“Door het oog van de naald, noemen ze dat”, gooi ik mijn duit in het zakje. “Eigenlijk zou je nu, verdient en wel voor een fixe tijd in de cel moeten zitten, ik vind althans van wel, etterbak”. “Ja, daar ben ik het ook eigenlijk best wel mee eens”, vertrouwd Golden Boy me broederlijk toe. “Maar goed, eerlijk is eerlijk, ik vind het knap, petje af, zoveel chutzpah had ik niet achter je gezocht, hoewel...”
GB en ik hebben een bepaalde verstandhouding, vanuit de vele praatjes tussen het harken door in de vorige zomer en afgelopen lente in de Rotondetuin, en ooit wistikzijn respect en bewondering teoogsten toen ikhem, na wat aanvankelijk ongeduld, kon overtuigen van het feit dat het écht nietmoeilijk was van z'n CD MP3's voorop z'n nieuwe (sic) spelertje te maken. “Jajajaja, doeutnoumaar” was het aanvankelijk, maar toen ik nog eens mijnmotto verduidelijkte dat ikhet wilde doen mits hij bereid was demoeitetedoen het ook te proberen zelf te leren gloorde daar plots het verlangde respect + aandacht. Nog zeker een week, als het niet een maand was, heeft hij aan ieder die het horen wilde (en ook ieder die niet) hoe ongelooflijk ik wel niet met zo'n machine kan toveren, en hoe verbaasd hij was dat hij er uiteindelijk nog wat van snapte door mijn uitlegjes óók.
Maar goed, introductie terzijde, terug naar het heden. GB zit bijzonder zelfvoldaan en merkbaar opgelucht aan z'n middagportie aan de roestvrijstalen trapeze tafel. “Ze konden gewoonweg niet bewijzen dattikkut gejathat (en dat was ook zo, >vette knipoog<), en verder waren er ook geen getuigen ofzo. Heeft me alles bijmekaar toch zeker zo'n 1800 eu opgeleverd” !
Een maad ofzo eerder was hij plots op de wijkpost verschenen in volledig conducteurs-uniform. Eerst nog alleen de broek en een jasje, toen de heup-kas en portofoon erbij, en uiteindelijk ook de pet, en nadat de geruchtenmachine wat was gaan draaien uiteindelijk ook de stropdas. “Ik heb een baantje via uitzendbureau”, was de verklaring, en vanaf dat moment was de wijkpost verdeeld in twee kampen. Zij die het wél geloofden, en de wat meer realistisch ingestelden die het níét geloofden. “Onmogelijk”, zei de één, “Je krijgt zo'n baan niet als verslaafde, en al helemaal niet via een uitzendbureau. “Kommopzeg, hijhepput gewoon gejat bij die kantine waar'ie af en toe sliep“, zegt de ander (GB was de toegang tot zijn kamer bij HVO tot nader order ontzegd wegens een onduidelijke burenruzie, waar hij uiteraard zelf geen enkele schuld aan had (..)
Gaandeweg werd het narratief wat bijgesteld, hij was hulpconducteur, liep met door de wol geverfde collega mee, of stond alleen bij de uitgang van het perron, etc. Tot mijn schande moet ik toegeven, dat ik ondanks gerede twijfel, toch neigde naar geloven. Zoiets verzin je niet, bovendien weet GB zich over het algemeen bijzonder goed verzorgd en helder te presenteren, onberispelijk gekleed en geschoren, haren in een nette kippenkont zoals een van mijn opblaasvaders dat placht te noemen, en een intelligente woordkeus met charmant Brabants accent.
Maar toen hij op een dag volledig in mekaar gemept verscheen, vet blauw oog met zware schrammen op de wang en kin en een wat onzekere manke tred, begon de twijfel toch toe te slaan. “Ja, nee, kijk...” sprak hij toen vermoeid, en duidelijk overgehangen (hangover, joenoo), “Er was iemand zonder kaartje, en die sloten we in, en toen begonnie opeens te vechten met maten erbij en toen ging mijn collega en toen moest ik wel meedoen snapju” ?
Ik begon me af te vragen waarom een intelligent mens een uniform zou aantrekken, en kon eigenlijk maar één reden bedenken: Geld verdienen, want aanzien heeftie zo ook wel in zijn egocentrische unversumpje. Stel je voor, je hebt zo'n uniform, je gaat op een lijn waar weinig controleurs zijn de trein in, en controleerd kaartjes. Bij zwartrijden probeer je de boete direct te innen, met een verhaaltje over bijkomende kosten, of je maakt een tourist wijs dat het kaartje niet deugt.
“Nou, het was er eigenijk om begonnen dat ik niet meer achter die kantine kon slapen toen ze me daar betrapt hadden, en ik wou toch ook niet onder de brug, dus met dat uniform en die seutels kon ik rustig in de trein slapen. En tja, als je daar dan toch bent, van het een kwam het ander... Als ze met niet op straathadden gezet wassut allemaal nooit gebeurd“.
En dat brengt me toch weer op het betoog dat met steeds weer bekruipt bij hulpverlenende instanties die symptomen van de ziekte die onhandelbaar blijken aanwenden tot schorsing en sancties; Zijn ze zich bewust van de repercussies op de samenleving ?