Wednesday, April 29, 2009

Klik dan HIERHIERHIER!

visitekaartje

posted @ 8:08 AM

Friday, February 13, 2009

Een volle bak in de Balie, op 12 februari bij de presentatie van alweer de negende Stifo@Sandberg Masterclass. Negen teams, bestaand uit een ontwerper en een verhalenverteller, presenteren de resultaten van hun werk. Lotte Meijer en Erin Moore ontwikkelden een applicatie waarmee de geheime verhalen van het MOMA aan de openbaarheid worden prijsgegeven. Hoe komt het toch dat de bankjes elke dag op een andere plaats staan? En waarom moeten de muren op sommige plekken elke week gewit worden. TUESDAY verklapt je dit, en nog veel meer. Mij lijkt het iets moois voor Teylers Museum, waar achter elk object een spannend verhaal schuilgaat.

Lidija Zelovic en Rogerio Lira presenteren The Grey Zone. Hun doelgroep bestaat uit mediamakers, die zich er naar hun mening onvoldoende van bewust zijn hoe vaak ze vanuit vooroordelen verslag doen. Hun website bevat een soort zelftest, waar je over allerlei onderwerpen kunt aangeven waar je staat. Vervolgens kun je video's bekijken die achtergrond informatie over het gekozen onderwerp bevatten. Verandert je mening over Mladic als je weet dat niet alleen zijn beide ouders zelfmoord hebben gepleegd, maar dat hij zelf in de tweede wereldoorlog doorbracht in een kinderconcentratie kamp, dat maar weinig kinderen hebben overleefd?

Annick Vroon en Arnoud van den Heuvel verzamelen in Erepodium verhalen over de passie van ambachtslieden. Zij vertellen over de kick van het mooi uitbenen van een stuk vlees en over het maken van een akoustische gitaar. Het zijn ontroerende portretjes van mensen die van hun vak houden. Teun Castelein en Sylvain Vriens scheppen de mogelijkheid voor de inwoners van elke stad om de ' vieze, grijze vliegende rat' te vervangen door een fraai geengineerde duif in Stadsduif. Naar hun idee de enige echte oplossing voor het duivenoverlast probleem, want als je ze wegvangt, leggen ze gewoon meer eieren om de populatie op peil te houden.

Marcel Prins en Marcel van der Drift - die ooit een prachtige melancholische site maakte waar je een dichter aan het werk zag - maakten nu een prachtige website over onderduik verhalen. De verhalen worden geillustreerd met heldere pentekeningen. State 2.0 van Ghalia Elsrakbi & Florian Conradi voorziet in een virtuele wereld voor statenlozen. Een beetje een unheimisch oord, waar de wind om je oren fluit. Je kunt er je herinneringen plaatsen aan de stad waar je geboren bent en waar je, als je al het gelukt hebt om als statenloze een reisdocument te bemachtigen, nooit meer terug kunt keren. Ik bleef een beetje zitten met de vraag waarom deze staat dan niet een wat lieflijker oord kon zijn.

Alexander Oey en Hendrik-Jan Grievink ontwikkelden een site voor het VPRO programma Trendspotting, dat maar vier keer per jaar gemaakt wordt en dan rond middernacht wordt uitgezonden. Via de site kun je de diepte en wordt in de loop van het jaar extra materiaal aangeboden. Margiet Rogaar en Lauren Alexander bogen zich over de nieuwe markt in Kliptown, een wijk in het township Soweto bij Johannesburg. Toevallig bracht ik er vorig jaar een bezoek. Op dit plein staat een monument dat de 12 charters van het nieuwe Zuid-Afrika bevat. De nieuwe plein betekent een aanzienlijke upgrading - er is zelfs een vijfsterren Mandela Hotel - en niet alle bewoners zijn er blij mee. Vooral niet met het verdwijnen van de enorme markt die er was. Rogaar en Alexander willen op dit plein een kartonnen monument plaatsen en verhalen van de bewoners van Kliptown verzamelen. Koert van Mensvoort en Ton Meijdam rollen binnenkort Rayfish uit. Zie lieten zich inspireren door het cradle to cradle principe en lanceren een ecologisch verantwoord methode om sportschoenen te kweken.

Alle presentaties overziend, kun je niet anders dan concluderen dat de makers terugslaan na de lange golf van User Generated Content en nagedacht hebben over hun toegevoegde waarde: het mooi en simpel houde rond betekenisvolle content. Alle gepresenteerde cases waren breed en diep uitgewerkt, ongetwijfeld ook voor een deel te danken aan de begeleiders. Demodesign ziet er zolangzamerhand bedrieglijk echt uit. Een tweede belangrijke trend is de rol van audio, al dan niet gecombineerd met animatie. Dat is nog eens wat anders dan al die grofkorrelige video die we via Youtube moeten verstouwen. Dat leverde hier en daar intieme, meeslepende en sterk op de verbeelding werkende concepten op zoals de onderduikverhalen.

De meest opvallende vraag uit de zaal was' ken je dit of dat voorbeeld', waarop het antwoord dan meestal nee was. Ik denk dat met een beetje research sommige ideeen net een beetje spannender hadden kunnen worden uitgewerkt.

Het Stimuleringsfonds - voortaan Mediafonds geheten - en Sandberg gaan zich na negen jaar bezinnen op de formule. Dat is goed na negen jaar. Ik hoop dat ze doorgaan, want het is van de weinige vrije platforms waar mediamakers zich kunnen uitleven voor een groot en belangstellend publiek.

posted @ 6:18 PM

Sunday, December 16, 2007

Wat gebeurt er nu eigenlijk op het gebied van nieuwe media in India? Die vraag is nog lastig te beantwoorden, want wat heb ik er nu helemaal van gezien? Ik ben in New Delhi op bezoek geweest bij SARAI, Khoj International Artists Association, Apeejay Media Gallery en Arun Mehtaa . In Mumbai bij de Whistling Woods International, Mohile Parikh Centre for the Visual Arts, CAMP, Vikram Chrishna, en Majlis Manch. In Bangalore bij het Center for Knowledge Societies en het Centre for Study of Culture and Society. En daarnaast natuurlijk nog talloze andere bezoeken aan culturele en ondersteunende instellingen. Wat mij boeit aan nieuwe media is dat de productiemiddelen in principe toegankelijk zijn voor iedereen die er iets mee wil. In de nieuwe media kunst vind ik vooral de kunstenaars uit de tactische media hoek interessant, omdat zij hun methoden en strategieën inzetten om een wereld te ontsluiten die voorheen onzichtbaar was . Onzichtbaar omdat de verslaggevers uit de mediamedia zich toch vooral concentreren op onderwerpen met nieuwswaarde, dus over het algemeen op de ellende en de problemen.

Neem nu een organisatie als CAMP. Opgericht door Shaina Anand, kunstenaar Ahsok Sukumaran en Sanjay Bhangar. Zij brachten hun kennis en kunde op het gebied van documentaire maken, media activisme en kunst samen en zetten nieuwe media in. Maar ze nemen ook hun maatschappelijke verantwoordelijkheid door tijd te investeren in de ontwikkeling van een mediaserver, waar andere kunstenaars, documentaire makers en media activisten hun materiaal kunnen parkeren en annoteren. Daar het geld voor vinden, is overigens nog een hele opgave.

Als tactisch mediakunstenaars collectief creëert CAMP concrete interventies. Met studenten van Shrishti College in Bangelore voorzagen ze de stalletjes van marktkooplieden van tv's, richtten een kleine studio in en begonnen met het maken van markt tv. In twee weken tijd produceerden ze een format voor het programma, waarbij ze vooral aandacht besteedden aan het samen met de marktkooplieden nadenken over het soort programma's dat op de marktzender te zien zou moeten zijn. Dat leverde in eerste instantie - net als in Nederland bij dit soort projecten - het probleem op dat de eerste ideeen vooral leken op programma's die ook op de nationale tv zenders te zien zijn. Pas in tweede instantie werden orginele formats voor community tv ontwikkeld. Een tweede interventie werd ontwikkeld samen met Khoj! Artist Centre in New Delhi met behulp van eenvoudige beveilingscamera's en beveilingsmonitoren. De vier camera's werden opgesteld in verschillende soorten locaties, bijvoorbeeld in de buurtwinkeltjes, bij vrouwen thuis in combinatie met een schoonheidssalon. Met behulp van een microfoon konden de mensen op de vier locaties met elkaar communiceren, terwijl ze het beeld op de vier monitoren zagen.

De films die over deze projecten gemaakt werden, zijn allemaal online en behoren tot het interessantste werk tactische mediawerk dat ik de afgelopen jaren heb gezien. Het werk is zo interessant omdat je met de mensen meekijkt, in plaats van dat je tegen ze aankijkt. De fllms kun je vinden op http://chitrakarkhana.net. De film van de vrouwen kun je downloaden via http://chitrakarkhana.net/Khirkeeyan/K2.htm

posted @ 8:43 AM

Het lastigste van het verzoek om de belevenissen van zaterdag 14 december te verslaan voor het weblog van SICA vind ik nog wel dat ik daarmee ook een beeld neerzet van wat we hier zien en beleven,terwijl ik me naarmate de reis vordert ook steeds bewuster wordt van het feit dat je eerst je westerse 'brillen' af moet zetten om überhaupt onbevangen te kunnen waarnemen in dit immense continent. En dan is het de kunst om je waarnemingen in een zodanige context te plaatsen dat de lezer zich door jouw ogen heen een mening kan vormen over het geschrevene.

