REUK & SMAAK: Over verlies en herstel van het reukvermogen
Jacqueline Blase-van der Meer schreef een boekje (Uitgeverij Free Musketeers B.V., Zoetermeer 2009) onder de titel 'Ik wil de wereld ruiken!' waarvan een samenvatting op het internet luidde:
“Invloed op het dagelijks leven. De schrijfster verloor in 2002 haar volledige reuk- en smaakvermogen door een verkoudheid. Diagnose: anosmie. Zij neemt de lezer mee in een wereld zonder smaak en geuren. Levendig beschrijft zij waar zij in het dagelijks leven mee geconfronteerd werd en hoe zij uiteindelijk haar reuk terugvond. Daarnaast bevat het boekje achtergrondinformatie en tips om rekening mee te houden als je niet of nauwelijks kunt ruiken of proeven.
Het boekje met 12 kleine verhaaltjes op 40 pagina's is eigenlijk een essay over het verlies en herstel van het reuk- en smaakvermogen van de schrijfster. Het belangrijkste van het werkstuk zijn de laatste vijf bladzijden met:
-
10 tips voor het omgaan met anosmie;
-
zo werkt je reuk;
-
de reukzenuw;
-
oorzaken van reukstoornissen;
-
10 vormen van reukstoornissen.
Van de tips voor het omgaan met en mogelijk herstel van de geurblindheid vonden wij de belangrijkste:
- Oefen zoveel mogelijk met ruiken en doe dat vooral bij natuurlijke producten zoals vers fruit, vers brood, etherische olie etcetera.
-. Ruik heel bewust! Soms ruik je toch meer dan je denkt maar merk jet het pas als je het bewust ervaart.
-. Probeer positief te blijven denken; iedere waarneming, al is die nog zo klein, is er één.
Als we lezen over totaal reukverlies (volledige anosmie) worden we altijd een beetje achterdochtig. Het absolute onvermogen om te kunnen ruiken of totale anosmie komt slechts zelden voor. Veelal is dit vermogen door een verkoudheid of andere ziekte of letsel tijdelijk tot een minimum gereduceerd maar komt het in de loop van de tijd weer terug.

Pasgeboren baby met aangeboren smaakvermogen
De mens is als microsmaat in principe al een armoedige geurwaarnemer, slechts één derde van de genen die geurreceptoren kunnen produceren is actief. Bovendien hebben we onvoldoende leren ruiken. En geuren zijn in tegenstelling tot de basissmaken (zoet, zuur, zout, bitter en umami) niet aangeboren maar moeten worden aangeleerd. Een baby en kleuter houden van poepgeur en kunnen er lekker in zitten graaien, dit gedrag wordt het kind door een ouder snel afgeleerd. Dat een sinaasappel of roos een aangename geur kan hebben wordt veelal niet geleerd. Veel mensen denken dat de preferentie voor geuren is aangeboren en dat ze dat niet meer hoeven te leren, dit is onjuist.