steden is dat ik met eigen ogen heb waargenomen dat het er voor alle mensen die hier aan het werk zijn werkelijk helemaal niets toe doet wat wij er in Nederland van denken. Zij richten hun blik op de andere emerging economies in Azie en Afrika, kiezen de focus van 'shared problems' en gaan met ongekend leiderschap aan de slag om de problemen op te lossen. En zij zijn het zelf die de creatieve strategie ontwikkelen. Produceren doen zij allang in de Philippijnen!