
Zaterdagmiddag was ik te gast bij de Dag van de Rotterdamse Straten. Vele honderden in hun straat actieve Rotterdammers gingen hier met de lijsttrekkers van de grote partijen in debat. Suzanne Mulder van TV Rijnmond is een perfecte gastvrouw.
Ik werd meegenomen naar een zaal waar mensen uit de Jan Sonjestraat en Keerpunt hun straat presenteerden. Mensen uit beide straten vertelden enthousiast over wat ze allemaal gedaan hebben. Halloween werd gevierd (Hoogvliet), straatdiners georganiseerd (Jan Sonjestraat), gezamenlijk werden bloembakken gevuld die -als we de foto's zo zagen- de straat op een hele leuke manier opfleurden en kleurden, en een keer per maand werd de straat met een aantal buren geveegd. Ik was benieuwd naar de dingen die nog niet goed gingen. De geluiden waren wisselend.
In de ene straat was er een fantastische wijkagent die goed contact hield met de buurt, in de andere straat werd geklaagd dat ze hun wijkagent nooit zagen.

Het optreden van de politie werd daar sowieso beklaagd. 'Toen er laatst jongeren in de straat hingen en veel herrie veroorzaakten heb ik me heel geduldig opgesteld en pas om 02.00 uur 's nachts de politie gebeld. Die zouden komen, maar om half vijf was er nog steeds niemand,' klaagt een mevrouw. Een tweede bewoner sluit hier op aan: 'Ik heb vorig jaar wel vijf keer een bon gehad voor een paar kilometer te hard rijden, daar hebben ze wel tijd voor. Maar als er overlast in de straat is, dan zie je de politie niet.' Een laatste bewoner vult aan: 'We hebben een e-mailadres van de wijkagent, maar het duurt soms weken voor we reactie krijgen als we daar iets heen sturen'.
Ik vertel dat ik de wijkagent de belangrijkste agent in de stad vind, omdat hij of zij het dichtste bij de bewoners staat. Die wijkagenten moeten dan wel goed zijn en betrokken zijn bij de buurten. De verkiezing van 'wijkagent van het jaar' wordt wat mij betreft vanaf volgend jaar uitgeschreven in Rotterdam.

Er klinken ook zorgen over het gebrek aan ruimte voor jongeren vanaf een jaar of 16. Als ze geen plek hebben om naar toe te gaan, dan betekent dat uiteindelijk overlast en irritatie op straat. TOS (Thuis op Straat) is hard nodig om opgroeiende kinderen te leren hoe je op straat leuk kunt spelen en goed met elkaar omgaat. In Middelland staat een pand leeg dat zeer geschikt zou zijn om jongeren een plek te geven. In Hoogvliet- zo laat een van de meiden weten die in de jongerenraad van de deelgemeente zit- is er ook te weinig ruimte voor jongeren gerealiseerd in de grootschalige nieuwbouwplannen in uitvoering.
Het zijn voorbeelden die laten zien waarom Rotterdam slecht scoort in het onderzoek naar de positie van jongeren in een groot aantal steden.
Soms zijn de gevolgen van armoede schrijnend merkbaar als er geen geld is voor een ontbijt, studieboeken of een schoolreisje. Soms zijn wachtlijsten bij de jeugdzorg zo lang dat broodnodige hulp lang op zich laat wachten.