Het belangrijkste dat een reiziger in den vreemde bezighoudt, is zijn eigen mobiliteitsvraagstuk. New Delhi, Mumbai en Bangalore vormen dan een uitstekend onderzoeksterrein. Naarmate de reis vordert, worden de files heviger totdat wij vanmiddag in Bangelore gedurende twintig minuten in een ijskoude auto de absolute stilstand bereikten. Bussen, prive auto's, taxi's, riksha's, motorrijders en ingenieuze paardenkarren proberen van vier banen in één baan te geraken. Hevig toeterend staan we allemaal stil, midden op het kruispunt. Het inschatten van de hoeveelheid tijd om ergens te komen, is een heikele aangelegenheid. Daar staat tegenover dat niemand het erg vindt wanneer je een uur te laat aan komt zetten.

Ga in deze miljoenensteden niet op pad zonder het telefoonnummer op zak van degene die je wilt bezoeken. De chauffeurs weten de meeste straten namelijk NIET te vinden, uitgezonderd natuurlijk de 'obvious landmarks'. Je rijdt dus eerst ongeveer naar de buurt, daar bel je je contactpersoon en overhandig je je telefoon aan de chauffeur. Die krijgt dan instructies hoe het adres te bereiken. Dat gaat als volgt: je rijdt naar het National College, dan zie je aan je linkerhand een Kentucky Fried Chicken, daar ga je linksaf, dan de straat uitrijden tot je het Bali Blue hotel ziet enzovoort. Daar komt geen straatnaam aan te pas! Vergeet ook niet om van te voren een ritprijs af te spreken,want die kan voor dezelfde afstand variëren van 200 tot 1750 rupees. En houdt tot slot rekening met de tegenstelling tussen comfort en snelheid: hoe groter en comfortabeler je vervoermiddel, hoe langer je reis duurt.Neem liever een riskha, want die scheurt overal tussendoor.

Mijn persoonlijke favorieten de taxi's van Bombay. Ze zijn in de jaren 50 en 60 geproduceerd in een samenwerking tussen FIAT (techniek en design) en de Indiase staatsautofabrikant Premiere. Aan hun uiterlijk en uitstoot te zien, zijn ze echter hevig aan vervanging toe. Maar uit esthetisch oogpunt zou dat jammer zijn, want ze zijn prachtig gepimpt. [foto taxi]: elke chauffeur is eigenaar van zijn eigen taxi. Af en toe zakt er één van uitputting door de assen, overal op straat repareren groepjes chauffeurs de auto van een collega. Maar van vervanging zal het voorlopig niet komen, want er woedt een hevig conflict tussen de stadsregering van Mombai en de vakbond van taxichauffeurs. Een nieuwe auto kunnen de meeste chauffeurs zich immers niet kunnen veroorloven. Het nieuwe goedkope model dat Tata over enkele maanden op de markt gaat brengen om te voorzien in de behoefte aan auto's van de snel groeiende Indiase middenklasse, zal een doorslaand succes zijn. Maar is geen oplossing voor de taxichauffeurs, want daarvoor is de auto te klein. Met welke bril moet je nu naar dit vraagstuk kijken?? God verhoede dat er nog meer auto's op de weg komen. De kans is klein dat de nieuwe middenklasse vrijwillig afziet van allerlei middenklasse consumptie artikelen. Op de televisie zijn immers allerlei mensen te zien, die dolgelukkig zijn met hun nieuwe magnetron. Tata stampt ook in hoog tempo moderne electronica winkels uit de grond, die adverteren met de slogan 'we help you buy'. Hoe een land als India gaat bijdragen aan het terugbrengen van CO2 uitstoot met 40%, is mij echt een raadsel.

De tweede zorg van de reiziger is het plotseling ontbreken van jealledaagse intimiteit met je familie en geliefde. En dus raakte ik hevig geïnteresseerd in de beleving van sex en intimiteit in de publieke ruimte. Als westerling valt je dan het ontbreken hiervan op: India heeft de reputatie van puriteins land. Het toppunt van erotiek in een Bollywood film is een spuitende fontein. Ik heb deze week geen stel zien zoenen op straat, aan de kilometers lange boulevard van Mumbai heb ik misschien vijf verliefde stelletjes geteld. Aan de andere kant heb ik deze week meer heerlijke vrouwenbuiken gezien dan in mijn hele leven: Half verhuld door een sari, elegant meedeinend op het wandelritme, prachtige vouwen in het vel wanneer het lichaam zich over een groentekraam buigt: Ik heb mijn ogen uit gekeken. Maar hoe anders was het gisteren toen ik gisteren in Bandra, de hippe buitenwijk en uitgaanswijk van Mumbai, niet één maar wel vijf innig gearmde mannen tegen het lijf liep. Bij het doornemen van de Hindustan Times op het terras van het Prithva theater viel mijn oog op de vragenrubriek van dokter Lakdawala. Nu moet je weten dat in Mumbai geen legale sexwinkels zijn. En dus stuurde een dame de dokter de vraag hoe zijn aan een vibrator kon komen. Ik zag ze uitgestald in een winkelstraat in Kolaba, maar de dokter suggereerde handmatig masturberen en daar dan toch vooral van te genieten. En hij adviseerde jongens en meisjes met uitgaansplannen altijd een condoom bij zich te hebben, want condoomautomaten bestaan niet in deze miljoenenstad. Dankzij de nuchtere toon van dokter geloof ik dat er ondanks het ontbreken van publieke intimiteit tussen geliefden niet zoveel verschillen zijn in seksuele mores tussen Mumbai en Amsterdam.

Een derde brillenkwestie doet zich voor bij de analyse van de rollen van de overheid en het kapitaal bij het aanpakken van de enorme sociale problemen in dit land, zoals het gegeven dat 60% van de inwoners van de grote steden in sloppenwijken woont met zelfgebouwde onderkomens en zonder sanitaire voorzieningen of elektriciteit. En al die sloppenwijken samen beslaan binnen de gemeentegrenzen gemiddeld 6 tot 7% van het grondgebied. Een rekensom leert dus dat 60% van de inwoners op 6% van het grondgebied woont. Vergelijkbare schrikbarende getallen wanneer het gaat over onderwijs: 40% van de Indiërs is ongeletterd.

Wij Nederlanders kijken dan al snel naar de overheid en zijn van mening dat hij schromelijk te kort schiet. Maar het probleem is dat dat de overheid zelfs als zij de manier van werken zou moderniseren ten enen male niet over de middelen beschikt om te zorgen voor bijvoorbeeld adequate huisvesting en scholing. En het zijn dus de particuliere ondernemers die zich hier over ontfermen. De kranten staan vol met voorbeelden van social entrepreneurship, en wij hadden tijdens deze reis het geluk om enkele van deze mensen te ontmoeten. Bijvoorbeeld mevrouw Pretti Paul, lid van de Apeejay familie, en een van de bestuurders van de Apeejay Sandarra Group. Zij investeert o.a. in een nieuwe media galerie in New Delhi en is van plan om op een braakliggend stuk grond een business of art school op te richten. Het is interessant om te zien hoe sociale verantwoordelijkheid, zakeninstinct en Indiaas zelfbewustzijn hier samen gaan. Waarom investeert zij eigenlijk in nieuwe media kunst? 'Ik investeer alleen in sectoren waar India gelijke kansen heeft als elk ander land en geen achterstand hoeft in te halen', stelde ze. Sommige delegatieleden ergeren zich aan dit zelfbewustzijn terwijl op straat honderden mensen liggen te creperen, maar als ik hier om me heen kijk denk ik dat dit de enige manier is om dit land ook daadwerkelijk de veelbesproken 'leap frog' te laten maken van agrarisch feodale samenleving naar de informatie maatschappij. En verder heb je mensen nodig als Arun Mehta en Vikram Krishna,, die dan wel geen multimiljonair zijn, maar wel een substantieel deel van hun tijd besteden aan het opleiden van mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking tot programmeur, zodat zij in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. En daarnaast aan het ontwikkelen van software, waardoor ook ongeletterden zich toegang kunnen verschaffen tot allerlei kennis, bijvoorbeeld via een one button database met video lesmateriaal.

Het laatste onderwerp waarbij de brillenkwestie speelt is die van de creativiteit. In Nederland zien we India toch vooral als een lage lonen productieland en wordt er veel gezucht over het gebrek aan creativiteit. We hebben het werk al verdeeld in onze hoofdkantoren: wij de ideëen, concepten en de creatieve strategie, zij het productiewerk tegen zo laag mogelijk kosten. Maar wie met deze bril kijkt, ziet niet hoe de creativiteit in dit land in alle hoeken en gaten stroomt en steunt op een brede ambachtelijke en culturele basis van nijverheid: Het 8 jarige meisje dat op de grote boulevard haar kostje bij elkaar scharrelt met acrobatische kunstjes. De camera reparateur op National Market bijvoorbeeld die in twee uur en voor 200 rupees fixt wat de helpdesk van Canon telefonisch irreperabel verklaart, nou ja OK, als je hem tien weken kunt missen mag je hem opsturen en reken er maar op dat het een boel geld gaat kosten. De media activisten/ kunstenaars van CAMP, die met vier goedkope beveiligingscamera's en vier monitoren de vrouwen in de beauty salon verbinden met vrouwen in drie huiskamers. Zij bespreken voorvallen uit het alledaagse leven en je staat er met open mond te kijken naar wat zich dan ontspint. [link] De onderzoekers en ontwerpers van CSK, de aanbieders van westerse producten die begerig naar deze miljardenmarkt kijken,telkens maar weer moeten uitleggen dat je eerst moet onderzoeken wat mensen aan je product zouden kunnen hebben en waar voor hen de gebruikswaarde ligt, voordat je je marketingcampagne ontwikkelt.

