Om 06.45 uur gaat de wekker, het is D-day, hier hebben we een jaar lang naar toegewerkt!
Om 07.00 uur staan we op om ons voor te bereiden op de beklimming van de Mont Ventoux, 21 kilometer klimmen op een van de beruchtste bergen in Europa.
Ik heb prima geslapen, de anderen wat minder; ik ben wel ’s-Nachts al een paar keer in mijn dromen aan de beklimming begonnen, maar kwam niet verder dan St. Esteve (een voorteken?). Iedereen is best wel nerveus, mede door het feit dat we gisteren met de auto omhoog zijn gegaan en we hebben gezien hoe steil het is….
Goed ontbeten, gedoucht, wielerkleding aan en fietsen op de fietsdrager. Eric en Ruud besluiten om met de fiets naar het vertrekpunt in Bedoin te fietsen, maar dit lijkt de anderen iets teveel van het goede; warmrijden kan nog genoeg in de aanloop van 6 km. Iedereen moet natuurlijk voor zichzelf bepalen wat voor hem het beste is.
In Bedoin worden de fietsen van de fietsdragers gehaald en zijn Eric en Ruud inmiddels aangekomen. We zijn er klaar voor! Nog even een foto bij de start en rijden maar!
Verdomme, mijn kilometerteller doet het niet! Nog even friemelen, maar hij weigert dienst. Ik geef het snel op, want ik kan beter mijn energie in het fietsen steken en raak anders al direct te ver achterop. Op hartslag fietsen is het beste, hoe hard ik dan ga, zie ik wel en de te rijden kilometers worden langs de weg toch aangegeven.Tot St.Esteve (eerste 6 kilometer) gaat het geleidelijk omhoog (2 tot 6% stijgingspercentage), lekker de benen warmrijden.
Door het gepruts mt de kilometerteller lig ik al gauw 150 meter achter Dirk en Maarten, Ruud en Eric zijn al een stuk verder. St. Esteve kondigt zich aan, vanaf hier tot aan Chalet Reynard varieert het stijgingspercentage van 7,5 tot 10,56 %! Dirk, Maarten en ik wensen elkaar nog even succes en ik schakel terug naar mijn kleinste verzet om deze asfaltmuur te kunnen beslechten, een groter verzet kan altijd nog. Ik probeer zoveel mogelijk het advies van de sportarts op te volgen; ca 80 % van mijn maximale hartslag 185 = hartslag 144 zoveel mogelijk aanhouden, dan houd ik het het langst vol. Dit lukt me aardig. Dirk is er inmiddels vandoor, ik blijf wel constant Maarten in de rug zien, die ca 100 tot 200 meter voor me blijft rijden. Niet op Maarten letten, eigen tempo rijden, spookt het door mijn hoofd. Ik kan niet zien hoe hard ik rijd, maar zolang mijn benen lekker voelen en mijn hartslag onder de 150 blijft, blijf ik zo doorgaan.
De volgwagens komen voorbij; de ene met proviand en 2 zorgzame dames Floor en Ans (Florans-Florence, kleine woordspeling voor de kijkers thuis), de andere met fotografe Sandra, videote Adrienne en chauffeur Guus. Chapeau, chapeau, chapeau voor het begeleidingsteam! Er wordt fantastisch voor ons gezorgd. De strenge kokkin Sandra zorgt alle dagen voor het juiste wielerfood en Floor en Ans onderweg voor de sportdranken en sportrepen. We komen niets tekort. De door Dirk aangeschafte toeter galmt vrolijk door de bergen, iedere keer als de volgwagen een DBA-er passeert.
Onderweg zijn er diverse aanmoedigingskreten voor ons op de weg gespoten (xxx-jullie duifjes, Go DBA!, onze namen), wat erg goed voor het moraal is. Ookde namen van Armstrong en Hamilton zien we regelmatig voorbijkomen. Het gaat goed in het bos, mijn hartslag houd ik onder controle, ik haal zelfs andere renners in (ben blij met mijn Bianchi-triple), het is redelijk koel en genoeg mogelijkheden in de schaduw te fietsen.
Het Chalet Reynard komt sneller in zicht dan ik gedacht had, ik heb absoluut geen behoefte om hier op het vlakke stuk even mijn benen te laten rusten (wat veel renners wel doen).
De boomgrens houdt op en ik ga over in het maanlandschap, nog 6 kilometer! Het vanuit de auto gezien zeer steile stuk is slechts 7 % en is een genot voor de benen! Het eindpunt l’Observatoire is letterlijk in zicht, alleen bij iedere bocht naar rechts komt een zeer stevige mistral opzetten, die me bijna omver blaast. Ik moet nu zorgen dat ik sterker ben dan ‘Le Mistral’ d.w.z doortrappen en proberen die windvlagen voor zijn. Mijn hartslag gaat soms naar 165, 170, 175, zelfs 180, maar dat duurt gelukkig maar heel even. Bij iedere bocht naar links krijg je de mistral weer in de rug, een heerlijk gevoel. Mijn krachten worden nu iets minder, mijn hartslag schommelt nu van 155 tot 170, rustig blijven trappen, het stijgingspercentage is nu 7,5 tot 8,5 %. Weer een bocht naar rechts, die verdomde wind blaast me naar de linkerkant van de weg, terwijl daar dalend verkeer aankomt. Gelukkig hebben de auto’s en motorrijders begrip voor mijn situatie en iedereen houdt wat in zodat ik weer rustig naar rechts kan. Ik kom bij het Simpson-monument. Sandra staat langs de kant van weg en verbaast zich over het feit dat ik al zo ver ben. Ik groet Tom en vervolg mijn weg. Nog 1 kilometer! In de verte zie ik Eric die Maarten en mij opwacht. Eric moedigt me aan en vertelt me dat nog 1 bocht te gaan is met 11,5 % stijging! Ruud staat aan het begin van de bocht en adviseert me te gaan zitten, daar de mistral erg zijn best doet mij richting Malaucene te blazen. Ik mis bijna de bocht, maar kan net op tijd corrigeren. Ik blijf op mijn trappers staan, omdat ik dan de meeste kracht kan zetten. Nog even omhoog, Sandra sprint met me mee en de finish-lijn over, ik heb het gehaald! Een fantastisch gevoel, tijd: 2 uur en 18 minuten (vooraf had ik 2 uur 31 minuten geschat). Ik ben absoluut niet kapot, had wel sneller gekund, maar ik vind het prima zo.
De eindtijden: 1) Ruud 1.49, 2) Dirk 2.03, 3) Eric 2.08, 4) Maarten 2.17, 5) Rini 2.18
De ouders van Ruud zijn ook op de top om ons te verwelkomen, hartverwarmend.
E klimmen naar het plateau om ons te laten vereeuwigen, we krijgen onze welverdiende medailles (Mont Vertoux, throw her to the Floor!), buttons (I did it!) en de champagnefles wordt geopend. Uiteraard wordt de inhoud opgedronken….
Na de polonaise gaan we terug naar Bedoin en drinken we op de goede afloop. Ons doel is bereikt!