1001 Arabische radionachten

Sesam, open u! (Iftah ya simsim)

My Links

Blog Stats

Archives

Image Galleries

Lees ook:

Wednesday, May 18, 2011 #

Caïro 15: Terug naar Amsterdam

In het Culturele Ontmoetingscentrum werd ik voorgesteld aan de Kunstkenner en aan de Dokter. Zij nodigden mij uit om bij hen te komen zitten. De dokter werkte in een ziekenhuis buiten Caïro. Hij was bescheiden en weidde bepaald niet uit over zijn beroep. Wel vertelde hij dat voorlichting over hygiëne en gezond eten belangrijke aspecten van zijn werk waren. Allebei luisterden we naar de Kunstkenner die veel te vertellen had. Hij had jarenlang in Duitsland gewoond en sprak boeiend over zijn werk als kunstcriticus. Nahib Mahfouz, de Nobelprijswinnaar had hij persoonlijk gekend, waarbij hij aantekende dat Mahfouz de prijs mogelijk gewonnen had vanwege het niet-revolutionaire aspect ervan. Hij hield persoonlijk meer van felle, geëengageerde romans.
We (voornamelijk de Kunstkenner) spraken ook over de haast zinderende, hoopvolle sfeer die in Caïro hing, waarbij ook hij zich realiseerde dat er veel tijd nodig was om in Egypte een rechtvaardiger samenleving te scheppen.

Met zijn drieën liepen we langs de exposities in het gebouw en spraken over kunst die door haar schoonheid cultuurverschillen kan overbruggen.
Daarna liep ik voor de laatste keer naar de Nijl. Weer verbaasde ik me over de grootte van de vleermuizen die ik - in het licht van de kleine moskee - tussen de bomen zag fladderen.

Vroeger dan nodig was, werd ik wakker. De chauffeur die mij naar het vliegveld zou brengen, lag al ergens in het hotelletje te slapen. Ik was zenuwachtig voor de reis --- was dat de reden dat de man eerder wakker werd gemaakt?
In de auto vertelde hij dat hij geschiedenis had gestudeerd. Soms werkte hij als gids, maar meestal als chauffeur om - voor verschillende hotels - mensen van en naar het vliegveld te brengen: "Vaak nachtwerk. Ik zou wel eens heel lang willen slapen."

We waren erg vroeg bij de vertrekhal. Ik had nog 5 dirham, in de stad genoeg voor 5 koppen thee .... Maar de goedkoopste versnapering kostte hier 18 dirham.
Het wachten tussen de vele reizigers, waarvan de meesten zaten te dommelen, duurde lang. Een ouder echtpaar dat in Zuid-Afrika was geweest, begon gelukkig een praatje en vertelde hoeveel geweldig mooie landschappen ze hadden gezien: "je kunt het je niet voorstellen, wat een schitterend land dat is."
Maar wat ik nou eigenlijk gedaan had in Caïro bleek moeilijk uit te leggen, maar: "heb je iets van de cultuur begrepen?", vroegen ze geïnteresseerd?
"Nee", zei ik, daarvoor was de tijd te kort. "Maar toen ik met kunstenaars optrok en met mensen die gestudeerd hadden, heb ik wel met hen over culturele overeenkomsten en verschillen kunnen praten." Intussen dacht ik aan het vermoeide gezicht van de chauffeur. Waarom had ik die dirhams niet aan hem gegeven? Hij had daarvoor, ergens in een theehuis onder de luchthaven, vast en zeker een lekkere kop koffie voor kunnen kopen.

posted @ 6:36 AM | Feedback (2)

Monday, May 16, 2011 #

Cairo: 14: Eerste Paasdag

Ik keek uit mijn raam, naar de zwaluwen die daar - in de hoogte - langsscheerden en naar de afgeplatte berg in de verte. Weer vond ik dat hij op een afgegraven pyramide leek....
Het was pasen en dat betekent in Egypte tevens 'Sham El-Nessim' het feest van de beginnende zomer: "we hebben hier maar drie seizoenen", vertelde een van de hoteljongens me: "ons feest is veel ouder dan het Paasfeest en het gaat gepaard met het zoeken van eieren en met het eten van zoute vis." En met lente-uitjes, zoals ik in het museum had gezien.
Zowel voor moslims als voor christenen was het duidelijk een vrije dag: veel winkels waren dicht en het was rustig op straat. Ook op de wandelboulevards langs de Nijl.
Het was al vroeg warm. Ik voelde me een beetje vreemd. Ietwat zweverig. Het was of er een bepaalde energie in de stad hing: energie van hoop en verwachting na De Opstand, of energie die de oeroude cultuur hier uitstraalde? Verbeelding wellicht, gewoon een gevolg van dagenlang te weinig eten. Maar honger had ik nauwelijks. Gelukkig maar, want doordat het hotel onverwacht een extra bedrag had berekend, had ik nog maar een paar dinar om de laatste dagen door te komen. Dorst had ik wel, daar viel niet tegenop te drinken. Maar daar waren de openbare kranen voor.

Een auto stopte bij de boom waaronder ik zat. Een paar donkere ogen keken me, tussen de spleet van een zwarte burka door, onderzoekend aan: "Gaat het?" vroeg de vrouw me. "Jawel, ik rust gewoon even uit. Het is zo warm."
"Warm? de zomer is vandaag pas begonnen."
Toen ze het brood en de perzikjes zag - het enige voedsel dat ik de laatste dagen verdroeg - vroeg ze of ik de heerlijke Egyptische keuken al had geproefd. Nee dus. Brood en fruit waren voor mij genoeg.
Ze schudde haar hoofd. En met haar gehandschoende hand gooide ze een dinar in mijn schoot. Ze reed weg, voor ik kon protesteren.
Even later slofte een oude man naar me toe, met een bekertje water in de hand. Ik moest het leegdrinken, zei hij. Tevreden nam hij de lege beker mee, en gebaarde dat hij weg moest - naar de moskee om te bidden.

Het werd drukker: gezinnetjes wandelden langs, stelletjes paradeerden hand in hand voorbij of zochten een rustig plekje op de kade-rand.
Er schoot een jonge man op me af. Hij vertelde dat hij vlakbij een galerie had, en dat hij schitterende oude sieraden had, fraaie oude handschriften en nog veel. Bovendien was het daar lekker koel. Terwijl we erheen liepen noemde hij de steden in Nederland op waar hij geweest was. Hij had familie in Utrecht. Dit soort verhalen kwam me inmiddels erg bekend voor. Maar de beloofde koelte, lokte me.
De galerie bleek gevuld te zijn met recent beschilderd papyrus. De galerie-wachter nodigde me vriendelijk uit om te gaan zitten en vroeg me wat ik mooi vond. Er waren wel een paar afbeeldingen van oude taferelen die me boeiden.
"Maar ik koop niks", zei ik voor de zekerheid heel erg duidelijk.
Terwijl galerie-man de papyrustaferelen mooi voor me uitstalde, vreg hij mijn 'gids' om thee te halen.
Daarop bood hij mij vriendelijk aan om mijn naam in hierogyfenschrift op te schrijven. Daarvoor pakte hij een van de afbeeldingen. "Stop" zei ik streng: "stop!".Als je daarop schrijft, moet ik ze kopen, en ik heb duidelijk gezegd dat ik dat niet doe. Hou op." Onmiddellik. stond de man op, pakte zijn jas, deed de lampen uit en zei dat ik moest maken dat ik wegkwam. Maar ik stond al bij de deur....