De grootste opbrengst voor mij van deze tien dagen in drie grote Indiase steden is dat ik met eigen ogen heb waargenomen dat het er voor alle mensen die hier aan het werk zijn werkelijk helemaal niets toe doet wat wij er in Nederland van denken. Zij richten hun blik op de andere emerging economies in Azie en Afrika, kiezen de focus van 'shared problems' en gaan met ongekend leiderschap aan de slag om de problemen op te lossen. En zij zijn het zelf die de creatieve strategie ontwikkelen. Produceren doen zij allang in de Philippijnen!

posted @ 5:36 AM

Wat het eerste opvalt is natuurlijk de geur van zo'n nieuw continent: in dit geval bitter en zurig. Op sommige plekken is de geur heviger, en daardoor kon ik hem in de loop van de dag thuisbrengen: het is de odeur van rondslingerend afval. Neem plaats in een tuktuk en voor 10 rupees (5 cent) trekt het dagelijks leven aan je voorbij: marktkramen met groenten en fruit, allerhande glitterspullen, belwinkels, heilige koeien, complete gezinnen die in de berm wonen, stoere jongens op scooters met prachtige meisjes in sari op het achterzitje, straatverkopers op de fiets met hun hele handel (een veldkeuken, matrassen, gladiolen, kerstmanmutsen, betonvlechtkabel) achterop. Maandagochtend begon het officiële programma met een bezoek aan het Habitat Centrum, een enorm gebouw van architect Stein, dat er nog geen twintig jaar staat, maar de indruk maakte te zijn overgeplaatst uit Stalinistisch Moskou. Ik vond het eigenlijk wel mooi, met zo'n stevige hevige houten lambrizering en brede gangen, bedekt met natuursteen. In het habitatcentrum een grote bibliotheek, een zwembad en clubhuis op het dak, een heleboel tentoonstellingsruimten en auditioria. Verbazingwekkend tussen al dat stalinistische geweld was de werkkamer van de directeur, die Afrikaans aandeed met afgeronde muren en een bokjes patroon op de vloer. Habitat Centre heeft 19 (!) doelstellingen en kwam op mij over als een kruising tussen de bilbiotheek in de Indische Buurt, de Balie, de Meervaart en de RAI. 'In India zijn mensen meer geïnteresseerd in politici dan in politiek', zei directeur Liberhan. Dat is volgens mij in Nederland overigens ook zo.

Later die ochtend bezochten we Sankriti Centre in het noorden van Delhi, een prachtig park zo groot als het Vondelpark, waar artists in residence zich bekwamen in de traditionele kunstvormen als terracotta, textiel, brons en houtsnijwerk. Het moet heerlijk zijn om daar een paar maanden te werken, met de ovens in de open lucht en een bekwame technische staf onder handbereik Hier gaat het om de dialoog tussen de vele Indiase culturen en die van de landen waar terracotta, hout en brons ook een belangrijke rol spelen.

Daarna bezochten we Sarai, dat zich de afgelopen jaren tot een cultureel onderzoekscentrum van betekenis ontwikkelde. Het motto: 'fearless speech needs fearless listening'. Ik vond het erg leuk om Ravi - die ik ken als bezoeker in Nederland - nu eens in zijn eigen omgeving te zien als directeur. In India zei hij, zien we culturele activiteit vooral als 'ornamental' en niet als platform voor 'civic culture', dus als manier om burgerschap en betrokkenheid bij de eigen leefomgeving uit te drukken en te onderzoeken. Interessant aan Sarai is dat alle vormen van kennisproductie, van academisch onderzoek tot public research gepraktiseerd worden en met elkaar verbonden worden in de projecten.

Op mijn vraag wat wij als Nederlanders van India zouden kunnen leren, kwam het advies om alles niet zo zwart/wit te zijn. 'Neem de discussie over hoofddoekjes. In Nederland wordt die vraag absuluut gesteld: een moslimvrouw draagt wel of niet een hoofddoek. In India laten vrouwen dat afhangen van hun stemming, de gelegenheid of de tijd van de dag. in Nederland wordt zo zwart/wit gedacht, er is geen ruimte voor alle andere kleuren'.

India is al de grootste democatie ter wereld en binnenkort ook de grootste democratische economische macht ter wereld. Dat is de reden waarom ik er graag naar toewilde. Je kunt op 2 vingers natellen dat die twee gegevenheden tot een verschuiving van de geopolitieke verhoudingen leiden waarvan wij nu de gevolgen niet kunnen overzien. India bouwt sinds een aantal jaren alle 'ontwikkelingshulp' programma's af en verbindt zich met andere landen op dit enorme Aziatische continent waar het gaat om 'shared problems' zoals afvalverwerking, mobiliteit en internettoegang in de miljoenensteden van deze wereld. Nederland is echt totaal onbetekenend in dit land! Een verfrissende ervaring, vooral omdat iedereen toch ook zo aardig tegen ons doen. 'Look with us, not at us!'

Aan het eind van de middag bezocht ik Amrit Sirinivasan, professor in de humanities aan het Indian Institute for Technology New Delhi, een zeer gerenommeerde universiteit. Iedereen woont op de campus en de campus community wordt ook vaak gebruikt als bron voor allerlei onderzoek. Alle studenten aan deze universiteit volgen verplicht 15 studiepunten aan de humanities afdeling. Daarnaast kent ITT een incubator, waar onderzoekers en studenten veelbelovende technologie kunnen uitontwikkelen tot een product.

We bespraken onder andere de mogelijkheden voor onze studenten om een semester onderwijs te volgen en de mogelijkheid om gemeenschappelijke onderzoeksprojecten op te starten. Ook aan IIT is het probleem van studie-uitval groot nu de economie zo groeit en het aantal banen in de IT-sector al helemaal spectaculair groeit. Amrit schetste een interessant beeld van de gevolgen van globalisering voor het Indiase studenten leven: ook hier loungebars, Barista (de Indiase variant van Starbucks). Op de televisie reclame voor een Westerse levenstijl, inclusief Louis Vuitton en Benetton.

Schril is wel het contrast tussen de faciliteiten van IIT met onze HvA en UvA gebouwen. Het licht in de kamer van Amrit - toch een gerespecteerd professor - was al dagen kapot. De stoelen in haar werkkamer gaan al mee sinds de jaren 60 van de vorige eeuw. Niks geen receptie of toegangscontrole: iedereen die wil neemt de lift naar de 5e verdieping.

posted @ 5:29 AM

Sunday, September 30, 2007

Schorer 40 jaar

Homoseksualiteit in de media. Dat was het thema van een discussie onder leiding van Margriet Brandsma over homoseksuelen en beeldvorming in de media tijdens de veertigste verjaardag van de Schorerstichting. Het is zo'n gelegenheid waar je nog als internet deskundige wordt geïntroduceerd. In het panel deden behalve ik ook Jacob Gelt Dekker, Henk Burger, en Irene van Stichting Ondersteboven mee.

Is er nu wel of niet wat veranderd in de beeldvorming de afgelopen 20 jaar was de openingsvraag. Het panel was verdeeld. Er zijn veel meer holebi's te horen en te zien in de media, maar in GTST of ander Nederlands drama komen ze er bekaaid vanaf. Lijkt mij een kwestie van de producent en scriptverantwoordelijken tot de orde roepen, zoals succesvol eerder e de serie 'Vrouwenvleugel'. 'Hoe wil je dan afgebeeld worden', was de vraag van Jacob Gellt Dekker. Toen stokte de discussie. 'Normaal, divers zoals we zijn', was de mening van Henk Burger.

Had ik nu internet in portfeuille bij Schorer, dan zou ik doen wat deze tijd van 'Nieuwe Helden' van ons vraagt en een paar aansprekende boegbeelden aan het bloggen te zetten. Een paar stevige bikkels die als ware campaigners aan de gang gaan en er voor zorgen dat er voor de kerst een lesbisch stel in GTST zit.

Een natte vinger enquete in de zaal wees uit dat vijf van de ongeveer honderd aanwezigen een weblog onderhielden. Da's niet genoeg! Maar in het nagesprek op de gang met twee aardige dames bleek waarom. De aanwezigen, gemiddeld ruim 40+ voeren op allerlei andere manieren actie. Dat bloggen was misschien meer iets voor jongere generaties? Ik denk dat ze gelijk hebben. Dus Schorer, lap de 23-jarige rechtenstudente en binnenkort ruimtereiziger Betty Veenman erbij. Zij is naar eigen zeggen (Algemeen Dagblad) 'de jongste en vermoedelijk ook eerste lesbische vrouw ter wereld die dit onderneemt'.

posted @ 8:54 PM

Thursday, September 27, 2007

Zo'n 50 docenten en professionals uit de interactieve media sector ontwikkelden in drie uur tijd vier scenario's voor het medialandschap in 2015. Krijn Schuurman (Internic) deed de kickoff door in hoog tempo verleden en huidige trends in het mediagebruik te benoemen en vandaaruit extrapolaties naar de toekomst te maken. Zo stelde hij dat de impact van trends vaak onderschat wordt op de lange termijn en overschat op de korte termijn.

De deelnemers waren gegroepeerd aan vier tafels volgens het principe van netwerk-resonantie (je gaat zitten naast iemand die je kent, iemand die je leuk vindt, of je vindt toevallig een lege stoel). Na een uur hard werken lag er voldoende op tafel om de assen voor de scenario's te bepalen. De horizontale lijn bestond uit NIEUWE HELDEN (zoals Beppe Grillo, de komiek die de Italiaanse politiek momenteel op stelten zet) en TRANSPARANTIE (de vele websites waar je ervaringen van consumenten met leveranciers kunt raadplegen), de verticale lijn uit INDIVIDU en GROEP.

Op basis van de vier scenario's werden de nieuwe beroepen in het medialandschap in kaart gebracht. Zoals life designers, die op bestelling nieuwe profielen voor je maken of taggeteers, die content op maat produceren. Ook is voorzien in een nieuwe toezichthouder, de Tagging Autoriteit. Deze ziet toe op het juiste verloop van het tagging proces en houdt toezicht op het bewaren en editen van tags.

