Toen de kloek ging lopen, bleven twee eieren steenkoud achter.
Eentje had een klein gaatje: daarvan had het kuiken op het punt gestaan om uit te komen.
Omdat je het nooit zeker weet, legden we beide eieren onder een lamp.
Het aangepikte ei begon na verloop van tijd weer te piepen.
Met veel vochtig houden, warm houden, een tornmesje voor het vlies
en een oplettende Oos die voorkwam dat-ie van de tafel kukelde, kwam Fuzzie uit het ei.
Een superslap kuikentje dat, toen-ie eenmaal donzig was, naar zijn moeder kroop met zijn vleugeltjes.
Net een pinguin, zei kippenvriend Oos tevreden.
Intussen issie aangesterkt, maar Fuzzie blijft een raar kuiken.
Half zo klein als z'n broertjes en zusjes, nooit luisterend naar zijn moeder.
Alsof-ie een heel ander muziekje hoort dan de rest.