"Wat zijn dat nou voor verkoop-praktijken?", vroeg ik later aan de hoteljongens: "zo erg heb ik het nog niet meegemaakt. Is dit nou normaal?"
"Nee", zeiden ze hoofdschuddend: "dit gaat echt te ver.
We spraken verder over verkooptechnieken, over het Paasfeest en over de rijke geschiedenis van Egypte.
Op mijn vraag of de berg die ik vanuit mijn kamer kon zien ooit een pyramide iwas geweest, was het antwoord "NEE, NEE - dat is onzin, die veronderstelling gaat echt te ver.

posted @ 7:36 PM | Feedback (0)

Sunday, May 15, 2011 #

Caïro 13: Het Egptisch Historisch Museum

Op Paasmaandag liep ik mijn favoriete wandeling langs de Nijl. Een vrouw kwam me met stevige pas tegemoet. "Ik ken jou!" riep ze vrolijk: "weet je nog, gisteren in het museum...."
De schoonmaakster, dacht ik, het is de schoonmaakster. Maar wat loopt ze goed....

Het Egyptisch Museum wordt streng bewaakt. Het pad ernaartoe wordt gecontroleerd door de politie, terwijl aan de andere kant het leger de doorgang blokkeert.
Bij de ingang werden alle bezoekers zorgvuldig gescreend: we moesten door zo'n beveiligingspoortje, werden daarna met een metaal detector betast; onze tassen gingen op 'de band' en werden vervolgens opengemaakt, mijn flesje water werd besnuffeld, en de broodzak geïnspecteerd.

Het museum is groot en vol. Hier en daar geven vergeelde, getypte papiertjes enige globale informatie. De vele gidsen leiden de bezoekrs langs hoogtepunten die per gids verschillen. Ik ving flarden op van diepgaande informatie over dna-onderzoek van mummies, de betekenis van de kleuren in Het Middenrijk en zag het tijdens de Thoura gestolen beeldje - dat weer terecht was. Was de ene gids veel kundiger dan de andere, of pasten ze zich aan aan de interesse van hun groep?
Mijn ogen rustten lang op de beroemde beelden met ogen van edelstenen en verlustigden zich in al die betekenisvolle stukken papyrus...
Ik stond lang stil bij een piepklein mummiekistje, gemaakt voor ongeboren kindjes die, zoals de röntgenfoto's lieten zien niet in foetushouding, maar uitgestrekt, waren gemummificeerd. Ze schenen soms kostbare maskertjes gedragen te hebben. Ontroerend vond ik ook de opvallend levendige portretten van overledenen, geschilderd op hun sarcofagen.
Er was zo veel, veel te veel om al die beelden in me op te nemen. Gelukkig vond ik een bankje, niet ver van de grafschatten van Toetanchamon, waar ik, net als iedereen, uiteraard naartoe gegaan was: indrukwekkend, al dat goud, al die sieraden die al zo vaak bewonderd en beschreven zijn...
Wat zou de farao er van gevonden hebben, dacht ik, als hij geweten had dat hij eens aan de blikken van zoveel mensen blootgesteld zou worden: zijn sarcofaag en zijn schatten liggen te kijk in het museum, maar zijn mummie niet, die is ver hiervandaan in zijn graf in Luxor.

Een werkvrouw was bezig met het soppen en zemen van de glazen vitrines. Ze zuchtte en plofte naast me neer op het bankje. Ze schopte haar slippers uit en liet me haar voeten zien. Die waren dik met gezwollen enkels: "Pijn!", zei ze en vertelde uitgebreid hoe zwaar en vermoeiend haar werk was. Intussen zag ik al die mensen langsstromen. Een straal zonlicht viel op de vitrine vlakbij. Ik keek omhoog, naar de kleine ruitjes in het dak van het museum. Ze waren vies en veel waren gebroken. Hoewel er tijdens De Opstand vandalen het museum waren binnengedrongen, was dit duidelijk niet tijdens de Thoura gebeurd.
"Kapot", zei de schoonmaakster, terwijl ze mijn blik volgde. "Hoe moet het dan als het regent?", vroeg ik bezorgd rondkijkend. Veel beelden stonden daar zo kwetsbaar, zo onbeschermd .
"dan wordt alles nat." En terwijl ze over haar pijnlijke voeten wreef voegde ze eraan toe: "dan moet ik dweilen." Dat klonk berustend en ontzettend vermoeid, alsof ze regelmatig tot aan haar arme enkels in het water stond.

posted @ 6:49 AM | Feedback (1)

Friday, May 13, 2011 #

Caiïro 12: Het ontstaan van kunst

Vol verwachting toog ik naar het ontmoetingscentrum in Caïro waar de Doctor een lezing zou houden over het ontstaan van kunst. De lezing was het begin van een serie waarin de geschiedenis van 'de' kunst behandeld zou worden.
De Doctor stelde dat ten onrechte beweerd wordt dat kunst in het oude Griekenland ontstaan is. Kunst is veel, veel ouder. In mooi, hoog-Arabisch voerde hij ons mee naar oeroude tijden waarin ooit iemand met een trefzekere hand de afbeelding van een dier op een rots tekende: "In een donkere grot, wellicht slechts met een enkele fakkel verlicht - terwijl het dier zelf niet in de buurt was.'"
Ter illustratie kregen we een aantal prachtige rotstekeningen te zien; waarvan de meest interessante, volgens de Doctor, die in de grotten van Lascaux waren. Aan het eind van zijn betoog liet de Doctor ons een afbeelding zien van een rots waarop vele wit gekleurde handen waren afgedrukt. Hij noemde dit het begin van kunst en van cultuur: " die is dus begonnen bij Het Tekenen." De Doctor wees erop dat niemand precies weet waarom mensen zijn gaan tekenen: 'wat bezielde hen? Was er sprake van een ritueel, van een bezwering, of was er iets heel anders aan de hand?"' Daarbij wees hij op de kracht van symbolen in het algemeen..
We gingen terug naar Griekenland: de doctor vond het Griekenlandverhaal een typisch europees voorbeeld van annexatie. Zijn stem klonk verontwaardigd toen hij vertelde hoe de westerlingen sinds de vroege Middeleeuwen de wereld naar hun hand gezet hebben, volkeren hebben uitgeroeid, beschavingen hebben vernietigd, schatten hebben geroofd enz. enz. In de volgende lezingen zou hij hier ongetwijfeld op terugkomen: "bovendien hebben de Europeanen en de Amerikanen hun denkmodellen aan de hele wereld willen opleggen. Dat geldt ook voor die over het ontstaan van kunst. "

Het verhaal riep nogal wat vragen en (positieve) reacties op. Vooral de stelling over 'het maken van tekeningen' als het begin van kunst. De doctor legde het nog eens uit: "de tekening van het dier, is een verwijzing naar het echte dier, een verwijzing die de toeschouwers herkennen, een abstrahering dus."
Als enige westerling in het gezelfschap voelde ik mij enigszins beschroomd, ik was immers een vertegenwoordiger van alle wandaden van Europa, maar uiteindelijk vroeg ik de Doctor toch of het maken van tekeningen ook het begin van RELIGIE representeerde. In religie speelt het vermogen van de mens om in symbolen te denken, immers ook een rol.
De Doctor reageerde enthousiast met een kort en duidelijk "ja!", waarbij hij nogmaals benadrukte dat de vraag waarom de tekeningen precies gemaakt zijn, niet duidelijk beantwoord kan worden.

