Monday, December 31, 2007

Al weer een hele tijd geleden werd in het voortgezet onderwijs het zogenaamde taakbeleid ingevoerd. Door de overheid en de grote onderwijsbonden werd een systeem in het leven geroepen dat de ondervonden ongelijkheid tussen docenten in het onderwijs zou moeten voorkomen. Zoals bekend wordt in het voortgezet onderwijs onderwijzend personeel nog steeds betaald naar het aantal lessen dat verzorgd wordt. Gerelateerd aan deze lessen wordt vervolgens naar een rekenmodel een aantal taken, verplichte en vrijwillige scholing, tot op vrijwel de minuut verrekend.

Als je kijkt hoe dit systeem heeft uitgegepakt, kun je constateren dat het volstrekt zijn doel voorbij is geschoten. Erger nog, het heeft in de praktijk vaak het volstrekt tegenovergestelde effect gesorteerd. Docenten die uit enthousiasme en/of idealisme, en daar lopen er gelukkig heel veel van rond in het onderwijs, zich weinig gelegen lieten liggen aan het letterlijk minitieus bepaalde takenpakket, gaan daar net als vroeger, ver over heen. Collega's die het op het gebied van de arbeidsethos wat minder nauw nemen weten zich vaak gesterkt, niet in het minst door de eigen rol van rekenmeester, het Persoonlijk Inzet Plan of hoe het ook mag heten, in eigen voordeel te benutten.

Wat is de oplossing? Die is vrij simpel maar vraagt wel enige durf van de partijen aan de CAO-onderhandelingstafel: schaf ten eerste de archaische  verrekening naar lessen af in het onderwijs af en hanteer een 36-urige werkweek zoals in andere sectoren maar ook in het onderwijs in de meeste Europese landen gebruikelijk is. Zorg er vervolgens voor dat docenten zo flexibel mogelijk in hun teams vooral dat werk kunnen doen waar zij goed in zijn. Laat die werkverdeling vooral ook binnen de teams plaatsvinden. De kans dat de ongelijkheid dan onrechtvaardige of onaanvaardbare vormen aanneemt, minimaliseer je daarmee aanzienlijk. In ieder geval meer dan door een systeem dat gelijkheid en beleid voornamelijk suggereert.

posted @ 12:23 PM | Feedback (2)