Mei 201: Het nieuws liegt er niet om: hevige gevechten tussen moslims en
christenen, bij een
Koptische kerk in de wijk Giza.
Giza ... ik heb uitgebreid door die niet-toeristische wijk van Caïro
gelopen, op een van die dagen dat het zo warm was. Giza ligt op een
relatief rustig ogend Nijleiland. Een deel van de straten is ruim en
lommerrijk. Er zijn wat winkels en er is een marktje. Als je verder loopt,
kom je in een ouder stadsdeel met smalle, gedeeltelijk ongeplaveide
straatjes en hofjes. De mensen daar nemen je onderzoekend op: wat moet dat
toeristische mens hier?
Ik zocht de koelte van de schaduw in een rustige straat, met
uitzicht op wat winkeltjes. Een geztin, dat voor een cafeetje zat,
wenkte me en bood me een vers broodje aan, net gehaald bij een erg druk meeneem
restaurantje.
Het pannenkoekachtige baksel was gevuld met reepjes
groente en knapperige, gefrituurde kruidige korstjes: een soort
vleesvervanging? We probeerden te communiceren. Via tekeningetjes in mijn
opschrijfboekje lukte dat aardig. Opeens sloeg de stemming om: de gebaren
die mijn gastvrouwen maakten, waren duidelik; ze wilden geld hebben.
"Waarom?", vroeg ik, terwijl ik de baby een dinar gaf, die hij
onmiddellijk op de grond gooide: "jullie hebben mij toch uitgrnodigd?"
Voor ik wegging, wees een van de vrouwen naar mijn sjaal. Met een paar
handige gebaren wikkelde ze hem om mijn hoofd. Zo is het beter, knikte ze.
Een jongemand kwam mij tegemoet. Hij lachte beminnelijk en vroeg waar ik
vandaan kwam. Holland? Hij was daar geweest, in Groningen, Enschede en
Zwolle. Hij was kunstenaar en had daar met veel succes geëxposeerd. Hij had toen
verschillende goede contacten gelegd: mensen die regelmatig naar Egypte
reisden om zijn calligrafisch werk te kopen en dat tegen flinke prijzen in
Holland verkochten. De winst mochten ze houden.
"Dat is niks voor mij, ik ben niet zo zakelijk", zei ik, terwijl ik zijn aanbod om zijn galerie te bekijken afsloeg. Ik moest immers 'aan het werk'....
Op de een of andere manier had ik weer moeite om het Art Center terug te
vinden.
De Doctor was er al. Hij heette me welkom en vroeg me waarmee hij me
van dienst kon zijn. Op zijn Egyptisch dan maar, dacht ik: "Ik
ben in Nederland een bekend model en ik heb begrepen dat jullie
wel een ervaren model kunnen gebruiken." Natuurlijk vroeg hij waar ik zoal
model had gestaan. "Bij heel veel verschillende kunstenaars." En met een
breed gebaar gaf ik aan hoe gigantisch
mijn artistieke netwerk wel niet was.
De Doctor knikte. Het was goed.
Maar ik moest wel minstens drie hele avonden staan. Hij wilde me 20 dinar
per avond
betalen.
Het geld heb ik geweigerd. "Kan ik een certificaat krijgen? Daar heb ik in
Holland meer aan. En graag koffie in
de pauze!" Dat kwam in orde.
De cursisten waren inmiddels binnen gestroomd. Met hun pastelkrijtjes in de aanslag stonden ze bij hun schildersezels. Er werd een spot op mijn
gezicht gericht en een groot wit doek achter me gedrapeerd. Daartegen zouden
mijn lange grijze jurk en mijn kleurige sjaals goed uitkomen.
"Staat u goed?" vroeg de Doctor, terwijl ik stiekem de lamp wat verschoof,
zodat hij niet in mijn ogen scheen. "Prima!"
En daar stond ik, bijna doodstil, blij metmijn jurk, waaronder ik af en
toe - onzichtbaar -
mijn voeten kon bewegen.