Geloof, ongeloof, filosoof
Wat komt er na de confrontatie tussen religie en wetenschap
Dat voel ik
Gelovigen hebben de gewoonte te doen alsof er nog nooit over religie is gediscussieeerd. Net als wanneer je tegen de bakker zegt dat z'n koekjes oudbakken waren, dat-ie dan antwoordt: 'Wat gek, daar hebben we nooit klachten over gehad'.
Ik denk dat ze ook geen echte discussie willen. Ze willen geloven. Maar zeg niet tegen ze 'Oh, dus dat geloof je alleen maar' want dan blijkt dat er toch meer aan de hand is. Er is toch wel sprake van een bepaald soort zeker weten. Waar je met je vingers vanaf moet blijven. Als je dan vraagt 'Hoe weet je dat zo zeker?' dan is het antwoord 'Dat voel ik'. Daarbij kijken ze dan op een speciale manier, veelbetekenend, met een hoofdletter. Hier hoor je op te houden.
Maar kennis, gebaseerd op 'Dat voel ik', ik weet het niet hoor, zou je een gelovige ervan kunnen overtuigen dat een bungy jump veilig is omdat de zwaarte en de lengte van de elastieken op het gevoel zijn bepaald?
Hypothese houdbaar?
Je kunt geloof opvatten als een hypothese. Vervolgens kun je kijken of deze toetsbaar is.
Eerst de hypothese, deze luidt: ‘Het universum is geschapen door een intelligentie die we traditioneel 'God' noemen’.
Is dit een hypothese waar we vertrouwen in kunnen hebben?
De eerste vraag die we hier kunnen stellen is: hebben we zo'n hypothese wel nodig? Zou het universum er anders niet zijn? Zou er anders niets zijn? En hoe zou dat er dan uitzien, is dat wel denkbaar of bestaanbaar, geen universum?
Als we deze vraag nu eens even laten rusten en voor de discussie aannemen dat er ooit geen universum was. Dus eerst was er niets, ook geen leeg heelal, en nu is er een heel universum, compleet met sterren, supernova’s, rode dwergen, witte dwergen, zwarte gaten, zwarte materie en planeten waarvan er minstens één bewoond is door levende wezens. Hoe kan dat, er moet iets gebeurd zijn. Maar wat? Het antwoord van gelovigen is bekend, Er is een God, of een ‘Intelligent Designer’ die op een welgekozen moment het universum heeft geschapen. Nu hebben we een verhaal om te begrijpen we waar het universum vandaan komt. Een verklaring. Hoewel…is het wel een verklaring? Of wordt het probleem hier alleen verschoven? Want als er helemaal niets was, waar komt dan God opeens vandaan? De Intelligentie die een ongelofelijk gecompliceerd universum heeft samengesteld. Daar was niet alleen een onschatbaar diep denkvermogen voor nodig, het was ook een enorm werk. Zwaar werk en tevens priegelwerk. En er waren nog geen machines. Onderschat dat niet, zou ik zeggen. Hoe is het mogelijk dat zo'n intelligent en onvermoeibaar wezen al bestond voordat er verder nog maar iets was? Dat wezen kan er niet zomaar geweest zijn, dat moet wel geschapen zijn, misschien wel door een nog veel intelligenter wezen.
Een gelovige snoert je hier de mond. Wat een domme opmerkingen, en wat een godslastering bovendien.
Ik zou zeggen: het gaat hier om een hypothese die het probleem alleen maar verschuift. Die alleen in stand kan worden gehouden door een oneindige reeks klonen van zichzelf.
En toetsbaar?
Laten we even vergeten dat de hypothese niets oplost, om te zien of zij eventueel toch te toetsen is. Per slot van rekening gaat het hier om een kennisclaim, namelijk: 'Er bestaat een God cq een Intelligentie die het universum geschapen heeft'.
Hoe komen we er achter of dat zo is, hoe kan dat bevestigd worden? Als iemand beweert dat het buiten regent dan is dat een uitspraak die je kunt verifieren door eens naar buiten te kijken. En als het dan inderdaad regent kun je zeggen: u heeft gelijk, ik kan uw uitspraak bevestigen. Maar zo gemakkelijk is het niet altijd, dat weet ik wel. Sommige dingen kun je niet direct waarnemen. Die moet je afleiden uit andere verschijnselen. De uitspraak 'God heeft, op voorspraak van paus Benedictus XIV, op 21 april 2007 het voorgeborchte voor onbepaalde tijd gesloten' is niet gemakkelijk af te leiden uit verschijnselen die wij waarnemen. Maar gelovigen zijn hier heel bedreven in. Uit de aard van de verschijnselen die zij in het universum waarnemen leiden zij af, niet alleen dat God bestaat, maar ook wat Hij met ons voor heeft. Nu is in de loop van de geschiedenis wel gebleken dat er vele interpretaties mogelijk zijn. Net als bij een Rohrschach test, waarbij blijkt dat iedereen iets anders ziet in een willekeurige inktvlek. Waar het hart van vol is, wordt in de inktvlek gelegd. Je wist het al, je voelde het al.
