Sunday, May 17, 2009

Dat was het welgemeende advies van Sjoerd aan Carlo, toen de Nis na zo'n 100 kilometer zowel psychisch als fysiek in de put zat. De loeizware Jean Nelissen Classic leek 'm, ondanks alle trainingsarbeid, te gaan nekken. Eerst had ik 'm al moed ingesproken. De Nis dacht dat ik 'm mentaal af zat te maken, maar dat was niet zo. Hij moest effe door de barriere, en nadat ik hem tot de grond toe had afgebroken, kon Sjoerd 'm weer opbouwen met bovenstaande speech.

Dat de Nis in de puree zat was niet echt gek. Allereerst was daar het vroege opstaan (half 5!), daarnaast was er de constante regendreiging en lage temperatuur, en waren daar natuurlijk de klimmetjes. De eerste, meteen vanaf de start, was om even warm te worden. De tweede, de Putscheid (direct volledig terecht omgenaamd naar putschijt) was een kreng van de eerste orde. Dik driehonderd meter hoogteverschil in 2,5 kilometer. En ja, dan kom je dus ruim boven de 10% gemiddeld. De slagorde was zoals te verwachten. Sjoerd met lichte tred en schijnbaar onaangedaan, daarachter Carlo en dan, al zwetend en puffend, de schrijver van deze blog.

De daarop volgende klim gaf verrassenderwijs een ander beeld. Sjoerd ging weliswaar weer voor de troepen uit, maar tot mijn, en waarschijnlijk ook zijn, verbazing bleef ik Carlo voor. De klim was dan ook van het type dat me ligt: niet te steil en lang genoeg om in een ritme te komen. Dat was natuurlijk goed voor mijn moraal, en de beslissing om alles vol op te vlammen om te kijken waar het schip zou stranden was dan ook snel genomen. Tot de eerste pauze ging dat prima, en ook bij de tweede pauze, na ruim 100 kilometer, vertoonde ik nog geen tekenen van verval. De Nis kon ik overal voorblijven, en Sjoerd, die niet tevreden was over zijn eigen rijden, hield ik bijna overal wel in beeld.

Vlak voor de tweede pauze besloten Sjoerd en ik de moraal van de Nis nog eens extra op de proef te stellen. We waren bij een groepje aangesloten dat er een traag tempo op na hield, en achter in de groep hoorden we de Nis langzaam weer tot leven komen. De eerste aanzetjes tot een gesprek (de Nis zit tenslotte nooit om een woordje verlegen) werden al gemaakt. Echter, net op dat moment, kwam er een TGV voorbij van een ploeg in het rood-zwart gehulde mannen. Sjoerd en ik keken elkaar aan, en ik zei: zullen we? We aarzelden een beetje omdat we niet wisten of de Nis dit wel zou waarderen, maar uiteindelijk nam ik het heft in handen en gooide er een heftige demarrage uit, in een poging aansluiting te vinden bij de TGV voor ons. Sjoerd sprong mee, en aan het gehijg, gevloek en gesteun was te horen dat ook Carlo zich niet liet kennen. Ik viel stil, Sjoerd nam over, maar die kreeg het gat ook niet helemaal dicht. Even bleven we zwemmen en leek alles voor niets, maar met een laatste krachtsinspanning en na een met doodsverachting genomen bocht, konden we aansluiten en een beetje uithijgen. Snel daarna volgde dus de tweede pauze.

Hoewel de tekenen geheel anders waren, bleek deze pauze wonderen te doen voor onze langharige twitteraar. Het eerste klimmetje na de pauze was nog redelijk makkelijk voor mij, maar daarna kwam er een lang en steil kreng (type Fedaia, een pierrechte weg waar je niet aan afziet dat het steil omhoog loopt), waarbij ik de Nis net voor bleef, maar waar ik op leven en dood boven kwam, wist hij me even later te vertellen dat die klim best lekker ging. Vanaf dat moment waren de rollen omgedraaid, en hing ik bij de Nis in het wiel. Dat wiel kon ik wel houden, maar vraag niet hoe.

Na 135 kilometer kwamen we weer in Vianden, langs de auto. Maar met onze mentaliteit bezweken we uiteraard niet voor de verleiding om al te stoppen. Tenminste, niet definitief. Want er werd wel even tijd ingeruimd om drie Croq's Monsieur (waarvan 1 sans frommage) ridder te maken. Na deze welkome onderbreking ging het direct vanuit Vianden weer ruim 4 kilometer lang aan 6% gemiddeld omhoog, en de laatste paar honderd meter gebeurde het onvermijdelijke: ik moest lossen bij de Nis. Uiterlijk onbewogen, maar van binnen juichend, wierp deze langharige reserve Limburger dan ook een blik over zijn schouder om te zien dat het goed was. Ik was intussen toch wel aardig gesloopt, maar we mochten toch nog 1x flink in de beugels, waarna het moe maar zeer voldaan afdalen was richting Vianden. Carlo haalde nog een Auwensje uit: als een dolle dalen, en daardoor de afslag missen, al het gegil en gefluit van Sjoerd en mij ten spijt. Gierend van de lach verheugden wij ons al op de extra hoogtemeters van onze Echte Mannen Rockert (ga zien die DJ's!), maar een telefoontje maakte een eind aan deze illusie. Carlo reed gewoon door richting Vianden want, en ik citeer: "Ik suuk nie trug te rije".

Deze legendarische woorden markeerden ook zo'n beetje het einde van een al even legendarisch fietsdag. Ik heb de hele dag met een grote smile op de fiets gezeten, ik heb enorm afgezien, het landschap was grandioos, en het gezelschap onovertroffen. Heren, bedankt voor een briljante fietsdag.

Voor de volledigheid nog even de cijfertjes: 167 kilometers, 3420 hoogtemeters, gemiddelde snelheid 23.33 km/u.

 

posted @ 7:12 PM | Feedback (4)