"Wat voor rol heeft muziek gespeeld bij de ontwikkeling van 'cultuur'?" vroeg ik de Doctor later. "En hoe zit het met 'de taal'?"
Hij vertelde mij toen vol vuur dat dat zeker belangrijke facetten waren, maar dat er helaas geen sporen over zijn van heel vroege muziek. En dat we ook de dans - het communiceren via bewegingen - niet moesten onderschatten: "Maar de tekenaars zijn, dankzij hun 'tekens aan de wand', duidelijk in het voordeel."

Later op de avond raakte ik in gesprek met een andere kunstkenner, wiens Engels ik helaas minder goed verstond dan het Arabisch van de Doctor. Ik begreep uit zijn verhaal dat, volgens een gangbare opvatting, de Kunst inderdaad haar wortels heeft in het oude Griekenland. Ze zou geboren zijn op het moment dat een - bewust - onvolledige weergave van een godheid de mensen uitdaagde om hun VERBEELDINGSKRACHT te gebruiken. Daarbij zou de religieuze of magische betekenis ondergeschikt zijn aan de ESTHETHIEK.

De volgede dag keek ik in het Egyptisch Museum lang het perkament waarop kundige handen, mensen en dieren trefzeker hebben afgebeeld, lang voor Griekenland in beeld was. Kunst of (nog?) geen kunst, wat maakt het eigenlijk uit?

posted @ 6:11 PM | Feedback (0)

Tuesday, May 10, 2011 #

Caïro 11: Schildersmodel 2

Ik wist het nog van die ene keer dat ik, 20 jaar geleden, model heb gestaan, en van de vele keren dat ik zelf model heb getekend: drie uurtjes model-staan, het lijkt zo makkelijk, maar het is meer dan stil staan en 'volhouden': het is belangrijk om niet 'in te zakken' en 'de energie' vast te houden. Ik hield mijn blik strak gericht op een wit gipsen replica van de David van Michelangelo. En ik luisterde geïnteresseerd naar de aanwijzingen van de Doctor: licht en donker, daar draaide het allemaal om.
Om zijn instructies kracht bij te zetten, pakte hij nogal eens het krijt van een cursist en bracht eigenhandig vele verbeteringen aan. Dat ze dat accepteerden...
Op de achtergrond klonk, telkens opnieuw, een symfonie van Händel.
De eerste avond vloog om. De tweede niet. Het was, na een bloedhete dag (die door de Egyptenaren die ik ontmoet had 'een lekker lenteweertje" werd genoemd), nog steeds erg warm; het zweet }droop me van het gezicht en ik had last van mijn maag. De cursisten zagen het en boden me een extra rustmoment aan en een kopje thee. Ik accepteerde het allebei dankbaar, maar voelde me weinig professioneel.

In de pauze werden de tekeningen, zoals gewoonlijk, naast elkaar gezet. De cursisten gaven om de beurt - op een heel milde manier - commentaar op elkaars werk. Ook de docent was erg tevreden. Maar iedereen had wel een heel eigen interpretatie van mijn gestalte gegeven. Daarbij was mijn gezicht opvallend vaak voorzien van een stevige, rechte Arabische neus die ik absoluut niet bezit. Een van de dames had het zweet op mijn voorhoofd heel goed getroffen. Ze vertrouwde me toe dat ze het zelf ook zo warm had.
Opmerkelijk vond ik de tekening van een verstandelijk gehandicapte jongen. Ik herkende mijn ogen van 'toen ik een klein meisje was'.
"Iedereen heeft wel iets van mij vastgelegd", zei ik diplomatiek toen de Doctor mij vroeg wat ik ervan vond. "Maar zijn de kleuren niet wat donker? In Nederland hameren docenten altijd op 'transparantie'." En hier hadden de cursisten vele kleurlagen over elkaar heen gelegd.
De docent reageerde uiterst verontwaardigd, en leek daarmee sprekend op mijn vroegere docent modeltekenen.

Gelukkig maakte het Händel-bandje na de pauze plaats voor de Arabische top-zoveel en was het de derde avond minder warm.
De Doctor was tevreden: hij kon wel zien dat ik een professional was (!) Ik kreeg mijn certificaat en een heleboel cadeautjes van de schilders: ze hoopten allemaal dat ik nog eens terugkwam. Of dat ik hen in Hamburg kwam opzoeken, want daar gingen ze in juli exposeren. Leuk idee, want het genoegen was geheel wederzijds.
Maar het aanbod om mijn portretten mee naar huis te nemen, heb ik afgeslagen: "ik vind het veel fijner als er iets van mij in Egypte blijft."

posted @ 8:05 PM | Feedback (0)

Monday, May 09, 2011 #

Caiïro 10: Schildersmodel!

Mei 201: Het nieuws liegt er niet om: hevige gevechten tussen moslims en christenen, bij een Koptische kerk in de wijk Giza.
Giza ... ik heb uitgebreid door die niet-toeristische wijk van Caïro gelopen, op een van die dagen dat het zo warm was. Giza ligt op een relatief rustig ogend Nijleiland. Een deel van de straten is ruim en lommerrijk. Er zijn wat winkels en er is een marktje. Als je verder loopt, kom je in een ouder stadsdeel met smalle, gedeeltelijk ongeplaveide straatjes en hofjes. De mensen daar nemen je onderzoekend op: wat moet dat toeristische mens hier?
Ik zocht de koelte van de schaduw in een rustige straat, met uitzicht op wat winkeltjes. Een geztin, dat voor een cafeetje zat, wenkte me en bood me een vers broodje aan, net gehaald bij een erg druk meeneem restaurantje.
Het pannenkoekachtige baksel was gevuld met reepjes groente en knapperige, gefrituurde kruidige korstjes: een soort vleesvervanging? We probeerden te communiceren. Via tekeningetjes in mijn opschrijfboekje lukte dat aardig. Opeens sloeg de stemming om: de gebaren die mijn gastvrouwen maakten, waren duidelik; ze wilden geld hebben. "Waarom?", vroeg ik, terwijl ik de baby een dinar gaf, die hij onmiddellijk op de grond gooide: "jullie hebben mij toch uitgrnodigd?"
Voor ik wegging, wees een van de vrouwen naar mijn sjaal. Met een paar handige gebaren wikkelde ze hem om mijn hoofd. Zo is het beter, knikte ze.

