Lang het museum liep ik mijn vertrouwde route naar Nijl. Het was nog
vroeg, maar er stonden toch al rijen mensen te wachten bij de ingang. Het toerisme kwam duiidelijk weer op ganjg. De
politie was, zoals gewoonlijk, alert. Agenten verzochten me om via een smalle doorgang langs
het terrein te lopen: soms moest dat, soms hoefde dat niet.
Die dag koos ik voor de eilanden, die lommerrijk en hopelijk relatief
koel zouden zijn.
Een meisje zat op een muurtje bij het water te studeren. Ze vertelde dat ze dokter wilde
worden: "er zijn zoveel zieke mensen hier." Terwijl ze de passanten groette (broers, buren en haar vader die
beneden aan de oever van de Nijl een tuin had) vroeg ze of ik 's middags
ook naar het Plein van de Vrijheid ging. Daar was, zoals elke vrijdag, een
feestelijk herdenkingssamenkomst met muziek, toespraken enz. "Goed idee:
ik herken je vast!" zei ik, terwijl ik naar haar knalroze hoofddoek keek.
Tegen de middag reden er veel, heel open auto's, versierd met Egyptische vlaggen
richting centrum. Het was al flink vol op het plein. Overal zaten
gezinnetjes te picknicken, en er klonk muziek.
Hier en daar stonden
groepjes mensen met foto's van (tijdens de opstand doodgeschoten?)
familieleden: ook van heel kleine kinderen....
De kern van het gebeuren werd gevormd door een groep mannen die, omgeven
door spandoeken, op een podium stonden: de nieuwe leiders? "Nee, gewoon
mensen uit het volk, mensen zoals wij", vertelde een jongen me. Intussen schilderde hij de
Egyptische vlag op de wangen van een peuter die telkens lachend zijn
hoofdje wegdraaide.
Een andeere jongen gaf me een Arabisch pamflet en vroeg of ik het kon
lezen. Het ging over Egypte na De Opstand. Toen ik het vlammende,
veelbelovende jargon herkende, vertaalde ik de lange zinnen die de pagina's
vulden tamelijk snel. Het lukte aardig omdat ik mijn kennis van de taal heel goed kon aanvullen met het raden van de verbeteringen die ongetwijfeld werden beloofd. "Doorlezen", zei de jongen streng, terwijl er aan alle kanten intrigerende
muziek klonk,
en kleine acts werden opgevoerd.
Als beloning mocht ik het pamflet houden. Wat was dit? Een leestest? Of
kon deze jongen zelf geen hoog-Arabisch lezen, en wilde hij gewoon weten wat er stond, vroeg ik mij af terwijl hij
in de menigte verdween.
Opeens werd ik omringd door een grote groep vrolijke, opgeschoten jongens.
Ze sleurden me lachend mee over het gras, duwden me op de grond en wilden
met me op de foto. Intussen schilderde iemand de Egyptische vlag op mijn
hand.
Ik probeerde, vergeefs om weg te lopen. Agressief waren ze niet, maar wel
sterk en talrijk en iets te dichtbij.
Een oudere man zag mijn worsteling. Hij sriep iets strengs tegen de jongens die er
onmiddellijk vandoor gingen. Op een na: de vlag op mijn huid kostte immers en
dinar!
De man stelde mij voor aan zijn vrouw, zijn zuster en zijn moeder die
onder zijn begeleiding het festijn meemaakten. Toen maakte hij een paar
wenkende gebaren. Van verschillende kanten kwamen er meisjes aangesneld.
"Mijn dochters" zei hij trots: "en mijn nichtjes."
In het kielzog van
deze groep vrouwen verliet ik het plein, en kon ik veilig de straat
oversteken. Daar stapte het gezelschap stapte in een bus. Toen de dames uitgebreid vanachter de ruiten naar me wuifden, zag ik dat de meeste van hen een
knalroze hoofddoek droegen.