Wednesday, July 15, 2009

In het kader van beter laat dan nooit (een toch wel vaak terugkerend adagium op deze blog) wil ik graag nog Simon Vinkenoog, homo ludens, uitzwaaien. Beatpoet, slamdichter, man van passie, liefde en vuur. Schaamteloos kopieer ik hier Jeroen Wielaarts eerbetoon aan onze voormalig Dichter des Vaderlands:

Ik heb de beste renners door alle Tours de France heen zien sterven
in het wiel, uitgewoond creperend,

kansloos gekraakt, half krankjorem, kankerend in het kwadraat,

hysterisch huilend uit het hol, tussen klamme lakens, terminaal

in Hotel Terminus krijsend om een snelle spuit,

de directeuren tot moordenaars verwensend, Parijse dictators van

de opgedraaide opdrachten,

oertijdshelden heb ik onder hen gezien, poserend als veldheren

met snorren als zwaarden, hun banden om hun schouders

als boa-constrictors van rubber,

gezeten op hun trouwe tweewieler, zware zwarte vechtmachines

waarop ze zelf motoren van vlees en bloed waren,

hun benen als zuigerstangen, hun harten als haarden

en vermetel hun zielen en onbestemd, onverschrokken, onnozel, omineus

en hun geest bij de lokkende prijslijst – overvloedig van francs

en hun ogen op het klassement, koel en onherroepelijk als

rechtsoordeel en examenproef tegelijk,

met beloningen, laureaten, boetes, de harde, overzichtelijke ongelijkheid,

uitgedrukt in seconden, minuten, uren,

of priemende puntentelling, de lucide, luciferale, lonkende

lijsten in ritsende rijen waaraan geduchte dominantie

en karig knechtschap af te lezen zijn -alles van menselijk tekort-

en dat weer bij gecijferd in geld, omkleed met truien,

gewaden die hen gelokt hebben om Jasons te zijn in koersbroek,

in vliezen van geel en groen, geen Argonauten op wielen,

maar boeren jongens waren het –in beginsel- vol hevige drang

om weg te raken  van het slome, arme platteland,

bakkers- en slagersknechten en timmermansleerlingen

vol van verlangen, uit hun armoedorpen te ontkomen,

te ontsnappen van Vlaamse velden, Italiaanse valleien,

en ze gingen op jacht naar de adelstand van de fiets,

in volle sjas naar naam en kapitaal, naar kapitale naam

in de klassiekste der klassiekers

en zo kwamen ze te trappen als glanzende en bezoedelde ambassadeurs

van koel calculerende fietsfabrikanten, als dwangarbeiders van de weg

-zoals Albert Londres observeerde, voor de eeuwigheid-,

en ze werden gevat in landenformaties voor eer en begeestering van de natie,

maar vooral voor de standing van de Tour

Voor de liefhebber is het (nog mooier) hier na te luisteren : http://www.radio1.nl/contents/6822-column-jeroen-wielaert

Dag Simon

 

posted @ 10:05 PM | Feedback (1)