Misschien kun je ook zeggen dat de interpretaties van gelovigen op complot-theorien lijken. Waarbij zij vermoeden dat achter de schermen bepaalde krachten aan het werk zijn die ernaar streven om... vul maar in, er hebben in de loop van de geschiedenis al vele goden in vele complotten gezeten. Soms hadden ze het goed met ons voor, maar vaak ook moest je voor ze oppassen. Tot de gelovigen ze afdankten of moesten afdanken onder druk van andere, overtuigende of gewelddadige, gelovigen die andere goden en een ander complot meenden te bespeuren.
De hypothese is onhoudbaar, en pogingen om de hypothese te toetsen blijven speculatief en leiden tot tegenstrijdige conclusies. Dat is in de loop van de geschiedenis toch duidelijk gebleken. Hoe is het toch mogelijk dat gelovigen daar dan zo druk, en soms fanatiek, mee in de weer zijn geweest, eeuwen lang?

Ethiek
Misschien nemen we het hele verhaal te serieus. Het gaat niet om een serieuze hypothese, en ook niet om een serieuze poging deze te verifieren. Het gaat bij religies om ethiek en zingeving.
Op het punt van de ethiek is het een poging om stelen, moorden, verkrachten en ander verwerpelijk menselijk gedrag te kunnen veroordelen met Gezag. Gelovigen kunnen hun ethiek zo definitief met hun geloof verbinden dat zij doodsbang zijn voor mensen die niet geloven. Die zijn immers van God los, daar kun je alles van verwachten. (Behalve misschien kruistochten, heksenverbrandig, de inquisitie, een donderpreek of een glimlachende pater aan de deur). Maar de ethiek van het geloof krijgt alleen kans als mensen ervoor kiezen om deze toe te passen. Het zijn de gelovigen die de richtlijnen van hogerhand van toepassing hebben verklaard. Dat geldt ook voor de 'ware' gelovigen die blindelings slavernij, steniging of de ondergeschiktheid van de vrouw verdedigen, omdat deze dingen in hun heilige geschriften voorkomen. Maar zij zijn 'blindelings' uit eigen verkiezing. (Als geloof nu op het gevoel gebaseerd is, vraag ik me hier trouwens af hoe zij de consequenties van hun zelfgekozen blindheid met hun gevoel kunnen rijmen)
Nu gaat religie niet alleen door voor de bron van de ethiek, religie voorziet mensen ook van een grote Broer, die óók zegt dat je niet mag stelen, moorden en verkrachten. Een grote Broer, of eigenlijk meer een invloedrijke Vader, die iets heel hoogs is in het universum. Pas dus maar op, want Hij zal zal, als het nodig is, op een goede dag met je afrekenen. Nu nog niet misschien, maar lach niet te vroeg, want na je dood kun je ook nog gestraft worden. Een dergelijke dreiging zou kunnen helpen, maar ik vraag me af of het middel, een Autoriteit, niet erger is dan de kwaal, de mogelijkheid van wangedrag. Want mensen die zich richten op het Gezag van een Autoriteit, verwarren gehoorzaamheid met verantwoordelijkheid. Wat voor ethisch bewustzijn kun je daarvan verwachten?
Zingeving
Dan is er nog de zingeving. Religie voorziet mensen niet alleen van een ethische geschoolde en respectabele Vaderfiguur, maar ook van een zin in het leven. (Ik heb me overigens wel eens afgevraagd of de 'zin van' het leven niet net zo gek is als het 'nut in' het leven, maar dit terzijde.)
Stel dat iemand die niet weet wat hij met z'n leven aanmoet, bij je aanklopt. Hij ziet het niet meer zitten en vraagt je 'Wat moet ik doen'. Eerste reaktie: 'Je moet helemaal niks'. Maar dat helpt niet. Goed, je geeft de persoon een zetje. 'Waarom ga je geen vrijwilligerswerk doen, er zijn heel wat mensen die wel wat hulp kunnen gebruiken'.
