Sunday, November 15, 2009

Mijn leerlingen kregen afgelopen week allemaal een uitnodiging voor hun ouders mee,
om op het gemeentehuis te komen praten over internetveiligheid en cyberpesten.
Wat vind jij daar nou van? vroegen verschillende moeders aan mij, wetend dat ik daar
ideeën over heb.
Handig voor ouders die nieuwsgierig zijn naar wat er mis kan gaan, vond ik,
maar verder vind ik focussen op gevaren een ouwerwetse kijk op internet voor kinderen.
Van een school
hoor je te leren hoe het WEL moet, in plaats van wat je niet mag.
Daarnaast kun je internet veel beter benaderen vanuit de veerkracht van je kind:
Hoe gaat dat om met vervelende gevoelens die informatie of communicatie via internet kan oproepen?
Larry Magid, een van de eerste waarschuwers voor gevaren als online engerds,
moet toegeven: het gevaar dat kinderen ingaan op uitnodigingen van vreemden is miniem.
Kinderen hebben meer last van reacties van andere kinderen
en van spijt omdat ze zich te veel bloot hebben gegeven of verkeerd hebben gereageerd.
Voor de meeste kinderen is een beetje voorlichting genoeg (en een paar keer doen, denk ik dan).
Weten dat de rottige-opmerkingenmaker een onervaren, onopgevoed jonkie is,
weten dat je in een wiki alles makkelijk herstelt (en dat je effe sorry zegt als je iets doms hebt gedaan)
oefenen met ruimte scheppen tussen jezelf en je online persona.
Voor het kleine percentage van kinderen dat zowel online als in real life risico's opzoekt,
zou je specifieke psychologische begeleiding moeten kunnen bieden, meent
Patti Agatston van CyberbullyHelp.
Dat zullen er niet veel zijn, in het reguliere basisonderwijs.
Maar het idee is goed.
(plaatje "Scary Stories" van
Stephen Poff)
Wednesday, November 11, 2009

Vanmiddag keek ik de
twitterhashtag van De Onderwijsdagen even langs.
Dictees nakijkend, bedacht ik hoe computerjuffen(m/v) zich van de ene lezing naar de andere haastten, net als ik, gisteren,
's ochtend ontvangen met 'n
poken, 's middags opgewacht met een kopje soep,
tussendoortjes, mevrouwen die je manen om naar de volgende lezing te gaan,
of je juist willen onthaasten met een feestelijk glaasje, lekkere broodjes en salades
en veel kletsjes met iedereen tussendoor: 'hebben wij al gepookt?'
En tussendoor worden tijdens lezingen en werkgroepen je hersens geflost.
Ik zat gisteren bijvoorbeeld bij een groep die besloot dat, wanneer je iets maakt als juf,
dat je dan ALTIJD de Creative Commons licentie gebruikt voor naamsvermelding.
Je geeft anderen toestemming om jouw werk uit te breiden, aan te passen, te gebruiken,
met als enige voorwaarde dat jouw naam vermeld wordt.
In het Engels is dat afgekort: CC-BY (uitgesproken als 'sisi bai').
Redenen:
- als juf is je taak kennis te delen, met je leerlingen maar ook met collega's, wereldwijd
- je wordt als juf betaald door de gemeenschap, dus geef je iets terug
- je moet als juf je kunde zichtbaar maken (wet BIO), beter dan een goeie les kan toch niet?
- je wilt als juf het goede voorbeeld geven aan jongere generaties
- je bent ervan overtuigd dat dure schoolboeken kennisverspreiding in de weg staan
- als je weggeeft, betekent dat dat je zelf nóg meer hebt: positieve naamsbekendheid
Ik had altijd de
CC SA-NC-BY.
Na gisteren heb ik dat veranderd. Ik ben CC-BY-juf.
Voor besturen die hun computerjuffen eens willen knuffelen,
is het leuk om te weten dat er voor hen een speciaal soort van
kuuroord bestaat.
Een plaats waar die tobbers kunnen bubbelen in de nieuwe ideeën
waar vragen van weet-jij-waar-ik-het-heb-opgeslagen worden weggescrubt
en de nagels van je computerjuffen-netwerk worden gelakt.