Een jongemand kwam mij tegemoet. Hij lachte beminnelijk en vroeg waar ik vandaan kwam. Holland? Hij was daar geweest, in Groningen, Enschede en Zwolle. Hij was kunstenaar en had daar met veel succes geëxposeerd. Hij had toen verschillende goede contacten gelegd: mensen die regelmatig naar Egypte reisden om zijn calligrafisch werk te kopen en dat tegen flinke prijzen in Holland verkochten. De winst mochten ze houden.
"Dat is niks voor mij, ik ben niet zo zakelijk", zei ik, terwijl ik zijn aanbod om zijn galerie te bekijken afsloeg. Ik moest immers 'aan het werk'....

Op de een of andere manier had ik weer moeite om het Art Center terug te vinden. De Doctor was er al. Hij heette me welkom en vroeg me waarmee hij me van dienst kon zijn. Op zijn Egyptisch dan maar, dacht ik: "Ik ben in Nederland een bekend model en ik heb begrepen dat jullie wel een ervaren model kunnen gebruiken." Natuurlijk vroeg hij waar ik zoal model had gestaan. "Bij heel veel verschillende kunstenaars." En met een breed gebaar gaf ik aan hoe gigantisch mijn artistieke netwerk wel niet was.
De Doctor knikte. Het was goed. Maar ik moest wel minstens drie hele avonden staan. Hij wilde me 20 dinar per avond betalen.
Het geld heb ik geweigerd. "Kan ik een certificaat krijgen? Daar heb ik in Holland meer aan. En graag koffie in de pauze!" Dat kwam in orde.

De cursisten waren inmiddels binnen gestroomd. Met hun pastelkrijtjes in de aanslag stonden ze bij hun schildersezels. Er werd een spot op mijn gezicht gericht en een groot wit doek achter me gedrapeerd. Daartegen zouden mijn lange grijze jurk en mijn kleurige sjaals goed uitkomen.
"Staat u goed?" vroeg de Doctor, terwijl ik stiekem de lamp wat verschoof, zodat hij niet in mijn ogen scheen. "Prima!"
En daar stond ik, bijna doodstil, blij metmijn jurk, waaronder ik af en toe - onzichtbaar - mijn voeten kon bewegen.

posted @ 6:19 PM | Feedback (1)

Sunday, May 08, 2011 #

Caiïro 9: Sahat Al Tahrir (Het Vrijeidsplein)

Lang het museum liep ik mijn vertrouwde route naar Nijl. Het was nog vroeg, maar er stonden toch al rijen mensen te wachten bij de ingang. Het toerisme kwam duiidelijk weer op ganjg. De politie was, zoals gewoonlijk, alert. Agenten verzochten me om via een smalle doorgang langs het terrein te lopen: soms moest dat, soms hoefde dat niet.
Die dag koos ik voor de eilanden, die lommerrijk en hopelijk relatief koel zouden zijn.

Een meisje zat op een muurtje bij het water te studeren. Ze vertelde dat ze dokter wilde worden: "er zijn zoveel zieke mensen hier." Terwijl ze de passanten groette (broers, buren en haar vader die beneden aan de oever van de Nijl een tuin had) vroeg ze of ik 's middags ook naar het Plein van de Vrijheid ging. Daar was, zoals elke vrijdag, een feestelijk herdenkingssamenkomst met muziek, toespraken enz. "Goed idee: ik herken je vast!" zei ik, terwijl ik naar haar knalroze hoofddoek keek.

Tegen de middag reden er veel, heel open auto's, versierd met Egyptische vlaggen richting centrum. Het was al flink vol op het plein. Overal zaten gezinnetjes te picknicken, en er klonk muziek.
Hier en daar stonden groepjes mensen met foto's van (tijdens de opstand doodgeschoten?) familieleden: ook van heel kleine kinderen....

De kern van het gebeuren werd gevormd door een groep mannen die, omgeven door spandoeken, op een podium stonden: de nieuwe leiders? "Nee, gewoon mensen uit het volk, mensen zoals wij", vertelde een jongen me. Intussen schilderde hij de Egyptische vlag op de wangen van een peuter die telkens lachend zijn hoofdje wegdraaide.

Een andeere jongen gaf me een Arabisch pamflet en vroeg of ik het kon lezen. Het ging over Egypte na De Opstand. Toen ik het vlammende, veelbelovende jargon herkende, vertaalde ik de lange zinnen die de pagina's vulden tamelijk snel. Het lukte aardig omdat ik mijn kennis van de taal heel goed kon aanvullen met het raden van de verbeteringen die ongetwijfeld werden beloofd. "Doorlezen", zei de jongen streng, terwijl er aan alle kanten intrigerende muziek klonk, en kleine acts werden opgevoerd.
Als beloning mocht ik het pamflet houden. Wat was dit? Een leestest? Of kon deze jongen zelf geen hoog-Arabisch lezen, en wilde hij gewoon weten wat er stond, vroeg ik mij af terwijl hij in de menigte verdween.

Opeens werd ik omringd door een grote groep vrolijke, opgeschoten jongens. Ze sleurden me lachend mee over het gras, duwden me op de grond en wilden met me op de foto. Intussen schilderde iemand de Egyptische vlag op mijn hand. Ik probeerde, vergeefs om weg te lopen. Agressief waren ze niet, maar wel sterk en talrijk en iets te dichtbij.
Een oudere man zag mijn worsteling. Hij sriep iets strengs tegen de jongens die er onmiddellijk vandoor gingen. Op een na: de vlag op mijn huid kostte immers en dinar!
De man stelde mij voor aan zijn vrouw, zijn zuster en zijn moeder die onder zijn begeleiding het festijn meemaakten. Toen maakte hij een paar wenkende gebaren. Van verschillende kanten kwamen er meisjes aangesneld. "Mijn dochters" zei hij trots: "en mijn nichtjes."
In het kielzog van deze groep vrouwen verliet ik het plein, en kon ik veilig de straat oversteken. Daar stapte het gezelschap stapte in een bus. Toen de dames uitgebreid vanachter de ruiten naar me wuifden, zag ik dat de meeste van hen een knalroze hoofddoek droegen.

posted @ 4:51 PM | Feedback (1)

Saturday, May 07, 2011 #

Caiïro 8: Het Art Center

Zoals gewoonlijk liep ik door de wijk om brood en fruit te kopen. In een doodlopend straatje stond, op een onopvallend gebouw een veelbelovende naam:: Art Center. Helaas was het potdcht.
Hoewel ik de weg naar het straatje muurvast in mijn hoofd geprent dacht te hebben, heb ik het 's avonds met veel moeite terug kunnen vinden. Het pand was hel verlicht. Binnen zaten mensen te schilderen. Een oudere vrouw was bezig met een portret van een oude, traditioneel geklede man. Ze gebruikte een foto, als uitgangspunt.
Een jonge man werkte aan een enorm olieverfschilderij. Rondom hem lagen nogal wat half afgemaakte collages waarin duidelijk de Thoura, de opstand, centraal stond.
De jonge kunstenaar vertelde dat hier lteken- en schilderessen werden gegeven aan mensen die de officiële academie niet konden betalen of er te oud voor waren. Er werd elk weekend les gegeven, maar door de week konden de kunstenaars zelf aan de slag.

