
Vandaag was Wouter Bos weer in Rotterdam om kennis en informatie te krijgen voor het stedencontract dat aanstaande donderdag 2 maart (20.00 uur in Nighttown, u bent welkom!) door hem wordt gesloten. Nadat toonaangevende mensen uit het veld vorige week met hem in gesprek gingen over onderwijs, stond vandaag de economie op de agenda. Rotterdam als Europees bruggenhoofd voor China en de werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt waren de twee thema’s van vandaag.
Mr. Drs. Yung Lie, adviseur en voorzitter van de Chinese gemeenschap in Den Haag vertelt dat Chinese bedrijven op zoek zijn naar investeringsmogelijkheden buiten China. Dat biedt dus kansen, ook voor Rotterdam. Wat is er nodig om een stad aantrekkelijk te maken voor Chinezen, vraagt Wouter hem? Yung Lie zegt dat om een Chinese gemeenschap in een stad te krijgen het nodig is dat er een Chinese wijk ontstaat. Chinezen zijn weinig geneigd om smaak en gewoonten van een ander volk over te nemen. Ze willen Chinees eten, ze willen een Chinese dokter en de zekerheid dat ze zo nodig in een Chinees ziekenhuis behandeld kunnen worden. Ze willen Chinese films zien in een Chinese bioscoop. Chinezen in grote steden wonen dan ook altijd bij elkaar in de buurt. Bij voorkeur markeren Chinezen dat door aan de toegang tot hun wijk een poort neer te zetten: Londen, San Francisco, binnenkort Den Haag.
Drs. Dietmar Werner, algemeen directeur van Volker Wessels Vastgoed BV, is bezig met een plan voor een groot Chinees handelscentrum op Katendrecht. Het wordt geen Chinatown, zegt hij. ‘We zijn in actie gekomen toen Chinese ondernemers in Rotterdam ons vroegen of we een Chinees handelscentrum wilden bouwen. Bedoeld voor de handelskantoren voor de Chinese ondernemers hier, met kantoren, showrooms, horeca en ook een aantal woningen. Chinese ondernemers hebben vaak naast hun primaire ondernemingen, bijvoorbeeld restaurants, nog een aantal andere zaken, bij voorbeeld import, groothandel, assemblage. Op die manier zou de helft van het handelscentrum gevuld zijn, de andere helft zou van Chinese ondernemers uit China moeten komen.’
Yung Lie zegt dat er goed rekening gehouden moet worden met de levensstijl van Chinezen als je iets voor of met Chinezen wilt doen in Nederland. ‘De levensstijl van Chinezen is gebaseerd op soberheid en hard werken; op winkels die altijd open zijn en gerund worden door een hele familie. Lage prijzen en hoge omzet. In de Chinatown van Den Haag heb je kapperszaken die je knippen voor de helft van de prijs die je elders betaalt. Een Chinese kapper zou daar een probleem mee krijgen als hij in een andere wijk tussen Hollandse kappers in zou zitten. Je moet in een Chinatown geen duur hotel vestigen want er zijn niet veel Chinezen die veel geld uitgeven voor slapen of eten. Een één- of tweesterrenhotel doet het goed in een Chinatown. Chinezen geven hun geld uit aan goud en juwelen. Bezit wordt hoog gewaardeerd, consumptie laag.’

Hans Vervat reageert vanuit de zaal over de kansen voor Rotterdam als bruggenhoofd van China. ‘Rotterdam staat bekend om de haven. 80% van de containeroverslag is in Chinese handen hier. Ook bijvoorbeeld het Kruidvat is in het bezit van een Chinees bedrijf. 40% van de parfum in Europa loopt via dat kanaal. Dat zijn veelal onbekende dingen. Je ziet de economieen in elkaar groeien. Er zijn veel Chinese hoofdkantoren in Hamburg en Londen. Hier nog niet, maar de Tweede Maasvlakte biedt perspectief. De vierkante meterprijzen daar laag houden voor arbeidsintensieve bedrijven zou goed zijn. Maar vergeet ook niet, er wordt al veel geinvesteerd in Rotterdam. De omzet van het casino in Rotterdam is twee keer zo hoog als in Scheveningen, mede te danken aan de Chinezen hier.’