De opbrengst van deze middag wordt nu uitgewerkt in een 'White Paper', dat onder andere via dit weblog beschikbaar zal zijn. De sessie is de start van de kenniskring 'Beroepsprofiel Interactieve Media 2015', die als opdracht heeft om de scenario's verder uit te werken, de beroepen vlees op de botten te geven en een set robuuste competenties te ontwikkelen. Deze zullen gebruikt worden als ijkpunt voor het onderwijs aan het Instituut voor Interactieve Media van de Hogeschool van Amsterdam. Technorati Profile

posted @ 10:34 PM

Wednesday, September 13, 2006

26 Oktober is het één jaar geleden dat 11 mensen in vreemdelingendetentie omkwamen tijdens de Schipholbrand. Een veel grote aantal raakte gewond of getraumatiseerd. Wij zijn er met zijn allen getuige van hoe moeilijk het is voor de Nederlandse overheid en politiek om verantwoordelijkheid te nemen.

De inhumaniteit van het Nederlandse vruchtelingenbeleid is een één van de thema's van Solidariteitsfonds XminY. Onder de naam Vertrokken Gezichten is een campagne gestart om mensen te mobiliseren de Schipholbrand te gedenken. Iedereen die zich daartoe aangespoord voelt -in het bijzonder campaigners, ontwerpers, cartoonisten, tekenaars- wordt uitgenodigd om om een ontwerp in te dienen voor een politieke poster tegen vreemdelingendetentie en het restrictieve vreemdelingenbeleid. Kijk voor meer informatie op de website van Vertrokken Gezichten en DOE MEE.

posted @ 10:31 PM

Saturday, July 01, 2006

100 Dagen na de verkiezingen voor de gemeenteraad, verdiepten een groot aantal stadsdeelraadsleden zich in buurthuis 'De Bonte Kraai' (Amsterdam Zuid-Oost) in een zestal thema's die er de komende collegeperiode toe doen. Charlotte Riem Vis nodigde Marleen Stikker en mij uit om een inleiding te verzorgen over het thema 'Creatieve Industrie'. Daarna volgende een brainstorm over de vraag hoe de stad de creatieve potentie van al haar inwoners kan benutten en welke rol de stadsdelen daarbij zouden kunnen spelen. Riem Vis stelde het thema aan de orde omdat ze bezorgd is over de focus van beleidsmakers op het economische belang van de creatieve industrie. Het gaat om de output van al die creativiteit en op de vraag of mensen daarmee in hun levensonderhoud kunnen voorzien. De autonome waarde van cultuur als 'anima' van de grote stad komt zo nog erger onder druk te staan.

Bij de start van de discussie bleek dat het lastig om greep te krijgen op de creatieve industrie omdat er zoveel verschillende disciplines in zijn onder gebracht en de range zo breed is; van autonome kunst tot wat vroeger nijverheid heette, van gearriveerde gezelschappen tot zakelijke dienstverlening. Het begrip 'industrie' is ook verwarrend omdat het associaties oproept met grote bedrijven. Creatieve sector is eigenlijk de correcte vertaling van het Engelse begrip ' Creative Industries'. Blijft het probleem dat voor echt zinvol beleid niet alleen Economie en Kunst & Kultuur moeten samenwerken, maar ook Educatie, Werk en Inkomen, Jeugd en Diversiteit, Welzijn en Ruimtelijke Ordening de handen ineen moeten slaan. Een blik op portefeuilleverdeling van het college van B&W in Amsterdam leert dat daarmee alle vijf de wethouders een steentje zullen bijdragen. Dat maakt benieuwd naar de plannen.

De discussie leverde echter heel wat concrete aangrijpingspunten op waarmee stadsdeelraadleden de komende jaren aan de slag kunnen.

  • Stadsdeel west heeft een Cultuurscout aangesteld, die actief mensen benadert en een website in de lucht heeft gebracht waar vraag en aanbod elkaar eenvoudig kunnen treffen. Het stadsdeel weet inmiddels wie wat doet in de creatieve sector en neemt een actieve makelaarsrol op zich.
  • In flink wat stadsdelen ontwikkelt het buurthuis zich tot 'centrum voor talent', waar jongeren met een passie voor muziek, video of theater zich kunnen uitleven. Sommige van die centra, zoals Jaco, slagen erin om relaties aan te knopen met belangrijke spelers in de sector, zoals Fabchannel. Het is een goed idee om elkaar te informeren over die good practices, zo concludeerden de aanwezigen.
  • Zorg voor voldoende uitnodigende plekken waar mensen vrij van regels op hun eigen voorwaarden hun talenten kunnen ontwikkelen. Het is echter onmiskenbaar dat Amsterdam onbetaalbaar is geworden voor jonge starters, die uitwijken naar Zaandam, Amsterdam Noord, IJmuiden.
  • De wijze waarop binnen de stadsdelen beleid wordt ontwikkeld eens kritisch tegen het licht houden en waarborgen dat degenen voor wie het beleid wordt gemaakt, er al in de ontwerpfase bij betrokken worden. Het eigen aanbestedingsbeleid doorlichten en ruimte maken voor opdrachten aan de creatieve sector voor bijvoorbeeld het organiseren van evenementen, het ontwerpen van drukwerk en websites, videoregistraties, styling etc.
  • Creeër schakelpunten voor jongeren die van hun passie hun vak willen maken via een mbo en hbo opleiding, voor freelancers die een bedrijf willen beginnen, voor kleine bedrijven die groter willen groeien. Dat kan al heel simpel door als stadsdeel het eigen netwerk in te zetten. Nog beter zou het zijn wanneer de stad de oprichting van een Ontwikkelmaatschappij entameert.
  • Besteed aandacht aan de meest kwetsbare groep, jongeren die na hun opleiding willen beginnen. Hun probleem is dat de instanties pas aan het werk gaan als een businessplan ligt en ze aan honderd en één regels en voorwaarden voldoen.
Nog een paar nachtjes slapen en we zullen zien wat het Amsterdamse College voor ons in petto heeft. En of het gelukt is om dwarsverbanden te leggen tussen Ruimtelijke Ordening, Kunst & kultuur, Educatie, Jeugd & Diversiteit en Financiën.

posted @ 11:11 PM

Sunday, June 18, 2006

Vier studenten van het Instituut voor Interactieve Media organiseerden als onderdeel van hun afstudeerjaar een seminar over In Game Advertising onder het motto ' Hoeveel kun jij aan'?.

Ondanks het mooie weer was de zaal met negentig bezoekers goed gevuld. Terecht, want de jonge interactieve mediaprofessionals presenteerden niet alleen de uitkomsten van hun eigen onderzoek, maar hadden ook een interessante stel sprekers bij elkaar gebracht. Geen saaie powerpoint maar een flitsend filmpje, waarin zij slim illustreerden wat volgens games nog acceptabel is en wat echt niet kan. Host Skate the Great hield de vaart erin, maar zette met zijn commentaar ook de toon: op traditionele vormen van reclame - commercials, banners, pop ups - zit scht niemand te wachten. Nog wel acceptabel zijn zaken die in de echte wereld ook verschijnen, zoals billboards, reclamezuilen, affiches. Beter geen realistische auto's in een mario game. Spulletjes die logisch onderdeel zijn van het spel kunnen weer wel. Veel impact heeft dit echter allemaal niet. De toekomst ligt naar alle waarschijnlijkheid in sponsord games, waarvan David Nieborg (ASCA, UvA) bij wijze van illustratie het een en ander vertelde over America's Army. Dit is het nieuwste wapen van recruiters - die natuurlijk als beste wapen nog altijd beurzen voor het hoger onderwijs hebben te bieden-. Propaganda van de bovenste plank natuurlijk. Typisch aan het spel is dat je alleen de Amerikaanse Soldaat kan spelen. Je kunt kiezen uit verschillende missies en spelen in echte landschappen. Het game wordt ook gebruikt voor simultatietraining van echter soldaten. Zij kunnen zich op die manier voorbereiden op een verblijf in pakweg Afghanistan.

Ik trots natuurlijk op Sven Mol, Ken Kumentas, Sjoerd Vijfhuizen, Baneisa Ahioud, Pepijn Borgwat, Wouter Hömann, Maurits van der Zouw, studenten van de eerste lichting afstudeerders en Marianne Spier, die hen begeleidde. De Telegraaf schreef er een verslag over. Zo'n evenement als dit, een ruimhartige medewerking van professionals, is een prachtige invulling van de strategische doelstelling ' als hbo bijdragen kennisontwikkeling in de sector'.

posted @ 1:12 AM

Thursday, April 06, 2006



Vandaag was het feest bij Interactieve Media. Zo'n 250 beroepsbeoefenaren bezochten de SPIN Awards Day, die op initiatief van het Instituut voor Interactieve Media plaatsvond bij de Hogeschool van Amsterdam. De gasten bekeken 32 cases in zes categorieen. Een lange zit volgens de deelnemers, maar wel de moeite waard. Je krijgt zo toch een aardig beeld van de actuele ontwikkelingen. De winnaars worden donderdag 13 april bekendgemaakt tijdens de SpinAwards Night. Nog zes nachtjes slapen dus voordat de uitslag bekend is.

