REUK & SMAAK: Meer over leren ruiken en proeven
Dit jaar verschenen er reeds twee boeken over 'het-niet-kunnen-ruiken' en dat zullen bepaald niet de laatste zijn. In maart van dit jaar verraste Joke Boon ons met een boek getiteld 'Het mysterie van de reuk' (Inmerc, Wormer 2009) en in mei verscheen het boekje 'Ik wil de wereld ruiken' van Jacqueline Blase-van der Meer. Beide schrijfsters tonen aan hoe je het onvermogen om te kunnen ruiken, kunt uitbaten met een fraai boekje.

Menselijke neus
Mede op initiatief van chefkok Pierre Wind worden er op lagere scholen lessen ingeruimd om de kinderen te leren ruiken en proeven. Ons is een voorbeeld bekend van een Montessori school in het Gooi waar op vrijdagmiddag blauwe pannenkoeken werden geproefd. Met deze proeven doet men een grote mensentest om te laten zien dat mensen 'oogdieren' zijn. Een betere test is om kinderen vijf verschillende citrusvruchten aan de geur van de schil te leren herkennen
Ook is ons bekend dat het uitvoeren van olfactische en/of organoleptische weten-schappelijke experimenten met kinderen op scholen nog heel wat voeten in de aarde heeft. Men heeft om te beginnen toestemming van de inspectie voor het lager onderwijs nodig. Op sommige scholen is het verboden om tijdens verjaardagspartijtjes M&M snoepjes uit te delen, omdat deze synthetische kleur- en smaakstoffen kunnen bevatten waarvan de kinderen agressief zouden kunnen worden. Hiervoor is geen enkel wetenschappelijk bewijs.

M&M's met pinda's
We hebben in onze, meer dan 50-jarige, loopbaan in de reuk- en smaakstoffenchemie duizenden proeven uitgevoerd om te testen hoe goed leken konden ruiken. Daarvoor werden hun tien huis-, tuin en keukengeurtjes aangeboden in een gesloten aluminiumbusje, dat naast het natuurlijke geurtje een aantal fietskogeltjes bevatte.
Keuken met geurtjes
De geurtjes betroffen onder meer, koffie(poeder), thee(blaadjes), cacao(poeder), schoenpoets, terpentijn, versgemaaid gras, tuinbonen(schillen), aardbeiengeur, terpentijn en kamfer. De, in een dubbelblinde test uitgevoerde, resultaten waren bedroevend, zelden had iemand vijf van de tien geurtjes goed. De dubbelblinde test hield in dat noch de onderzoeker, noch de waarnemers wisten wel geurtje in welk busje zat. De resultaten werden aanmerkelijk beter, indien men de ruikers een lijstje met de identiteiten van de te ruiken producten gaf. Ook al stonden er meer producten op de lijstje dan de waarnemers moesten ruiken.
De waarnemers van geurtesten met onvoorbereide leken vallen in twee groepen uiteen, te weten:
-
de grootste groep (meer dan 75%) die beweert dat ze niet kan ruiken. Dit is onjuist ze hebben het niet geleerd. Na enige oefening vallen de resultaten best mee;
-
een kleine groep (minder dan 25%), die beweert wel te kunnen ruiken maar om één of andere reden (bijvoorbeeld verkoudheid) nu even niet in staat is. Dit is eveneens onjuist bij uitvoeriger testen vallen ze door de mand. Deze groep denkt dat ze kan ruiken zonder het ooit geleerd te hebben.