Effe lekker onder elkaar, implementatie-strategieën-praatjes
en de dictie van
spreker 1 vergelijken met 't haar van
spreker 2.
Een computerjuf voelt zich gewaardeerd als ze naar zo'n dagje mag.
Misschien is daarom iedereen zo mededeelzaam op De Onderwijsdagen,
je voelt je zo lekker verwend, pampered into CC-BY.
(bij de foto: z'n haar zit minder, maar zijn praatje is beter)
Sunday, November 08, 2009
Terry Freedman heeft het helemaal gehad met digibete juffen.
Hij vindt dat juffen, die niet kunnen computeren, zich gewoon moeten schamen.
Een juf, die niet eens een lijst kan maken in Word,
leert haar leerlingen dat hulpeloosheid een prima vervanger is voor bijblijven.
Haar baas en de ouders van haar leerlingen vinden dat prima, ze doen er niks aan.
Foei, zegt Terry. En dat andere bloggers er zo aardig over doen vindt-ie net zo foei.
Leren of wegwezen, we moeten stoppen met die aardigheid, roept hij op.
Nee, dat moeten we niet, vind ik.
Zeuren over wat juffen moeten, maakt niet dat ze zich aangesproken voelen,
want ze moeten al zoveel van iedereen.
Het eerste wat je leert van een klas van 30 kinderen is: prioriteiten stellen.
Zeurders over computers mogen van juffen gewoon een nummertje trekken
en zonder mopperen achteraan in de rij gaan staan.
Zolang niemand je tijd geeft om je erin te scholen
kan het niet belangrijker zijn dan voorbereiden, nakijken, administratie, oudergesprekken.
Het enige waar je op kunt hopen als blogger, is dat je af en toe iets kunt aanreiken
wat de stapel, van alle dingen die ze al moeten, iets kleiner maakt.
'Whining isn't an aphrodisiac', zeuren maakt niemand blij, zegt Oprah.
De Amerikaanse edubloggers klinken de laatste maanden vriendelijker,
minder 'weet je wat jij moet doen', meer
'niet iedereen hoeft hetzelfde te kunnen'
en ze zetten het onderwijs meer centraal dan de computer.
Ik vind het een goede verandering.
Maar daarover kun je
van mening verschillen.
Met Terry, bijvoorbeeld.
(plaatje van
the Frankfurt School)
Friday, November 06, 2009

Ik zat vandaag met een aantal collega's in de lerarenkamer van een VO-school,
terwijl onze leerlingen rondrenden tussen vaklokalen van scheikunde, tekenen en dierverzorging.
We hadden het over digiborden: Je kunt niet zonder, maar het blijft zuchten, was de conclusie.
Eentje had er een touchscreen.
Ik heb al gebeld dat ze 'm kunnen komen terughalen, bromde hij, 80 centimeter is veel te klein.
Een ander zei: Ik vergeet alles wat ik op die cursussen leer, want zó vaak maak ik geen flipcharts.
D'r is genoeg
online of te
downloaden.
Op de
Teachmeet hadden ze het over een digibord-boek, zei ik.
Ik beloofde dat ik het op zou zoeken, want ik wist de naam niet meer.
Tijdens de presentatie van het boek was ik namelijk maar matig geïnteresseerd.
Ik weet nog dat ik dacht: Informatie over digiborden, dat zet je toch in een leeromgeving:
stukje tekst, stukje oefening.
Je betaalt voor de cursus, je oefent in je eigen tempo, maakt je eigen materiaal
en aan het einde kun je de samenvatting downloaden in pdf.
Mijn buurvrouw zei: nou juist voor de mensen met digi-problemen is een boek veel toegankelijker.
Vandaag moest ik ze gelijk geven.
Hier is de link naar het
boek, collega.
(plaatje van mr lewis world learners)
Thursday, November 05, 2009

Mijn groep8-ers zijn zich aan het oriënteren op het voortgezet.
Voor één school kun je je aanmelden voor een specialisme, Science, Arts of Sports.