Voor mij een klassiek voorbeeld van een win-win situatie. Interactieve Media besteedt veel aandacht aan de interactie met het beroepenveld. Zo blijven we niet alleen goed op de hoogte van de ontwikkelen in de branche en bij haar klanten en opdrachtgevers, maar scheppen we voor studenten ook mogelijkheden om stages, projecten en wie weet een leuke baan te versieren. Een uitgelezen kans dus toen we door de organisatie van de SpinAwards werden benaderd met de vraag of zij van onze locatie gebruik mochten maken voor de jury dag. Paul en zijn crew zorgen de hele dag voor een stream, Thomas bracht de presentatie van het instituut op orde en Marianne bestierde samen met Mattijs en studenten de stand. We kwamen vele oude vrienden tegen en legden nieuwe contacten. Wil je nog een kaarten bestellen voor de SpinAwards Night, ga dan naar de site van Spin Awards voor je kaartje

posted @ 8:19 PM

Tuesday, April 04, 2006

Zo luidt een bijzonder cynisch stukje van Paul Vlugt in Het Parool van maandag 3 april over de lancering van de Wethouder van Creativiteit. Jammer toch dat die krant - die zich qua positionering toch voor een belangrijk deel op de Creatieve Industrie richt - er alleen maar zuur doet in haar berichtgeving.

posted @ 7:22 AM

Monday, April 03, 2006


Rudy Lion Sjin Tjoe interviewt Peik Suyling

Op zaterdag 1 april presenteerde ACX haar cadeau aan de stad Amsterdam. Hieronder mijn speech over ' dwarsverbanden' .

Lateraal denken – het kunnen leggen van dwarsverbanden – is sinds mensenheugenis de bron van alle creativiteit. Lateraal denken manifesteert zich in individuen –creatieve mensen - maar ook in groepen – creatieve teams - en in netwerken - een creatieve stad. En al evenzeer sinds mensenheugenis is de stad de plaats waar zich binnen een dicht weefsel van sociale netwerken bloeiende kernen van creativiteit kunnen vormen.

Met de overgang naar de kenniseconomie is creativiteit geoormerkt als een zeer belangrijke economische productie factor. En een creatieve stad is een noodzakelijke voorwaarde geworden voor een gunstig investerings- en productie klimaat.

Het is dus erg belangrijk dat we ons buigen over een goed model om creativiteit te organiseren en een kritische analyse te maken van de belangrijke randvoorwaarden. Zoals daar zijn: voldoende woningen met lage huren, rafelranden in de stad, en de mogelijkheid om een fatsoenlijk inkomen te verwerven. Alleen dan blijft er uberhaupt tijd over om actief te zijn in dwarsverbanden. Kapitaal, een opdrachtgever die risico durft te nemen, is een andere belangrijke randvoorwaarde.

Er is al veel onderzoek gedaan naar hoe een creatieve industrie te ontwikkelen. Er is dus al veel bekend over wat te doen en niet onbelangrijk – wat te vermijden. Dat onderzoek leert ons dat het nog niet zo eenvoudig om met creatieve industrie ook een economische output van betekenis tot stand te brengen. Asociaal , onrendabel en autonoom zijn belangrijke waarden gebleken, die gekoesterd moeten worden. Een tweede les uit onderzoek is dat zich onder de top van de creatieve superstars een evenzeer belangrijke midden- en onderklasse klasse beweegt die echt alle zeilen moet bijzetten om zich een redelijk inkomen te verwerven. We hebben het dan wel over dertigers die het nog steeds aan de middelen ontbreekt voor bijvoorbeeld het starten van een gezin.

Ik stel voor mijn beleidsperiode te beginnen met het ontwikkelen van een goed concept voor Amsterdam als Creatieve Stad. Want laten we wel wezen, welke stad afficheert zich tegenwoordig niet als creatief? Dat doet het immers goed in de citymarketing. Maar in feite draait het hier om een strategisch ontwerp vraagstuk. Hoe en welke dwarsverbanden te organiseren en hoe een cultuur te bevorderen waarin deze dwarsverbanden kunnen gedijen? Deze vraagstukken liggen aan de basis van een goed concept voor de Amsterdamse Creatieve Industrie. Als wethouder zal ik daarom alle aanwezige kennis, ambitie en passie organiseren in een stadsvrijplaats om in vijf bijeenkomsten via public research een goed concept te ontwikkelen. De eerste vrijplaats wordt gehost door de Hogeschool van Amsterdam op 21 april in de Van Gendt Hallen.

Een concept alleen is niet voldoende. Geheel tegen de trend van terugtredende en nog slechts faciliterende overheid in, zal ik tijd besteden aan het organiseren van een andere belangrijke productiefactor: die van het kapitaal. Amsterdam stelt daarom een Commissioner voor de Creatieve Industrie aan. Deze commissioner organiseert een flink budget van zeg 50 miljoen bij bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid. Dit geld gaat niet naar een fonds of incubator, maar naar een ontwikkelmaatschappij. Het zal gebruikt worden om in dwarsverbanden opdrachten uit het publieke domein te realiseren, zoals het bevorderen van sociale cohesie, het ondersteunen van het informele leren en het stimuleren van dwarsverbanden.

Met een goed concept en de goede werken van de commissioner en de ontwikkelmaatschappij wordt het derde doel gerealiseerd. Een gezonde toekomst van die duizenden mensen die hun toekomst zien in de creatieve industrie. En dan verwacht ik dat als dr. Rosalind Gill in het najaar van 2010 voor de tweede maal de uitkomsten van haar onderzoek ‘ workers in the creative industry’ presenteert, er andere cijfers figureren als er gevraagd wordt naar de inkomens van mensen. Het gemiddelde inkomen uit arbeid in de creatieve industrie bedraagt dan 40.000 euro per jaar voor mannen en vrouwen. Ten opzichte van de huidige situatie betekent dat voor mannen een verdubbeling en voor vrouwen een verviervoudiging van het huidige inkomen.

posted @ 11:14 PM | Feedback (18)

Tuesday, October 18, 2005

Op 17 en 18 maart vond de eerste Creative Capital Conferentie plaats in Felix Meritis in Amsterdam

Twee vragen stonden centraal. Wat is nu eigenlijk de culturele dimensie van de kenniseconomie en wat is de rol van het publieke domein in het ontwikkelen van innovatie tactieken en strategieën voor de kenniseconomie. Welke maatregelen, van stedebouwkundige arrangementen tot en met opleidingen, zijn er nodig om te zorgen dat het creatieve kapitaal tot ontwikkeling kan komen?

Uit een aantal recente onderzoeken is gebleken dat het publieke domein een belangrijke broedplaats is voor nieuwe innovatieve bedrijven (oa. Amar Bhidé: the origin and evolution of new businesses). Geen wonder dat landelijke, regionale en lokale overheden worstelen met de vraag hoe zij deze nieuwe creatieve industrie kunnen stimuleren en ondersteunen en dat bedrijven zich afvragen hoe zij creatieve mensen kunnen behouden voor hun organisaties.

De deelnemers aan de conferentie vormde een bonte verzameling van nieuwe media ontwerpers, stedebouwkundigen, stadsontwikkelingsdeskundigen, experts op het gebied van sociale innovatie, cultureel ondernemers, beleidsmakers, politici en vertegenwoordigers van het hoger beroepsonderwijs. Na anderhalve dag plenaire presentaties en interactieve sessies kon geconcludeerd worden dat er meer vragen opgeroepen waren dan er beantwoord konden worden. Wel leverde de conferentie meer dan voldoende stof op voor de eerste ‘public agenda’, en het samenstellen daarvan was het belangijkste doel van de conferentie (zie www.creativecapital.nl)

Bijzonder interessant was dat voor het eerst zichtbaar werd uit wat voor soort mensen de creatieve industrie nu eigenlijk bestaat. In het onderzoek dat TNO o.l.v. Paul Rutten uitvoerde in opdracht van de stad Amsterdam, bleek al dat het niet eenvoudig is om uit het registratiesysteem van de Kamer van Koophandel een eenduidig overzicht samen te stellen. De creatieve industrie is een mix tussen bedrijven uit de sectoren ICT en Nieuwe Media enerzijds en de media (tv-makers, filmmakers, journalisten) en culturele industrie (theatermakers, kunstenaars, organisatoren van evenementen) anderzijds. Zo geredeneerd telde Amsterdam telde in 2004 zevenduizend van deze bedrijven, met als bijzonder kenmerk dat het leeuwendeel tussen één en vijf medewerkers telt.

De conferentie was georganiseerd rond drie thema’s:

Creatieve crossovers, die vormgeven aan het Open Innovatiemodel. Uit talloze onderzoeken blijkt dat de succesvolle innovaties in de kenniseconomie anders ontstaan dan in de industriële samenleving. Hierover werd een interessant onderzoek gepubliceerd door Alexander Loudon (Webs of Innovation). Typisch voor het Open Innovatiemodel is de vorming van consortia die bestaan uit zowel grote als kleine bedrijven en waarin klantenbestanden, technologiëen en leveranciers worden samengebracht. Bij elke participant in het netwerk zijn zowel de marketingafdeling, als de afdeling Research & Development als de productieafdeling betrokken. Het proces word gestuurd door de behoeften van de klant en klanten zijn vaak rechtstreeks betrokken bij het ontwerp- en ontwikkelproces.

Creatieve steden. Na de publicatie van Richard Florida’s The Rise of the Creative Class, wil elke stad een creatieve industrie. In Singapore was dit probleem in een ommezien opgelost door elke burger op te dragen zich voortaan creatief en innovatief te gedragen. Amsterdam worstelt met het broedplaatsen beleid. Hoe komt het toch dat lokaties die officieel worden aangewezen als broedplaats maar moeilijk op gang komen, terwijl het gebouw Post CS zich binnen enkele maanden en zonder één cent subsidie ontwikkelt tot de hotspot van de creatieve industrie in Amsterdam?