Bij terugkomst in de grote zaal ga ik in debat met CDA-wethouder Leonard Geluk over wat er de komende vier jaar moet gebeuren met Mensen Maken de Stad. In ieder geval doorgaan! Bewoners zijn er niet mee gebaat als in de politiek elke vier jaar nieuwe aanpakken worden bedacht. Het is nuttig als we de opzet gaan verbreden naar het werk van de wijkagent en naar de inbreng van welzijn, zorg en school. Iedere wijk heeft recht op zijn eigen wijkagent. Als bewoners ook zelf actief werken aan veiligheid dan zou een bonus (in de vorm van extra politie-uren) een goede beloning zijn. Want het is natuurlijk niet de bedoeling dat de inspanning die bewoners leveren er in resulteert dat de overheid achterover gaat leunen.
En het gaat erom dat we letterlijk en figuurlijk meer ruimte geven voor onze jeugd. Daarover klinken vandaag dezelfde klachten die ik al veel vaker heb gehoord.
De zaal mag stemmen over de reacties van de lijsttrekkers. 80% is het met mijn statement eens. Ik blijf voor het diner en raak aan de praat met drie sterke, stoere Rotterdamse vrouwen die in dezelfde straat hard werken aan een goed en veilig leven voor zichzelf en hun kinderen. Rotterdam als wereldstad zie ik in de verhalen van deze Suzanne, Zorha en en Louisa in het klein terug. Mooi.
Na het diner vertrek ik richting Vreewijk, om de viering van het 42-jarig bestaan van carnavalsvereniging de Keilebijters bij te wonen. Ze draait op een kleine groep vrijwilligers die met de carnavalsfeesten geld ophalen voor gehandicapten en kinderen die ernstig ziek zijn.
Ik ga verkleed als politicus (...) en val daardoor niet uit de toon tussen de Shreks, prinsessen, heksen, monniken, tijgervellen en rokkostuums. De gift die ik namens de PvdA mag doen om de goede doelen van de Keilebijters te ondersteunen, wordt met een driewerf 'Alaaf' ontvangen. En het werd laat, heel laat, want het was veel te gezellig! Rotterdammers heeft de hoogste dichtheid aan carnavalsverenigingen van heel Nederland heb ik mij laten vertellen. Dat Rotterdammers carnaval kunnen vieren heb ik gisteren wel gemerkt!

Zondag verslaap ik me bijna. Zonder een bak zwarte koffie ben ik toch op tijd op de Mathenesserlaan waar ik - samen met Carlos Goncalves- een uur lang wordt geinterviewd voor de Kaap-Verdiaanse radio. Ik vertel daar over mijn 24-uursbezoek aan de Kaap-Verdiaanse gemeenschap van vorige week. Zij zijn met veel positieve dingen bezig. Maar het is vaak op de eigen gemeenschap gericht. Dat kan een hoop kracht geven om in Rotterdam goed en zelfbewust mee te doen.
Carlos vraagt zichzelf hardop af hoe je er voor kunt zorgen dat mensen, groepen, niet binnen hun eigen structuur blijven hangen. Mensen Maken de Stad is een mooi voorbeeld van hoe je dat meedoen kunt bevorderen. Daar werken bewoners van verschillende culturen samen op straatniveau.
In Amsterdam doe ik een interview met Business News Radio in Amsterdam. Latifa Aboutaleb van de Stadspartij is er bij. Uitgebreid ga ik in op de politieke situatie in Rotterdam. We praten over veiligheid. Over goed opvoeden en veilig opgroeien. Over het contract met de stad dat Wouter gaat afsluiten met de lijsttrekkers van de vier grote steden. En natuurlijk over mijn idee om van Rotterdam de Jongerenhoofdstad van Europa te maken. De uitzending is te beluisteren op
dit adres.

's Avonds ben ik net op tijd terug om te spreken voor ongeveer 200 Kaap-Verdianen die willen weten wat de PvdA de komende periode wil gaan doen. Ik roep hen om op mee te doen in de stad, om de kansen te pakken die Rotterdam biedt als het gaat om werk en scholing. En ook spreek ik de wens uit dat kinderen veilig kunnen opgroeien in de stad, goed worden opgevoed en op school een vak leren, een stageplek weten te vinden en uiteindelijk een baan krijgen. Ik wijs naar de Kaap-Verdiaanse partijgenoten die bij mij aan tafel zitten: Carlos Goncalvez, Maria Sanchez Moreira, Ariete Mendes en Joao Manuel Gomes.
Zij zijn de mensen die de verbinding tussen de Kaap-Verdiaanse gemeenschap en Rotterdam vormen. Zij zijn de mensen die de wensen, de hoop en dromen van Kaap-Verdiaanse en andere Rotterdammers in de politiek zullen vertegenwoordigen. Ze zullen dat goed doen in en voor ons Rotterdam. Ik besluit met (in fonetisch schrift op z'n Creools): Rotterdam es oena casa die toedoe. Rotterdam is een stad voor ons allemaal.