Door middel van 'masterclasses' komen je erachter of zo'n specialisering wat voor je is.
Ik wou eigenlijk Arts, zei een leerling, maar daar kun je niks mee worden.
Lezen, schrijven, rekenen zijn de belangrijke vakken geworden.
Harde cijfers. Wat je niet kunt vangen in het Cito-systeem heeft geen waarde.
Mijn groep verkiest Engels boven drama, 'is belangrijker' zeggen ze ernstig.
Uiteindelijk durven ze straks alleen Science te kiezen denk ik, voor een goede baan.
Jonah Lehrer beweert dat die focus op droge vakken niet verstandig is.
Een
onderzoek heeft aangetoond dat creatieve vakken belangrijk zijn voor de ontwikkeling van hersens.
Creatieve vakken oefenen aandacht, waardoor je beter kunt leren in het algemeen.
Dat is een claim die braintrainersoftware nog niet hard kan maken.
Bovendien, zegt Lehrer, zijn expressie en creativiteit geen constanten,
het zijn talenten die getraind moeten worden.
En leerlingen leren flow te koppelen aan leer-situaties.
Die laatste vond ik zo leuk,
zo had ik 'lol in de klas' nog nooit horen noemen.

Toen ik begon met bloggen vond ik er nieuwe blogs om te volgen.
De laatste jaren gingen ze een beetje langs me heen, geloof ik.
Tot ik een tweet van
Karin Winters kreeg:
Je blog is genomineerd bij de
Dutch Bloggies!
Ik moest het eerst zien voordat ik het geloofde.
Jawel, daar sta ik, bij de onderwijsblogs (waar anders).
Tussen blog-goden als
Margreet en
Taalprof.
Een beetje flets naast de
probloggers van Malmberg.
Een beetje belegen tussen Scholieren.com en Masters of Media.
Mijn eerste gedachte was toch een hoopvolle berekening:
hoe groot is mijn kans op zo'n felbegeerde Bloggie?
Wat zouden de Dutch Bloggies belangrijk vinden?
Vorig jaar zeiden ze (in mijn woorden):
Het stikt van de juffenblogs met verhalen van goede kwaliteit,
maar ze kunnen hun leerlingen niet enthousiast maken, want die bloggen niet over onderwijs.
De Bloggie is toen gegaan naar
ZB-digitaal, de grootste bieb-blogger.
Hm. Kansberekening verhoogt je levensvreugde maar tot zekere hoogte.
Ik kan beter genieten van een plaats op de Dutch Bloggies longlist.
Iemand vond mijn blog één van de beste onderwijsblogs van Nederland.
Da's mooi. Heel mooi zelfs.
Dankjewel, lezers!
Sunday, October 25, 2009
Een leerling van groep 8 kwam vol verontwaardiging naar me toe:
zij had een plaatje in de wiki geüpload en iemand anders had háár plaatje gebruikt.
De moordneigingen waren makkelijk te sussen en een gesprek loste alles op.
Maar deze jongedame legt wel het vingertje op een zere wiki-plek, zegt
IDOS blog.
Het gevoel van eigendom in een wiki is best moeilijk, ook als je ouder dan 12 bent.
We praten over onzichtbare dingen, ideeën, en daar dan weer vage kenmerken van.
Wat maakt dat ik eigenaarschap kan claimen over een idee is het feit dat ik de eerste ben.
Maar wat maakt dat ik me eigenaar
voel van een idee zit 'm in andere dingen:
hoe ik eraan heb gewerkt, hoe het bij me past of hoezeer ik het nodig heb.
'De eerste bedenker is eigenaar' zorgt in een samenwerkende omgeving voor problemen.
Vaak werken meerdere mensen aan een idee en is de eerste die het idee uitgeeft de winnaar.
Het zaadje van het eerste idee is vaak een memo, een discussie, iets waarmee meerdere mensen iets kunnen.
Het idee dat er maar één winnaar kan zijn doet anderen onrecht.
Maar er is meer.
De eerste bedenker wil vaak geld zien voor z'n idee, zonder dat het is uitgewerkt.