Steven van Eijck van de Economic Development Board Rotterdam (EBDR) vindt dat de landelijke politiek zou moeten zeggen dat je mogelijkheid moet scheppen om Chinezen hierheen te halen. Ook wil hij dat informatie over de verbindingen tussen Nederland en China beter gebundeld zou moeten worden. Als derde zegt hij dat Chinezen handel willen drijven. Maar dat moet ook meerwaarde hebben. Maak van een halffabrikaat een volwaardig fabrikaat dat je doorvoert naar het achterland.
Dan gaan we naar het tweede onderwerp op de agenda. Een onevenredig groot deel van de Rdamse werkende bevolking heeft een lage opleiding. Het is vaak moeilijk om aan werk te komen. 11% van de Rotterdamse bevolking is werkeloos. Ik heb de ambitie om als Rotterdam voorop te lopen met echte creatieve oplossingen die niet alleen voor Rotterdam bruikbaar zijn.
Wouter spreekt met Aad van Nes, Algemeen directeur van de Roteb, en Tof Thissen, voorzitter van de vereniging van directeuren van sociale diensten (en lid van de Eerste Kamer voor Groen Links).
Van Nes: ‘De Roteb kan alles overleven. We hebben 6500 werknemers. We houden de stad schoon samen met burgers en ondernemers van Rotterdam, wat we met ongeveer 2000 mensen doen. En we voegen economiche waarde toe. We maken fietsen, 100.000 stuks, we hebben een kwekerij, we hebben een inpakbedrijf, we gaan een postbedrijf beginnen. We slaan bruggen naar mensen die willen werken. De mensen die bij ons werken zouden op de reguliere arbeidsmarkt veelal geen baan vinden. Hun arbeidsproductiviteit is daarvoor te laag. Ze leven van een uitkering. Denk aan WAO-ers die maar deels arbeidsgeschikt zijn. De uitkering die deze mensen hebben wordt ingezet om hun tekort aan productiviteit te aan te vullen. Op die manier kunnen ze werk doen en een minimumloon verdienen.’

Wouter vraagt aan hem hoeveel regels hij breekt. Van Nes: ‘Ik betaal soms illegaal uit.’ Hij vindt het geen utopie om te zeggen dat je naar 100% werkgelegenheid kan in Rotterdam. ‘Als je maar wilt en ook weet wat je daar onder verstaat. Samenwerken met het bedrijfsleven, creatief zijn. Mensen die langdurig in de bijstand zitten niet als probleemgroep benaderen, maar met compassie. Want voordat je het weet zet je ze in een hoek waar ze niet meer uit komen. Je moet mensen niet in het souterrain van de arbeidsmarkt plaatsen. Het plafond daarvan moet doorlaatbaar zijn. Geloof in mensen, sluit aan bij hun talenten. Let dus goed op je taal. Je moet mensen het gevoel geven dat ze mee kunnen en mogen doen.'
Aan Thissen vraagt Bos of concurrentie met Polen mogelijk is. ‘Ja natuurlijk. Mensen uit de bijstand kun je ook asperges laten steken. Doe het alleen rustig aan. Werken is geen topsport. Je kunt niet binnen een dag de marathon lopen. Geef de mogelijkheid om te trainen, om te werken aan de conditie. Dan groei je erin. Geef mensen de tijd om zich te ontwikkelen.’