De Thoura was duidelijk een populair thema: "Geen wonder!", zei de kunstenaar: " Wij zijn, terecht, trots op het feit dat we - zonder buitenlandse inmenging - Mubarak hebben afgezet. Amerika heeft ons wel aangeboden om ons te steunen, maar dat hebben we geweigerd. Als je het zelf niet kunt, lukt het toch nooit echt." Natuurlijk was hij er zelf bij geweest: "Het was fantastisch, al die verschillende mensen. en --- het leger dat de kant van de mensen koos."
Maar hoe zal het verder gaan?
"Natuurlijk hebben we tijd nodig, minstens een jaar of vier, voor we alle misstanden hebben verbeterd. Er moeten massa's goedkope woningen gebouwd worden, arme mensen moeten gratis medische zorg kunnen krijgen, en er moet natuurlijk veel werkgelegenheid gecreeëerd worden. En, natuurlijk: geen corruptie meer!"
En dat moet allemaal na de verkiezingen vorm krijgen?
"Een belangrijk punt is dat we het geld terug willen dat Mubarak van ons, zijn volk, gestolen heeft. Dat is nogal wat. Daar zouden Amerika en Europa ons mee kunnen helpen; om dat geld terug te krijgen. En natuurlijk hopen we dat we een leider krijgen die er Voor Het Volk is, in plaats van dat het volk er voor de leider is...."

Intussen keek ik de ruimte rond. Er hing van alles. Vrij werk, kleurige stillevens en ook zwart-wit-tekeningen van klassieke, gipsen beelden. "Tekenen jullie ook model?" vroeg ik.
"Heel soms; we willen het wel graag. Maar het is moeilijk om goede modellen te vinden."
"Zal ik het komen doen? Ik heb ervaring."
"Dat zou geweldig zijn, maar je moet het aan onze docent vragen. De Doctor is er morgen weer."

Daarop schilderde hij met stevige penseelstreken een grote Egyptische vlag boven een gestippelde menigte mensen.

posted @ 4:58 PM | Feedback (1)

Friday, May 06, 2011 #

Caiïro 7: Tax Free

Welkom in Het Nieuwe Egypte: hartelijk welkom, werd mij regelmatig toegeroepen: We zijn vol hoop, weten dat het tijd kost voor alles echt beter is. Eerst moet Mubarak het geld teruggeven dat hij van het volk heeft gestolen. Maar het gaat al wat beter: u kunt ook 's avonds overal lopen, want nee, het is helemaal niet gevaarlijk in Caïro.

Die avond stond ik op de brug naar de vele rondvaartbootjes te kijken die met bont gekleurde tl-buizen, knipperende, kerstlichtjes in alle kleuren van de regenboog, soms rakelings langs elkaar heenscheren.
Het jonge stel naast me, vertelde dat ze al vier maanden getrouwd waren. Hij werkte in Sharm AlSheigh en was maar eens in de maand een week thuis. Het verdiende goed, en daar deed hij het voor. Zij werkte als onderwijzeres in een dovenschool, en hun droom was om zo snel mogelijk een kindje te krijgen. Intussen genoten ze volop van hun samenzijn.

Toen ik de brug afliep en probeerde over te steken, renden er van alle kanten taxi-chauffeurs, met veel lawaai. op me af. Ze drongen me hun - uitstekende - diensten op een - nogal hevige manier - op. Gelukkig was er een theeverkoper die hen wegstuurde.

In de, nogal onoverzichtelijke, kleurrijke wijk vlakbij het hotel liep ik 's avonds graag. Ik ging nooit ver, de kans op verdwalen was, gezien mijn gebrek aan richtingsgevoel, immers heel erg groot.
Urenlang kon ik kijken naar al die gezinnetjes die door de fel verlichte winkelstraten wandelden, naar al die felle kleuren en die vrolijke gezichten.

Toch weer zoekend naar de weg liep ik terug naar het hotel. Een man schoot op me af: in vloeiend Engels vertelde hij met over de Thoura, de opstand, over de grote rol die hij in de organisatie ervan (achter de schermen) had gespeeld, over de belangrijke schrijvers en media-mensen die hij kende en met wie hij mij in contact kon brengen. Hoe wist hij in vredesnaam dat mij dat interesseerde.....
Terwijl hij met me opliep, vroeg hij me een kleine dienst: zijn zus trouwde de volgende dag, en hij wilde graag een paar flessen drank meenemen om het feest op te luisteren, waar allemaal belangrijke - o.a. westerse - vrienden kwamen. Maar hij had geen paspoort om de alcohol in de nabij gelegen tax-free shop te kunnen kopen. Zou ik niet, met mijn paspoort --- hij betaalde uiteraard.
Het zat me niet lekker, en ik vroeg hem of hij mij speciaal met dat doel had aangesproken. Toen werd hij verschrikkelijk boos: hoe durfde ik dat te denken, wat een belediging. Vervolgens vertelde hij verder over zijn lieve zus en over de vele interessante figuren die hij kende en die allemaal zouden komen. Ik was ook hartelijk welkom.
Ik twijfelde: wat maakte het eigenlijk uit - zo'n kleine dienst?
In de tax-free shop vroeg ik, toen hij bij de drank stond, voor de zekerheid aan de winkelier of ik geen regels overtrad: 'nee, hoor!"

"Waarom al die verhalen, al dat belangrijke gedoe?" vroeg ik later de baas van hotel. "Veel Egyptenaren doen dat", zei hij: "waarschijnlijk spreekt hij regelmatig mensen zoals jij aan, telkens met een iets ander verhaal. Die drank verkoopt hij waarschijnlijk tegen een flinke prijs. Maar hoe is het afgelopen?"
"Hij moest al die flessen weer terugzetten, want we waren te laat. Ik ben al drie dagen in het land. Je je tax-free aankopen binnen 48 uur na aankomst j doen. Ik heb hem nog wel wat andere cadeautips gegeven voor die bruiloft. Maar hij was opvallend snel verdwenen. "

posted @ 9:12 AM | Feedback (1)

Wednesday, May 04, 2011 #

Caiïro 6: Zuidwaarts - langs de Nijl

Weer liep ik langs de Nijl, naar het zuidwesten dit keer. Het verkeer raasde langs, maar de oever zelf was groen, dankzij de vele, zorgvuldig onderhouden tuinen en kwekerijen met kleurige bloemen en zingende vogeltjes. Hoge, grillig gevormde bomen wierpen hun schaduw over de boulevard. In de verte lagen de Nijleilanden, soms met de oevers verbonden door gigantische bruggen, dan weer door een pontje dat alleen leek te vertrekken als het helemaal vol was.
Aan de overkant van de weg langs de rivier, strekte Caïro zich oneindig ver uit. De gebouwen veranderden. Ze werden hoger en leken grauwer. Terwijl andere stadsdelen uitgesproken luxueus oogden. Ik zag opvallend veel ziekenhuizen. Hier en daar zat een patiïent voor het raam.

