Ik heb de beste renners door alle Tours de France heen zien sterven
in het wiel, uitgewoond creperend,
kansloos gekraakt, half krankjorem, kankerend in het kwadraat,
hysterisch huilend uit het hol, tussen klamme lakens, terminaal
in Hotel Terminus krijsend om een snelle spuit,
de directeuren tot moordenaars verwensend, Parijse dictators van
de opgedraaide opdrachten,
oertijdshelden heb ik onder hen gezien, poserend als veldheren
met snorren als zwaarden, hun banden om hun schouders
als boa-constrictors van rubber,
gezeten op hun trouwe tweewieler, zware zwarte vechtmachines
waarop ze zelf motoren van vlees en bloed waren,
hun benen als zuigerstangen, hun harten als haarden
en vermetel hun zielen en onbestemd, onverschrokken, onnozel, omineus
en hun geest bij de lokkende prijslijst – overvloedig van francs
en hun ogen op het klassement, koel en onherroepelijk als
rechtsoordeel en examenproef tegelijk,
met beloningen, laureaten, boetes, de harde, overzichtelijke ongelijkheid,
uitgedrukt in seconden, minuten, uren,
of priemende puntentelling, de lucide, luciferale, lonkende
lijsten in ritsende rijen waaraan geduchte dominantie
en karig knechtschap af te lezen zijn -alles van menselijk tekort-
en dat weer bij gecijferd in geld, omkleed met truien,
gewaden die hen gelokt hebben om Jasons te zijn in koersbroek,
in vliezen van geel en groen, geen Argonauten op wielen,
maar boeren jongens waren het –in beginsel- vol hevige drang
om weg te raken van het slome, arme platteland,
bakkers- en slagersknechten en timmermansleerlingen
vol van verlangen, uit hun armoedorpen te ontkomen,
te ontsnappen van Vlaamse velden, Italiaanse valleien,
en ze gingen op jacht naar de adelstand van de fiets,
in volle sjas naar naam en kapitaal, naar kapitale naam
in de klassiekste der klassiekers
en zo kwamen ze te trappen als glanzende en bezoedelde ambassadeurs
van koel calculerende fietsfabrikanten, als dwangarbeiders van de weg
-zoals Albert Londres observeerde, voor de eeuwigheid-,
en ze werden gevat in landenformaties voor eer en begeestering van de natie,
maar vooral voor de standing van de Tour
Voor de liefhebber is het (nog mooier) hier na te luisteren : http://www.radio1.nl/contents/6822-column-jeroen-wielaert
Dag Simon