Sunday, May 11, 2008

Net zoals vorig jaar stond ook in 2008 de Waalse Pijl op 't program. Deze keer geen 210 km, maar de 160 km en als het effe kon met Stockeu. Deelname in 2007 had ons voorkennis opgeleverd, en daarom overnachtten we in St. Vith. Op vrijdag reden Gijs, Erik (niet de Beer) en ik naar België, om daar onze intrek te nemen in 2 caravans. Tim en Jochem, tot op dat moment onbekenden, zaten nog op Terschelling en zouden zich later op de avond bij ons voegen. Na een voedzaam bord spaghetti bij de lokale Italiaan belandden we in de voortent met een paar blikjes Jupiler. Erik had deze meegenomen in de hoop ons nog voor de koers op achterstand te zetten. Ik rookte wat sigaretten om de hoop op een goede fietsdag definitief kop in te drukken. Gijs was nog niet geheel tevreden over de afstelling van zijn fiets: het zadel stond enkele millimeters te laag. Klemband los, zadel omhoog, klemband vast, nog wat vaster en pang zei de schroef. Inmiddels liep het tegen tienen in de avond, de temperatuur was gedaald tot het vriespunt en de hoeveelheid reserve-onderdelen in onze bagage bedroeg nul. Wat beteuterd kropen we een uurtje later in onze slaapzakken, in de hoop dat Tim en Jochem de juiste bouten en schroefjes mee zouden nemen.

 

De nacht was koud en onrustig en de wekker stond vroeg. Nadat de slaap uit de ogen was gewreven, werd kennisgemaakt met onze fietscompanen. De deur van hun caravan ging open, binnen hing een aangename warmte en de geur van vers gekookte spaghetti. Toen de heren hun relaas deden, werd ik even stil. Het zou voor mij genoeg reden zijn om helemaal niet te starten. Rechtstreeks uit Terschelling naar St. Vith, gearriveerd tussen 1 en 2 uur 's nachts, 2 blikken knakworsten eten en daarna slapen in een ijskoude caravan, 's ochtends kotsen naast de telefooncel en dan zonder blikken of blozen een pan spaghetti verorberen. En dat rond 7 uur in de ochtend! Een-nul voor de tegenstander.

 

Op het materiaal-vlak was er meer slecht nieuws. Pas nadat Gijs de juiste schroeven had weten te bemachtigen door de barbeque te demonteren, leek het toch goed te komen. Fietsen op de auto, op naar Spa en om 5 over 9 konden we van start. Na de eerste klim begon Gijs' zadel langzaam te zakken. Resoluut stuurde hij het erf op van een Waal die dacht deze ochtend zijn gras te kunnen maaien. Gijs hanteerde zijn vaste tactiek in het buitenland: Engels woorden gebruiken, uitgesproken met het accent van het land waar we ons op dat moment bevinden. Het leek zijn vruchten af te werpen, en na een goede 20 minuten sleutelen zetten we koers richting La Redoute. Bovenaan La Redoute had het zadel alweer 2 cm aan hoogte verloren. Het leek een gebed zonder eind te worden, tot we vlak bij Aywaille wederom een beroep deden op de lokale bevolking. Toen de man in kwestie de garage open deed, wist ik meteen dat het goed zou komen. Crossmotoren, mountainbikes, een complete werkplaats. De voltallige familie werd ingezet om de juiste materialen bij elkaar te zoeken. Zelfs de bananenschil die Gijs bij zich had, werd op commando van vader (a la poubelle!) door een van de zoons naar een vuilnisbak gebracht. Na een kwartier sleutelen, en na ontelbare bedankjes vervolgden we onze weg.

 

Via een eindeloze stroom klimmetjes -de een ging nog soepeler dan de andere- bemerkte ik dat ik een fietsdag beleefde als nooit tevoren. Allereerst ontbrak het aan een waterval van commentaar van de Beer. Daardoor durfde ik eindelijk mijn triple te gebruiken. Een jaar lang heb ik mijzelf gepijnigd door altijd maar te proberen de 30 niet te gebruiken. Dat is verleden tijd! Ik ben geen kracht-mens, ik draai licht en snel, en dat is precies wat ik vanaf nu weer ga doen. Beer mocht dan ontbreken, tijdens de pauze voor de drie Groten (Stockeu-Wanne-Thier de Coo) diende zich een nieuwe kwelgeest aan. Iemand vond het nodig om de spot met mij te drijven, gezien het feit dat ik 15 jaar jonger dan hem was maar niet de volle afstand reed. Heel toevallig kwam ik deze meneer tegen op de Thier de Coo en bevond ik me aan zijn achterwiel. En daar begon hij weer op een afzeikerig toontje: kom d'r nou eens voorbij, je bent nog jong. Ik laat me niet zo snel verleiden tot een krachtmeting waarvan de uitkomsten onzeker zijn, maar deze man werkte me echt op mijn zenuwen. Toen ik zag dat hij het moeilijk kreeg, tikte ik twee maal op de versnellingshendel, ging staan, kwam langszij en reed hem zo hard voorbij dat hij direct al zijn commentaar liet varen. Zelfs bij de pauze op de top ontliep hij me zichtbaar, tot mijn grote vreugde. Daar had ik toch maar vakkundig mee afgerekend. Life's easy when your legs are great!

 

Was er dan geen sprake van vermoeidheid? Neen, dat was er niet! Op de Haute Levee draaide ik net zo makkelijk als in het begin van de tocht. Op de Rosier wist ik wat er nog komen ging: slechts één afdaling. In die wetenschap ritste ik de trui volledig open, legde de ketting op 40x21 en begon aan de laatste beklimming van de dag. Vorig jaar was ik hier getuige van een man-tot-man-gevecht van Ruud met een handjevol Denen. Deze keer kon ik zelf wat klappen uitdelen. In een soort trance reed ik naar boven, alles en iedereen met minimaal dubbele snelheid passerend. Bovenop moest ik 9 minuten wachten op de volgende fietser uit ons gezelschap, tijd om de dag eens te overdenken op een bankje.

 

In de afdaling was het als vanouds genieten van Gijs' imitatie van Paolo Salvoldelli. Bij het binnenrijden van Spa (om half 7 's avonds) heerste een licht gevoel van euforie in de groep, door de vermoeidheid heen. De conclusie luidde eenduidig: een prachtige maar loeizware tocht.

 

posted @ 12:10 PM | Feedback (0)