Midden in ons dorp staat sinds de 18e eeuw een
vrijheidsboom.
De vrijheidsbomen waren een soort van mei-bomen, om onze bevrijding door de Fransen te vieren.
In de weinige plaatsen waar naderhand op die feestplaats een echte boom is neergezet,
is de vrijheidsboom vaak omgehakt om te vieren dat de Fransen weer vertrokken.
Niet in ons dorp.
Twee eeuwen hebben we de vrijheidsboom in ere gehouden.
Tot jaren geleden de prachtige kroon werd gesnoeid ('opgekroond') en de boomspiegel werd geminimaliseerd.
In een poging het dorpscentrum op te stuwen in de vaart der volkeren
besloot een planningsbureau vorig jaar dat er geen plaats meer was voor zo'n lelijke krakkemikkige boom.
In het dorpsblaadje kwam vorige maand de oproep om de boom feestelijk om te hakken ... op 1 april.
De dames van Boomfeestdag wijdden verontwaardigd een deel van de dag aan de boom.
Ik kon niet achterblijven en hoewel de klas eerst even sceptisch was, deden ze vol overgave mee: onze vrijheidsboom mag niet om!
Ze leerden de achtergronden van de vrijheidsboom en zagen hoe zijn wortels vastzitten in de geschiedenis.
We bedachten een actie: we ketenen ons vast aan de boom en laten dat de Houwmouw, het dorpsblaadje, weten.
Wie aan een groep8-er vraagt krijgt minstens 3 redenen waarom de vrijheidsboom belangrijk is.
Op weg naar de boom kwam er nog even angstige twijfel: "En als ze nou echt met zagen komen?"
Maar ze bleven weg, de boom-omzagers.
We hebben gewonnen, nou ja, op 1 april, tenminste.
En ik heb een klas die zich bekommert om de bijzondere bomen van hun dorp.
Wat is geschiedenis toch een prachtig vak, als je zo'n klas hebt.