Harvard Business Review had een artikel met de intrigerende vraag: Welke vorm van samenwerken past het best bij jou?
Voor sommige leerlingen is samenwerken een stuk moeilijker dan voor anderen, dus ik was benieuwd naar vormen die je dan zou kunnen toepassen.
Maar het artikel gaat nauwelijks over vormen van samenwerken zoals we die in het onderwijs kennen.
De schrijvers verdelen samenwerking in 2 assen:
open-gesloten en plat-hiërarchisch.
De as open-gesloten leek me maar matig bruikbaar, het enige voorbeeld dat ik kon verzinnen was hulp/expertise van buiten inroepen.
Plat-hiërarchisch kun je gebruiken als je denkt aan de mate van sturing door de leerkracht.
Maar bij coöperatieve structuren is het niet de leerkracht die leidt, maar de vorm.
Hm.
Ik zat te denken over een indeling die in het onderwijs logischer zou zijn:
aan de ene kant
persoonlijke inbreng die het hoogst is bij bijvoorbeeld een schrijfopdracht waarna je iets moet doen met het commentaar van iemand anders, en het laagst bij een gezamenlijk verhaal.
anderzijds de
vorm, die varieert van geleid met
taakrollen tot vrij zoals taakgroepjes (alleen de output staat vast).
- Voordeel van grote persoonlijke inbreng: fijn voor slechte samenwerkers, werk makkelijk te beoordelen door leerkracht.
- Voordeel van lage persoonlijke inbreng: oefening in consensus, toegeven, groepsdemocratie
- Voordeel van geleide vormen: gewoontevorming, aanvaarding van regels is prettig voor de volgende leerkracht en voor de leerlingen die jaar op jaar weten hoe iets altijd gaat
- Voordeel van vrije vormen: wennen aan verantwoordelijkheid
Dan hoef ik nou alleen nog maar een matrix te maken waarin in alle vormen zet die ik ken (*~*).
Het was toch handiger geweest als er gewoon een artikel over was geweest.