Een man die klanten moest moest motiveren om een Nijltochtje te maken, sprak me aan. Hij had in Sharm AlSheich gewerkt en sprak goed Engels. Hij gaf me een bekertje koffie en vroeg waarom ik niet naar de pyramides ging: "wilt u ze dan niet aanraken?"
Op de stoep zat een vrouw met een miniscuul handeltje. Op haar schoot lag een kindje te slapen. Ze wenkte, vroeg me om bij haar te komen zitten. Ze bood me nootjes aan. Wilde ze er geld voor? Ik gaf haar een dinar, waarop ze me steeds meer voorwerpjes aanbood. Die heb ik geweigerd, zoveel handel had ze nou ook weer niet. Uit haar, vrijwel onverstaanbare woorden, maakte ik op dat ze daar elke dag zat en dat er geen man in haar leven was.

Ik liep verder - de zon brandde steeds feller. Een klein kerkje, gewijd aan de maagd Maria, leek een goed eindpunt. Het heiligdom werd bewaakt, en ik had geen zin om het te bezichtigen. Wel keek ik even door een spleet in de omheining - recht in de grote, zwarte ogen van een gehoofddoekt meisje dat vreselijk moest lachen, net als ik.

. Met de zon opzij liep ik terug naar het centrum van de stad. Ibissen vlogen over het water, en een felblauwe vogel schoot weg in het loof van een dikke boom. De vrouw met de baby zat er nog. Ze was haar kindje aan het verschonen. Toen ze klaar was, ging ik weer bij haar zitten. "Heb je honger? Wil je brood?" vroeg ik haar, terwijl ik mijn vers gekochte brood tevoorschijn haalde.
Ze begon verschrikkelijk tegen me te schelden, en riep een paar voorbijgangers te hulp. Hen vroeg ik later wat ik verkeerd gedaan had: had ik haar beledigd? Ze wendden hun hoofd af en wilden niks zeggen.

Het zat me niet lekker, dus ik vroeg de man uit Sharm AlSheigh of hij mij uit wilde leggen welke gedragsregels ik overtreden had. "Ze is gek", antwoordde hij: er zijn veel mensen zoals zij op straat."
Het antwoord bevredigde me niet echt. ...
Toen ik, enigszins bedussds, verder liep, zag ik - opeens verweg - de ijle silhouetten van de pyramides van Ghiza. Ze leken ten opzichte van elkaar te bewegen, tot ze opeens achter de hoogbouw aan de overkant van de Nijl verdwenen.

posted @ 12:48 PM | Feedback (1)

Monday, May 02, 2011 #

Caiïro: 5: In het licht van de Oude Stad

Een paar jaar geleden las ik Bin Qasserein (Tussen twee Paleizen) van Nahib Mahfouz. Natuurlijk wilde ik graag naar de plek waar de Egyptische nobelprijswinnaar geleefd heeft. De informatie die ik inmiddels gekregen had, wees - min of meer - in de richting van de oude stad.
Vanuit mijn raam gezien liep er een simpele, rechte weg naartoe, maar in de praktijk kostte het heel wat gevraag, gezigzag en verdwaalwerk voor ik Zijn Koffiehuis gevonden dacht te hebben.
Helaas was het nog volkomen verlaten. Ik dwaalde dus verder door de - langzaam ontwakende - oude stad. Niet zo poëtisch als Oud Damascus waar je je in het begin van onze jaartelling kunt waren, maar toch...

Op een straathoek zaten een paar vrouwen met veel plezier mais te pellen. Lachend wenkten ze me en boden me thee aan. De conversatie was lastig, maar vrolijk. Er kwamen steeds meer familieleden en/of vrienden langs die gezellig meehielpen met het pelwerk. Het maispellen ging mij niet best af, dus vlocht ik enkele nogal primitieve bloemetjes van het loof, die glimlachend door mijn nieuwe vriendinnen werden aangenomen.

Het werd druk op de markt. Ik kocht aardbeien en maakte ik een geïmproviseerd gebarenpraatje met de dove verkoper. We begrepen elkaar uitstekend.

Achter een hoge muur lag een Christelijke begraafplaats. De beheerder wenkte me en leidde me rond over het terrein, dat hij zorgvuldig en liefdevol onderhield. Het was alsof je door een miniatuur-stadje liep. De meeste tombes leken op tempeltjes of kleine kerken. Ze waren duidelijk bedoeld voor verschillende generaties overledenen. Een jongen, die samen met zijn vriendin langs de zerken dwaalde, vertelde me dat hij zelf Islamitisch was, maar dat zijn beste vriend een Christen was: "we leven hier als broeders naast elkaar", zei hij wijzend naar de moskeeën en de kerken achter de omheining.

De beroemde 'hangende kerk' vond ik bij toeval. De kerk hangt - volgens het meisje bij de ingang - niet echt, maar hij is gebouwd bovenop een oude tempel, zodat hij ooit van verre zichtbaar was - tot het metro-station er pal naast werd gebouwd.

Het was bloedheet toen ik Het Ford naderde. Het torent, zoals ik al vanuit mijn hotelraam had gezien, hoog boven de stad uit. En de weg die eromheen loopt, staat garant voor een luchtspiegeling-achtig uitzicht over een deel van stad dat tot aan de horizon ligt te zinderen in het felle zonlicht.

Daarbij vergeleken was het koel in de oude stad. Maar de drukte van de verkopers en van het langsstromende publiek waren ronduit bedwelmend.
Via een onduidelijke route door vele bijna doodlopende straatjes kwam ik uit bij wat De Mooiste Straat van oud-Caïro genoemd word. Er vlakbij was een grote, antieke poort. Daarop stond heel duidelijk: "Bin Qasserein". Via die doorgang zou ik ongetwijfeld ik het domein van Nahib Mahfouz betreden. Waarschijnlijk ben ik daarna toch een verkeerde steeg ingeslagen. Want de paleizen zelf heb ik niet gezien. En Het Koffiehuis heb ik evenmin terug kunnen vinden.

Ik weet nog steeds niet hoe ik weer op de markt ben beland. De mais-familie was verdwenen. Maar een fruitverkoper zwaaide enthousiast naar me. Het was de dove jongen; hij bood me met een stralende lach een mooie, grote aardbei aan.

posted @ 5:58 PM | Feedback (1)

Sunday, May 01, 2011 #

Caïro 4: Kostbare contacten

In rekenen ben ik nooit sterk geweest, in onderhandelen ook niet. Wel voelde ik me , na het - uiteraard op een weinigvoordelige manier - wisselen van euro's in Egyptische ponden, met mijn zak vol bankbiljetten stinkend rijk . Het viel niet mee om mijn Europese prijsgevoel in harmonie te brengen met Caïrose maatstaven. Ongetwijfeld heb ik, met mijn bijziende ogen, regelmatig een 50-pond biljet voor een 5-pond biljet aangezien. Het omgekeerde wordt, uiteraard, onmiddellijk gecorrigeerd. Daarbij kwam dat wisselen in de regel op de markt en in een theehuis duidelijk lastig was.
Iedereen die naar Egypte reist, weet dat hij door handige en vasthoudende verkopers winkels ingelokt wordt, en dat je daar sterk in je schoenen moet staan om niks (of alleen dat wat je echt wilt hebben ,voor een redelijke prijs) te kopen. Te meer daar de Egyptische handelaars zeer goede psycholgen zijn. Ten eerste schatten ze bijna feilloos in uit welk land iemand komt; waarop een paar lovende dingen over de bevolking, de hoofdstad (waar zijzelf of een familielid ooit is geweest), of over de enorme kwaliteit van de landelijke voetbalclub.
Verder waren de toeristen (na de Thoura) nog schaarse en dus begeerlijke objecten.
Ik werd gewoonlijk ingeschat als naïef en 'gevoelig voor alle mogelijke kunstuitingen'.

