REUK & SMAAK:
Overtreffende zoetkracht: suik, SUIKER, suikst
Er is veel onderzoek gedaan naar het vinden van nieuwe zoetstoffen. De beste zoetstof is nog altijd gewone suiker, omdat het lekker is zonder bij- af nasmaken, redelijk stabiel, snel oplosbaar en goed handelbaar. De nadelen van te hoge suiker consumptie zijn echter overwicht, tandcariës en andere gezondheidsproblemen. Deze gezondsheidsproblemen zijn in feite alle het gevolg van één nadelige sensorische eigenschap van suiker, namelijk haar zoetkracht is te laag. 'Hoezo zoetkracht te laag?' zult U vragen: 'moeten de problemen nog erger worden?'. Nee, juist niet! Als de zoetkracht met een factor 100 toeneemt kan de menselijke consumptie met een factor 100 naar beneden. En dat scheelt misschien wel een factor tien in het aantal hart- en vaatproblemen tengevolge van te hoge suiker-consumptie.
Hieronder wordt een staatje gegeven met de zoetheid van een aantal zoetstoffen ten opzichte van suiker.
Zoetstof Zoetheid Drempelwaarde (mg/kg water)
suiker 100 3.000
glucose 70 4.000
fructose 150 1.000
cyclamaat 3.000 100
aspartaam 18.000 15
sacharine 30.000 5
sucralose 60.000 4
neotaam 800.000 <0.1
(zie Harold McGee: Over eten & koken; Nieuw Amsterdam uitgevers 2006).
Uit dit staatje is het duidelijk dat er producten bestaan die een zoetheid hebben van minstens dertigmaal hoger dan die van suiker. Als men deze stoffen in genots- en voedingsmiddelen toepast kan het suiker verbruik met minstens een factor tien naar beneden. De zoetstoffen anders dan suiker hebben echter ook nadelen, zoals bijvoorbeeld een bittere bij- of nasmaak, geringere stabiliteit in oplossing bij hogere temperatuur en fysiologische bijwerkingen.
Er zijn persoonlijke ervaringen dat poeder suiker zoeter is dan gekristalliseerde riet- of beetwortel suiker; de zoetheid zal echter niet meer dan een factor twee schelen.
Het NRC Handelsblad van 26 mei 2006 meldt dat Unilever 66 procent minder suiker in de Lipton Icetea doet en in 2005 in totaal 10.000 ton suiker uit zijn voedingsmiddelen haalt.
Kinderen houden van zoet, dus hoe zoeter hoe lekkerder. Dat weet de genotsmiddelenindustrie natuurlijk ook en men doet dus meer suiker in de soft drinks om de verkoop te bevorderen. Maar er zijn grenzen, bij een bepaalde concentratie wordt 'meer' niet lekkerder gevonden en meer suiker toevoegen is dan oneconomisch. Deze concentratie ligt ergens tussen de 15 en 20%. In Amerika hebben consumenten organisaties geklaagd dat de soft drink industrie mede verantwoordelijk was het groeiend aantal te dikke kinderen. Daarop is de suiker concentratie in cola en andere soft drinks teruggebracht tot 12 à 15%. (zie: <http://www.organicconsumers.org/school/cocacola> onder de titel The Health Hazards of Drinking Coca-Cola and other Soft Drinks).