Creative Commons. Een creatief product heeft vele makers. Ook voortbouwen op andermans werk is een belangrijk kenmerk van producten en diensten in creatieve industrie (denk bijv. aan nieuwe plugins voor browsers of het samplen van bestaande muziek door vj’s). Bestaande regelingen op het gebied van auteursrecht en intellectuele eigendom kunnen hier slecht mee uit de voeten. Helemaal ingewikkeld wordt het als het gaat om publieke content, zoals cultureel erfgoed of werkstukken en toepassingen die binnen het onderwijs ontwikkeld worden. Creative Commons ontwikkelde een alternatieve licentiestructuur, die is aangepast aan de Nederlandse regelgeving.

De conferentie bestond uit plenaire presentaties en interactieve sessies. In de plenaire sessies werd vooral aandacht geschonken aan de urgentie voor de Europese / Westerse economiën om serieus werk te maken van het stimuleren van de creatieve industrie. Op donderdag opende Charles Leadbeater (www.) met een paar schokkende feiten. India telt over tien jaar meer mensen met een universitaire graad en wetenschappers dan de totale Britse bevolking. De loonkosten liggen echter nog op geen tiende van die in Europa. In de moderne mondiale economische verhoudingen, waar outscourcing en offshoring naar lage lonen landen aan de orde van de dag is, is het dus noodzaak dat de Westerse beroepsbevolking zich bezint op de waarde die zij toevoegt aan producten en diensten.

Leadbeater gaf een aantal voorbeelden. Innovatieve bedrijven slagen erin om hun klanten via interactieve netwerktechnologie te laten werken aan productontwikkeling. De klant wordt dus één van de ‘resources’ van het bedrijf.

Het meest bekende voorbeeld is Linxux, waar een gemeenschap van 140.000 ontwikkelaars ruim 20 miljoen gebruikers bedient. Dit model is door Electronic Arts geadopteerd voor hun spel The Sims. De spelers van dit spel maken inmiddels 90% van de content, zoals poppetjes, kleding, meubilair, accessoires. Ook bij Ebay (een veilingsite) produceren de gebruikers de content (de te veilen goederen). Leadbeater schetst een wereld waarin een ‘kernel’ (operationele kern, een begrip uit de software wereld) de zaken zodanig organiseert dat grote hoeveelheden mensen hun bijdrage kunnen leveren. Deze kernel stelt de parameters en regels vast waarbinnen deze mensen opereren, maar oefent verder geen controle uit over de wijze waarop mensen hun taken uitvoeren. Leiders dienen zich te beperken tot (het doen) stellen van doelen en waarden en moeten in staat zijn om deze helder te communiceren.

Op vrijdag betrad Pekka Himanen (www.pekkahimanen.org) het podium met een presentatie over de cultuur van creativiteit. Himanen stelt dat Europeanen behoorlijk goede uitvinders zijn, maar nog een magere prestatie leveren wanneer geteld wordt hoeveel van deze uitvindingen tot succesvolle bedrijven hebben geleid. Volgens Himanen moeten bedrijven zich de vraag stellen hoe zij creatieven in marketing, R&D , sales en productie aan zich kunnen binden. Als handvat presenteerde Himanen de ‘Wet van Linus’ (Thorvalds, de uitvinder van Linxux) die in werking treedt wanneer aan alle behoefte volgens de ‘Wet van Maslow’ is voldaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

posted @ 11:11 AM | Feedback (18)

 

Maandag – Amsterdam – Los Angeles

Zo’n 60 Amsterdammers bezochten onder de vlag van Amsterdam Partners de steden Los Angeles en San Francisco. Doel van de reis was te bestuderen hoe de creatieve industrie zich in die steden ontwikkelt, contacten leggen met Amerikaanse bedrijven en natuurlijk onderling netwerken. De delegatie bestond uit vertegenwoordigers van de gemeente, de grote bedrijven in Amsterdam, de hbo-instellingen en de universiteit van Amsterdam en vertegenwoordigers uit de nieuwe media industrie. Het gezelschap had elkaar één keer eerder ontmoet in de ambtwoning van de burgemeester, die ook officieel delegatieleider was.

De HvA werd vertegenwoordigd door cvb voorzitter Sijbolt Noorda, Willemijn Maas (directievoorzitter Economiecluster), Tonnie Triezenberg (Instituut voor Information Engineering Almere) en mijzelf.

Op schiphol worden via de achterdeur naar het vliegtuig geleid. Na 10 uur vliegen installeert de delegatie zich in het hotel en winkelt in het Beverly Centre. ’s Avonds dineren we in een speciaal daartoe afgehuurd restaurant. De delegatieleden stellen zich voor en iedereen vertelt wat hij komt halen en brengen. Op tijd met de bus naar huis.

Dinsdag – seminar – network lunch – Lucky Brands – pootje baden in de Pacific – borrelen bij de consul

Wakker worden in Los Angeles. De dag start heel Amerikaanse om acht uur met een breakfast seminar en een network lunch. Nederlandse en Amerikaanse sprekers wisselen elkaar af rond de thema’s van deze reis. Wat zijn de ontwikkelingen in de markt, wat gebeurt er op het gebied van content en dan met name in games, wat betekent dit voor de competenties van het personeel? Job Cohen verricht de formele aftrap met een filmpje dat begint met…. De burgemeester op de fiets die niet verder kan rijden omdat de gracht is opengebroken.

Lee Feldman van het o.a. in Amsterdam gevestigde Blast Radius geeft voor de Amerikaanse gasten een inspirerend overzicht van wat Amsterdam allemaal te bieden heeft voor de mensen die zich bezighouden met de 3D’s: Dream Up, Develop & Deploy van wat je maar wilt. Volgens Lee is Amsterdam bijzonder omdat de stad je de ruimte geeft om te reflecteren en even stil te staan bij waar je mee bezig bent. Maak een wandeling langs de grachten en je komt iets geks tegen. Precies dat hebben creatieven nodig om te kunnen blijven presteren. Er zijn bovendien goede opleidingen in Amsterdam en de regio zo meent hij.

Paul Römer (Endemol Nederland) schetst de ontwikkelingen op het televisiekanaal. Hij legt uit dat het businessmodel van de omroepen / zenders nu rap achterhaald zal worden. Het huidige verdienmodel is gebaseerd op het aantrekken van een bepaald publiek op een bepaald moment zodat het de commercials kan bekijken. Omroepen zijn dus experts in scheduling en precies die rol wordt overbodig zodra tv content on demand opgehaald kan worden. Mobiele apparatuur creeërt nieuwe gebruiksmogelijkheden, maar het is nog onduidelijk hoe daar geld mee verdiend kan worden. De nieuwe businessmodellen liggen nog niet op de plank, maar duidelijk is dat de consument zal gaan betalen voor allerlei diensten. En dus wordt het erg belangrijk om bij de ontwikkeling van nieuwe formats voor het televisiekanaal te gaan begrijpen wat de consument nu eigenlijk beweegt. Naar zijn mening is de input van Cognitie Wetenschap nodig om ontwikkelaars bij te brengen met welke content en applicaties zij werkelijk impact kunnen hebben op de consumentenmarkt.

Media Republic (130 medewerkers) presenteert het nieuwe game Killzone, waarmee het hoog in ranglijst van Playstation Games terecht is gekomen. De zaal wordt even stil. Killzone schetst een ruige wereld waarvan artwork en setdressing bij mij herinneringen oproepen aan Lenie von Riefenstahl’s ‘Triumph des Willens’. Een nieuwe game is Ecky, een website waar je gedurende 6 dagen een virtueel kind kunt onderhouden. Slaagt je missie, dan stapt het kind de wijde wereld in. Het businessmodel draait op adverteerders die betalen voor productplacement bij de producten die je voor je virtuele kind kunt kopen.

Na de koffiepauze brengt Ton van der Gaag (KPN Regio Amsterdam) het publiek op de hoogte van de ontwikkelingen in het telefoniekanaal. Reeds 12% van alle Nederlandse huishoudens heeft geen vaste telefoon meer. De curves van GPRS en UMTS toestellen gaat steil omhoog. Bellen wordt in de toekomst gratis, nieuwe dataservices moeten in de orgen van Van der Gaag voor groei bij telecom providers gaan zorgen. Hij onderschrijft de mening van Römer dat de businessmodellen hiervoor nog uitgevonden moeten worden: ‘Dat is overigens ook creatief werk’.

Aansluitend gooit Marleen Stikker van WaagSociety hoge ogen met haar presentatie van Amsterdam:1550, een UMTS game voor VMBO leerlingen over de stad in de middeleeuwen rond het mysterie van de onbrandbare hostie. Stikker poneert de stelling dat de spelers zelf de killerapplicatie zijn..

De ochtend wordt afgesloten met een presentatie door Michael McCracken (COO van Underground Online) met een aardige schets volgens de persona methode van de mensen die in de creatieve industrie werken. De competenties van Interactieve Media zijn 1 op 1 herkenbaar.

Tijdens de lunch een presentatie van Nintendo, waarin de hele keten van concept tot consument aan bod komt. Er is ook vijf minuten tijd om Mark Meadows te begroeten, game designer en gepromoveerd op het onderwerk ‘pause and effect’ in interactieve media toepassingen. Vorig jaar verbleef Mark enige tijd als artist in residence bij WaagSociety en verzorgde hij een gastcollege aan de studenten Interactieve Media. Mark heeft het geweldig naar zijn zin in LA met een 30 miljoen groot dollar project. Ik breng hem de groeten van onze docenten en studenten over. We besluiten het maken van afspraken over zijn bezoek aan Amsterdam per email afhandelen.

