Posted on Friday, March 18, 2005 12:51 AM
Wie genoeg heeft van al die thematisch ingerichte kunsttentoonstellingen waar geen touw aan vast is te knopen, kan zijn hart ophalen in het Amsterdamse Stedelijk Museum. De expositie ‘Leporello. Een reis door de collectie, 1874-2004’ voert de bezoeker in strikt chronologische volgorde langs 130 kunstvoorwerpen uit de depots van het museum.
Kunsthistoricus Carel Blotkamp stelde de tentoonstelling samen en haalde een werk uit elk jaar tussen 1874 (toen de voorloper van het museum werd opgericht) en 2004 uit de kelder. Blotkamp koos voor bekende en onbekende kunstenaars, voor goede en minder goede. Hij negeerde artistieke stromingen en ging voorbij aan ontwikkelingen in het werk van individuele kunstenaars: van elke naam is niet meer dan één werk aanwezig. Het resultaat is een dwarsdoorsnede van de collectie van het Stedelijk (die het armoedige bewind van Rudi Fuchs overigens pijnlijk duidelijk maakt: de jaren 1993 tot 2003 kunnen worden overgeslagen).
Maar de tentoonstelling is meer dan een samenraapsel van 130 jaar schilderijen, beelden, gebruiksvoorwerpen en installaties. Blotkamp heeft zich laten leiden door de ‘leporello’: een als harmonica opgevouwen boekje, genoemd naar de knecht uit Mozarts opera Don Giovanni (die in een dergelijk boekje de veroveringen van zijn meester bijhield). Dankzij dit leporellomotief loopt de bezoeker niet alleen zigzag door het museum, maar staat ook elk tentoongesteld werk op een bepaalde manier in verbinding met het werk ervoor en met dat erna.
Toch nog een thema dus, maar wel een dat continu verandert. Want in feite betekent ‘leporello’ hetzelfde als ‘radiorijm’. Hierbij kiest een diskjockey zijn plaatjes door ze te laten ‘rijmen’: na ‘Let’s Dance’ van David Bowie draait hij ‘Dancing Queen’ van ABBA, gevolgd door Queen met ‘Bohemian Rhapsodie’. ‘Leporello’ klinkt alleen sjieker en past daarom beter in een museum, maar het resultaat is hetzelfde.
Zo volgt op Floris Versters schilderij ‘Geplukte haan en kip’ (1887) het beeldje ‘Le tub’ (1888) van Marcel Degas, dat weliswaar een badende vrouw voorstelt maar wel verdomd veel lijkt op een geserveerde kip (Degas stond niet bekend om zijn vrouwvriendelijkheid). Daarna hangt een Van Gogh met gravende mannen erop, waarbij het verband is dat badderende vrouwen geld kosten en dat mannen daarvoor hard moeten werken. Want dat is het echt leuke aan Leporell hoewel het toegangskaartje vergezeld gaat van een gidsje met een heldere uitleg van Blotkamp, kan de bezoeker ook zelf verzinnen wat het verband tussen de werken is. Veel interactiever kan het niet worden!