Voor de zoveelste papyruswinkel stond een gigantische man met vele onderkinnen. Met zijn in-vriendelijke, warme blik wist hij mij voor zijn unieke papyrus-collectie te interesseren.
"Ik koop niks!" zei ik resoluut tegen het joviale gezicht waar de woorden uit bleven stromen, terwijl het zweet in dikke druppels langs zijn ronde wangen liep.
Het was prettig koel in de winkel. Met brede gebaren wijdde Ahmed mij ial snel in in de kunst van het papyrusmaken. Intussen vertelde hij hoeveel doodarme gezinnen er wel niet betrokken waren bij het beschilderen van het papyrus, waarvan de kwaliteit van de verf en van de afbeeldingen - onder ons gezegd - tot de beste in Egypte behoorden. De echte kenners en fijnproevers uit de hele wereld stroomden van alle kanten toe. Helaas was de handel door 'de toestand in Egypte' de laatste maanden erg slecht geweest. Maandenlang had hij thuis gezeten, piekerend hoe hij zijn vrouw en vier kinderen te eten moest geven en ook nog eens de huur en het schoolgeld moest betalen. Tegelijkertijd flitsten vele traditioneel ogende 'typisch Egyptische' afbeeldingen langs me. Asl er een bij was die ik heel mooi vond, mocht ik die hebben - een cadeautje, een blijk van Egyptische gastvrijheid. Natuurlijk mocht eik rvoor geven wat ik wilde.
Ik heb getwijfeld, maar ben toch gezwicht - gezwicht voor de sympathie die ik voor deze volumineuze, gepassioneerd pratende Ahmed voelde, intussen bliksemsnel de prijs van een relatief klein, bekoorlijk schilderwerkje in euro's omrekenend. Ahmed prees mijn kennersblik. Ik koos toevallig een topstukje met een 'vaste' prijs.
Mijn berekening viel zo voordelig uit dat ik vergat af te dingen.

Pas toen de afbeelding mij, netjes opgerold in een koker (echte papyrus breekt daarbij niet - bananenblad wel) overhandigd was, en ik betaald had, realiseerde ik me dat ik de man wel een erg groot aandeel van Ahmeds maandelijkse huur, had betaald.

Tijdens de thee (we waren nu vrienden) vertrouwde Ahmed mij toe dat het geld dat hij in de winkel verdiende, niet voor hemzelf was, maar voor De Baas, die een aantal panden in de buurt bezat. Op mijn vraag hoe die baas dan kon weten hoeveel de toeristen precies betaald hadden, en of hij dus zelf niet iets van dat geld kon houden, gaf hij geen antwoord. Wel stopte hij mij nog een paar afbeeldingen toe 'cadeautjes'.
Dagelijks passeerde ik Ahmeds winkel, die vlak bij het hotelletje lag, een aantal keren. Soms zag hij me niet, dan stond hij met verve in te praten op een toerist. Soms zwaaiden we; soms riep hij mij binnen: "Hallo my friend", dan serveerde hij een kopje thee en verteld me welke cadeautjes uit Nederland hij graag wilde hebben, als ik -hopelijk snel - weer terugkwam in Caïro.
Vooruitlopend op dat volgende bezoek, accepteerde hij een opschrijfboekje voor zijn dochtertje, maar hij wilde er wel een pen bij hebben voor zijn zoontje en ook iets voor de twee kleintjes. Eerlijk is eerlijk, niet waar? Daar had hij natuurlijk gelijk in
Maar toen hij mij ten afscheid wel erg vriendelijk wilden omhelzen "gewoon als broer en zus, zoals wij dat hier in Egypte doen", heb ik hem vriendellijk, maar heel krachtig van mij afgeduwd: "Nee Ahmed, niet doen. zo doen wij dat niet in Nederland!"

posted @ 5:54 PM | Feedback (2)

Caïro 3: De Nijl

Het leek een warme dag te worden. Ik vulde dus mijn waterflesjes bij de openbare tap, vlak voor de deur van de kantoor-toren waarin het hotelletje huisde. Twee levensgevaarlijke verkeersroutes scheidden me van de groene Nijloever. Ik zigzagde dus - veiligheidshalve - in het kielzog van een onverschrokken Egyptenaar tussen al de auto's door. Ze stoppen alleen als je het niet verwacht.
Er loopt een smalle boulevard langs de rivier - westwaarts. Die voerde me langs de bootjes die overal op toeristen liggen te wachten. Hier en daar zijn groene tuinen, waarin musachtige vogeltjes het geluid van het - rechts - langsrazende verkeer overstemmen. In de verte dobberen een paar vissersbootjes. Opeens snijdt een bedrijf de passanten de weg af. Een wrakke schutting leidde me over de weg, tegen het verkeer in dat me wel erg weinig loopruimte liet.
Verder was het rustig. Slechts hier en daar flaneerde een stelletje langs de geïmproviseerde kraampjes met lekkers .
De zon begon al snel te branden: "Heet? Het is lente. In de zomer is het pas heet", zei een man die rozen verkocht verbaasd. Ik liep verder... met een vaag beeld van de Nijldelta die ongetwijfeld beeldschoon in de zee zou uitlopen. Alleen jammer dat al dat vuil zomaar in het water geameten werd. Er dobberden open gescheurde vuilniszakken langs en grote hoeveelheden plastic flessen hoopten zich op tussen het riet.

Nieuwshierigheid dreef me af en toe de - schaduwrijke - volkswijken in die aan de overkant van de weg lagen. Ik liep tussen de woontorens door die - zoals zo vaak in het Midden Oosten - kleurige marktjes en schilderachtige straatjes verhullen. Met als eindpunt een - relatief klein- Nijleiland. Want vandaar af leek Caïro's Nijloever te veranderen in een - ongetwijfeld kilometers lang - industriegebied
Het ietwat chlorige water in mijn flesjes was al lang op. De bewoners van het eiland leken verbaasd toen een vreemdeling zo ver van de toeristische routes hun domein betrad. Maar na enig overleg wezen een paar kinderen me een lokale tap. En een breed lachende café-baas bood me een glas thee aan.