’s Middags vertrekt de delegatie per de bus naar Santa Monica voor een bezoek aan Lucky Brand Jeans. Een retailconcept van vrije tijdskleding, dat door Mexx naar Europa zal worden gebracht. Het bezoek viel een beetje in het water omdat de groep behoorlijk groot is. Het uurtje vrij wordt door de meeste delegatieleden benut voor een bezoek aan het strand. Willemijn en ik ontdoen ons van panties en laarzen en kuieren naar kustlijn. Pootjebaden in de Pacific! We verbazen ons over het lege strand. Zeker nog te koud. We filosoferen over het verhaal dat de reisleidster ons vertelde over de ‘drive’ van LA. Hoewel de entertainment industrie slechts op de 5e plaats staat, heeft zij een sterke stempel gedrukt op de cultuur van het gebied. De meeste mensen dromen ervan in Beverly Hills te wonen en in Hollywood te werken. Beverly Hills heeft de hoogste juweliersdichtheid ter wereld. De openbare ruimte is prachtig verzorgd. En ja, als het qua temperatuur mogelijk om het hele jaar door in zomergoed langs de boulevard te flaneren, dan is het inderdaad maar beter om strak in het vel te zitten.

.’s Avonds borrel bij de Nederlandse consul thuis. Consul en burgemeester speechen over de banden tussen de steden vanaf de rand van het zwembad, daarna zijn er lekkere hapjes. Om 10.00 terug in het hotel om nog wat te drinken in de bar.

Woensdag – EA3 – vlucht naar San Francisco – Supperclub

Een groot deel van de delegatie vertrekt al heel vroeg naar San Francisco om ’s middags een bezoek aan Ex’pression College af te leggen (waarover later meer). Zo’n 20 mensen vertrekken later, zodat er tijd is om de EA3 beurs te bezoeken.

Het wordt een bliksembezoek van 2,5 uur, vakkundig in elkaar gezet door Kurt Kratchman van Blast Radius. Een beurshal zo groot als de halve RAI was gevuld met de nieuwste hardware en software. Tijdens de beurs wordt de Playstation 3 geïntroduceerd en vinden de premieres plaats van ladingen nieuwe spelletjes voor de nieuwe Gameboy.

Binnen is onmiskenbaar de 24ste wereldoorlog tussen de Action Men en de Barbies uitgebroken. De ene stand is nog groter dan de anderen en overal staan grote schermen waarop demo’s draaien. Na de rondleiding stroop ik het laatste uur samen met Kurt de grootste hal af op zoek naar opvallende trends en meest populaire markting concepten. Over de trends kunnen we kort zijn: heel veel spellen met krijsende en moordende aliens en ander eng gespuis, en veel games naar de film (James Bond, Shrek, The Godfather) of de tv-serie (ER), ook al gelooft niemand dat dit soort games echt succesvol zullen worden. Veel spellen zijn gemaakt in realistische 3D animatie. Kurt vertelt dat er in LA een markt ontstaat voor goed gebouwde acteurs die hun lichaam laten ‘rippen’ om het 3D figuur goed te kunnen modelleren. Mobiele games komen maar moeizaam van de grond omdat er tussen operators geen afspraken zijn over het doorsturen van dataverkeer. Met als gevolg dat je nog geen sms’ je kunt versturen als zender en ontvanger niet dezelfde provider hebben.

Met de marketingconcepten zijn we we snel klaar. Op een beurs is het de kunst om een lange rij voor de stand te creëeren. Daarvoor zijn verschillende methoden. Meest populair zijn de ‘booth babes’ die de bezoekers de gelegenheid bieden tot een ‘photo opportunity’ waarbij net geen tepels te zien zijn. Merchandising weggeven in de vorm van poppen, speelkaarten, t-shirts of knipperende gadgets komt op een goede tweede plaats. Op de derde plaats en naar onze mening het meest inhoudelijk: gelegenheid om een nieuw level van een game of zelfs een geheel nieuw game gratis te downloaden.

De beurs is niet open voor het publiek, maar het was wel duidelijk dat er uitsluitend liefhebbers aanwezig zijn. In grote drommen gapen ze naar grote schermen met demo’s en commercials. Veel mensen zijn van de pers: ook bloggers kunnen een accreditatie krijgen. Verder veel developers, designers en retailmensen.

De grote klappers zijn de stand van Nintendo (nieuwe gameboy) en die van Electronic Arts (o.a. The Sims). Kurt leidt ons speciaal langs de landenstands voor het geval we op het idee komen ons volgend jaar als Nederland te presenteren in Los Angeles. De boodschap is duidelijk: de landenstands leggen het op deerniswekkende wijze af tegen het visuele geweld waarmee de hardware fabrikanten en uitgevers hun nouveautés presenteren. Michiel Frackers denkt dat we hier het beste het Holland House neer kunnen zetten of anders de Amstel Ballenbar. Drank op de beursvloer is echter streng verboden.

Met tuitende oren proppen we in het busje op weg naar het vliegveld een lunch naar binnen. Verwend als we inmiddels zijn, denken we in de rij voor de controle alweer voor een VIP behandeling in aanmerking te komen. Het tegendeel is waar, we zijn naar de rij voor extra grondig controleren gedirigeerd! Schoenen uit, riemen af, colbertjes uit, laptops uit de tas en dat alles op snauwerige toon. De poortjes piepen nog steeds onrustbarend als de half ontklede delegatie er doorheen gaat. Michiel Frackers is ervan overtuigd dat Nederlanders extra gecontroleerd worden sinds de moord op Theo van Gogh. De lange rij geeft ons de gelegenheid om een nieuw level voor ons citygame te bedenken: je mag meteen naar level 5 als het je lukt om een bom het vliegtuig in te smokkelen. Frackers houdt de boel ondertussen goed in de gaten en demonstreert met welke typen uitgestreken gezicht we ons straks bij het poortje kunnen presenteren. Security is not amused.

’s Avonds worden we verwacht voor de pre-opening in de Supperclub San Francisco. Het meubilair is nog niet gearriveerd, maar de acts zijn er wel. Supperclub is aan het uitbreiden met vestigingen in Europa en de US. Onlangs werd een cruiseschip aangekocht. De afdeling ‘Supperclub on Location’ verzorgt partijen waar ook ter wereld met een mobiele partykit. Die werd ook ingezet om de ruimte in San Fransisco aan te kleden.

Eenmaal binnen wordt meteen het verschil tussen San Francisco en Los Angeles duidelijk. In Los Angeles jaagt iedereen dezelfde droom na, in San Francisco is het vooral belangrijk om je zelf te zijn. De avond opent met een powerpoint waarin de Supperclub het concept en de ambities uit de doeken doet. Dan begint het lange wachten op de burgemeester van San Francisco, die zich uiteindelijk laat verexcuseren. Zijn vervangster heeft ook een mooie speech en neemt het cadeau van Amsterdam in ontvangst uit handen van Job Cohen: een in wit plastic gegoten lamp in de vorm van een amsterdammertje, verpakt in zilverplastic. Ze begint opgewekt met uitpakken maar bevriest wanneer er een wit topje te voorschijnt komt. Ze gelooft haar eigen ogen niet, maar alles wijst er op dat die knappe burgemeester van Amsterdam echt is komen aanzetten met een reuzendildo! Cohen weet de situatie te redden. De reputatie van de Amsterdammers als creatieve grappenmakers zit gebeiteld bij de gasten.

Aan het einde van de avond blijkt niet één van de creatieven maar delegatielid Jan de Rooij van Deloitte de volgende ronde in het citygame gewonnen te hebben: hij heeft als enige een een aansteker door de controle op het vliegveld weten te smokkelen. Om half twaalf naar het hotel en nog halfslachtige pogingen gedaan om een maaltijd opgediend te krijgen. We worden resoluut verwezen naar roomservice en druipen af naar onze kamers.

Om 12.00 op de rand van bad lang gebeld met echtgenoot Minne – die zelf net op kantoor bezig is met de ochtendpost.

Donderdag – Internet Archive – Six Apart – Ex’pression College –diner met Cisco

Bij het wakker worden totaal de kluts kwijt. Welke dag is het en waar ben ik? Ik poets mijn tanden terwijl ik zonder het te beseffen naar Alcatraz tuur. Het regent en het is koud. De dag begint met een presentatie van Brewster Kahle van The Internet Archive in een conferentiezaaltje van het hotel. Kahle en zijn organisatie verzamelen al tien jaar websites. Het archief vormt de basis van de ‘Way Back Machine’ waar je kunt zien hoe het internet er vijf of tien jaar geleden uitzag. Althans, je kunt alleen homepage zien en de links werken vanzelfsprekend niet meer. Belangrijk werk, want met de documentatie en archivering van websites is het nog steeds droevig gesteld. Ook ander materiaal wordt verzameld, zoals rechtenvrije muziek, cartoons, film en software. Kahle is op zoek naar een Europese host voor de Archives en is in gesprek met organisaties in Amsterdam en Parijs (Bibliotheque National). De interesse van Sijbolt Noorda is serieus gewekt 

Een tweede interessant onderdeel van Kahles presentatie was het inzicht dat hij gaf in de manier waarop ideële initiatieven in het publieke domein leiden tot nieuwe bedrijven in de private sector. De technologie van het Internet Archive wordt bijvoorbeeld ook ingezet voor een printing on demand service die het mogelijk maakt om boeken die niet meer in de handel te zijn te scannen en af te drukken. En daar wordt echt geld mee verdiend.

Vervolgens brengen we onder leiding van Michiel Frackers [zie foto Frackers1]een bezoek aan het bedrijf Six Apart  – zo genoemd omdat er slechts 6 dagen liggen tussen verjaardagen van beide oprichters. Drie jaar geleden benutten ze een periode ‘between jobs’ om in een paar weken tijd de eerste versie van hun blog software te ontwikkelen. Een jaar geleden haalde het bedrijf 11 miljoen dollar op bij venture capitalists.

