Eigenlijk heb ik niet veel met de kunst van Damien Hirst. Op de academie kreeg ik kunstgeschiedenis van mevrouw Jacometti, waarvan ik veel geleerd heb. Zij verdeelde culturen in een begintijd, een midden en een eindtijd en het werk van Hirst is voor mij uit een eindtijd: er hangt de geur van bederf omheen, een bederf wat alle formaldehyde en andere chemicalieën niet kunnen voorkomen. Je zou toch verwachten dat een kunstenaar zich als een bron van leven en vernieuwing zou willen doen gelden, maar Hirst bevestigt de verrotting waaraan de huidige cultuur lijdt. Als je veel geld en succes hebt ga je kennelijk vanzelf meedoen met het gezonde kapitalistische marktbeginsel, zelfs de dood wordt salonfähig gemaakt met diamanten en saffieren. Het is een machteloze vorm van bezwering en een bevestiging van de machtsverhoudingen waarin een succesvol kunstenaar functioneert en daaraan helpt geen referentie aan de cultuurgeschiedenis of ironieteken. De schedel van Hirst wordt als een hedendaagse pendant van de Vanitassymbolen uit de gouden eeuw het Rijksmuseum ingehaald, maar dat museum wordt juist met zo’n publiekstrekker wat de schedel zelf ook is: een stralende buitenkant met een inhoud zonder leven.
Een kunstenaar die als Hirst functioneert is gewoon vraag aan het creëeren en aanbod aan het reguleren, de kritiek is door het label kunstenaar erg bezig met “hineininterpretieren” als ik die ouderwetse uitdrukking nog eens mag gebruiken.

Damien Hirst - Beautiful Hermes Amnesia Painting, 2008
Household gloss paint on canvas - 182.9 cm diameter
http://www.gagosian.com/exhibitions/madison-avenue-2008-07-summer-group-show/