Alles hangt er natuurlijk van af hoe je leren definieert. Kindern (en volwassenen) leren altijd - alleen leren ze niet altijd de dingen die we willen dat ze leren ;-) Spelen is bijvoorbeeld een uitstekende training voor wetenschappelijk onderzoek:
#1. de wetenschapper observeert bepaalde zaken in de werkelijkheid.
~ het kind 'beleeft' zijn fantasie, en stelt zich bepaalde zaken voor
#2. op basis van deze observatie formuleert de wetenschapper hypothetische natuurwetten
~ kinderen zoeken regels en wetten aan dewelke de fantasiewereld onderworpen is
#3. falsificatie: deze hypotheses zal hij empirisch gaan testen: hij voert een reeks wetenschappelijke proeven uit om te proberen de eerder geformuleerde wetten te ontkrachten.
~ kinderen zoeken al spelend de grenzen op van de fantasiewereld, wat kan er, wat kan er niet?
#4. Als na herhaaldelijk testen de hypothese niet ontkracht is, kan de onderzoeker tot een synthese komen.
~ kinderen gaan hun ideeën over de wetten en regels van de fantasiewereld voortdurend aanpassen, zodat de grenzen ervan steeds duidelijker worden.
Jay Cross schrijft inderdaad interessante dingen over informeel leren. Zijn artikel 'what is informal learning?' is erg helder:
http://internettime.com/wordpress2/?p=551
groetjes, Tuur