Even twee dagen bij elkaar, gisteren had ik echt de puf niet meer, het was een lange dag. Na het ontbijt en de PIN automaat in Bray viel het echt in bakken uit de hemel. Dus zoeken naar een alternatief voor de Powerscourt waterfallen en de bijbehorende nature trail. We kwamen uit op een of ander landhuis, maar dat was al snel 100 kilometer rijden. Dus wij toch maar eerst eens kijken of het bij de waterval ook slecht was. Tot onze grote vreugde was het weer daar heel acceptabel en gewapend met onze regenjassen gingen we toch daar op pad. Al gauw bleek dat de goede beslissing te zijn, de zon kwam zelfs tevoorschijn. Na de wandeling en een warme bak koffie, besloten we de tweede fysieke activiteit te wagen die dag, de beklimming van de Sugerloaf Mountain. Na ongeveer elk weggetje rond die berg te hebben bereden hebben we het uiteindelijk opgegeven. Er was gewoon niet te komen....
We zijn toen maar naar Wicklow gegaan en hebben daar heerlijk gelunched. Ons plan van die middag was de Wicklow Gaol, de plaatselijke gevangenis die tot 1924 dienst heeft gedaan, gevolgd door een kort bezoek aan Black Castle, op een klif aan zee.
Hierna besloten we door te rijden naar Wexford. Hier vonden we vrij snel een Bed and Breakfast. Alleen het zoeken naar een restaurant duurde wat langer. Dan maar een Chineesje, is ook niet zo duur. Dachten we. Maar ja, in Nederland krijg je er witte rijst bij, in Ierland verschijnt dit mooi op de rekening. Ook kregen we onze drankjes pas na mijn voorgerecht. Na Wonton Soep heb je doorgaans ook wel een slokje nodig.... Het eten zelf was erg lekker, helaas geen punten voor de bediening.
Toch weer laat geworden, doken we lekker in bed.
Vanmorgen weer een heerlijk Iers ontbijt verorbert, het zorgt er zeker voor dat je de dag doorkomt! Vol frisse moed naar het Irish Heritage Park, een openlucht museum. Daar aangekomen begon het weer te hozen. Een beveiligingsbeamte wist ons te vertellen dat het de komende dagen alleen "bad" zou worden. Gelukkig was hij geen familie van Helga van Leur en knapte het weer zodanig op dat zelfs de regenjassen weer uit konden. In het park zelf kregen we nog een demonstratie van een houtbewerker die met een door zijn voet aangedreven draaimachine een babyrammelaar maakte. We hebben deze voor onze neus gemaakte rammelaar gekocht. Ook kregen we een demonstratie van hoe een malienkolder gemaakt werd. 400 uur kostte dit hem.
Na het heritage park reden we door naar New Ross, waar we het idee op hadden gevat om een boottocht te maken. Ik zag het eigenlijk helemaal niet zitten en we besloten door te rijden naar Graigenamanagh (nee, ik kan dit niet uitspreken) om te een bezoek te brengen aan Duiske Abbey en misschien daar een bootje te pikken. Dat eerste is gelukt maar het tweede bleek daar niet te kunnen. De Abbey zelf was mooi om te zien, ondanks dat een groot deel niet meer in orginele staat is.
Na Graigenamanagh zijn we doorgereden naar Kilkenny, waar we nu zitten. Bij het vierde Bed and Breakfast was het raak. We hebben een hele leuke kamer bij ene Valerie en haar Man Tom. Voor de eerste keer sinds onze Schotland reis werden we meteen getrakteerd op thee met koekjes en zou ze ons wel even laten zien waar het goed eten en goed drinken was. Zo gezegd zo gedaan en we hebben heerlijk gegeten in een van de lokale pubs en dito gedronken en naar traditionele Ierse muziek en zang geluisterd. Kilkenny is een middeleeuwse stad met een echte gezellige en prachtige binnenstad. We blijven hier een volle dag en blijven dus ook twee keer slapen hier. Voor morgen hebben we van Valerie alweer de nodige tips binnen en ook een full Irish Breakfast konden we niet weigeren. En dat terwijl we eigenlijk hier wat rustiger aan wilden doen met het eten. Nou ja, de volgende keer dan maar weer.....