Ik wandelde langs de oever terug naar het centrum. Het liep tegen het eind van de middag. Toen pas zag ik hoe populair de wandelboulevard is: stelletjes, gezinnen en groepen jongeren kuierden langs en keken vanaf de bruggen naar de zon, die prachtig mooi rood onderging.
Ik dronk mijn laatste resje water en vulde mijn flesjes bij de tap onder het hotel.
"Drink jij dat?' vroeg een hotelgenoot me met een vies gezicht: "dat water komt rechtstreeks uit de Nijl."
Een week later kon ik hem nog steeds verzekeren dat ik er totaal geen last van had gehad.
Egyptenaren glimlachten en knikten: wie Nijlwater drinkt, komt immers zeker terug naar Egypte.

posted @ 9:40 AM | Feedback (0)

Friday, April 29, 2011 #

Caïro 2 De aankomst

Het visum dat je op het vliegveld van Caïro moet kopen, is beeldschoon. "Hoe armer het land, hoe mooier de visa", zei de Engelsman achter me. Hij bladerde door zijn paspoort dat er bijzonder exotisch uitzag. Hij vertelde over zijn handelscontacten in - voor mij helaas - gesloten werelden, zoals Saoedie Arabië, Qatar en Kuwait. "Je moet er iets te doen hebben, en contacten hebben", zei hij. En die had hij blijkbaar in overvloed. Hij raadde mij aan om mijn visum vast in mijn paspoort te plakken: "anders heb je kans dat de douane je weer terugstuurt naar het eind van de rij."
Ik had alleen handbagage, en kon dus snel door naar de aankomsthal waar, inderdaad, mijn oppikservice man stond te wachten. In zijn (prima) auto vertelde hij me in vloeiend Engels over zijn liefde voor Mubarak: "Hij was een goede man, hij wilde immers aftreden, maar zijn vrouw en zijn zonen - die zijn slecht."
De vraag of een president niet sterk genoeg zou moeten zijn om zijn vrouw en zonen - in het belang van Zijn Volk - zo nodig te trotseren, heb ik niet gesteld.
Het vliegveld van Caïro ligt in de stad, maar de weg naar het centrum van de stad was lang.
Het hotelletje bleek zich op een riante plek te bevinden: bovenin een goor ogend, verwaarloosd flatgebouw, vlak tegenover Het Museum en de Nijl, en op een steenworp afstand van Sahat Altahrir, het vrijheidsplein, waar op 25 januari het Egyptische volk massaal zijn vrijheid heeft heroverd.

Boven kreeg ik met een bloedsnelheid de rekening, mijn sleutel, de welkomstthee en heel veel informatie over wat ik allemaal zou kunnen en beslist zou moeten doen en hoe weinig het allemaal kostte: "niet veel, echt niet; u wilt toch zeker wel naar Ghiza, naar de pyramides? wij regelen het wel." Ik keek naarbuiten, en verbaasde me over de gigantische hoeveelheid auto's die ook nu nog - 's avonds laat - bumper aan bumper de stad in en uit stroomden.
Een Duitse man volgde mijn blik. Hij vertelde hoe schitterend je vanaf verschillende wolkenkrabbers over heel Caïro uit kon kijken: "en het kost bijna niks." Nog mooier dan vanaf hier?, svroeg ik me af....

Pas de volgende ochtend zag ik dat het uitzicht vanuit het raam van mijn kamer nog mooier was: ik ontwaarde de oude stad, de okerkleurige rots erachter (in de vorm van een afgeplatte piramide) waarop de militairen bivakkeerden. Kerken en moskeeën staan overal broederlijk naast elkaar. Diep onder me liepen de mensen die vroege boodschappen deden, en ik zag de vrouwen die in belendende percelen hun was ophingen. Mannen dronken een vroeg kopje koffie in het straatje achter onze torenachtige flat of ik zag ze zitten achter de ramen van hun kantoren. Hongens voetbalden op het schoolplein naast de moskee en overal vlogen pijlsnelle zwaluwen rond, ver boven mijn raam staken ze donker af tegen de felblauwe, wolkenloze lucht.

Pas later zag ik pas hoe dichtbij de Nijl was. Hij spiegelde aanlokkelijk, mij uitnodigend om de hele dag langs zijn oevers te lopen.

posted @ 7:09 AM | Feedback (0)

Thursday, April 28, 2011 #

Cairo: 1 Goede reis

Waarom uitgerekend naar Caïro? vroegen mijn vrienden me: is het daar niet gevaarlijk? Volgens de Arabische nieuwsberichten niet. Al weken niet. "Ik wil graag met de mensen praten, van hen horen hoe het nu is - na de Thoura (De Opstand). Ik ben benieuwd."
Op Schiphol waren de controles onverwacht streng. De bodyscan onderging ik voor de eerste keer. De grondige fouillering erna, leek me wat overbodig. Ik was niet de enige die verbaasd was; er ontsponnen zich gesprekjes. Een 60+-landgenoot, begon me te vertellen over zijn uitgebreide ervaring met vliegvelden in het algemeen en met die in Korea in het bijzonder. In dat land deed hij heel interessant, heel belangrijk werk. Ik begreep dat het iets te maken had met het organiseren van onderwijsprojecten. Nu wilde hij onderweg daarheen, een kijkje in Egypte nemen door een Nijlcruise te maken.
Hij had veel belangstelling voor mijn vinger, waaromheen een stevig verband zat. Wat was er aan de hand?
"Pees gescheurd tijdens de kickboknstraining", zei ik, wat de waarheid is. Maar mijn postuur en mijn uitstraling riepen weer de verbazing op waar ik inmiddels aan gewend was. "Ik kan nog wel trappen", verduidelijkte is.

Langzamerhand kwam het doel van meneer in zicht :"Die lui van de cruise hebben geen bevestiging van mijn reservering gestuurd. En ik kon op het internet niks vinden. Hebt u een goed hotel?" Ik gaf wat algemene informatie over mijn 10-euro-onderkomen. Meneer wilde daar dolgraag meer over weten. En hij werd echt enthousiast toen hij hoorde dat ik nog afgehaald werd ook. (ja, tegen betaling uiteraard) ... Nu wilde hij het echt weten. Hoe heette dat hotel, en kon hij niet met me mee ernaartoe? Kleine moeite toch? Gewoon een dakloze landgenoot een beetje helpen!"
Ik had daar helemaal geen zin in, en liet dat duidelijk merken. Ik vond hem opdringerig en onbeleefd. Bovendien kon hij met het bedrag van die cruise zich uitstekend een zoveel-sterrenhotel permitteren. Op het vliegveld van Caïro hoefde hij maar te kikken.
Daar komt nog bij dat het in een Arabisch land niet gebruikelijk is dat een dame onverwachts met een haar geheel vreemde heer komt aanzetteen. "Sorry", zei ik, ik heb hier geen zin in. Ik liep weg en ging ergens anders zitten.

Even later plofte hij neer op de - inmiddels weer lege - stoel naast me. "Ik doe toch geen inbreuk op uw priviacy?" vrroeg hij.
"IZeker wel", zei ik: "ik heb hier geen zin in!"
"Maar u hoeft toch alleen maar de naam van het hotel te noemen? Gewoon een kwestie van iemand even helpen. Een kleine moeite, en ik ben ermee gebaat."
"Ik denk daar anders over", zei ik: "ik ben hier niet van gediend.
De woorden die hij mompelde toen hij wegliep, besloot ik niet te verstaan.

In het vliegveld zat ik naast een Egyptische dame. Ze vroeg me wat er met mijn vinger gebeurd was.
"Pees gescheurd bij de kickbokstraining."
"U kickbokst? Toch niet speciaal voor Egypte?", vroeg ze geschrokken.
"Nee, speciaal voor in Nederland. En ---- ik kan nu niet meer zo goed slaan, maar nog wel flink trappen." "Dat kan ook in Egypte geen kwaad", zei ze lachend.

posted @ 12:22 PM | Feedback (0)