In het Culturele Ontmoetingscentrum werd ik voorgesteld aan de Kunstkenner
en aan de Dokter. Zij nodigden mij uit om bij hen te komen zitten. De
dokter werkte in een ziekenhuis buiten Caïro. Hij was bescheiden en
weidde bepaald niet uit over zijn beroep. Wel vertelde hij dat
voorlichting over hygiëne en gezond eten belangrijke aspecten van
zijn werk waren. Allebei luisterden we naar de Kunstkenner die veel te vertellen had. Hij had
jarenlang in Duitsland gewoond en sprak boeiend over zijn werk als
kunstcriticus. Nahib Mahfouz, de Nobelprijswinnaar had hij persoonlijk gekend,
waarbij hij aantekende dat Mahfouz de prijs mogelijk gewonnen had vanwege
het niet-revolutionaire aspect ervan. Hij hield persoonlijk meer van
felle, geëengageerde romans.
We (voornamelijk de Kunstkenner)
spraken ook over de haast zinderende, hoopvolle sfeer die in Caïro
hing, waarbij ook hij zich realiseerde dat er veel tijd nodig was om in Egypte een rechtvaardiger samenleving te scheppen.
Met zijn drieën liepen we langs de exposities in het gebouw en
spraken over kunst die door haar schoonheid cultuurverschillen kan
overbruggen.
Daarna liep ik voor de laatste keer naar de Nijl. Weer verbaasde ik me
over de grootte van de vleermuizen die ik - in het licht van de kleine
moskee - tussen de bomen zag fladderen.
Vroeger dan nodig was, werd ik wakker. De chauffeur die mij naar het
vliegveld zou brengen, lag al ergens in het hotelletje te slapen. Ik was zenuwachtig voor de
reis --- was dat de reden dat de man eerder wakker werd gemaakt?
In de auto vertelde hij dat hij geschiedenis had gestudeerd. Soms werkte
hij als gids, maar meestal als chauffeur om - voor verschillende hotels -
mensen van en naar het vliegveld te brengen: "Vaak nachtwerk. Ik zou wel
eens heel lang willen slapen."
We waren erg vroeg bij de vertrekhal. Ik had nog 5 dirham, in de stad genoeg
voor 5 koppen thee .... Maar de goedkoopste versnapering kostte hier 18 dirham.
Het wachten tussen de vele reizigers, waarvan de meesten zaten te dommelen, duurde lang. Een ouder
echtpaar dat in Zuid-Afrika was geweest, begon gelukkig een praatje en vertelde hoeveel geweldig
mooie landschappen ze hadden gezien: "je kunt het je niet voorstellen, wat een schitterend land dat is."
Maar wat ik nou eigenlijk gedaan had in
Caïro bleek moeilijk uit te leggen, maar: "heb je iets van de cultuur
begrepen?", vroegen ze geïnteresseerd?
"Nee", zei ik, daarvoor was de tijd te kort. "Maar toen ik met kunstenaars
optrok en met mensen die gestudeerd hadden, heb ik wel met hen over
culturele overeenkomsten en verschillen kunnen praten."
Intussen dacht ik aan het vermoeide gezicht van de chauffeur. Waarom had
ik die dirhams niet aan hem gegeven? Hij had daarvoor, ergens in een theehuis onder de luchthaven, vast en zeker een lekkere kop koffie voor kunnen kopen.