Picture this: het is zaterdagmiddag, mooi vriesweertje, het zonnetje schijnt en ik ben van plan om naar Huissen te gaan. Mooie gelegenheid om fietskilometertjes te maken. Zo gezegd, zo gedaan. Rugzaak met kleding, schoenen en toilettas mee, en fietsen maar. Wel wind tegen merk ik al snel, maar ach 60 kilometer moet te doen zijn. In Grave valt me op dat het wegdek ineens nat wordt. In Malden volgt het eerste klimmetje en dat gaat werkelijk voor geen meter. Piepend en krakend kom ik boven, en als ik het bos uit rijdt begint het licht te sneeuwen. Dat houdt al snel op, en gaat over in een enorme sneeuwbui. Dat, gecombineerd met de heuveltjes van de Zevenheuvelenweg en de snoeiharde wind recht in mijn snufferd maakt het er niet aangenamer op. Vanaf Tivoli gaat het gelukkig weer naar beneden, maar alles is intussen wit geworden. Ik val bijna als ik over een verkeersstreep rijd. Stapvoets gaat het naar beneden, dan de brug over, om vervolgens heel voorzichtig over de dijk te glibberen. Als ik daar naar beneden ga weigert de achterrem dienst. Vastgevroren! Ik stop, en zie dat ik ook al een spatbord van ijs heb over mijn achterwiel. Het achterlicht dat ik aan had gezet is niet meer te zien door de vastgevroren modder. Drinken kan ook al niet meer. Ik verwijder zo goed en zo kwaad als het kan wat zooi en vervolg mijn weg. Net buiten Bemmel gaat het alsnog mis. De binnenbocht is bevroren, ik zie het, maar het is al te laat. Beng, weer op mijn plaat. De schade is geringer dan vorige keer. De fiets een paar krassen rijker, en ik een blauwe kont. Uiteindelijk kom ik na 3 uur ploeteren thuis. Een hete douche en een uitsmijter doen wonderen. Het avondje stappen werkt de laatste restjes frustratie weg. Als ik de volgende dag de fiets wil pakken om in de auto van Pa te doen staat die in een enorme bult modder. Dat was allemaal vastgevroren aan mijn fiets.
Na het intensieve weekje afgelopen week, deze week maar iets rustiger aan. Gelukkig blijft het droog en zie ik een tweetal lekkere D1 trainingen in het verschiet.