Ook dit valt verkeerd, want iemand die 'het' niet ziet zitten, is hier ook niet voor in. 'Waarom zou ik, het leven van die mensen heeft toch evenmin zin, het heeft toch allemaal geen zin!' Iets van deze strekking.
Nu valt zo'n kwetsbare persoon in de handen van een religieuze groepering. Bij het volgende bezoek hoor je dat hij weer een doel in het leven heeft. De zin van het leven is de Schepper lief te hebben en tevens al zijn schepselen. Deze persoon heeft zich nu via de kerk in het charitatieve werk gestort.
Opeens is het bijstaan van andere mensen wél de moeite waard. En de tegenwerping 'Waarom zou ik, het heeft toch immers allemaal geen zin' is irrelevant geworden. Want nu heeft Hij het gezegd. Ik vrees dat het Gezag hier weer doorslaggevend is. Met de almachtige Schepper ga je toch niet in discussie! Als de Intelligentie die achter de plannen van het universum zit het zegt, dan is het toch goed!
Een onhoudbare hypothese, een Rorschach-bewijs, gehoorzaamheid in plaats van verantwoordelijkheid, zin door Gezag.
Hoe kan zoiets zo lang voortduren? Het bestaat al zo lang, dan moet er toch iets goeds in zitten?
Nou ja, oorlog, martelingen, moord, verkrachting, oplichting en verraad bestaan ook al heel lang, zit daar ook iets goeds in?
Nou vooruit, deze retorische vraag neemt de echte vraag niet weg: hoe kunnen mensen hier zo aan vasthouden? Waar zijn zij naar op zoek?

Wetenschap en filosofie
Bij een wetenschappelijke benadering, waarbij je een aannemelijke hypothese opstelt om deze vervolgens aan de feiten te toetsen, lijken religies al gauw onzinnig. Maar dat lijkt er niet toe te doen en misschien is dat een aanwijzing dat het om iets anders gaat. Ik bedoel, als je religies wetenschappelijk benadert blijft er niets van over, maar toch houden mensen vol... Is dat alleen maar domheid of Gezagsgetrouwheid?
Laten we het idee dat een wetenschappelijke screening de doorslag zou moeten geven eens aan de nader onderzoek onderwerpen.
Wetenschap wordt geidentitficeerd met waarheid en waarheidsvinding, maar daar valt nog wel iets over te zeggen. De wetenschap zoals we die kennen, is terug te voeren op Descartes, een filosoof uit de zeventiende eeuw die het begrip ‘waarheid’ koppelde aan 'substantie en uitgebreidheid'. In andere woorden: Descartes beweerde dat de wereld die we dagelijks ervaren alleen ‘waar’ is, voorzover deze is uit te drukken in catagorieën van kwantiteit. Kilogrammen, meters en sekonden, dat soort eenheden. Als je gebeurtenissen kunt kwantificeren, kun je ze in wiskundige modellen vangen. Deze modellen, of hypothesen, kun je toetsen en als ze kloppen heb je de wetenschap weer een stapje verder geholpen. Daar is niks op tegen, maar in dit wereldbeeld is niets over ethiek of zingeving te vinden. Dat hoeft ook niet, zolang de wetenschap dan maar niet beweert het over 'alles' te hebben. Waardoor ze ook over 'alles' een oordeel zou kunnen vellen.
Naast ethiek en zingeving is er nog een belangrijk aspect van het leven waar de wetenschap niets over kan zeggen. In eerste instantie lijkt dit aspect misschien onbelangrijk, maar het speelt het een cruciale rol: ik doel hier op 'de ervaring'.