Vervat meldt dat in een project in de haven onlangs is geprobeerd om 100 jongeren aan het werk te krijgen. 80 bedankten er. Van de overige 20 zijn er tien voor een cursus geslaagd. Die zijn aangenomen en bleken in het werk topprestaties te kunnen verrichten. ‘Je ziet dus ook dat het souterrain goed toeven is voor die 80 procent. Jongeren willen zelfs hun uitkering ervoor opgeven. Die kwekerij waar de Roteb het over heeft is helaas niet het enige soort kwekerij waar in Rotterdam geld mee wordt verdiend.’
Van Eijck: ‘De vrijblijvendheid moet eraf. Mensen willen werken. Daar zijn twee dingen voor nodig. Ten eerste bestuurlijke verantwoordelijkheid. Noem naam en rugnummer. Regel een wethouder die dingen echt aanpakt. Oppakken die jongeren, indien nodig. Het moet gaan om mensen die mee willen doen, niet om kleur. Tot je 23e heb je een baan, een opleiding of je bent ondernemer. De basis zou moeten zijn om niet mensen in kampen te zetten en uit te sluiten, maar insluiten.’

Ton Huiskens van Thuis op Straat heeft ook een positieve boodschap. ‘We bereiken elke dag kinderen op straat. We leiden jongeren op van 12 tot 20 jaar.’ Ook hij zegt: Mensen moeten meedoen. ‘Je krijgt dan talenten die vanzelf doorstromen. Bied kansen.’
De voorzitter van het College van Bestuur van de EUR, José van Eijndhoven, sluit de discussie met de zaal af. ‘Zelfs de beste allochtone studenten aan de EUR komen niet aan de bak. We moeten echt persoonlijke aanbevelingsbrieven schrijven om die mensen weg te zetten. Contracten afsluiten tussen overheid, onderwijs en werkgevers waarin staat dat we niemand laten vallen is dus erg belangrijk.’
En dan probeert Wouter net als de vorige keer de belangrijkste elementen te benoemen die hij meeneemt in zijn stedencontract. ‘Wat betreft China, voor veel ondernemers is het tempo waarin dingen geregeld worden en duidelijkheid over hun situatie belangrijker dan de inhoud van regelgeving. Ze wllen weten waar ze aan toe zijn. Het tweede dat ik meeneem is de gedachte dat we soms doorslaan in het focussen op de problemen van de multiculturele samenleving. Ik merk hier vandaag dat de werkgevers hier dat debat een positieve draai willen geven. De grenzen moeten open voor creatieve talenten. Het derde is de constatering dat voor buitenlanders Nederland heel erg klein is. En Rotterdam nog kleiner. We moeten niet teveel focussen op alleen Rotterdam of de regio daaromheen. Dat is te provinciaals denken. Deltametropooldenken is beter, met ook aandacht voor Amsterdam en andere grote steden. Dat kan tot de conclusie leiden dat containeroverslag in Amsterdam niet zo’n goed idee is. Achter die opmerking schuilt een bestuurlijke spaghetti. De bestuurlijke structuren in de Randstad moeten op de schop. De schaal moet anders.
Wat betreft werkgelegenheid, het blijft belangrijk om hoogwaardige werkgelegenheid te creeren vanwege het aanzuigeffect voor werkgelegenheid voor laagopgeleiden. En ik zou het een interessant experiment vinden als we een deel van het budget voor beroepsonderwijs aan het bedrijfsleven geven. Gewoon eens kijken hoe dat uitpakt in plaats van zo’n optie kapot analyseren zonder dat er iets van de grond komt. En als derde; het huidige kabinet heeft nagelaten alles wat dichtgeregeld is aan de onderkant van de arbeidsmarkt om te vormen. Deregulering was voor ondernemingen en ondernemers. In de sociale zekerheid, in het onderwijs en de zorg moet dat nu ook gebeuren. Er is een grote mate van decentralisatie nodig. Meer bevoegdheden voor gemeenten, bijvoorbeeld op het gebied van de Wet Werk en Bijstand. Rechtmatigheidsdenken mag secundair worden aan doelmatigheidsdenken. Mensen moeten aan het werk.’