Oprichtster Mena Trott (27) hield aan de hand van de geschiedenis van het bedrijf een exposé over de ontwikkeling van het fenomeen weblogs in Amerika. Tijdens dit bezoek kwam het voor het eerst tot een echte discussie, omdat een aantal delegatieleden ook ervaring had met weblogs. Die konden onderschrijven dat weblogs zich in korte tijd hebben ontwikkeld tot een volwaardig communicatie instrument, dat veelzijdig kan worden ingezet. Als marketingtool door opiniebladen, die er hun columnisten mee profileren. Als campagne instrument door politici, die het gebruiken om hun opinies uit te dragen. Als communicatiekanaal voor bestuurders.

Het aardige van blogs is je klein kunt beginnen. Je kunt kiezen of je mensen in staat stelt om te reageren en of deze reacties gepubliceerd worden. Wordt het zolangzamerhand geen tijd voor JobLog, waarin de burgemeester uit de doeken doet wat hem bezighoudt bij het besturen van de stad? Zou een leuke stageplek kunnen opleveren voor onze studenten Content en Communicatie…..

Mena houdt natuurlijk ook zelf een weblog bij, waarin ze deze week inging op het dilemma waar organisaties met hun wortels in het publieke domein voor kunnen komen te staan. Nogal wat mensen hebben belangeloos bijgedragen aan de start van Six Apart door de eerste versie van de software te testen en suggesties voor verbeteringen te doen. Zelf was Mena zeer actief in de online community met vele postings toen ze hulp nodig had om haar droom te verwezenlijken. Nu is het bedrijf groot gegroeid en communiceert ze bijna niet meer zo wordt haar verweten. Zeker te druk met het bewaken van de ‘competetive edge’ en met opletten wie over welke informatie beschikt.... Mena verdedigt zich in haar weblog door te stellen dat het bedrijf inmiddels meer dan 7 miljoen weblogs host en het veel tijd kost om het snel groeiende (53 medewerkers, 12 vacatures) bedrijf te (leren) managen. Daarnaast, zo schrijft ze, heeft ze sinds de start van Six Apart ook andere communities dan die van de eerste developers te bedienen: ze is een veelgevraagd spreker op congressen en bijeenkomsten en treedt daar op als ambassadeur van het fenomeen weblog. Het is medewerkers helemaal niet verboden om in weblogs inzicht te geven in de gang van zaken, maar iedereen heeft het simpelweg te druk.

Mena en het élan van Six Apart maakte veel indruk op de delegatie.

’s Middags in plaats van naar Google alsnog naar Ex’pression College  met een klein clubje (Hermen Hulst -Guerilla, Rudolphe Zantinge - Unet, Skylla Janssen- Inholland). Niet onprettig om ons een middag in een kleiner gezelschap en met een huurauto te verplaatsen.
We bereiken de loods waarin de opleiding is gehuisvest na enige omwegen. De locatie is bepaald niet aantrekkelijk: ergens op een industrie terrein langs de snelweg De school is opgezet met geld van het VC fonds Ex’tent van Eckart Wintzen. In 2000 studeerden de eerste studenten af. Het instituut wordt geaccrediteerd door de Bureau of Private Postsecondary and Vocational Education.

In de loods is volgens het concept van een Mexicaanse ‘pueblo’ een gezellige sfeer gecreëerd, in het studio en lab gedeelte althans. De aula en het knutsellokaal bevinden zich in bedroevende staat. Is dit soms het in 2004 nieuw aangeworven gedeelte van de loods? Dan is er weinig geld geïnvesteerd om de zaak een beetje op te knappen!

Studenten betalen $ 15.500 dollar per jaar. In ruil daarvoor krijgen ze 640 uren ‘tuition’ in 46 lesweken waaronder ook de labhours vallen. Dit resulteert in gemiddeld 13 contacturen per week en een tuitionfee van $ 24,21 per lesuur per persoon.

Interessant is dat studenten bij Ex’pression elke vijf weken kunnen beginnen. Door deze spreiding kunnen faciliteiten optimaal benut worden. Er wordt ook in de avonduren lesgegeven. Na 123 weken in 24 terms is het tijd voor graduation. Er studeren inmiddels 600 studenten.

Ex’pression College bevat drie afstudeerrichtingen rond een gemeenschappelijke propedeuse bestaand uit ‘general education ‘in de vorm van vakken als business of media, interpersonal psycology, cultural anthropology, English composition, analytical Writing, Creative Writing, Stress Management, Humanities: Popular Culture, Enviromental Health, Living in a Mediaworld, Modern Western Civilization en Media Sound en Visual 1 en 2.

We werden bijzonder aardig ontvangen door de CEO Peter Laanen, in Nederland bekend als oud-directeur van Arcade en duidelijk goed op zijn plek als pedagoog. Bij de rondleiding, verzorgd door een medewerker van de afdeling studentenzaken, viel de grote aandacht voor geluid op. Twee goed geoutilleerde geluidsstudio’s waar bandjes en muziekgroepen geluidsopnamen kunnen maken als onderdeel van de community reach out. Er staat apparatuur om te kunnen switchen van analoog naar digitaal en er staan maar liefst zes mengtafels. Er is een lokaal met circa 36 plaatsen waar met grafische software kan worden gewerkt en een even groot technologielokaal.

Er werd hoog opgegeven van de grote motivatie van studenten. Wie wil kan er 80 tot 90 uur werken per week. De ruimte is 24/7 open. Of daar ook daadwerkelijk gebruik gemaakt van wordt, hebben we niet met eigen ogen kunnen vaststellen. Op het moment dat wij er waren om 15.30 ’s middags was de school duidelijk ‘uit’. We bekijken het eindexamenwerk en discussiëren over een games opleiding.

Aan het eind van de middag stappen we weer in de auto en rijden via een prachtige route langs de kust naar San José om ons weer bij de delegatie te voegen. ’s Avonds uit eten met Cisco. Sijbolt Noorda (cvb voorzitter HvA – UvA) belooft ons een ijsje als we netjes ons bord leeg eten. Dat is geen straf want het eten is prima en de ambiance OK. Het restaurant ligt in een buitenwijk, maar is wel gevestigd in een prachtig houten huis, met schitterende ornamenten. We cruisen vervolgens door het centrum van San José terwijl ik met mijn GPRS telefoon een adres van ijssalon probeer te achterhalen. Als we een hoek omslaan vinden we spontaan een Ben & Jerry’s en trekt Sijbolt vaderlijk zijn knip.

Vrijdag – Cisco en naar huis

Bezoek aan Cisco, dat kosten nog moeite gespaard had om de Nederlandse delegatie op te vangen. Nederlandse accountmanagers waren ingevlogen, er was een programma van een hele ochtend georganiseerd in het ‘Executive Briefing Centre’. Daar worden de klanten ontvangen en vinden demo’s plaats van nieuwe techonologie. Het Nederlandse boardmember Wim Elferink verzorgt de opening met een overzicht van trends en ontwikkelingen. In Amerika wordt de productiviteit van de backoffice aangepakt waarbij volgens Elferink gemakkelijk zo’n 25 tot 50% op –vooral personele – kosten bespaard kan worden. Hij schetste hoe één goed georganiseerd administratief centrum gemakkelijk 50 ziekenhuizen kan bedienen. Het geld dat hiermee bespaard wordt, wordt geïnvesteerd op de werkvloer waar het eigenlijk product tot stand komt. Al met al.een overtuigende businesscase, al zat het venijn in de staart. Technisch is allemaal niet meer zo ingewikkeld, implementeren blijft lastig omdat er allerlei zaken in de organisatie en bedrijfscultuur moeten veranderen en dat gaat langzaam in de publieke sector, zo ondervinden ze ook bij Cisco.

Bij Cisco zelf gaan de neuzen desnoods in één nacht de andere kant op, zo vertelt account manager Harm Jan Wijngaarden. De topman van het bedrijf, John Chambers, heeft een legendarische charismatische uitstraling. De presentatoren die ochtend, toch ook niet de minsten in de pikorde, halen hem om de haverklap aan. Sijbolt Noorda analyseerde dit fenomeen tijdens het etentje de vorige avond: Het sociale weefsel is in Amerika veel minder stevig dan in Europa. Kinderen slaan al jong de vleugels uit door in een andere stad te gaan studeren en als ze eenmaal werken in het de gewoonste zaak van de wereld om naar de andere kant van het land te verhuizen als zich daar een interessante job opportunity voordoet. En daarmee is de baan een veel belangrijker onderdeel van het dagelijks leven dan voor een Nederlandse werknemer.

Het bezoek aan Cisco wordt afgesloten met een goed verzorgde lunch in het briefing centre. Aan elke tafel zit een Cisco Executive. Wij belanden bij Steve du Mont waarbij we dieper ingaan op de claim van Cisco. Du Mont is volledig wired: vergaderingen worden gehouden via video-conferencing en opgevolgd via email, bij Duitse universiteiten zijn streaming colleges al heel gewoon. Iets om over na te denken bij het ontwerp van de nieuwe Amstelcampus. Zeker doen stelt Du Mont, want voor je het weet zit je met duizenden vierkante meters overbodig vastgoed. Dat overkwam Cisco in Amsterdam, maar dat zal nooit gebeuren op de campus in San José. Hier geen glanzende toren, maar 49 kleinschalige gebouwen, die eventueel per stuk kunnen worden afgestoten.

Dan voor het laatst in de bus naar het vliegveld. Hier worden we in mum door de security geloodst. Outbound vliegtuigen hebben duidelijk een minder hoge risicofactor dan een inbound vlucht. Terwijl we wachten tot we kunnen instappen en uitrekenen hoeveel uur het nog duurt voordat we in bed liggen, maken we de laatste grappen over het citygame: 3 punten voor degene die het eerste een verslag van de reis mailt.

posted @ 9:36 AM | Feedback (22)