Terwijl het geld meer in de moeite van 't uitwerken zit dan in het Eureka-moment.
En wat dacht je van het feit dat een innovatief idee meestal bestaat uit het combineren van werk van anderen?
Dan wordt het vaststellen van een 'eerste' al veel meer arbitrair.
Dit eigenaarschap is een van de dingen die
Wikiwijs moet oplossen:
de behoefte van mensen om erkenning te krijgen voor hun moeite
en hun neiging voortgang tegen te houden door een idee eerst te gelde te willen maken.
Vermelding van het percentage dat mensen aan een les/idee hebben bijgedragen zou het eerste kunnen oplossen.
Zo krijgen verbeteraars ook erkenning en naamsvermelding maakt kennis currency.
Een radicale omslag in denken over verdeling van rijkdom is nodig voor het tweede.
Maar laten we wel wezen: daar was al langer een verbouwing nodig.
En natuurlijk is John Lennon de eerste bedenker van de iPod. (^_^)
Saturday, October 24, 2009

De tweede week van het schooljaar kwam de oudste stralend thuis:
Ik ben, verkondigde hij met glimmende ogen, geschopt door de meester!
Hij zit bij een collega die zijn klas hard laat werken,
EN hard laat lachen of hard wegrennen omdat ze een stout grapje hebben gemaakt.
Wie niet snel genoeg is, voelt de -voorzichtige- voet van de meester onder 't zitvlak.
Het zijn boeven, zegt meester dan tevreden.
't Is hard werken, zeggen zijn leerlingen, maar je leert er ook heel veel.
Will at Work Learning legt uit waarom dat dat zo is:
Er zijn twee dimensies die een juf een goeie juf maken: competentie en warmte.
Bij een lieve domme juf gaan we gniffelen,
met een slimme koude juf willen we niks te maken hebben,
zelfs zo erg dat we twijfelen of 't wel waar is wat ze zegt.
De beste juf kan perfect balanceren tussen warmte en competentie,
omdat we de stof in die balans het beste opnemen.
Wanneer je nou een les maakt in Moodle (of een andere elektronische leeromgeving)
dan moet je ook rekening houden met die balans tussen warmte en droge stof, raadt Will Thalheimer aan.
Nog voordat ik begonnen ben aan de
Moodle winterschool, leer ik al over e-learning.
En ja, dat zit 'm in die balans.
(foto van Arwen Abendstern,
visit her Flickrpage)
Monday, October 19, 2009
Ik was bij een bijeenkomst van Wikiwijs,
het initiatief van minister Plasterk om juffen te leren lessen te delen.
Het wordt veel meer dan dat hoorde ik:
Lessen die er staan kunnen worden gekeurd,
en je vindt er leerlijnen voor vakken.
Handig en leuk.
Ik ken geen juf die nooit een les download,
en met gebruikerservaringen erbij kun je bijna niet meer misgrijpen.
Maar hoe meer ik over Wikiwijs denk hoe meer vragen ik heb.
Als je antwoorden hebt of meer vragen, zet ze er dan gezellig bij.
Gaat heel makkelijk in Wallwisher: klik hieronder op "post a sticky".
Dan kom je op de wallwisher zelf terecht.
Daar kun je dubbelklikken en typen in je plakbriefje.
Je naam erboven mag, maar hoeft niet.
Wednesday, October 14, 2009
Gisteren hield ik een praatje voor HapSnapShots, georganiseerd door het
NNOAL.
Gezellig, aardige mensen, en vooral: een heel leuk idee om eens uit te wisselen.
Nou heb ik eens lekker kunnen kletsen met
Patrick Koning.
Een soort teachmeet, maar met meer meneren en hoger onderwijs.
Ik vertelde over de klassenwiki van groep 8,
onmisbaar om alles op te bergen wat je aan links en producten verzamelt
wanneer leerlingen samenwerken om leren iets leuker en sneller te maken.
Hier zijn de plaatjes:
En rondwandelen in de
wiki van vorig jaar kan hier.
Die van dit jaar wordt pas later in het jaar open.
Maar ik weet dat-ie geweldig wordt.
Is.