De ervaring
Kan de wetenschap daar niets over zeggen? Dat is niet zonder meer waar. De kennis op dit gebied is ver gevorderd. Als je een kleur of een geur ervaart, kan de wetenschap tegenwoordig heel nauwkeurig aangeven wat er allemaal voor stroompjes en chemische omzettingen aan te pas komen in onze zenuwbanen en synapsen. Maar, en nu komt het, daarmee is de ervaring niet verklaard! De bewering dat de ervaring te verklaren zou zijn uit stroompjes en chemische omzettingen zou zelfs heel onwetenschappelijk zijn. Want dan zou de ervaring verklaard worden uit datgene wat we ervaren, zoals stroompjes en chemische omzettingen. Wat neer zou komen op een cirkelredenering. Dus als het gaat om een verklaring van de ervaring staat de wetenschap met lege handen…
In wetenschappelijke verhandelingen wordt hier altijd een beetje overheen gepraat. Aan het eind van een relaas over stroompjes en chemische omzettingen wordt dan iets gezegd in de trant van: 'En dat ervaren we als groen, of als de geur van kaneel'. Maar hoe kom je nu van stroompjes terecht bij een kleur of een geur? Daar wordt verder nooit op ingegaan. De ervaring blijft voor de wetenschap onverklaarbaar. Een constatering om even bij stil te staan. Onze ervaring van wereld, van het hele universum, is onverklaarbaar. Het overkomt ons 'zomaar', de wereld die we ervaren komt 'uit het niets'. Dit 'niets', dat in de filosofie van Descartes niet voorkomt, speelt in de existentiefilosofie van de twintigste eeuw een grote rol.
Ethiek en zingeving in een nieuw licht
Je zou kunnen zeggen, je onderscheidt de wereld (van jezelf) voor zover je niet met de wereld samenvalt, voorzover je de wereld 'niet' bent. Om dit tot uitdrukking te brengen wordt in de existentiefilosofie ook de term 'vrijheid' gebruikt. De mens valt als 'vrijheid' niet samen met de wereld. Voor alle duidelijkheid, bij dit begrip ‘vrijheid’ gaat het niet om een soort vakantie, maar om het feit dat we niet samenvallen met de wereld om ons heen, dat we niet opgaan in een systeem dat wordt geregeerd door vaste natuurwetten. Dit heeft niet alleen een beschouwelijke, maar ook een praktische betekenis: het feit dat we niet samenvallen met de wereld, houdt in dat we iets in de wereld kunnen uitrichten. We ervaren feitelijkheden, maar daarin liggen ook mogelijkheden, en daaruit kunnen we in vrijheid kiezen welke we willen verwezenlijken. Naar aanleiding van de vraag naar de aard van ‘de ervaring’ kan de mens dus als ‘vrijheid’ worden gedefinieerd.
Het besef dat wij, áls vrijheid en ín vrijheid, kunnen bepalen wat we doen, kan als basis dienen voor een ethiek. Want het gaat niet alleen om de eigen vrijheid, maar om vrijheid in algemene zin, dus ook om de vrijheid van anderen. Hoe kun je die garanderen?
Het besef van vrijheid raakt ook aan zingeving. Want wat is je keuze, wat heeft volgens jou zin om te doen? Waarin wil je je persoonlijk engageren?
Door het begrip ‘vrijheid’ kunnen ethiek en zingeving dus in een nieuw licht worden gesteld. Het gaat nu eerder om het maken van keuzen en om engagement, dan om Gezag en Gehoorzaamheid.
De actualiteit
Een onverklaarbare ervaring die uit het 'niets' ontstaat, een ethiek om ieders 'vrijheid' te beschermen en de mogelijkheid om, handelend, zin en betekenis aan je leven te geven. In de filosofie kan het dus ook gaan over een soort schepping uit het niets, en ook over ethiek en zingeving…
Maar er is een duidelijk verschil: in religies is de verontrustende, maar misschien ook inspirerende onverklaarbaarheid van de ervaring gewoonlijk omgevormd tot een kwasi begrijpelijke schepping, waarin er 'gewoon' een Schepper aan het werk is geweest, iets dat bij doorvragen een schijnverkaring blijkt te zijn, waarop je niet door mag vragen. Daarbij wordt je de mogelijkheid om een 'eigen' ethiek en zingeving te ontwikkelen ontnomen en vervangen door gehoorzaamheid aan voorschriften.
Er zijn gelovigen die dat graag doen, in de veronderstelling dat deze voorschriften eeuwigheidswaarde bezitten omdat zij deel uitmaken van teksten die al eeuwen meegaan.
Vaak zullen ze hierbij opmerken dat deze voorschriften, hoewel oud, nog steeds verrassend actueel zijn. Hiermee benadrukken zij de eeuwigheidswaarde, maar dat niet alleen. Tegelijkertijd geven zij hiermee aan, en misschien is dat ongewild, dat actualiteit van groot belang is. Maar als dat zo is, waarom besteden zij dan niet meer aandacht aan actuele teksten over ethiek en zingeving? Zodat zij op een een klacht over oudbakken koekjes kunnen reageren met een: 'Dan treft u het, we hebben zojuist verse koekjes gebakken'.
