Japan is het land van de schattigheid, “the country of cute,” of het om een populair vrouwbeeld gaat, om reclame-ikonen – niet voor niets is Nijntje zo populair – of speelgoed. Kawaii, “cute” is een stijl en een smaak, alles wat klein, schattig, en onschuldig is. Er zijn schattige uitdrukkingen, schattige gebaren en schattige manieren om te staan en te lopen, schattige manieren om je te kleden en om je op te maken. Maar het is eigenlijk meer dan een mode-uiting, het is eigenlijk een vorm van esthetiek. Laat negentiende-eeuwse reizigers uit Europa of Amerika zagen Japan voornamelijk als “poppenland”, ongetwijfeld discriminerend vanuit hun eigen vermeende culturle superioriteit, maar toch kleeft er nog een spoortje van die poppigheid zelfs aan het moderne Japan. Is er een ander land ter wereld waar make-up voor jonge mannen wordt verkocht? De schattigheid is ook een gewild exportartikel naar andere Aziatische landen: van Kitty, het intussen 30 jaar oude poesje, dat is uitgegroeid tot een geld-machine van bijna 1 miljard euro per jaar voor de eigenaar, het bedrijf Sanrio, tot Doraemon, in kinderboeken, anime-films en manga, in mode en design, overal wordt het Japanse ideaal geëxporteerd.

(Another icon of cuteness)
Het is niet alleen een ideaal voor kinderen en jonge mensen, ook vrouwen van middelbare leeftijd proberen er nog “cute” uit te zien. Nu heeft deze trend zelfs bejaarden bereikt, wat goed is voor de industrie, want met de oplopende vergrijzing hebben bejaarden de toekomst. Er zijn in Japan nu al 23.000 personen boven de honderd en met een geboortencijfer van 1,2 neemt de vergrijzing steeds ernstiger vormen aan.
Bejaarden kunnen natuurlijk zelf ook als lief en koddig worden voorgesteld, als de zingende honderjarige zusjes Gin-san en Kin-san die een jaar of tien geleden furore maakten, twee – inmiddels overleden – goedlachse oudjes die een CD-tje hadden volgezongen en herhaaldelijk voor de TV werden gesleept. Het nieuwste is nu, dat je ook schattige dingen die eerst alleen voor zeer jeugdigen bestemd waren, voor bejaarden kunt kopen. Het summum van deze trend is Yumel, de pop die speciaal is ontwikkeld voor eenzame oudjes. Een pop van een vijfjarig jochie, de ideale brave kleinzoon, die lieve zinnetjes kan zeggen zodat ze op hun stille kamertje wat aanspraak hebben. Als oma met de pop naar bed gaat, wenst hij zelfs beleefd “welterusten.”
Hierbij moet wel aangetekend worden dat in Japan de oudjes heel wat eenzamer zijn dan in Nederland. Wij zijn een geografisch klein landje met nauwe familiebanden, waar de zondag nog steeds vaak oma-dag is en verjaardagen met de hele familie worden gevierd. In Japan is dat onmogelijk, deels door de grote afstanden, deels door de kleinere woningen, en deels ook omdat men gewoon anders met elkaar omgaat. Familierelaties zijn vaak afstandelijker, men ziet oma vaak slechts één of twee keer per jaar, met Nieuwjaar en tijdens het Boeddhistische Allerzielen feest in midden augustus.
Hoe ver dat afstandelijke kan gaan, blijkt uit een gekke oplichtingstruc, die bij mijn weten alleen in Japan voorkomt. Dat is het “ore, ore” fenomeen. “Ore” betekent “ik” en wordt alleen door mannen gebruikt. Oma krijgt dan opeens een mannenstem aan de lijn, die ore-ore, “met mij” zegt, zonder zijn naam te noemen. De spreker pretendeert op die manier oma’s kleinzoon te zijn, die vreselijk in de klem zit omdat hij op staande voet geld nodig heeft. Dat kan bijvoorbeeld komen omdat hij een verkeersongeluk heeft veroorzaakt – in zo’n geval wordt de schuldige in Japan namelijk geacht bovenop het bedrag van de verzekering nog eens een stevig smartengeld te betalen. Of misschien heeft hij gokschulden. De stem noemt een bedrag en banknummer en oma rollatort naar de bank om haar lieve kleinzoon, voor wie ze nu eindelijk eens wat kan doen, haar spaarcentjes over te boeken. Oma is in Japan vaak zo eenzaam dat ze stem en manier van spreken van haar kleinkinderen niet eens kent. Waarschijnlijk komt er ook een stevig stuk intimidatie aan te pas.
Deze truc is de laatste jaren tot een ware epidemie uitgegroeid, er worden in totaal jaarlijks honderden miljoenen van bejaarden gestolen en vele duizenden goedgelovige oudjes tot de bedelstaf gebracht. Daders variëren van zware jongens, yakuza, tot kleine jongens, er zitten namelijk ook veel middelbare scholieren onder.
Oma is zo weinig populair in Japan dat ze alleen maar gebeld wordt door louche figuren die op haar centjes uit zijn. Ze kent de stem van haar kleinkinderen niet eens. Geen wonder dat ze graag een pop wil om wat aanspraak te hebben. Yumel, zoals de pop heet – yume betekent “droom” – , kost ongeveer 70 euro en wordt gemaakt door speelgoedfabrikant Takaratomy. Het lieve ventje heeft grote ogen en een klein neusje en gaat gekleed in een snoezig speelpakje met capuchon, in pastelblauw – er is trouwens ook een meisje met een roze pakje aan.
Oma kan aparte kleertjes bijkopen, zodat ze haar pop af en toe wat anders kan aantrekken. Yumel heeft een vocabulaire van zo’n 1200 frasen in z’n chipje zitten, en is toegerust met sensoren zodat hij het waak- en slaappatroon van oma herkent en op de zelfde tijden gaat “waken” en “slapen.” Natuurlijk dit alles vergezeld van snoezige geluidjes en bewegingen, als lodderige oogleden. Yumel kan ook versjes zingen voor oma en vraagt om cadeautjes. Er is één geruststelling: dit snoezige ventje zal haar spaarrekening niet leeghalen.
Zie ook: recent artikel dat vanuit andere hoek op hetzelfde fenomeen in gaat. Also see this long article about the whole phenomenon.